35 jaar geleden haalde het Gentse Theater Arena, dat vooral ontspannend musicaltheater bracht, het in z’n hoofd om, tien jaar na de ophefmakende opvoering door de Internationale Nieuwe Scène, het stuk “Mistero Buffo” van Dario Fo (foto) opnieuw op het programma te zetten. De regie was opnieuw in handen van Arturo Corso en één van de rollen werd vertolkt door Erna Palsterman, met wie ik destijds voor de rubriek “Aan het lijntje” in De Rode Vaan hierover een gesprek had.

« Holy cow » is een uitroep in het Engels die zoiets als « grote god » betekent (zonder oneerbiedig te willen zijn ten overstaan van onze gelovige lezers) en het is niet toevallig dat deze uitroep door ons hoofd flitste toen we van de Arena-plannen hoorden : is « Mistero Buffo » immers geen holy cow, geen heilige koe ?
Erna Palsterman : « Mistero Buffo » is inderdaad een unicum in het theater en in het begin zei iedereen van ons dan ook dat wij dit niet konden doen zoals zij het gebracht hebben. Arturo Corso zag dit ook wel in en heeft toen een paar wijzigingen aangebracht. De monologen die zo schitterend werden gebracht door Charles Cornette heeft hij vervangen door andere, zodat de vergelijkbaarheid is verkleind. Het groepswerk blijft wel ongeveer gelijk en daar was ik persoonlijk, voor de repetities begonnen, wel een beetje tegen. Ik vond dat, als we het dan toch deden, dan zouden we het beter helemààl anders doen. Maar nu we bezig zijn, zie ik dat de evolutie, de groei en de bewegingen die toen gemaakt zijn en die wij nu weer maken, zo prachtig zijn dat we ze het publiek niet mogen onthouden. Tenslotte zijn er toch heel veel mensen die het destijds niet hebben gezien.
— De grootste reden voor mijn verbazing is dat Arena toch bekend staat als een theater dat vooral glitter-musicals brengt, terwijl « Buffo » vooral opviel door z’n soberheid ?
E.P.
: En die soberheid blijft nu behouden. Het is een volks stuk en dat kan je niet met glans en glitter oplossen. Maar ik denk ook dat de glitter-indruk die Arena geeft eerder toevallig is. Als ik in gedachten immers alle producties overloop dan zaten daar wel een aantal musicals tussen in een gewoon decor. Ik denk aan « I love my wife » of aan recital-producties als « Side by side ». Maar we willen wél muziektheater brengen en dat houdt natuurlijk de gewone, nou ja « gewone », musicals van Londen en van New York in, maar ook producties als « Piaf » of « Mistero Buffo », die ook vormen zijn van muziektheater.
— Jullie beschikken in Arena over een treffelijke beatgroep, maar ik neem aan dat je daar nu weinig mee kunt aanvangen ?
E.P.
: De Vlaamse klank, die Wannes van de Velde indertijd heeft meegegeven aan de Italiaanse volksliedjes die erin voorkomen, behouden wij uiteraard, maar het orkest wordt wel vergroot. Dat betekent dat naast de gitaar, viool en accordeon die Wannes gebruikte er nog percussietoestanden bijkomen en zo’n grote akoestische basgitaar die in Braziliaanse muziek wel eens wordt gebruikt.
— Is deze productie een antwoord op de nogal zware kritiek die Arena vorig seizoen heeft te verduren gekregen ?
E.P.
: ‘k Weet het niet. We kunnen net zo goed falen, maar ’t zal wel niet. Ik denk trouwens dat de slechtste kritieken die we vorig seizoen gekregen hebben, dat die te maken hebben met het feit dat we het seizoen daarvóór zo’n schitterend seizoen hadden. De weerbots a.h.w.
— Er deden geruchten de ronde dat n.a.v. die kritiek er grote kuis werd gehouden in de artiestenstal ?
E.P.
: Er zijn geruchten geweest, o.k., maar die zijn fout ! Er is slechts één acteur weggegaan, namelijk Mark Coessens naar het jeugdtheater, maar voor de rest is alles bij het oude gebleven.
— Contracten bij acteurs, zijn die op jaarbasis ?
E.P.
: Altijd.
– Voel je elke voorstelling dan als een soort examen, een test aan ?
E.P.
: Neen. En ik denk dat ik wat dit betreft voor iedere acteur of actrice mag spreken. God, mocht je alleen maar spelen voor je contract of voor de ogen van de directeur dat zou maar spijtig zijn. Je speelt voor het publiek en dat is natuurlijk wél telkens een test.
— Je hebt het geluk gehad in een productie als « Piaf » te mogen aantreden, waarin je volop in de schijnwerpers stond. Zit er voor dit seizoen weer zoiets tussen ?
E.P.
: Neen, en dat vind ik enerzijds wel jammer omdat het applaus dat je krijgt, daarvan weet je dan zeker « dat is nu voor mij » en dat geeft wel een enorme kick, maar anderzijds heb ik persoonlijk in die voorstelling zoveel gegeven van mezelf, van mijn ervaring, die toch nog niet zo groot is, dat ik mij niet in de mogelijkheid zie, nog niet, om zoiets elk jaar te doen. Want je moet toch steeds vernieuwend trachten te werken en die vernieuwing haal je volgens mij uit ervaringen. En dat moet groeien natuurlijk. Daarom vind ik het toch niet zo erg omdat ik weet dat het niet erg gunstig zou zijn voor mij om met weer zo een productie uit te pakken. Maar zoals iedereen heb ik wel graag een serieuze brok in een stuk natuurlijk. Wat niet betekent dat de kleine rollen net zo goed als de grote moeten aangepakt worden.
— En héb je zo’n rol waar je speciaal naartoe leeft ?
E.P.
: Neen, ik geloof het niet. In « Buffo » is die ene vrouwenrol die Hilde Uitterlinde deed, moeder Maria dus, verdeeld. Er zullen m.a.w. verschillende Maria’s zijn.

Referentie
Jan Draad, Erna Palsterman aan het lijntje, De Rode Vaan nr.34 van 1982

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s