Exact tweehonderd jaar vóór The Beatles had er ook al een muzikale revolutie plaatsgevonden in de muziekgeschiedenis. Op 5 oktober 1762 ging in Wenen Orfeo ed Euridice in première, de eerste opera van Christoph Willibald von Gluck (1714-1787).

Christoph Willibald von Gluck verrichtte vooral baanbrekend werk op het vlak van de opera seria, de ernstige opera, die tot dan exclusief terrein van de Italiaanse componisten was. De Italianen beheersten trouwens het muziekleven aan het Weense hof volledig. Dat was ook nog zo ten tijde van Mozart, zoals in de film “Amadeus” goed wordt geschetst. Daar legt Peter Shaffer Mozart een pleidooi voor “eigentijdse” onderwerpen in de mond en dat is uiteraard wel juist, maar Gluck was hem op dat vlak al voor. Zijn opera’s klonken dan ook natuurlijker en hadden meer variatie dan de traditionele opeenvolging van aria’s en recitatieven.
Maar terwijl Mozart (af en toe) toch al componeerde op Duitse libretti, moest Gluck het nog wel doen met een Italiaan (Ranieri Calzabigi), ook al onderschreef deze zijn vernieuwende visie, zoals vooral blijkt in hun “Orfeo ed Euridice” (1762), niet toevallig rond hetzelfde thema als die “allereerste” opera van Monteverdi. Hij wilde immers protesteren tegen het verval van het operagenre tot een louter uitgaansevenement en vandaar dit onderwerp, waarin de Muziek de echte Opera terugbrengt uit de doden.
Dat hij precies een castraat de titelrol laat zingen, terwijl het juist de castraten waren die het spel om zeep hadden geholpen, maakte de provocatie dubbel. En voor wie het toch nog niet had begrepen, zette Gluck het in de inleiding van “Alceste” (1769) allemaal nog eens duidelijk op papier. Gluck schreef in 1761 overigens ook een ballet op het verhaal van Don Juan en in 1764 de oriëntaalse opera “Les Pélerins de Mecque”.
Opera’s werden in Duitsland uitsluitend aan de hoven opgevoerd, tenzij in enkele bijzondere liberale steden zoals Hamburg. Voor het calvinisme was deze muziekvorm immers “des duivels”. De lutheranen namen genuanceerdere standpunten in, maar in Leipzig was het consistorium zeker geen voorstander van de opera.
In 1777 schreef Choderlos de Laclos (van “Les Liaisons Dangereuses”) zijn enige opera. Als librettist uiteraard. Hij werkte naar de smartlap-roman “Ernestine ou les malheurs d’une orphéline” van Mme de Riccoboni. De mulat Joseph de Boulogne zette er muziek op. Het geheel werkte echter zodanig op de lachspieren van het publiek van de Comédie Italienne in Parijs, dat het na de première gewoon werd afgevoerd.
In 1803 schrijft Luigi Cherubini (1760-1842) de opera “Anacréon”. Het is zo’n flop dat hij nadien nog slechts sporadisch in het genre zou werken (“Pimmalione” uit 1809 en “Ali Baba” uit 1833). De mislukking was nochtans aan het Franse libretto te wijden en niet aan de muziek.
Carl Maria von Weber’s opera “Preciosa” (1821) is eigenlijk gebaseerd op “La Gitanella” van Cervantes met het gekende thema van de gevaren van een “gemengd” huwelijk. Gelukkig worden die dan opgelost als blijkt dat het “heidinnetje” uiteindelijk een geschaakte dochter van adellijke komaf blijkt te zijn!
De operazalen hebben uiteraard ook een belangrijke rol gespeeld in de liberale revoluties van 1830 en 1848. Niet alleen is de rol van Giuseppe Verdi voldoende bekend, maar natuurlijk is zelfs ons eigen land ontstaan naar aanleiding van een opera, “La muette de Portici” van Auber.
In 1833 wordt in New York het eerste vaste operatheater gebouwd op het Amerikaanse continent op aandringen van niemand minder dan Lorenzo da Ponte.
In 1855 schrijft G.F.Bristow met “Rip Van Winkle” de eerste echte Amerikaanse opera.
In 1861 wordt aan het conservatorium van Rio de Janeiro “A noite de castelo” gecreëerd, de eerste opera van Carlo Gomes (1836-1896). In 1863 volgt op diezelfde plaats zijn tweede, “Joana de Flanders”, waardoor hij van de keizer van Brazilië een studiebeurs krijgt om in Europa te gaan studeren. Daar componeert Emmanuel Chabrier (18/1/1841, Auvergne-13/9/1894, Parijs) datzelfde jaar z’n eerste operettes op libretti van Paul Verlaine (1844-1896). Nog in dat jaar shockeert een andere vriend van dit tweetal, Edouard Manet (1832-1883) de goegemeente met “Le déjeuner sur l’herbe”.
In 1868 schrijft Ambroise Thomas (Metz 5/8/1811-Parijs 12/2/1896) “Hamlet” voor de Opera van Parijs en “dus” met een positief slot (Hamlet wordt tot koning gekroond). De Londenaars wilden de opera wel overnemen, maar de verkrachting van het werk van Shakespeare moest ongedaan gemaakt worden. Dat gebeurde dan ook, al eindigt deze versie met de zelfmoord van Hamlet, wat ook niet echt Shakespeariaans is (daar sterft hij immers in een duel met Ophelia’s broer). Maar Thomas moet gedacht hebben: dood is dood. Take it or leave it. They took it.
In 1870 wordt “Il Guarany” van Gomes in de Scala van Milaan gecreëerd. De invloeden van Verdi zijn duidelijk. Boito noemt hem dan ook een muzikaal genie. Maar door het niet gebruiken van “folkloristische” elementen rangschikt het werk zich ook in de traditie van de “grande opéra” à “L’Africaine” van Meyerbeer. De opera is een indianenverhaal over de dochter van de Portugese goeverneur die wordt ontvoerd door een “slechte” indiaan en gered door een “goede”.
Leo Delibes had blijkbaar goed naar “Les pêcheurs de perles” geluisterd toen hij op 14 april 1883 “Lakmé” de wereld instuurde (met Amélie van Zandt in de titelrol).
In 1864 schrijft Jacques Offenbach de opera “Rheinnixen” voor de hofopera te Wenen. Hierin komt de beroemde Barcarolle, die vooral bekend is uit “Les Contes d’Hoffmann”. Daar is-ie echter door Ernest Guiraud ingestopt, want Offenbach heeft door zijn overlijden op 5 oktober 1880 de instrumentatie van deze opera, die op 10 februari 1881 in première ging in de Opéra Comique, nooit kunnen voltooien.
In 1883 maakt Chabrier een rondreis door Spanje, wat tot zijn bekendste werk “Espana” zal aanleiding geven. Op 22 oktober van dat jaar wordt de Metropolitan Opera in New York geopend.
In 1885 schrijft Chabrier “Gwendoline”.
In 1889 wordt van Gomes “Lo Schiavo” gecreëerd.
In 1896 schrijft Walter Damrosch “The scarlet letter”.
Umberto Giordano van zijn kant kende in 1896 zijn grootste triomf, toen “Andrea Chenier” werd gecreëerd in de Scala van Milaan. In een andere opera zou hij ook een aria schrijven die een lofzang was op de fiets. Men mag dus aannemen dat hijzelf ook een verwoed fietser was net als zijn collega’s Edward Elgar en Ernest Chausson. Alhoewel deze laatste er ook wel nare herinneringen zal aan overhouden, want hij was één van de eerste slachtoffers van een aanrijding. Richard Heuberger van zijn kant inspireerde zijn “Opernball” (1898) op een Franse komedie van Alfred Hennequin en A.Ch.Lartique Delacour uit 1876.
In 1912 wordt in Berlijn de Deutsche Oper gesticht, als populistische tegenhanger van de Koninklijke Opera (de latere Deutsche Staatsoper). In 1913 werd het eerste operafestival van Verona t.g.v. de 100ste geboortedag van Verdi georganiseerd. Naast Giacomo Puccini was ook Maxim Gorki daar aanwezig als recensent, terwijl Franz Kafka de trein miste en pas met een maand vertraging arriveerde.
Nadat Henri Rabaud in 1904 reeds de opera “La Fille de Roland” had geschreven breekt hij in 1914 door met zijn populairste opera, “Marouf, savetier du Caire”, een oriëntalistisch sprookjesverhaal. Voor de titelrol schreef hij zowel een baritonpartij (voor Armand Crabbé en Giuseppe de Luca) als een tenorpartij (voor Thomas Salignac en Georges Thill). In 1920 wordt Rabaud directeur van het Conservatoire National te Parijs, een functie die hij zal uitoefenen tot 1942.
In 1925 vormt Bruno Walter de Deutsche Oper in de Bismarckstrasse om tot stadsopera.
VLAANDEREN
In ons eigen land voerden zowel NTG als NVT Vlaamse zangspelen ten tonele. Deze traditie was zelfs als regel opgelegd door de Antwerpse magistraat. Bij gebrek aan organisatie bleef die regel echter nagenoeg dode letter. Bovendien zat het publiek, dat het nodige geld in het laadje moest brengen, in de Franse Opera. Toen hier in 1890 echter onenigheid ontstond tussen de directeur en het orkest, stapten een aantal muzikanten naar Edward Keurvels, de orkestmeester van het Nationaal Toneel. Zo zag Keurvels eindelijk de kans om het lyrisch programma van dit gezelschap uit te bouwen. Directeur Van Doesselaer ging daarmee akkoord, op voorwaarde dat de stad met een speciale subsidie over de brug zou komen. Dat gebeurde en zo ging men op 18 september 1890 van start met “Charlotte Corday” van Peter Benoit.
Tot in ’93 zou men nog een aantal pogingen doen om het genre ingang te doen vinden bij het publiek, maar dit lukte niet. Ondertussen had de internationaal vermaarde bas Henry Fontaine Peter Benoit reeds aangeraden om resoluut met een Vlaamse Opera van wal te steken.
Alweer dankzij de steun van het stadsbestuur werd op 3 oktober 1893 het “Nederlandsch Lyrisch Tooneel” opgericht, wat werd gevierd met de creatie van “De Vrijschutter” van Carl Maria von Weber. Volgens Peter Benoit “het zinnebeeld der nieuwe overwinning door de nationale muziek op haar vijanden”.
Van bij het begin was de Vlaamse Opera dus Nederlandstalig en qua repertoire Germaans gericht. Recente werken werden niet geschuwd en producties van eigen bodem werden gestimuleerd, wat op heel wat kritiek stuitte vanwege de Franssprekende Antwerpenaars. Toch kondigde burgemeester Van Rijswijck, na een betoging “georganiseerd” door Het Laatste Nieuws op 29 december 1899 aan dat er een apart operagebouw zou komen. De opera-opvoeringen moesten op de gunstige dagen immers steevast wijken voor het gesproken toneel en de subsidies bedroegen toch nog altijd maar de helft van die voor de Franse Opera, zodat eigen inkomsten dringend noodzakelijk waren. Toch zou het nog tot 18 oktober 1907 duren vooraleer de nog niet geheel voltooide schouwburg “De Vlaamsche Opera” plechtig werd geopend met “De Herbergprinses”, gedirigeerd door de componist Jan Blockx.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s