Vandaag is het tachtig jaar geleden dat van John Ronald Reuel Tolkien “The Hobbit” verscheen. Het was de voorloper op zijn trilogie “The Lord of the Rings” (1955, in 1977 zou nog “The Silmarillion” volgen). Het is dus ook tachtig jaar geleden dat Middle Earth werd geschapen, een mythisch land, bevolkt door dwergen, trollen, elfen, tovenaars, mensen, enten en elfen. Er zijn reeds woordenboeken en grammatica’s van zijn verzonnen talen verschenen en zelfs een atlas van Middle Earth. Na zijn dood verzamelde zijn zoon Christopher alle nagelaten geschriften, probeersels, voorstudies en overschotjes en bond deze samen tot een achtdelige “History of Middle Earth”.

Volgens sommige biografen (Joseph Pearce, “Tolkien: man and myth”, HarperCollins 1998 b.v.) kan je het boek niet los zien van Tolkiens katholieke geloof. Het is alleszins een merkwaardig verhaal. Tolkiens moeder werd weduwe toen hij pas vier was en ondanks zwaar verzet van haar familie bekeerde zij zich tot het katholicisme en prentte haar zoontje dit geloof stevig in. Als ze dan ook nog stierf wanneer hij amper acht was en hem en zijn broer overliet aan de zorgen van een priester werd het helemaal obsessioneel. Toen hij op zijn zestiende verliefd werd b.v., mocht hij het meisje niet meer zien tot Edith zich drie jaar later eveneens tot het katholicisme bekeerde. Dan trouwden ze meteen ook. Tolkien beschouwde echter seksuele betrekkingen ook binnen het huwelijk als zondig, zodat het huwelijk al snel problematisch werd. Zijn extremisme leidde hem volgens sommigen ook in fascistische regionen, wat men ook al uit het werk probeert af te leiden.
Daniel Biltereyst (hoogleraar film- en televisiestudies) in het Gentse stadsmagazine 09 (23/6/2004): “The Lord of the Rings (…) refereert voortdurend aan oerchristelijke en oerwestelijke waarden, waardoor ik hem te reactionair vind. Wanneer Filip Dewinter het in zijn toespraken heeft over ‘wij, mannen van het westen’, verwijst hij naar één van de sleutelmomenten uit de film. Het verwondert me niet dat een conservatieve partij als het Vlaams Blok daar de mosterd haalt.”
Misschien heeft dichter John Heath Stubbs dan toch nog een beetje gelijk. Die noemde “The lord of the rings” een mengeling van Richard Wagner en Winnie the Pooh…
Tolkien las zijn werk voor in een soort van leesclub in Oxford, waarvan toen ook C.S.Lewis (1898-1963, zie de film “Shadowlands”) deel uitmaakte, die trouwens zelf “The chronicles of Narnia” heeft geschreven (die in 2005 door de Walt Disney studio’s werden verfilmd precies als antwoord op de Harry Potter- en Lord of the Rings-rage).
Lewis maakte Tolkien attent op “Een reis naar Arcturus” (1920) van David Lindsay (1876-1945) en “The Worm Ouroboros” (1922) van E.R.Eddison (1882-1945), die zich beide op een andere planeet afspelen. Die worm verwijst naar de (tijd)slang die zichzelf in de staart bijt en op die manier het cyclische van de tijd illustreert. Op het einde wekken de overwinnaars trouwens de verliezers weer tot leven omdat ook het leven van overwinnaars geen zin heeft als er geen verliezers zijn. Bovendien betreft het hier niet de gebruikelijke strijd van goed tegen kwaad, maar gewoon twee stammen van vechtersbazen die door een toeval met elkaar in de clinch liggen. Een personage (Lord Gro) dat door een vloek gedoemd is om steeds verraad te plegen en zo driemaal van kamp verandert, is juist een sympathiek figuur.
Jarenlang kon men in Vlaanderen “In de ban van de ring” enkel als animatiefilm gaan bekijken en dan nog wel van de hand van Ralph Bakshi, de vader van “Fritz the Cat”. Dat is niet helemaal verwonderlijk aangezien de technologie onvoldoende op punt stond om de diverse types die in het boek gecreëerd werden geloofwaardig weer te geven. Ondertussen kan de computer echter zelfs dinosaurussen tot leven wekken en daarom heeft de Australische regisseur Peter Jackson (van o.a. “Heavenly Creatures”) zich gewaagd aan het verfilmen van de mythen, landschappen en schepsels die Tolkien creëerde. Om de homogeniteit te behouden, heeft hij de trilogie in één stuk door verfilmd, maar het resultaat wordt slechts met mondjesmaat op ons losgelaten. Het avontuur begon in december 2001 met The Fellowship fo the Ring en werd verder gezet in december 2002 met The Two Towers. Het laatste gedeelte The Return of the King kwam op 23 december 2003 in de zalen. Dat heeft natuurlijk commerciële redenen, maar anderzijds is het fysiek inderdaad niet doenbaar om de hele trilogie in één ruk door te zitten.
Er circuleert ook nog een cowboyverhaal (weliswaar gelanceerd door Paul McCartney zelf) dat niemand minder dan The Beatles in de jaren zestig plannen hadden om dit titanenwerk te verfilmen. Ze hadden zelfs al een rolverdeling: Paul als Frodo, John Lennon als de slechte Gollem, George Harrison als tovenaar Gandalf en Ringo als Frodo’s vriend Sam. Als regisseur zou John Lennon, die – nog steeds volgens Paul – de initiatiefnemer was van het plan, Stanley Kubrick aangezocht hebben, maar ook die is ondertussen overleden, zodat hij het verhaal niet meer kan bevestigen of ontkennen. Volgens Paul is het plan uiteindelijk niet gerealiseerd omdat auteur Tolkien van zijn kant het niet zag zitten dat zijn geesteskind “door vier langharige poedels om zeep zou worden geholpen…”
Hoe vreemd ook, toch is dit verhaal niet zo ongeloofwaardig als het op het eerste gezicht lijkt. The Beatles waren onder andere met de animatiefilm “Yellow submarine” typische vertegenwoordigers van de hippiecultuur, wat natuurlijk een bij uitstek romantisch verschijnsel is. En wat hebben we destijds op de schoolbanken over de romantiek geleerd? Jawel, dat het een vlucht is uit de werkelijkheid. En of dat nu Pepperland is of het Neverland van Peter Pan of van Michael Jackson, dat maakt eigenlijk niks uit.
En natuurlijk is ook Tolkiens Midden-Aarde pure verbeelding, al ligt het wel aan de basis van een literair genre dat “fantasy” wordt genoemd en eigenlijk een mengeling is van fantastiek en geschiedenis. Niet toevallig doet de enscenering van Peter Jackson aan de grote Middeleeuwse oorlogen denken bijvoorbeeld, al is de band met de geschiedenis toch veel kleiner dan bijvoorbeeld in de stripverhalen van “De Rode Ridder”.
In 1992 werd reeds een heuse “Lord of the Rings”-symfonie gecreëerd, gecomponeerd door de Nederlander Johan De Meij. Ik heb die toen wel gehoord, maar sindsdien nooit meer, zodat ik me niet kan mengen in de internet-discussie over het feit of Howard Shore voor zijn filmscore bij “The Fellowship of the Ring” nu al dan niet leentjebuur heeft gespeeld bij de Nederlander, wiens compositie blijkbaar wel is doorgedrongen tot in de Verenigde Staten.
Howard Shore wordt alleszins niet onmiddellijk geassocieerd met de aan Keltische volksmuziek gelinkte New Age-muziek die inderdaad bij dit soort films past. Shore kennen we bijvoorbeeld van thrillers als “Seven” of “Silence of the Lambs”, maar ook van sfeerstukken als “Philadelphia” of “M.Butterfly”.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s