Vandaag wordt stripteaseuse de luxe Dita Von Teese 45 jaar. Ik grijp deze gelegenheid aan om mijn artikel over “the noble art of striptease” nog maar es te promoten – of “burlesque” zoals het de laatste tijd, meer bepaald sedert Dita von Teese, wordt genoemd.

Destijds was er een populaire anticommunistische grap en die ging ongeveer als volgt:
Onder Gorbatsjov werden bepaalde hervormingen doorgevoerd, die het communisme een aantrekkelijker uitzicht moesten geven voor westerse toeristen. Eén ervan was de opening van een stripteasebar op het Rode Plein in Moscou. Het bleek nochtans geen succes.
Op het Centraal Comité werd een hoorzitting gehouden over wat de oorzaken konden zijn van het falen. De verantwoordelijke partijafgevaardigde moest toegeven dat hij het hoegenaamd niet wist, want alle ingrediënten waren het beste van het beste.
Zo was het interieur ontworpen door één van de beste architecten van het regime, de vodka die er werd geschonken was van allerbeste kwaliteit, en aan de stripteaseuses kon het ook niet liggen, want die waren allen, zonder enige uitzondering, op zijn minst reeds vijftig jaar lid van de partij!
“Een echt goede striptease is nooit grappig,” vindt nochtans de Zuid-Afrikaanse schilder Marlene Dumas in de catalogus bij de tentoonstelling “Strippinggirls” in het SMAK, september 2000. “Het is moeilijk er een te vinden, maar als je het eenmaal hebt gevonden, dan lach je niet. Je huivert, een herinnering aan een oeroude oorsprong. Salomé’s erotische dans dreef de koning ertoe haar alles te geven waar zij om vroeg. Toen de zevende sluier viel en alles achter de rug was, vroeg zij het hoofd van Johannes de Doper. Een bijbelverhaal dat de macht van de begeerte openbaart. Niet liefde, maar begeerte.”
Van 28 tot 30 september 2006 werd er ook in de Gentse Cultuurtempel Vooruit gestript. Alhoewel er tegelijk in Flanders Expo een “mega-eroticabeurs” plaatsvond, had het evenement daarmee natuurlijk niets te maken. Nee, zo platvloers is de gemiddelde culturo die de drempel van de rode kunsttempel natuurlijk niet. Maar anderzijds was de zaal toch maar mooi weken op voorhand uitverkocht voor “Nachtschade”, een productie van het Gentse theaterhuis Victoria, waarbij zeven choreografen (waaronder Wim Vandekeybus en Alain Platel) aan de slag gingen met even zoveel stripteaseuses.
Met stripteaseuses, jawel, en dus niet met hun gewone danseressen die voor één keer eens een ietsje meer uit de kleren gaan dan gewoonlijk. Ook dàt onderscheid lijkt me belangrijk. Nochtans hebben de stripteaseuses in kwestie hun hersenen niet samen met hun kleren in de coulissen achter gelaten. Ene Barbara Vandenbrempt (43) verrast in het stadsmagazine Zone 09 met de volgende reactie op het onderscheid dat Victoria-baas Dirk Pauwels maakte tussen de “hoge kunst” van de choreografen en de “lagere kunst” van de strippers: “Voor mij is strippen inderdaad het tegenovergestelde van kunst. In kunst druk je jezelf uit, wanneer je stript verberg je jezelf, stap je mee in stereotiepen. Stripteaseuses moeten de mensen geven wat ze van het genre verwachten, elke creativiteit zou door het publiek afgewezen worden.”
VROEGER…
Het is niet de eerste keer dat de Kunst zich met het strippende plebs inlaat. Zo draaide Jerome Gary in 1985 “Stripper”, een documentaire over vijf deelneemsters aan de jaarlijkse stripwedstrijd in Las Vegas (Janette Boyd, Sara Costa, Kimberley Holcomb, Loree Menton en Lisa Suarez). En het is merkwaardig genoeg een goede film geworden, met muziek van Buffy Sainte-Marie en Jack Nitzsche.
Als ik zeg dat het een goede film is geworden, bedoel ik daarmee dan wel dat de film de sociologische achtergrond van het stripfenomeen goed blootlegt. Als ik het zou hebben over mooie stripnummers als zodanig, dan kom ik wel met een heel andere film aandraven, namelijk “Man of flowers” van Paul Cox uit 1983. De manier waarop Alyson Best hierin uit de kleren op de muziek van Gaetano Donizetti is fantastisch.
Hieruit zou je alvast niet kunnen afleiden dat we de voorgeschiedenis van de striptease we op de kermis moeten gaan zoeken. Namen zoals ‘Le Palais des Merveilles’, ‘Le Moulin Rouge’, ‘Le harem en folie’ enz. sierden de stripteasebarakken. De bezoekers, waarvan het grootste deel mannelijk was, verlieten de tent echter meestal ontgoocheld omdat ze minder te zien kregen dan beloofd. Toch werden deze onzedelijke etablissementen niet van kritiek gespaard in de pers: “De vrouwen welke deze tafereelen vormen, hebben niets aan dan een dun maillot zoodat zij den schijn hebben gansch naakt te zijn. Bovendien ziet men bij sommige dier vrouwen den venusberg en zelfs de scheede goed afgeteekend.”
Echte striptease kan men dit echter niet noemen omdat een conditio sine qua non voor het vertonen van naakt of quasi-naakt was dat men niet mocht bewegen. Dat was ook nog het geval in de eerste revuetheaters. In het variétéprogramma van het Nieuwe Cirkus in Gent dook het ballet ‘Excelsior’ van Henri Kley geregeld op tot begin 1900. Nu eens werd deze dansgroep omschreven als ‘filles coquetes, balletchantant’, dan weer als ‘quadrille des bébés’. Volgens Jacques-Charles had bijna elk variététheater haar eigen balletcorps dat figureerde in verschillende acts van het programma.
Als we echter op zoek gaan naar de voorgeschiedenis van the noble art of self-exposure dan moeten we eerder teruggrijpen naar b.v. de moderne en zeer populaire serpentinedansen die geïnspireerd waren door Loïe Füller.
Füller was afkomstig uit Chicago, richtte haar eigen dansschool op en trok in 1892 naar Parijs waar ze in diverse theaters optrad. Ze experimenteerde met diverse lichtbronnen als gas en elektriciteit en bestudeerde de tinten van het gekleurde licht en de coloratie van glas en stof. Spelend met die lichtnuances, diverse lichtbronnen en stoffen, creëerde ze een mysterieuze dans. Ze leek niet enkel een fee, maar ook een verleidelijke maîtresse door het licht dat over haar lichaam liep in diverse ritmes, kleuren, reflecties en transparantie. In 1907 trad ze als ‘Ida Füller’ op in Gent.
Daarnaast waren er exotische dansen, zoals natuurlijk Mata Hari aan wie we op deze blog een afzonderlijk hoofdstuk wijden, net als aan de latere schrijfster Colette, die ook in de revue is gestart (*).
Ondanks dat verleden mogen we Colette niet verwarren met de revue-vedette Colette Andris (haar echte naam was Pauline Toutey) die in de jaren dertig de show placht te stelen door op het einde van haar optredens voor het eerst (zij het kort) volledig naakt te gaan. Als ze echter in de revue “Femmes en Folie” van Pierre Fréjol in de Folies Bergères ook wat schaamhaar toont, is het ermee gedaan. (**) Eigenlijk werd de kunst van de striptease immers in de Folies Bergères niet of nauwelijks beoefend. Het betrof veeleer “tableaux vivants”, dat was trouwens ook de enige manier om in de beginfase de censuur te omzeilen: de karig geklede meisjes mochten zich niet bewegen (zie ook: de film “Mrs.Henderson’s presents” van Stephen Frears uit 2005 over de geschiedenis van “The Windmill” in Londen). Dat deden ze natuurlijk wél op de tonen van de populaire cancan, maar toen droegen ze wel degelijk ondergoed.
In “Femmes en Folie” wordt Andris vervangen door Visirova, niet in de hoofdrol, maar in een naaktscène gebaseerd op “La dernière aventure du Roi Pausole” van Pierre Louÿs. Een échte koning, nl.Zogou I van Albanië (bekend als “koning Zog”), vroeg haar hierdoor ten huwelijk, maar een voorwaarde was wel dat ze haar carrière moest opgeven. Gelukkig ging ze eerst een tijdje “repeteren” zoals Urbanus dat zou noemen, zodat ze ondervond dat ze met zo’n tiran niet kon leven. En zo konden we haar in 1935 opnieuw naakt zien, deze keer in de film “Le chant de l’amour” van Gaston Roudès.
Net als later Louis de Funès (met “Les Belles Bacchantes”) debuteerde Fernandel in een film over striptease: halfweg de jaren dertig draaide Maurice Cammage “Une nuit de Folies” met Parysis en Dolly Davis.
Toch zweren Amerikanen dat striptease in 1935 in New York is ontstaan vanuit de ‘burlesque theatres’, waar naakte vrouwen korte sketches opvoerden. Merkwaardig genoeg verstaat men vandaag onder die term een plaats waar stand-up comedy vertoond wordt. Nu ja, er staat dus blijkbaar toch nog altijd iets recht…
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd in de V.S. de (komische) stripper Gypsy Rose Lee (1914-1970) ingeschakeld om de troepen te vermaken. Ze mocht ook enkele “gewone” films maken, maar dan wel onder haar echte naam Louise Hovick (zoals “Ali Baba goes to town” van David Butler uit 1938 of later “Babes in Baghdad” van Edgar G.Ulmer en Jeronimo Mihura uit 1952). En dan waren de producers verbaasd dat er geen kat op afkwam!
Als Rose Louise was ze oorspronkelijk ontdekt door Louis Minsky, die door sommigen als de “uitvinder” van de striptease wordt beschouwd. Dit kan men o.a. zien in de film “The night they raided Minsky’s” met Britt Ekland in de hoofdrol, terwijl Natalie Wood in 1962 de rol van Gypsy Rose Lee vertolkte in “Gypsy” van Mervyn Le Roy. Barbara Stanwyck had dit reeds gedaan in “Lady of Burlesque”, gebaseerd op een scenario van Gypsy zelf, die zich op dat moment immers reeds had gerecycleerd tot schrijfster van detectiveromans, zoals ook blijkt uit “The G-string Murders” van William Wellman uit 1942. Enfin, zo wil het de geschiedenis, want in feite leende ze enkel haar naam aan haar persagente Georgiane-Anna Rudolph, die ook als Craig Rice reeds detectiveromans had geschreven.
Gypsy Rose Lee had eigenlijk maar één echte concurrente en dat was dan Willis Marie Van Schaack (1917-1999), die weliswaar geboren was in Minneapolis, maar doorbrak toen ze in Montréal optrad onder de naam Lili St.Cyr. Ook zij speelde in enkele films, zoals “Son of Sinbad” uit 1955 en zelfs “The Naked and the Dead” van Raoul Walsh uit 1958. Kletste Gypsy Rose Lee wat af tijdens haar act (b.v.over filosofie!), dan was het succes van Lili St.Cyr eerder gebaseerd op de originele aankleding van haar nummers. In één geval mag men dat zelfs letterlijk nemen: ze kwam quasi-naakt op en kleedde zich langzaam ààn. Maar vooral is ze beroemd door op scène een bad te nemen.
Op het einde van de jaren vijftig opende Michou in Parijs de eerste zaal voor “transformisten”, zeg maar mannen die zich in vrouwen verkleedden. Michou was zelf de eerste “transformist”, travestie zoals wij nu zeggen. Enkele jaren later debuteerde bij hem ook Coccinelle, de eerste Franse transseksueel. Meestal treden transseksuelen echter niet op in travestiebars, maar in echte stripteasebars. Zo werd ik bij mijn allereerste bezoek aan de Gentse Maxim’s al meteen geconfronteerd met Vanessa Van Durme (geboren als Raoul Van Durme in 1948), die later nog naam zou maken in het volkstheater. Ik zou zeggen: in tegenstelling tot mijn quasi-naamgenoot René De Schepper, al is die juist wél een man, ook nu wanneer hij als de travestie Dille furore maakt.
EN NU?
Maar maakt striptease zelf nu nog furore? Ik zou geneigd zijn te zeggen: een goede striptease bestaat niet meer. Denk ik. Want ik kan dit enkel maar beoordelen aan de hand van de strippers die ik het laatst zag (zo’n vijftien jaar geleden) en die toen al veel slechter waren dan die van nog eens tien jaar eerder.
Maar ik moet het toegeven, ik heb al lang geen strip meer gezien, eigenlijk is dat immers iets dat bij de puberteit hoort. Maar dan mag je er niet in. Dus doe je het maar van zodra het wél mag. Maar na een tijdje hou je het voor bekeken.
Natuurlijk ben ik wel nog eens een peepshow binnengewipt, toen dit fenomeen voor het eerst begon op te duiken. Maar een peepshow is géén strip. Helemaal niet zelfs. Eerder het tegendeel. Als het schuifje opengaat, is het meisje meestal reeds helemaal ontkleed en dat is juist het einde van de strip.
Dat is precies ook de reden waarom volgens mij een goede striptease niet meer bestaat. Een stripper komt nu op en maakt dat ze zo snel mogelijk naakt is. Zo hoort het dus niet. Want dan komt er geen “teasing” meer aan te pas. Tenzij je zelfs naakt nog dingen te verbergen hebt. Daarom vond ik één van die peepshows toch nog leuk. Het meisje droeg immers een versiering in haar kutje. Ondertussen is dat ook al een “normaal” verschijnsel geworden (bij loopster Gail Devers hangt het zelfs uit haar broekje als ze over de horden springt), maar de eerste keer vond ik dit erg mysterieus en prikkelend.
Eigenlijk is het op dit niveau dat de beroemde Crazy Horse in Parijs zich situeert. Vaak zijn de meisjes hier ook reeds van bij de aanvang naakt, maar dankzij een ingenieuze lichtregie wordt er hier meer ver- dan onthuld.
AND IN BETWEEN
Die eerste stripteases waarover ik zo tevreden was, dat waren uitstappen in familieverband. Met de broers en zussen van mijn eerste vrouw en hun al dan niet wettige echtelieden, bedoel ik. Ach, je weet hoe dat gaat: we waren jong en niet van steen.
Meestal gingen we naar de Gentse Maxim’s, uitzonderlijk zijn we ook eens naar het centrum van Brussel getrokken. Telkens waren dit prettige uitstappen, waarbij we niet werden lastig gevallen door louche individuen of stripmeisjes die als prostituée (***) nog een stuiver wilden bijverdienen. En de strips waren zoals gezegd van hoge kwaliteit. De stripteaseuse kon écht dansen en wist er op die manier lange tijd de spanning in te houden. Sommigen liepen zelfs een beetje voor op de playbackrage, die niet lang daarna furore zou maken. Ze speelden eerst een tijdje Liza Minelli (“Cabaret”), Shirley Bassey (“Big spender”) of Sylvie Vartan (“L’amour est comme une sigarette”), vooraleer ze bij het tweede liedje, meestal ingeleid door een zwoele sax, met het ontkleden begonnen.
Strippen verschilt in mijn ogen van andere erotische spelletjes door het feit dat hier humor wel op z’n plaats is. Omdat zogenaamde erotische humor meestal “onderbroekenlol” is, werkt dat bij mij doorgaans contraproductief, maar een geestige strip kan ik nog appreciëren. Vooral bij die familieuitstapjes en dan wel omwille van mijn schoonbroer.
Waarom mijn schoonbroer er altijd uitgepikt werd, is mij een raadsel. Zolang dat nog gebeurde door de goochelaars die traditiegetrouw tussen de stripnummers hun opwachting maakten, tot daaraantoe, maar ook als een stripper de hulp van iemand uit het publiek nodig had om haar beha of kousenophouder los te maken, hop, dan was het altijd mijn schoonbroer die voor de bijl ging. O.K., er werd even de zot met hem gehouden, maar hij kon ondertussen dan toch maar mooi aan die meiden “frutselen”…
Later zouden we eens met drie vrienden als echte macho’s na het verjaardagsfeest van één van de drie een stapje in de wereld zetten. Voor één keer kozen we niet voor de Maxim’s, maar voor de Sexy, er vlak tegenover. Prompt kwamen drie meisjes aan ons tafeltje plaatsnemen, twee Egyptische en een Jamaicaanse. Het Jamaicaantje, Eva, kwam bij mij zitten. Voor een drankje mocht ik met haar praten. Echt duur was het niet en dankzij dat drankje had ik alweer een prettige avond, terwijl mijn twee vrienden met de stuurse dochters van een of andere farao opgescheept bleven. In die tijd was ik een grote fan van Rod Stewart en je gelooft het niet, maar toen het de beurt was aan “mijn” Eva om te strippen, deed ze dat op muziek van “Do you think I’m sexy”.
Nog wat later was ik met een bevriend koppel opnieuw in de Maxim’s. Omdat er deze keer dus een vrouw bij was, lieten de meisjes ons met rust. Maar dat belet niet dat één van hen mij kwam halen om een slow te dansen, gespeeld door een orkestje dat ongetwijfeld uit ruige rockers bestond, die hier met gekamde haren en een gehuurd kostuum wat geld probeerden bij te verdienen. Het was heerlijk haar lichaam tegen het mijne te voelen en vooral met mijn handen haar lenige billen onder haar lichte kleedje te omvatten.
Ook dit meisje bleek van Jamaica afkomstig te zijn en, jawel, zij kende Eva. Die zou op dat moment in Luxemburg zitten. Het was zo’n leuk gesprek dat ik – naïef – besloot met de opmerking dat ze haar de groeten moest doen. En, verdomme, ik blijf geloven dat het meisje het gedaan heeft ook en dat Eva nog wist wie ik was.
Dat was allemaal nog in de tijd dat een strip eindigde met een vluchtige glimp op een toefje (liefst bijgeknipt) schaamhaar. Een overgang naar de niets verhullende peepshow werd gevormd door de strips die in nabijgelegen sekscinema’s werden gegeven. In Gent is dat de redelijk bekende ABC. Voor de meisjes was dat klaarblijkelijk een bijverdienste en op een vast tijdstip doken zij dan ook op uit de naburige striptenten. Dat had onder meer voor gevolg dat de film totaal willekeurig werd onderbroken. Maar wie maalt er nu om de film in een sekscinema?
Hier waren de klanten puur gekomen om te gluren en misschien daarom werd het showgedeelte van de strip reeds tot een minimum beperkt. Dat had als gevolg dat het meisje ook naakt nog enige bewegingen moest maken. En daar heb ik dan ook voor het eerst een meisje meegemaakt dat in het openbaar haar benen spreidde. Dat is normaal gezien een taboe in een strip en misschien was dit op dat moment ook nog wel zeer uitzonderlijk, want er deed zich zowaar een incident voor: iemand had namelijk een foto genomen. Alhoewel er niet veel volk in de zaal zat en men op basis van de flash toch gemakkelijk de “dader” had moeten kunnen opsporen, gingen de zaallichten aan en werden we allemaal afgetast. Helaas niet door het meisje zelf maar door een stoere zaalwachter. Deze zag er echter eerder verveeld dan grimmig uit, zodat ik ook aan dit incident geen negatieve herinnering overhoud.
IN HET BUITENLAND
Zelfs op reis in Turkije heb ik mooie stripshows gezien, meer bepaald “Chez Régine”. Al wordt deze nachtclub de “Crazy Horse” van Istanbul genoemd, toch was ze alleszins toen nog niet “ontdekt” door toeristen. Er waren in de loop van de avond (en de nacht) dan ook nooit meer dan twintig mensen tegelijk aanwezig, waaronder slechts vier vrouwen. Naast het evidente feit dat mannen meer in dergelijke gelegenheden zijn geïnteresseerd, had dat ook te maken met het feit dat deze club blijkbaar eerder op Turken dan op toeristen was afgestemd! Vandaar wellicht ook dat de stripteaseuses (die hier overigens wel een tangaatje dienden aan te houden) allemaal grote blondines waren, wat voor Turken erg exotisch en “dus” erg erotisch is.
Helaas worden al deze positieve ervaringen met strippers wel in de schaduw gesteld door een uiterst negatief beeld dat ik van Parijs heb overgehouden. Op wandel door Montmartre moest ik op het middaguur dringend plassen. Ik was al aan het uitkijken naar een cafeetje toen ik een tent bemerkte, die “continu” stripshows beloofde. En een pintje kostte er niet eens zoveel méér dan elders in Parijs.
Nadat ik aan de dringendste behoefte had voldaan, nam ik even plaats in de aftandse zaal, waar verveling blijkbaar troef was. Er gebeurde helemaal niets, laat staan dat er werd gestript. Nog voor ik mijn pint aan mijn lippen kon brengen, kwamen twee meisjes bij me zitten die een soort van cocktail in de hand hadden. De ene droeg een dikke pull, de andere kan ik me niet goed meer voorstellen, maar het was alleszins ook geen prikkelend beeld.
De trukendoos werd opengetrokken, maar ik maakte hen al snel duidelijk dat ik slechts een toevallige passant was, geen “big spender”. Toch bleven ze aandringen, zodat we alsnog in gesprek geraakten. Toen ik opmerkte dat er van “continu strippen” niet veel sprake was, werd een collega die lui aan de toog hing, aangemaand om in actie te schieten. Zeer tegen haar zin en onderwijl commentaar leverend op de belichting en zo, voerde ze een routineus nummertje op. Het was zelfs geen echte strip, want het broekje bleef aan. “Ze heeft haar maandstonden,” gaven mijn tafelgenotes als “toelichting”.
Toen het gesprek bij mijn recente echtscheiding terechtkwam, vond die met de pull het wat zielig worden en maande haar vriendin aan ermee op te houden: “Hier valt toch niets te rapen.”
Bij het afrekenen bleek dit echter een relatief begrip te zijn. In plaats van de prijs van een pintje kreeg ik een torenhoge rekening voorgeschoteld. Dat bleek dan de prijs voor de cocktails van de meisjes te zijn. Toen ik opmerkte dat ze die reeds dronken vooraleer ze bij mij waren gekomen en dat ik ze trouwens niet gevraagd had om aan mijn tafel te komen zitten, luidde het antwoord: “Altijd hetzelfde. Mijnheer amuseert zich met twee vrouwen en weigert dan te betalen.” En als dreigement werd eraan toegevoegd: “Alles is gefilmd, mijnheer!”
Maar dat vond ik juist heel goed: daaruit zou blijken dat ik de meisjes niet had uitgenodigd en dat ik ook niks met hen had aangevangen. Ondertussen waren er al enkele potige medemensen rond mij komen staan. Zelfs een journalistenkaart bleek op zo’n moment geen indruk te maken. Het ergste was nog dat ik, precies uit schrik bestolen te worden, mijn geld voor een vakantie die eigenlijk nog moest beginnen niet op mijn hotelkamer had achtergelaten, maar dat dit op dat eigenste ogenblik in mijn achterzak brandde. En dat was nog veel meer dan die rekening. Ik dacht: als men mij hier in elkaar slaat, dan zal de buit nog veel groter zijn. Daarom besloot ik: “Goed, ik zal betalen, maar geef me dan wel de rekening mee. Daarmee ga ik dan naar de politie.” Waarop de leider van het gezelschap een “compromis” voorstelde: de helft van de prijs, maar géén rekening. Alhoewel het nog altijd veel te veel was, stemde ik maar toe. Ik vind nog altijd dat ik daar toen goed ben weggekomen.
Terug buiten botste ik op zo’n typische Parijse straatmadelief, genre Irma la Douce: één been opgetrokken tegen de muur en een handtas ronddraaiend. “Tu viens, chérie?” Nog een beetje overstuur deed ik het hele verhaal en daarmee raakte ik blijkbaar een gevoelige snaar. “Ze maken de boel kapot, mijnheer! Voortdurend hoor ik dergelijke verhalen. En natuurlijk zijn wij daar ook de dupe van.” Enzovoort, enzovoort. Het zou mooi geweest zijn om mijn verhaal in haar troostende armen te kunnen besluiten, maar deze dag was al met al toch reeds te duur uitgevallen…
EPILOOG
Sinds ik dit heb gepubliceerd, krijg ik van alle kanten op mijn kop dat ik niet meer mee ben en dat er wel degelijk nog hoogstaande striptease bestaat. En dat laatste moet men dan heel letterlijk nemen, want in navolging van Le Cirque du Soleil e.d. zijn er nu naar het schijnt high tech spektakels met strippende trapezistes in glitterpakjes. Des te beter, zeg ik, al zal dit helaas niet meteen iets veranderen aan het niveau van de strippers in die groezelige zaaltjes waarover ik het heb…
En natuurlijk zijn er ook vrouwen die zeggen: waarom schrijf je niets over mannenstriptease? (****) Daarop is het antwoord heel eenvoudig. Ik heb dat nog nooit gezien en ik twijfel er sterk aan dàt ik het ooit zal zien. Maar laat dat jullie niet tegenhouden om zelf te gaan kijken, dames, en daarover dan verslag uit te brengen. Zegt Willy Jacobs, de uitbater van de oudste dancing van België (de Rio in Sint-Katelijne-Waver) immers niet: “Donna Summer, reggaegroep Inner Circle en zelfs de Backstreet Boys passeerden hier de revue. En toch liep het slechts één keer bijna uit de hand. Dat was toen ik de London Knights uitnodigde. Een soort Chippendales, maar dan volledig naakt. Toen waren enkel vrouwen toegelaten in de Rio. Onverantwoord idee. Want als er één ding is dat je bijna niet in de hand kan houden, dan is het een groep héél enthousiaste vrouwen!”

Ronny De Schepper

(*) Ook de Engelse schrijfster Jean Rhys, een tijdgenote van Colette, is gedebuteerd als cabaretdanseres.
(**) Voor wie zich afvraagt hoe ze tot dan toe volledig naakt kon gaan en toch geen schaamhaar tonen (en nee, dat was niet omdat ze geschoren was): er is aan ieder mens een voorkant en een achterkant, hé!
(***) Zoals die stripper zegt in een aflevering van “Coupling”: “My mum says stripping is just one step away from prostitution“. Waarop Jeff: “You’re almost there then!”
(****) Volgens Camille Paglia is dit trouwens “geen echte striptease”: “Het lichaam van iedere vrouw bevat een cel van de oernacht, waar alle kennis, alle wetenschap ophoudt. Dat is de diepere betekenis achter de striptease, een rituele dans van heidense origine, die het christendom net zomin als de prostitutie heeft kunnen uitroeien. Erotische dansen door mannen zijn daarmee niet te vergelijken, want bij een naakte vrouw blijft ook aan het einde van haar dans nog altijd iets verhuld, namelijk die chtonische duisternis waaruit wij voortkomen.” (Het seksuele masker, Amsterdam, Prometheus, 1993, p.35)

Selectieve bibliografie
BAILEY, Peter (ed.), Music Hall, the Business of Pleasure, Milton Keynes, Open university Press, 1986.
BANES, Sally, Dancing Women: Female bodies on stage, London, Routledge, 1998.
Richard Wortley, A pictorial history of striptease, 100 years of undressing to music, London, Octopus, 1976.
DUBY, Georges, PERROT, Michelle, Geschiedenis van de vrouw: De Negentiende Eeuw, Amsterdam, Agon, 1993.
FESCHOTTE, Jacques, Histoire du Music-Hall, Paris, Presses Universitaires de France, 1965.
FREJAVILLE, Gustave, Au Music-Hall, Paris, Aux éditions du monde nouveau, 1923.
JACQUES-CHARLES, Cent ans de music-hall, Genève-Paris, éditions Jeheber, 1956.
JANDO, Dominique, Histoire Mondiale du music-hall, Paris, Delarge, 1979.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s