Op 2 oktober 1947 verscheen in de krant De Nieuwe Gids de eerste aflevering van “De avonturen van detective Van Zwam”, het antwoord van deze krant op “Suske en Wiske” van Willy Vandersteen in De Standaard. Als tekenaar werd Marc Sleen (1922-2016) aangezocht.

Die was al werkzaam voor de krant als politieke karikaturist. Marc Sleen: “Ik was ook journalist. Ik had een perskaart. Die heb ik nog altijd en ik ben er zeer aan gehecht. Met mijn perskaart ging ik dus op de eerste rij zitten op de processen tegen de kampbewakers van Breendonk. Ik moest dan hun portretten tekenen. Of ik ging naar de Tour om de koppen van de coureurs te tekenen.”
Er is trouwens een verschil van benaming tussen de in de kranten gepubliceerde eerste verhalen en de albumuitgaven. De eerste acht verhalen (in De Nieuwe Gids), en het eerste, het negende dus, in Het Volk, waren “De avonturen van detective Van Zwam”, de twee volgende die van “Nero en zijn hoed”. Bij de albumuitgaven door Het Volk werd de Matsuoka-trilogie (de eerste 3 Van Zwams dus) aanvankelijk niet heruitgeven (de eerste 2 hadden een beperkte albumuitgave gekend, het derde verhaal niet), en alle verhalen werden Nero’s. Naar verluidt zouden de versies die in begin jaren ’60 uiteindelijk uitkwamen (en als Van Zwammen bekend werden) hertekend door Hugo de Reymaeker (Hurey).
De naam Van Zwam werd bedacht door collega-journalist, Gaston Durnez die de naam afleidde van het Vlaamse dialectwoord “zwammen” (“uit je nek kletsen”, “onzin verkopen”). Van Zwam maakte zijn debuut in “Het Geheim van Matsuoka” (1947) dat op 2 oktober 1947 in de krant De Nieuwe Gids verscheen, maar al in het eerste verhaal verscheen de figuur die uiteindelijk Van Zwams rol in de reeks zou overnemen: Nero. Nero was een bewoner van een krankzinnigengesticht dat Van Zwam bezoekt in Het Geheim van Matsuoka. Doordat Marc Sleen vele lezersbrieven ontving waaruit bleek dat men Nero veel leuker vond dan Van Zwam werd Nero geleidelijk aan de centrale figuur in de stripreeks. Na negen albums werd de reeks dan ook omgedoopt in: “De avonturen van Nero en zijn hoed” en later: “De avonturen van Nero & Co”. Van Zwam werd hierna een bijfiguur, maar bleef een goede vriend van hoofdrolspeler Nero en één van de belangrijkste personages.
Van Zwam kan als karikatuur worden gezien van een detective. Zijn voornaam blijft in de reeks onbekend en iedereen spreekt hem altijd aan bij zijn achternaam. Pas in het album “De Erfenis van Millaflotta” (2000) komen we te weten dat Van Zwams voornaam Theodoor is.
In de strip wordt Van Zwam meestal afgebeeld met zijn vergrootglas, dat hij overal mee naartoe neemt en waar hij altijd zijn neus dicht tegenaan drukt. Deze loep blijkt altijd uitermate handig en onmisbaar te zijn bij zijn speurtochten. Aan de hand van een sigarettenpeuk kan hij de lengte van iemands neus of het aantal knopen van een hemd afleiden.
Van Zwam heeft een oom, Nonkel Isidoor, die in Het B-Gevaar (1948) overlijdt en Van Zwam zijn erfenis nalaat. In hetzelfde verhaal is te zien hoe Van Zwam er als kind heeft uitgezien. Voor de rest is er over Van Zwams familie niets bekend. Van Zwam heeft in de verhalen Het Zeespook en Het Rattenkasteel wel een hond : “Tito”, vernoemd naar de toenmalige Joegoslavische president Josip Broz Tito.
Van Zwam is op de eerste plaats een succesvol speurder. In “De Bende van de Zwarte Kous” (1952) blijkt hij echter handelaar in champagne te zijn geworden en detectivewerk nog slechts voor het plezier te doen. In datzelfde album blijkt hij ook een verleden als persoonlijke lijfwacht van de Brusselse burgemeester te hebben gehad. Hij werd benoemd tot “eredetective van Gent” en “ereburger van Oostende” (Het Zeespook, 1948). Van Zwam blijkt in “Het B-Gevaar” rijk genoeg om zich een meid en butler te veroorloven en in “Het Zeespook” neemt hij zelfs de ex-misdadiger Willie in dienst als lakei. Vaak zien we hem rondrijden in snelle auto’s. In Het Geheim van Jan Spier (1977) blijkt Van Zwam echter in een nederig hoekhuis, weliswaar met een grote garage, te wonen.
In “De Gouden Patatten” (1984) wordt Van Zwam door de bende van Nijvel doodgeschoten. Als reactie hierop bezoekt Nero en later ook Madam Pheip de tekenaar van de strip Marc Sleen. Als dit geen resultaat oplevert gaan Nero, Madam Nero, Meneer en Madam Pheip, Tuizentfloot, Petoetje, Petatje, Clo-Clo, Jef Pedal en Jan Spier in staking. Uiteindelijk wordt Van Zwam weer tot leven gewekt door ingrepen van Professor Adhemar. (Wikipedia)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s