Morgen zal het al dertig jaar geleden zijn dat de Franse schrijver Jean Anouilh is gestorven.

Alhoewel hij nog een kind was, is hij wellicht de schrijver die het meest getraumatiseerd was door de Eerste Wereldoorlog. In “Voyageur sans bagage” (1937) beschrijft hij een soldaat Gaston, die in de oorlog zijn geheugen heeft verloren. Na een verblijf van 18 jaar in een sanatorium komt zijn familie hem op het spoor, maar als zij hem confronteren met zijn onaangenaam en zelfs brutaal verleden, ontkent hij zijn eigen identiteit en neemt een nieuwe aan als tegelijk een Engels jongetje hem als een familielid meent te herkennen. Hij besluit “zonder bagage” een nieuw leven te beginnen.
Gedebuteerd als dramaturg van Louis Jouvet, verwierf Anouilh tamelijk vlug bijval met stukken als “L’hermine” (1932), “Dievenbal”, “Antigone”, “Arme Bitos”, “De Goudvissen” en “De Navel”. Men spreekt van “literair boulevard-theater”, een genre dat zo populair wordt dat zelfs Jean Cocteau er zich met “Les parents terribles” aan begeeft.
Na Anouilhs dood zakte zijn roem echter snel als een pudding in elkaar en Hugo Claus wilde daaraan iets doen met een stuk dat Frans Roggen reeds in 1969 in het NTG had gebracht, namelijk “De repetitie“. (In die periode speelde het NTG trouwens veel Anouilh: in 1966 “Becket of de Eer Gods”, in 1971 “Cher Antoine”, in 1972 “Maak Madame niet wakker” en in 1976 “De arrestatie”.) En Anouilh zelf was als “boulevardauteur van de betere soort” (Frans Redant) toch ook goed op dreef in dergelijke “pièces brilliantes”: stukken vol one-liners die het amorele, lichtvoetige en komische verbinden met persoonlijke tragiek, een open einde hebben, niet zelden gebruik maken van de theater-in-het-theatertechniek, kortom net als Pirandello veel spelen met de vermenging van fictie en realiteit.
Er is ook nog een persoonlijke anekdote aan Anouilh verbonden. Mijn vader beweerde namelijk dat hij in zijn periode van krijgsgevangenschap in Duitsland (1940-41) daar een Franse schrijver had ontmoet. Hij kon zich echter diens naam niet meer herinneren. Ik heb toen op een avond eens al mijn kennis van de Franse 20ste eeuwse literatuur boven gehaald en uiteindelijk kwam hij tot het besluit dat het Jean Anouilh moest zijn geweest. Nu, dat had gekund, ook al is Anouilh elf jaar ouder dan mijn vader. Hij had immers als reservist kunnen zijn opgeroepen. Maar nu lees ik hier op Wikipedia dat het toch niet kan, ik zou zelfs bijna zeggen: integendeel.
Dit is wat Wikipedia schrijft: “Tijdens de bezetting ging Jean Anouilh door met schrijven. Hij nam het noch voor de bezetter noch voor het verzet op en dat zou hem later veel kritiek opleveren. Bij de bevrijding zette hij zich bovendien in voor een medeschrijver die wel met de bezetter had samengewerkt, Robert Brasillach, en probeerde hem – tevergeefs – voor de doodstraf te behoeden. Deze gebeurtenis zou zijn hele verdere leven kleuren. Hij werd uiteindelijk mensenschuw en stierf in 1987 in Lausanne, Zwitserland.”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s