Het is vandaag 185 jaar geleden dat de Schotse schrijver Walter Scott is overleden. Walter Scott is zo’n typische wereldberoemde schrijver, waarvan heden ten dage niemand nog een boek leest (tenzij in een bewerking voor de jeugd). Dat geldt dus ook voor mij. En dat zelfs als germanist! Toch durf ik dat hier open en bloot schrijven, omdat ik aan een inhaalbeweging begonnen ben. (Al moet ik meteen ook toegeven dat “The Forsyte Saga” van John Galsworthy, dat ik op dit moment aan het lezen ben, niet aanspoort om die andere zogenaamde klassiekers aan te pakken. Toch hoop ik vol te houden, want ik ben een grote verdediger van de zogenaamde “canon” tegenover de nieuwlichterij van de postmodernisten, die ons hebben opgezadeld met “political correctness”!)

Scott werd geboren als zoon van een advocaat. Op tweejarige leeftijd overleefde hij polio, maar bleef daardoor wel de rest van zijn leven verlamd aan het rechterbeen. Hij werd aanvankelijk voor een belangrijk deel opgevoed door zijn tante Jenny, die met hem meereisde naar diverse kuuroorden en hem ook belangstelling bijbracht voor oude Schotse verhalen en balladen. Na een privé-opleiding begon Scott in 1783, op 12-jarige leeftijd met een klassieke studie aan de Universiteit van Edinburgh. Aansluitend studeerde hij rechten en begon in 1792, net als zijn vader, een loopbaan in de advocatuur.
Na een aantal niet beantwoorde liefdes, die hem zijn leven lang niet meer zouden loslaten, huwde hij in 1797 met Charlotte Mary Carpenter, de dochter van een Frans refugé. Hij werd in 1799 sheriff van Selkirkshire en later griffier van de hoogste Schotse rechtbank, posten die hij tot het einde van zijn leven zou bekleden.
Scotts eerste literaire activiteiten betroffen vertalingen uit het Duits, onder andere Götz von Berlichingen van Goethe (1799). Zijn eerste succes had hij met poëtisch werk, met name met zijn driedelige The Minstrelsy of the Scottish Border (1802-1803) – een verzameling historische balladen – en de lange gedichten The Lay of the Last Minstrel (1805), Marmion (1808), Rokeby (1813) en The lord of the isles (1815), alle over historische Schotse gebeurtenissen.
Met het verschijnen van The Lady of the Lake (1809), een geromantiseerd verhaal over de ontmoeting van koning James V met de dochter van zijn vijand Ellen Douglas, begon zijn roem als romanschrijver en verhalenverteller. Deze roem steeg tot grote hoogten met het verschijnen van een lange reeks historische romans, die in twee categorieën verdeeld kunnen worden: op de eerste plaats de romans die zich bezighouden met de Schotse geschiedenis, door Scott Tales of my Landlord genaamd; hieronder vallen onder andere The Heart of Midlothian (1818, het verhaal van de valselijk van kindermoord beschuldigde Effie Deans tegen de achtergrond van de Porteous-oproer van 1736), en The Bride of Lammermoor (1819, het tragische liefdesverhaal van Lucy Ashton en de vijand van haar familie Edgar Ravenswood). Op de tweede plaats schreef hij een groot aantal romans die ontleend zijn aan de Engelse en continentale geschiedenis, de Waverley-romans genaamd, waarvan Ivanhoe (1820), Kenilworth (1821) en Quentin Durward (1823) het meest bekend zijn.
In 1826 kreeg Scott te maken met een grote financiële schuld, ontstaan na het bankroet van de uitgeverij Ballantyne, waarvoor hij mede aansprakelijk was. Dit leidde tot een steeds snellere productie, waaronder de kwaliteit van zijn latere romans nadrukkelijk te lijden had. Er wordt wel gezegd dat zijn grote literaire productie aan het einde van zijn leven zijn dood mede heeft bespoedigd. Na zijn dood konden zijn erfgenamen evenwel zijn schuld volledig delgen met de verkoop van zijn auteursrechten.
Scott werd reeds tijdens zijn leven gezien als een der grootste schrijvers uit de wereldliteratuur. Hij heeft grote invloed gehad op latere literaire grootheden als Victor Hugo, Alexandre Dumas père, Aleksandr Poesjkin, Lev Tolstoj, Alessandro Manzoni en Hendrik Conscience. Naar hedendaagse maatstaven worden zijn romans vaak als te lang ervaren, met te veel zijpaden en wel erg conventionele, vaak aangeplakte eindes. Er is weinig aandacht voor suggestieve en psychologische aspecten. Ondanks de romantische context waarin hij zijn helden plaatst accepteert hij de mensen zoals ze zijn, zonder veel ontwikkeling. Zijn werken kenmerken zich daarentegen nog steeds door veel beweging en pathos. Scott is een rasverteller en met name ook in bewerkingen voor de jeugd en als basis voor verfilmingen hebben veel van zijn boeken de tand des tijds tot op de dag van vandaag weten te doorstaan. (Wikipedia)

Een gedachte over “Walter Scott (1771-1832)

  1. Buiten Ivanhoe kende ik niks van hem en dan nog meer door het tv-feuilleton dan door het boek. Dat is nu eenmaal het lot van schrijvers die de tand des tijds niet kunnen doorstaan. Wie van de hedendaagse jeugd kent nog schrijvers als Stijn Streuvels, Ernest Claes, Gerard Walschap, Marnix Gijsen? Wij lazen ook de sprookjes van Grimm en Perrault. Vraag dat nog eens in een boekenwinkel, dan bekijken ze je of ge van een andere planeet komt en moet ge het bestellen.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s