Veertig jaar geleden schreef ik een brief aan L.P.Boon om in mijn klas in het atheneum van Dendermonde over zijn Onkruid-boeken te komen spreken. Een onzinnig verzoek, dat zie ik nu wel in, maar in die tijd was ik nog altijd een beetje hyperactief.

In deze post-Dutroux tijden wordt daar nu totaal anders tegenaan gekeken, maar voor Louis Paul Boon was het Lolita-motief een symbool voor de spanning die ontstaat uit de combinatie tussen jeugdige onschuld en erotische uitdaging, zoals die het beste is weer te vinden in “Het nieuwe onkruid” (1964) of in de herwerkte versie “Als het onkruid bloeit” (1972). H.Spaan heeft deze twee boeken vergeleken in een scriptie.
Er wordt altijd gezegd dat de grote inspiratie voor de onkruidboeken Boons schoondochter Lucienne was, maar in werkelijkheid was het een zekere Sonja Verbrakel, een zestienjarige die met Boon dagelijks met de trein het traject Aalst-Gent aflegde. In afspraak met een vriendin las ze op een zekere dag opzichtig in “De voorstad groeit”, opdat Boon haar zou aanspreken. En zo geschiedde. Bij de derde aflevering van de gebundelde Boontjes (1962) heeft Herwig Leus dan ook het gelukkige plan opgevat om als annex de échte Onkruid-meisjes te interviewen. En dan vooral Paulette De Clercq (Arletta in “Het nieuwe onkruid”), al zou zowaar ook Gracienne Van Nieuwenborgh erin moeten voorkomen. Toen Sonja niet langer met de trein naar haar werk reisde, onderhield Boon een levendige briefwisseling met haar, waarin hij sprak over “Het nieuwe onkruid” als “ons boek” (*).
Zelf was ik zo door het Onkruid getroffen, dat ik Boon vroeg het peterschap te aanvaarden van een roman (“Twice upon a time”) die ik geschreven had samen met Johan de Belie en die ongeveer hetzelfde thema behandelde.
“Ledeberg, 27 april 1975
Beukebointje,
Na een onzinnige discussie over de aanspraak (variërend van ‘Geachte Heer’ tot ‘Beste Boontje’), heb ik de knoop maar doorgehakt door Elkes privé-troetelnaampje voor u te gebruiken, omdat het wel erg relevant is voor de inhoud van deze brief.
Eerst en vooral moet ik u zeggen dat u mij ként. U hebt me, eenmaal ontmoet in het Keetje en nadien tweemaal bij u thuis in gezelschap van prof.Van Elslander. Ik was nooit alleen (er waren andere studenten bij) maar om de een of andere reden heeft u me heel nauwkeurig gadegeslagen. Visueel zult u me dus wel herinneren, maar het zal wel onbegonnen werk zijn te tracnteh deze herinnering met een brief op te roepen. Verder kan het de communicatie misschien vergemakkelijken als u weet dat ik een vriend ben van Staf De Wilde, die twee jaar geleden een licentiaatsverhandeling heeft geschreven met als onderwerp: het Lolita-motief in uw boeken.
Zo heb ik ook voor het eerst van de Onkruidboeken gehoord. Toen waren Johan en ik al aan onze roman aan het werken en ik denk niet dat wij ons daardoor hebben laten beïnvloeden (er zitten wel Lolita-elementen in, maar die hoeven daarvoor niet per se van u te komen). Toen hij echter goed en wel af was, heb ik ‘Als het onkruid bloeit’ gelezen en dat werk heeft me zodanig aangegrepen dat ik Johan aangespoord heb hetzelfde te doen en nadien zijn we beiden tot de volgende conclusies gekomen:
– de verhouding Elke-Greetje is archetypisch vergelijkbaar met Patsy-Danièle, al is Greetje – wie zij ook moge geweest zijn – in geen geval zo gemeen als Daniéle (al is ook zij niet volledig schuldig);
– daarom hebben wij de proloog enigszins herschreven, wat alleszins een verbetering is voor de roman en gehandhaafd zal blijven, ook als uw reactie negatief zou zijn;
– tenslotte vragen wij gewoon dat u de roman zou lezen. Gewoon lezen.”

Het slot van de brief is verloren gegaan. In juni schreef Louis ons het volgende antwoord, dat illustreert welk een groot mens hij was, maar ook dat toen reeds zijn gezondheid zeer te wensen overliet: “Waarde vrienden, neem me niet kwalijk dat uw brief zo lang onbeantwoord bleef, daar ik maandenlang te worstelen had met één van die vreemde ziekten, waarvan ik nu stilaan herstel. Het spijt me ook heel erg dat ik aan uw eigen bloeiende onkruid weinig of helemaal geen hand kan steken zoiets moet ge maar zelf zien op te lossen. Momenteel zit ik tot over de oren in een boek over de eerste anarchisten in mijn geboortestadje, en ook dat is geen kattepis. Niemand kan me helpen of niemand wil me helpen. Dat is voor u een troost, maar een schrale, ik weet het. Als ge iets wilt bewerkstelligen staat ge er altijd heel alleen voor. Maar als het dan iets goeds wordt hebt ge ook niemand te bedanken. Ik hoop dat uw onkruid weelderig bloeien mag, en ik me verder met mijn anarchisten kan bezig houden. Sorrie, en goede moed, uw Beukbointje, die niet meer is zoals weleer.”
Een goed verstaander heeft maar een half woord nodig, maar de jeugd is een beetje doof door al die luide muziek (enfin, wij dàchten in die tijd toch dat dat luid was) en daarom schreef ik hem op 26 september 1977 nogmaals:
“Beste beukebointje,
Twice upon a time (namelijk in juni 1975) heb ik u reeds een brief geschreven om u te zeggen hoe goed ik de Onkruidboeken wel vind en nu ga ik dat nog eens doen.
Deze keer echter wel om een heel andere reden. In afwachting van de heuglijke dag dat ik van mijn pen zal kunnen leven (als journalist weliswaar), heeft men mij van hogerhand voor de duur van dit schooljaar in het atheneum van Dendermonde gedropt. Lesgeven, ‘dus’ autoritair optreden, wil bij mij wel eens tegenvallen en ook deze school schijnt hierop geen uitzondering te worden. Er is gelukkig ook één formidabele klas van een twintigtal zestienjarige jongens en meisjes die mij op de been houdt. Enfin, het is dé klas bij uitstek – vind ik – om de Onkruidboeken als cursorische lectuur te behandelen. Om het gezeur van de inspectie toch enigszins op te vangen, lezen we officieel Het Nieuwe Onkruid en af en toe lees ik dan ook eens voor uit Als het onkruid bloeit.
Nu bent u wellicht wel de laatste die geneigd zou zijn een school binnen te stappen om daar over uw boeken te gaan ‘onderwijzen’, daar heeft u volkomen gelijk in en dat is dan ook niet wat ik voorstel. Wél zouden we misschien eens kunnen babbelen zo gewoon in de klas, zonder veel tamtam, die jonge mensen en u. En achteraf misschien ook eens u en ik (ofwel een verslag van wat u aan dat jonge volkje hebt verteld), namelijk voor De Rode Vaan, een blad waaraan ik nu (voorlopig onbezoldigd, hopelijk eens full-time) medewerk en waarvoor u toch ook nog ergens een plaatsje in uw hart moet hebben? Desnoods zouden we ooit samen eens een pintje kunnen gaan drinken, zoals indertijd met die germanisten in ’t Keetje, alleen kan ik u dan niet verzekeren dat iedereen er zal zijn (tenzij op café gaan met L.P.Boon tijdens de lesuren mag) en dan valt wel de mogelijkheid weg dat u eens kunt zien wat die gasten van uw werk maken. Eén van hun taken bestaat er namelijk in sommige fragmenten in toneelvorm om te zetten.
Er is zeker geen haast bij (het schooljaar is nog maar pas begonnen) en indien u vooraf enkele zaken wil afspreken, kan dat ook nog gerust gebeuren, maar vooral hoop ik ‘van harte’ dat uw gezondheid dit bezoek mag toelaten.
Met hoogachting, maar ook vriendelijke groeten, RDS.”

Een facsimile van het antwoord is verschenen in het boekje dat we hebben uitgegeven op 23 januari 1981, n.a.v. de opening van de tentoonstelling van cartoons van Louis Paul Boon op het Gemeentehuis van Temse. Dat boekje wordt op dit moment op e-Bay geveild voor een prijs die een veelvoud is van het originele bedrag (wij verkochten het voor amper vijftig frank).
“Waarde vriend De Schepper,
Alhoewel ik het van uwentwege een moedige daad vind met mijn Onkruid in een klas te komen, moet ik toch ‘neen’ zeggen. Niet uit hooghartigheid of al die andere pretentievolle dingen, maar gewoon omdat het mij onmogelijk geworden is wegens het te vele en te zware werk dat me op de steeds ouderwordende schouders gaat drukken.
Groet uw leerlingen van mijn kant en zeg hen dat ik hun waardering voor mijn werk als een bloemtuil ontvangen heb.”
(**)
Uiteindelijk heb ik in de klas dan het hoofdstuk “Tania” uit “Het Nieuwe Onkruid” vergeleken met “Een treinvriendinnetje” uit “Als het onkruid bloeit”. Ik heb mijn nota’s hierover onlangs teruggevonden en zal ze hier als zodanig weergeven (dat betekent vaak in telegramstijl), voor zover ik er nog aan uit kan, want ze zijn met de hand geschreven op papier dat ondertussen zo goed als vergaan is. Ik begin zoals gewoonlijk om praktische redenen achteraan, dus ik spring nu meteen naar de laatste nota’s over “Als het onkruid bloeit”:
10. Symfonie gaat naar Zwitserland (“op wintersport”) om abortus te laten plegen.
11. Derek (“zijn eigen misvormd spiegelbeeld”, p.120) wil een nieuwe partij met een harde vuist maar met een links imago.
12. Boin gaat Ida opzoeken (tegen zijn zin gaat ook Derek mee) en deze is zich aan het bezatten met het verpleegstertje Loesje.
13. De twee meisjes dragen niet al te veel kleren en Derek wil onmiddellijk aan de slag gaan met Ida. Maar dan vliegt de deur open en komt Jan binnen. Er ontstaat een gevecht dat door Jan glansrijk wordt gewonnen. Vooral Loes is hiervan onder de indruk.
14. Loes met het hospitaal verlaten. Ze gaat werken als kinderverpleegster bij een rijke dame. Ida loopt nu – om het geld – met Derek.
15. Op de trein wimpelt Elke Koos af. Ze vertelt ook het verhaal van de loodgieter. Deze keer is ze al helemààl bloot. En haar vader is deze keer zélf een nazi. Maar wel een deserteur. Na het verwekken van Elke gaat hij toch terug naar zijn regiment, waar men hem onmiddellijk fusilleert. (Dit verhaal keert plusminus terug in “Mijnheer Daegeman”.)
16. Vladim, een jong kunstenaar, is verliefd op haar. En Vladim is Tania, van afkomst dan toch.
17. Bezoek bij Els: Greetje, Elke, Dirk, mevrouw Derek, Symfonie en haar broer Wim die “zich trouwens gewoon op het matje bij de tuindeur (ging) zetten, alsof hij het hondje was.” (p.161)
18. Loesje komt zich in het huis van Boin vestigen. Ze gedraagt zich erg egocentrisch. Dit leidt tot een conflict wanneer o.a. Koos door haar in huis is gehaald. Om zich af te reageren slaat Koos een oudje in elkaar, waarna hij zich door een vriend laat afrukken. “Ik ga een groot dichter worden,” zegt hij nog. Nadien kalmeert Loes een beetje.
19. Tijdens een feestje in de Koestal danst Boin met een naakte Ida. Deze heeft hem immers nodig voor haar filmcarrière. Bijna gaat hij zelfs met haar naar bed, maar Jan komt net op dat moment binnen.
20. Boin opent een tentoonstelling van Vladim. In feite is het echter een avond tot steun aan Wim, die door de politie is opgepakt wegens drugsgebruik. De avond wordt georganiseerd door Koos en de nieuwe partij van Derek. Bovendien komt Greetje zo goed als naakt van een missverkiezing terug (die ze heeft gewonnen). Hierdoor komt het tot een conflict met Elke, maar ook met Symfonie, die zich ook uitkleedt om de concurrentie aan te gaan. Derek beschildert dan Greetje: “Laat meneerke Boin nu Symfonie behandelen! zei hij. Boin voelde alleen maar weerzin. Hij is mijn slechtere ik, dacht hij. Of hij is mijn minder nadenkend en meer handelend ik.” (p.228)
Uiteindelijk is Vladim de dupe van de hele historie: buiten Els heeft niemand in het minst belangstelling voor z’n werk. Als dan ook Elke hem nogmaals afwijst, loopt hij met z’n zatte botten onder een auto: de beide benen gebroken.
21. Een maand later is Koos aan de beurt met z’n “spontane poëzie”. Tijdens het feest bekent Boin zijn liefde voor Elke maar deze wijst hem af.
22. Dirk van zijn kant verlaat de kerk, vooral uit liefde voor Els.
23. Tijdens een partijtje naaktzwemmen “verdrinkt” Greetje: heeft Koos haar – gewild of niet – gedood?
Op dat moment komt Derek triomfantelijk aan: hij is tot parlementslid verkozen. Hij wil onmiddellijk Recht en Orde in deze Poel van Ontucht doen zegevieren. Boin geeft hem dan een vuistslag. Bij zijn thuiskomst stelt hij vast dat Els een overdosis slaappillen heeft genomen. De maag wordt leeggepompt, ze komt er door. Symfonie rijdt zich te pletter, Loes krijgt een baby en Koos een literaire prijs. En Boin? “Ik heb niets meer met iets te maken.”
Tot slot ga ik ook nog even in op wat Staf de Wilde schrijft in zijn licentiaatsverhandeling, “Lolita-syndroom, -motief en -motivatie” (Gent, 1973), over de Onkruid-boeken:
1. Zelfde fout als Boon: tracht in een homofiele verhouding toch de man-vrouw-relatie weer te vinden: “Wanneer ze een toegeving doet aan de verliefdheid van ‘ik’ dan zoent zij hem en niet omgekeerd wat haar rol in de Betty-relatie suggereert.” (p.108)
2. “Elke herinnert aan Natasja Phillipovna, de even getormenteerde heldin van Dostojevski’s De Idioot. (p.113)
3. Er is véél verschil tussen Betty en Greetje. Betty leert goed op school (ze vliegt enkel buiten omdat ze partij kiest voor een nonconformistische lerares), gaat nadien nog succesvol aan het werk, speelt toneel enz.
4. Ida is Arletta uit “Het Nieuwe Onkruid”. Net als van bijna iedereen wordt vooral haar liefdeloosheid, haar niet-geïnteresseerd-zijn benadrukt. Ze zijn altijd allemaal samen en toch alleen. Ze zijn a-sociaal: ze zijn tegen de huidige maatschappij maar ook tegen elke andere (vooral dan b.v. een communistische). Ze zijn een gewillige prooi voor de linkse-rechtse partij van Derek.
5. “Hoofdtoon van het werk: de onwaarachtigheid” (p.128) cfr. schaalvergroting
“De vitaliteit (is) schijn” (p.130)
“Maar zonder Elke was Als het onkruid bloeit een vaardig geschreven pronkstuk in de etalage van een seks-shop, één kaft die door haar kleur hoopt af te steken bij de naamloze rest.” (p.130)

Ronny De Schepper

(*) In Gent had hij ook Paula Burghgraeve als vriendinnetje. Hij bleef dat ook als ze opgroeide. Hij was zelfs getuige op haar huwelijk.
(**) Naast deze brief van Boon bevat het boekje nog enkele bijdragen die betrekking hebben op Boon, maar niet de toespraken die op die avond werden gegeven door toenmalig minister Freddy Willockx, prof.Paul De Wispelaere, prof.Frans Vyncke, Willem Roggeman en Gustaaf De Wilde. We hadden ook een huldiging van Jeanne Boon voorzien, gevolgd door een receptie ons aangeboden door het stadsbestuur en door een palingsouper, waaraan de sprekers, de familie Boon, Jef Turf en het bestuur van het Masereelfonds deelnamen. De tentoonstelling zelf was het hele weekend toegankelijk en kwam tot stand dankzij de medewerking van Jo en Lucienne Boon.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s