Vandaag is het vijftig jaar geleden dat het eerste deel van Het Kapitaal werd gepubliceerd. Auteur was de Duitse filosoof Karl Marx (Trier, 5 mei 1818 – Londen, 14 maart 1883). Het tweede deel verscheen in 1885, twee jaar na Marx’ dood, en het derde in 1894, beide verzorgd door Friedrich Engels. Marx’ aantekeningen voor een vierde deel werden daarna door Karl Kautsky verwerkt tot een boek (in drie banden, 1905-1910), getiteld Theorieën over de meerwaarde, dat soms als vierde deel van Het Kapitaal wordt beschouwd.

En nu de hamvraag (la question jambon): heb ik Das Kapital ooit gelezen? In ’t Duits? Ik denk er nog niet aan! Maar ik heb in 1973 (pas getrouwd) heb ik mij wel bij een boekenclub (!) een exemplaar van Het Kapitaal aangeschaft.
Ja maar, draai nu eens niet rond de pot: heb je het ook gelezen? Wel, ’t is te zeggen, tot de fameuze pagina 64.
Wat is dat nu toch met die dekselse pagina 64? Daar heb je het al over in je artikel over Carlos Fuentes, over John Cosgrove en over Felipe Alfau!
Wel, bij Alfau heb ik dat al eens uitgelegd, maar ik zal dit hier nog eens herhalen:  in mijn studententijd zat ik op kot met (o.a.) Misjel Vossen. En op een bepaald moment heeft die een deel van zijn boeken voor een appel en een ei aan mij verkocht. Eén van die boeken was “Liefde” van Simon Vinkenoog. In mijn middelbare schooltijd hadden we bij Anton van Wilderode een gedicht van hem besproken en op basis van dit ene gedicht had ik maar meteen beslist dat ik een grote fan was van Vinkenoog. Daarom wierp ik mij natuurlijk meteen op dit boek om vast te stellen dat dit een hoop zever in pakskes was. Ik was toen ook nog Amada-sympathisant en “dus” erg op arbeiders gericht. Toen op p.64 Vinkenoog dus in contact komt met arbeiders die hem maar een luiwammes vinden, zegt hij iets in de trant van “leg die balk weg (die deze arbeiders aan het versjouwen waren) en voeg je bij mij” (ik kan het niet meer letterlijk citeren, aangezien ik het boek al lang niet meer in mijn bezit heb). Dat deed voor mij de deur en het boek dicht. En sindsdien is dat dus een regel gebleven: ook als een boek me al van bij de openingszin tegen staat, probeer ik toch nog tot pagina 64 te lezen om dan te besluiten of ik nog door ga tot het bittere einde of er meteen mee stop.
Nu, bij “Het Kapitaal” ligt dat enigszins anders natuurlijk. Dat is zo’n boek, waarvan je al op voorhand weet dat het als kauwen op een oude fietsband zal zijn. Dus dat lees je sowieso niet “in één ruk” uit (dat is eerder iets voor “Turks fruit”), maar helaas leg je het beter ook niet op je nachtkastje om bij het slapengaan telkens een hoofdstuk te lezen, zoals Hugo Claus me aanraadde als het om kortverhalen ging. Nee, het is een boek zoals de Bijbel of het woordenboek (zie cartoon van Goal hieronder) dat je wel in huis hebt, maar enkel als referentiewerk gebruikt. Maar goed, ik heb het wel geprobeerd, maar toen ik na de fameuze pagina 64 nog steeds geen plot ontwaarde, heb ik het maar zo gelaten. (Voor de pilaarbijters: dit laatste is een grapje, hé!)

foto

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s