Veertig jaar geleden startte in de Fnac in Gent een voordrachtreeks onder de titel « Carmen, Butterfly en de anderen » of « De vrouw in de opera ». Dit gebeurde op initiatief van het Centrum voor Seksuele Voorlichting aldaar, wat misschien een beetje raar mocht klinken. Daarom vroeg ik in de rubriek “Aan het lijntje” van De Rode Vaan tekst en uitleg aan dé vrouw in de opera in Vlaanderen, zijnde Erna Metdepenninghen, opera-recensente van Klara en « De Standaard » (foto Canvas).

Op 3 oktober 1987 gaf Anne-Sophie Vanneste, de dochter van Etienne Van Neste (1918-1974), de vader van het fameuze “Opera en belcanto”-programma op Radio 1 (1946-2000), een algemene inleiding en zij sloot de reeks ook af op 5 december. Daartussenin werden zowat alle belangrijke stromingen en/of componisten met een interval van één week op de geïnteresseerden losgelaten, waaronder op 7 november ook Erna zelf over de vrouwen van Verdi. Zijn fictieve vrouwen dan wel.
Erna Metdepenninghen: Ik zie het toch iets ruimer dan dat. Uiteraard zullen de grote rollen meer aandacht krijgen — ik zie me niet over Verdi spreken zonder « La Traviata » te behandelen b.v. — maar ik vind dat men deze voordrachten ook kan aangrijpen om na te gaan hoe een componist de vrouw in ’t algemeen behandelt. Of dat varieert, of daar een lijn in zit, of dat dan geïnspireerd is door zijn persoonlijke opvatting of eerder een weerspiegeling van de tijd waarin hij leeft, enz.
— Zeer opvallend is natuurlijk dat het hier allemaal mannen betreft die over vrouwen schrijven (als het librettisten zijn) of ze « op muziekzetten » (voor de componisten)…
E.M.:
Dat is kenmerkend voor de kunst in de voorbije eeuwen, nietwaar. En je zou overigens de lijn kunnen doortrekken en opmerken dat buiten Anne-Sophie en mezelf het ook alleen maar mannen zijn die over « de vrouw in de opera » zullen praten…
— En toch stel ik vast dat het medium opera vooral een vrouwelijk publiek trekt!
E.M.:
Dat klopt, ook al zit daar de jongste tijd wel een evolutie in en is er zeker in het buitenland al een gelijkheid bij het publiek. Waarom dat bij ons dan zo is? Dat is natuurlijk een sociologisch onderzoek waard. Dat heeft met leeftijd te maken, met gewoontes, neem nu b.v. de man die op zondagnamiddag naar het voetbal gaat en de vrouw die dan naar de opera gaat enz. Ik denk dus dat het niet zozeer de thematiek is die hen in de opera aanspreekt, dan wel eerder het gezellige avondje uit. Het zijn trouwens precies die mensen die zich dan afzetten tegen de huidige revival omdat de opera daarin anders wordt benaderd.
— Zou het toch ook niet kunnen, als we nu bij het onderwerp blijven, dat precies de manier waarop de vrouw in de opera meestal wordt getypeerd rollenbevestigend werkt, net zoals vele brave huismoeders zich vergapen aan de glittervrouwen in Dallas of Dynasty ?
E.M.:
Dat zou ik toch niet zo maar durven stellen. Als men nu nog maar alleen de twee vrouwen uit de titel van de reeks neemt, namelijk Carmen en Butterfly, dan zijn dat toch twee extremen, zelfs als men abstractie maakt van de andere maatschappij waarin ze leefden. Carmen is de vrijgevochten vrouw die de mannen kiest en laat vallen — akkoord, ze moet dat met de dood bekopen — en daar staat dan tegenover Butterfly die alleen maar leeft voor en door die man en die vindt dat ze geen reden van bestaan meer heeft als die man er niet meer is. Het hangt er gewoon van af hoe een vrouw zichzelf ziet. Al is het misschien wel zo dat een vrouw, hoe vrijgevochten ze ook mag zijn, meer geneigd is zich op te offeren uit liefde, niet enkel voor een man, maar ook voor een kind b.v.
— Men zal het dus niet over de uitvoering, over de grote operadiva’s hebben als zodanig, maar kan men daar eigenlijk wel onderuit ? De interpretatie van een rol is toch erg belangrijk ? Ik denk daarbij op de eerste plaats natuurlijk aan Maria Callas
E.M.:
Uiteraard ! Vooral omdat dankzij haar bepaalde opera’s weer opgegraven zijn en sommige rollen anders werden benaderd. Verdi b.v. streefde altijd naar waarachtigheid en als men dan die rollen laat vertolken door iemand die wel mooi zingt, maar voor de rest niets van het karakter ervan kan overbrengen, dan gaat dat natuurlijk verloren. Binnen het beperkte tijdsbestek kunnen we daar echter niet dieper op ingaan, maar gewoon al door de keuze van de auditieve (en soms zelfs visuele) illustraties, zal men bij die interpreten terechtkomen, waarvan de spreker vindt dat zó de rol moet worden vertolkt.

Kortom, een boeiend onderwerp dat zich niet enkel tot de opera-freak richt…

Referentie
Jan Draad, Erna Metdepenninghen aan het lijntje, De Rode Vaan nr.40 van 1987

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s