Een andere, nog typischer, Klara-figuur viert vandaag zelfs zijn 75ste verjaardag. Het betreft Frans Boenders, “het zonnetje in het huis van vertrouwen“, volgens Betty Mellaerts (foto CC-BY/GFDL via Wikipedia).

Wie blijft die schrijft“. Op die manier parafraseerde Mark Uytterhoeven destijds zowel de leegloop van BRT-medewerkers naar VTM als het feit dat men bij de BRT aan de lopende band boeken uitbracht. Vele jaren later zijn beide fenomenen nog steeds even actueel. De boeken die wij hier nu bespreken zijn echter tot stand gekomen n.a.v. uitzendingen die op VTM geen enkele kans zouden maken. Met andere woorden: het zijn interessante boeken. Eerst is er “Subliem en bijna niets”, het Japanse dagboek dat Frans Boenders overhield aan zijn vijfde reis naar het land van de rijzende zon in april 1989. De beeldhouwer Hubert Minnebo was zijn reisgezel en het zijn diens foto’s die deze mooie uitgave illustreren.
De reis stond in het teken van Europalia Japan en in die zin konden de luisteraars van BRT 3 (nu dus Klara) er ook reeds grotendeels mee kennismaken. Enkel de twee reizen die Boenders nadien ondernam om met enkele grote nihonga-schilders kennis te maken zijn eraan toegevoegd. Zoals gezegd oogt dit boek heel mooi (de dienst Pers en Publicaties van de BRT levert steeds degelijk werk af), maar als we dan de inhoud wat van nabij gaan bekijken, wat uiteindelijk toch de bedoeling is mag ik verhopen, dan vallen toch een aantal minder fraaie kantjes op. Zo vormt dit boek een afwisseling tussen (niet steeds even boeiende) reisanekdotes en filosofische beschouwingen over Japan, zijn cultuur en levenswijze, bespiegelingen over oosterse versus westerse kunst enz. Sommige van deze bespiegelingen zijn duidelijk bedoeld om de lezer tot verder nadenken aan te sporen.
Maar… wélke lezer? Met andere woorden, voor welk publiek is dit boek bestemd? De niet-Japankenner zal er vermoedelijk weinig van begrijpen. De auteur goochelt b.v. graag met Japanse terminologie, die niet altijd voldoende wordt uitgelegd (of slechts enkele hoofdstukken later). Zo zal iemand die nog nooit over wabi en sabi (het is natuurlijk een moeilijk begrip) heeft gehoord, zelfs na het achtste hoofdstuk allicht nog niet veel wijzer zijn.
Als grappige noot worden op zijn Japans uitgesproken Engelse uitdrukkingen opgedist. Leuk, maar de auteur heeft de neiging om te overdrijven. Tenslotte weet zowat iedereen wel dat Japanners een R gebruiken i.p.v. een L, maar dat is niet zo in omgekeerde zin zoals Frans Boenders ons wil doen geloven.
De lezer die reeds min of meer vertrouwd is met de Japanse cultuur daarentegen kan natuurlijk altijd nog wel iets bijleren. Maar daarvoor is het boek dan weer net iets te anekdotisch en te rommelig. Als deze lezer op p.82 b.v. leest over de ZEVEN onsterfelijken (wat in een katholiek land zou overeenkomen met spreken over de Heilige TWEEvuldigheid), dan begint hij wel te twijfelen aan de degelijkheid van de overige informatie. Hopelijk betreft het hier een eenzame lapsus.
Als Boenders op zijn eigen terrein komt, kan hij echter best boeien. Zo zijn de hoofdstukken over Japanse schrijvers wel erg interessant. Dat geldt ook voor het pleidooi voor de Nihonga-kunst in het laatste hoofdstuk, alleen waren hier wat meer illustraties beter op hun plaats geweest. Misschien was Boenders op deze reis niet vergezeld van Hubert Minnebo?
Tenslotte nog dit: Frans Boenders gebruikt terecht, volgens Japans gebruik, eerst de familienaam en daarna de voornaam. Alleen vermeldt hij dit nergens, zodat de argeloze lezer dit weer niet kan weten.
Bij zijn afscheid van de VRT in 1998 wist Frans Boenders overigens in Humo te melden dat hij last krijgt van winderigheid. Dat zal lucht zijn die uit de ballon wil ontsnappen, zeker…

Naschrift
Op 11 oktober 1994 ga ik met M.V. naar de Opera van Peking in Terneuzen. We krijgen fragmenten te zien uit “De apenkoning”, “De honderd ruiters”, “De armband van jade” en (speciaal opgedragen aan Frans Boenders) “De acht onsterfelijken steken de zee over”. Alhoewel omwille van de verstaanbaarheid de fragmenten vooral werden geselecteerd op basis van de spectaculaire gevechten en acrobatieën, kregen we toch een goede indruk van het totaalspektakel. Dat blijkt veel volkser en humoristischer te zijn dan de beschilderde gezichten en de kostbare kostumes zouden laten vermoeden. Ook de vrouwen krijgen een onafhankelijker rol toegeschreven (b.v. in “De armband van jade“) dan men gezien de historische context zou denken.

Referentie
M.V., Wie blijft die schrijft, De Rode Vaan nr.11 van 15 maart 1991

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s