In mei 1987 ontstond er controverse rond BRT-journalist Daniël Buyle (Vorst, 14 februari 1951). De krant De Standaard leverde kritiek op twee door Buyle uitgezonden nieuwsuitzendingen. In de eerste uitzending had Buyle een montage gemaakt van opmerkelijke en tegenstrijdige uitspraken van CVP-Kamerlid Herman Suykerbuyk over de Voeren-crisis rond José Happart. De tweede uitzending was controversieel omdat Buyle tijdens een verslag over een boerenbetoging in Brussel een archief-fragment uit 1973 zou hebben gebruikt. In dit archief-fragment was een verslaggever ter plaatse te horen die het had over “zwaar vandalisme in de hoofdstad”. De nieuwe administrateur-generaal van de BRTN, Cas Goossens, gaf Buyle vanwege dit incident een zware sanctie. Volgens Goossens had Buyle met deze montages niet alleen de objectiviteitsregels, maar ook de werkafspraken geschonden. De feitelijke berichtgeving (“nieuws”) en achtergrondinformatie (“actueel”) waren niet duidelijk gescheiden. Bovendien waren de nieuwsuitzendingen hierdoor enkele minuten uitgelopen. De journalist werd op 20 mei 1987 hierom ontslagen.

Buyle vroeg om een bijeenkomst van de tuchtraad, geleid door Carla Galle, die hem in het gelijk stelde, maar toen de zaak voor de Raad van Beheer gebracht werd, werd hij op 24 augustus 1987 definitief ontslagen, zonder recht op werkloosheidsuitkering.
Er ontstond veel protest van collega-journalisten en sympathisanten tegen deze beslissing. Er waren vermoedens dat de CVP de zaak had gegrepen om de kritische Buyle te kunnen ontslaan. Bovendien gingen Buyles bazen vrijuit en werd de vrijspraak van de Tuchtraad over Buyles ontslag genegeerd. Op 20 september 1987 ontving Buyle van het Nederlands Humanistisch Verbond de “Houten Camera”, een prijs voor journalisten die ondanks druk van buitenaf hun integriteit wisten te bewaren, en op 1 oktober werd er een zogenaamde “Buylefiet” gehouden, een benefiet voor de zonder werkloosheidsvergoeding ontslagen journalist.
In De Rode Vaan hebben wij destijds heel veel aandacht besteed aan deze zaak, maar dit gebeurde uiteraard door de “politieke” redactie. Ikzelf werd echter wel opgetrommeld om de Buylefiet een duwtje in de rug te geven. Ik deed dit dan met een interview “aan het lijntje” met drummer Firmin Timmermans, de leider van de LSP-band die instond voor het muzikale gedeelte van de Buylefiet.

Op donderdag 1 oktober 1987 heeft er dus een Buylefiet plaats in de Brusselse Ancienne Belgique, een benefiet voor Daniël Buyle. Als we mogen aannemen dat deze journalist daar wel even het woord zal voeren, dan zal hij toch de enige zijn, want de organisatoren leggen er de nadruk op dat het vooral « leuk » moet zijn. Links maar toch leuk ? Da moe keunen. Vooral als de LSP-band van de partij is. Zoals gewoonlijk zijn er tal van gasten, maar leider/drummer Firmin Timmermans schrikt toch wel eventjes als we hem mededelen dat ook de naam van Will Tura gevallen is.
Firmin Timmermans : Misschien doet hij iets met een band ? En anders zal ik er wel van horen, zeker ? (lacht een beetje schamper). Dat hebben we nog wel gedaan, hoor, vlak voor het optreden het nummer in handen krijgen, vlug een akkoordenschema maken en hop ! Trouwens de meesten van ons hebben ooit wel al eens met Will gespeeld.
— Het gaat echter niet om Will Tura alleen. Ik bedoel : de LSP-band heeft een aantal « vaste » gasten (Bart Peeters, Walter Grootaers, Bea Van der Maat…) waarvoor er dus uiteraard geen enkel probleem is, maar als er zo iemand uit de lucht komt vallen, dan komt het spreekwoordelijke professionalisme van de LSP-jongens wel van pas ?
F.T. : 
Ik vraag aan de organisatoren toch vooraf altijd om alleen maar mensen te vragen met wie wij gewend zijn te spelen. Het zijn er tenslotte genoeg, ik vermoed een vijftiental. Ik vraag dan ook dat ze niet achter Jan en Pierke zouden aanzitten, want het moet doenbaar blijven voor ons.
— Je wil het risico niet lopen af te gaan ?
F.T. : 
Nou, iedereen is wel muzikant genoeg om dat aan te kunnen. Ooit hebben we eens 25 gasten gehad b.v. Maar goed, je moet het een beetje kunnen voorbereiden natuurlijk, een soundcheck doen, de partituur eens even doornemen — of anders moet men een « standaard » brengen dat kan ook uiteraard. Maar we kunnen toch geen speciale repetities gaan houden ? Zeker niet voor een benefiet !
— Klopt. Het zou me op zich trouwens reeds verwonderen dat jullie al die benefieten helemaal gratis spelen, want anders zouden jullie al lang zelf aan een benefiet toe zijn…
F.T. :
 Natuurlijk ! Wij willen graag een handje toesteken, denk maar aan die reeks benefieten voor « De Morgen » b.v., maar het is en blijft tenslotte ons beroep. Ik vind dat trouwens enerzijds wel sympathiek maar anderzijds toch ook een beetje het bewijs dat ons beroep niet helemaal voor vol wordt aanzien. Aan welke andere professionele sector vraagt men immers uit solidariteit b.v. een dag- of een weekloon af te staan ?
— En ’t strafste is dan nog dat collega’s jaloers op jullie zijn. Jullie pikken teveel benefieten in, vinden die van weer..
F.T. :
 Ja, maar waarom vraagt men ons ? Omdat we volk trekken natuurlijk. Als morgen iemand anders succes heeft, zullen ze die vragen, zo simpel is dat. Voor de benefiet van Buyle hebben zich, naar ik heb gehoord, wel twintig groepen aangeboden. Maar dat gaat gewoon niet, dat begrijp je toch, dat is technisch onmogelijk. Anderzijds krijgen wij zoveel aanvragen voor benefieten dat wij echt niet alles kunnen aanvaarden, dus er is nog « werkgelegenheid » genoeg voor anderen !
— Gebeurt dat weigeren van bepaalde benefieten dan enkel om praktische redenen of ook soms op politieke gronden ?
F.T. :
 Dat laatste is nog niet voorgekomen. Ik kan me trouwens moeilijk voorstellen dat een krant of een vereniging, die nogal rechts getint is, in financiële moeilijkheden zou verkeren. Allé, stel u voor, een benefiet voor de Lion’s Club of zo ! Nee, zoiets is gewoon vanzelfsprekend. Wie vraagt er om een benefiet ? Mensen die het moeilijk hebben. En wie neemt het voor deze mensen vooral op ? Dat antwoord ken je toch zelf ? Wat niet belet dat we inderdaad wel uitkijken. We geven nu heel wat minder benefietconcerten dan vroeger. Je ondergraaft immers ook je eigen. Denk maar eens na : je hebt een optreden in Brussel en een week daarvoor ga je er een benefiet spelen, dan loopt je eigen optreden de kans een flop te worden natuurlijk.
— Zo’n benefiet houdt ook in dat je populaire nummers, dus bij voorkeur covers, moet spelen. Bevredigt je dat als artiest ? Je hebt tenslotte in de Baccara-beker ook even een solo-uitstap gewaagd als zanger..
F.T. : 
Dat was maar een tussendoortje, een slippertje mag je wel zeggen. En voor de rest hangt die minachting tegenover covers mij stilaan wel de keel uit. Veel groepjes zouden beter beginnen met goed te leren covers spelen, dan zal er later misschien wel iets uit voortkomen. Trouwens alle grote artiesten brengen covers : Bruce Springsteen, Robert Palmer, Elkie Brooks… Je moet er alleen iets mee doen.Wij spelen het origineel niet klakkeloos na, vaak zit er een parodiërende knipoog naar het publiek in b.v.
Trouwens, hoe dan ook, beter een groeie cover dan een slechte eigen compositie.

Referentie
Jan Draad, Firmin Timmermans aan het lijntje, De Rode Vaan nr.39 van 1987

P.S. Buyle is die periode zonder honger doorgekomen. Mocht er echter al een onderliggende bedoeling aanwezig geweest zijn om hem opnieuw aan de slag te krijgen bij de BRT, dan kon men daar wel naar fluiten natuurlijk. Maar geen nood, Buyle begon een nieuwe carrière als assistent voor de VUB en was van 1988 tot 1991 journalist voor de nieuwe zender VTM. Van 1992 tot 1996 was hij docent aan het RITS (Erasmus Hogeschool) en politiek adviseur en kabinetschef (1993-2000) voor de SP (tegenwoordig sp.a).

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s