Alhoewel hij in 1787 zijn 38ste symfonie nog in Wenen heeft geschreven, is die nochtans als de “Praagse” de geschiedenis ingegaan (KV.504), aangezien hij van 4 oktober 1787 tot na nieuwjaar in Praag verbleef voor de première van “Don Giovanni” (KV.527), terwijl de Bondini Compagnie een hele winter lang met succes de “Nozze” bleef opvoeren. Een vooraanstaand Tsjechisch componist, Kucharz, schreef er een pianoversie van, terwijl mindere goden het ook bewerkten voor blazers, voor een kwintet, voor harp in ’t café of als Duitse dansen.

Als Mozart in Praag was, verbleef hij meestal in de villa Bertramka in Smichov (foto). Het is dan ook geen wonder dat dit op dit moment is ingericht als Mozart-museum.
In Praag ontmoette Mozart opnieuw de graaf van Thun, die daar een optrekje had, en om dit te vieren voerde hij met diens privé-orkest nogmaals de Linzer symfonie uit. Een paar dagen later voerde hij ze met het opera-orkest, geleid door Strobach, overigens nog eens uit, maar dan om zijn eigen zak te spijzen. Dat lukte hem hier aardig, wat stilaan uitzonderlijk werd. In Wenen b.v. was Mozart volledig “out”. In Praag werd Mozart vooral “opgevangen” door Franz Xaver Niemetschek, die na zijn dood trouwens de opvoeding van zijn zoon Carl zou verzorgen. De trage beweging van de klaviersonate (KV.526) is opgedragen aan de nagedachtenis van de pas overleden Carl Friedrich Abel.
Door het overweldigende succes van “Le Nozze” kreeg Mozart van het Praagse hoftheater opdracht een nieuwe opera te schrijven. Op voorstel van Da Ponte besloot Mozart de legendarische Don Juan tot onderwerp te nemen. Da Ponte deed dit vooral omdat de opera “Don Giovanni Tenorio” van Giuseppe Gazzaniga nog maar pas in Venetië in première was gegaan en hij nam bijna woord voor woord het libretto hiervoor van Giovanni Bertati over. Uit Tirso de Molina had Bertati de adellijke Donna Anna overgenomen en uit Molières “Don Juan” de burgerlijke Donna Elvira. Daarbij voegen Mozart en da Ponte dan nog het boerenpaar Zerlina en Masetto en vooral Leporello om het geheel volkser te maken en tegelijk aan te tonen dat Don Juan geen standenverschil hanteerde als het om vrouwen versieren ging.
Mozart gaat op diezelfde toon verder door in de balscène verschillende muziekgenres door elkaar te brengen als hulde aan Jozef II die met zijn redoute-bals ook de mensen uit alle standen wilde samenbrengen. Vandaar ook dat Mozart de “hits” van dat ogenblik citeert, waaronder zeer terecht zijn eigen “Nozze”. Voor de figuur van Leporello kregen Mozart en da Ponte ook raadgevingen van niemand minder dan Giacomo Casanova (1725-1798), die de première bijwoonde en zeer enthousiast was. Er was dus zeker een flinke scheut erotiek aanwezig en van alle opvoeringen die ik heb gezien was dat het meest het geval in de versie van de Mexicaanse vrouwen van de Compagnie Les Divas in het Brusselse Theater 140.
Voor de opvoering in Wenen op 7 mei 1788 van “Don Giovanni” wijzigden Mozart en Da Ponte het tweede bedrijf: de aria’s van Leporello en Don Ottavio (de plaatselijke tenor kon “Il mio tesoro” niet aan en kreeg in het eerste bedrijf dan “Dalla sua pace” in ruil) vielen weg en in de plaats kwam een duet, waarin Zerlina Leporello vastbindt en hem bedreigt met een scheermes. Alhoewel het geen succes was, schrijft hij toch een bisnummer bij deze Weense uitvoering namelijk het concertduet “Per queste due manine” (KV.540b).
De aria van Elvira uit “Don Giovanni” zit in het 26ste klavierconcerto (in D, KV.537), dat hij zou hebben voltooid op 24 februari 1788, maar dit was allicht nog niet eens het geval een jaar later op de eerste uitvoering op 14 april 1789 in Dresden. Eigenlijk is pas in 1794 een volledige uitgave voorhanden door Johann André, die wellicht eigenhandig de ontbrekende solopartij heeft aangevuld, als het al niet Constanze is geweest! Dit concerto wordt het “Krönungskonzert” genoemd, omdat Mozart het op 8 oktober 1790 heeft gespeeld ten tijde van de kroning van Leopold II (die als opvolger van Jozef II al sedert februari “in dienst” was) te Frankfurt am Main. Met de kroning zelf heeft het als dusdanig niets te maken, daarvoor had men een beroep gedaan op… Salieri. Mozart was zelfs niet als toeschouwer uitgenodigd. Overigens was Mozarts démarche tevergeefs: er daagde weinig volk op. Dit was immers eerder een mondaine aangelegenheid dan één voor muziekliefhebbers.

Een gedachte over “230 jaar geleden: Mozart in Praag

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s