Een film waar je niet kunt naar kijken, omdat je hem te griezelig vindt, dat is niets uitzonderlijk. Maar heb je hetzelfde al eens voorgehad met een boek? Het enige boek dat ik ooit heb weggelegd omdat ik het te griezelig vond, is “Salem’s Lot” van Stephen King, die vandaag zijn zeventigste verjaardag viert.

De griezelspecialist bij uitstek is in mijn ogen dan ook ongetwijfeld Stephen King, al wil hij zichzelf niet zo noemen (Time, 27/4/1992). Afgestudeerd in de letteren (studies die hij wel zelf moest bekostigen met studentenjobs) zijn zijn grote voorbeelden William Faulkner, George Orwell, William Golding en (voor de bittere humor) Heinrich Böll. En voor de rest is er de verzameling horrorverhalen die zijn vader achterliet wanneer hij (toen Stephen vier was) “een pakje sigaretten” ging halen.
Zijn doorbraak kwam er in 1974 met “Carrie”, gevolgd in 1977 door “The Shining”, twee boeken die, zoals bijna alle latere (“Cujo”, “Christine”, “Salem’s lot”, “Misery”, “Firestarter”, “The Mist”, “Children of Corn”), ook werden verfilmd. Zelfs het autobiografische verhaal “Stand by me”, dat niet tot het horrorgenre behoort, maar dat wel mede een verklaring geeft voor Kings obsessie, werd verfilmd en wel door Rob Reiner, beter gekend als Meathead uit “All in the family”. In Humo van 1/8/1995 vertelt hij hoe King reageerde op de film: “Hij werd er zo sterk door aangegrepen dat hij na afloop niet eens met ons kon praten. Hij zei: I have to go away. Een kwartier later kwam hij terug, en toen vertelde hij ons hoezeer dat verhaal met zijn eigen leven te maken had, en hoezeer de film hem van streek had gebracht. Hij vertelde dat zijn drie vrienden van toen inmiddels al gestorven waren. Chris, de jongen die door River Phoenix werd vertolkt, was zelfs vermoord. Hij zei dat het een enorme schok was geweest om ze op het scherm opnieuw tot leven te zien komen, terwijl hij ze in het werkelijke leven nooit meer kon zien.”
In 1983 kwam het verhaal op de markt als onderdeel van Different Seasons, een bundeling van vier novelles, qua tekstlengte tussen een gewone roman en een kortverhaal schommelende werkjes. Twee van die novelles, Rita Hayworth and the Shawshank Redemption (later ook verfilmd) en The Body (allebei toch nog „zo dik” als een doordeweekse Vlaamse roman, Het verdriet van België uitgezonderd) behoren tot het beste wat King ooit heeft geproduceerd. Vreemd, en een beetje cynisch genoeg gaat het hier niet om horrorverhalen. In het gedeeltelijk autobiografische The Body laat King een schrijver, wiens eerste roman al meteen werd verfilmd en die daarna ontzettend populair werd, aan het woord over de vrienden uit zijn jeugd. Het is een nostalgisch, vaak teder soms kinderlijk baldadig, enigszins morbied jongensavontuur, waarin King op een uiterst treffende manier de leefwereld (opwinding, verdriet en bijna mythische vriendschapsbanden) van opgroeiende jongens schetst. Het verhaal: Gordon Lachante (de latere schrijver), een wat stille jongen die lijdt onder de apathie van zijn ouders die sinds de dood van zijn geliefde broer gebroken zijn, heeft drie boezemvrienden. Die dragen niet meteen de voorkeur weg van zijn ouders, omdat ze behoren tot de minder begoede en minder deftige inwoners van de buurt. Maar Gordon — Gordie voor de vrienden — ziet zijn makkers heel anders. Teddy Duchamps, een soms erg opvliegende jongen, die voortdurend wordt geplaagd omwille van zijn psychisch labiele vader, de niet al te snuggere Vern Tessio en de uit een misdadigersfamilie stammende Chris Chambers zijn misschien geen voorbeeldige tieners, maar ze hebben een gouden hart, zoveel is zeker. Sinds enkele dagen leeft de buurt onder een zekere spanning: er wordt een jongetje vermist. Maar wanneer Vern op een mooie dag onder de veranda naar zijn verloren spaarpot zoekt, hoort hij een uiterst interessant verhaal: zijn broer Billy en diens nozemvrienden hebben tijdens een joy-ride in een gestolen wagen het lijk van de vermiste jongen opgemerkt. Als ze hun opwindend verhaal aan de politie zouden vertellen, lopen ze echter de kans om wegens autodiefstal de nor ingedraaid te worden. De jongens nemen dus het zekere voor het onzekere en besluiten over het hele gebeuren hun mond te houden. Vern van zijn kant vertelt alles in geuren en kleuren aan zijn maats. De vier zullen vervolgens een trektocht ondernemen naar het lijk van de officieel nog steeds vermiste jongen. Onderweg beleven ze heel wat avonturen, maar doen ze, ondanks hun prille leeftijd, ook een boel levenservaring op…
In het rijtje Stephen King-verfilmingen zijn de flops en de mislukkingen ruim gezaaid. Telkens er een nieuwe King-film op stapel staat zijn de verwachtingen, vooral dan door King-liefhebbers, vrij hoog gespannen. Maar in de meeste gevallen draait het op een teleurstelling uit. Kings verhalen worden slechts gebruikt als een kapstok om horror- en griezeltafereeltjes aan te hangen. Kings gevoel voor humor en zijn vaak erg interessante visie op de doorsnee-Amerikaan en de Amerikaanse kuituur worden doorgaans over het hoofd gezien. De beste verfilmingen in dat opzicht zijn Dead Zone en Carrie, de meest vulgaire adaptatie tot nog toe Firestarter. Rob Reiner heeft de teneur van Kings werken duidelijk wel begrepen, en heeft zijn vrij getrouwe adaptatie ook in die richting geplooid. Jammer genoeg heeft Reiner zich zodanig uitgesloofd dat het er allemaal een beetje (duimen)dik is gaan opliggen en dat deze ode aan de vriendschap soms vrij geforceerd overkomt. Dat neemt niet weg dat Stand by Me — samen met o.a. Lollipop een populaire tune uit de periode waarin het gebeuren zich afspeelt — een erg aangename, lieve en soms aangrijpende film is geworden, die een — door de volwassen Gordon Lachance verteld — wat verrassend teneerdrukkend slot meekreeg. Stand by Me is een romantische terugblik op jong en onschuldig zijn, een film over de vluchtigheid van schijnbaar eeuwige vriendschap en over de morbiede trekjes die jong en oud al dan niet in zich verbergen. Reiner moest voor de vertolking uiteraard beroep doen op een piepjonge cast, en die brengt het er vrij goed vanaf: River Phoenix (Chris) heeft ondertussen al een vijftal films op zijn actief (w.o. The Mosquito Coast). Verder: Will Wheaton (Gordie), Corey Feldman (Teddy), Jerry O’Connell (Vern) en een opgemerkte “cameo” van Kiefer Sutherland, zoon van Donald en ongetwijfeld een beloftevol acteur, zoals de journalist van Het Nieuwsblad (ongetwijfeld Raf Butseraen) vooruitziend opmerkt.
Omdat hij bang was dat de markt oververzadigd zou worden met zijn producten, schreef Stephen King “The Running Man” onder het pseudoniem Richard Bachmann. Hij werd echter herkend aan zijn stijl en geen ontkomen aan: ook dit boek werd verfilmd (met Arnold Schwarzenegger). Ook “Thinner” schreef hij onder die naam: 25.000 exemplaren werden ervan verkocht. Toen het opnieuw werd uitgegeven als een Stephen King-boek steeg de verkoop tot 400.000…
Die dualiteit heeft King ook in een paar van zijn boeken verwerkt. Als men “Misery” met “The dark half” dan vergelijkt, worden meteen zijn grootste sterkte en zijn grootste zwakte duidelijk. Terwijl in “The dark half” een romanfiguur (onverklaard) een eigen leven gaat lijden, wordt in “Misery” een schrijver gegijzeld door een fan en zorgt alledaags huis-, tuin- en keukengerief voor de nodige horror. In het eerste geval zit King “over the top”, in het tweede toont zich de meester-verteller die hij eigenlijk toch wel is.
“Misery” werd verfilmd door Rob Reiner en is eigenlijk gebaseerd op echte ervaringen van King met sommige van zijn krankzinnige fans. Zo was er Mark Chapman b.v., de latere moordenaar van John Lennon, of ene Erik Keene, die Kings huis binnendrong en zijn vrouw Tabitha gijzelde, opdat hij samen met hem een boek zou schrijven. Hoofdvertolkster Kathy Bates hield aan de film een oscar over, wat haar filmcarrière meteen een duw gaf. Door haar zwaarlijvigheid had ze immers reeds naast “Crimes of the heart”, “Night, mother” en “Frankie and Johnny” gepakt (t.v.v. resp.Diane Keaton, Sissy Spacek en Michelle Pfeiffer), alhoewel zij die rollen reeds met succes op het toneel had vertolkt. Scenarist William Goldman had haar daar gezien en wou van geen ander weten.
Daarna kreeg Bates nogmaals een kans in een Stephen King-verfilming, namelijk het grandioze “Dolores Claiborne” (Taylor Hackford, 1994). Als je ziet, wat voor een schitterende auteur King is als hij realistische romans schrijft, zoals “Misery” of “Claiborne”, dan ga je het haast jammer vinden hoeveel mooie boeken er verloren zijn gegaan, terwijl hij zich met het schrijven van alweer een horrorverhaal onledig hield.
King is politiek gezien “a liberal”, die destijds b.v. voorop liep in manifestaties tegen de oorlog in Vietnam. Hij is ook een grote rock-fanaat en heeft daarom puur voor z’n lol een lokaal radiostation gekocht (WZON), dat in de handen van muzak-makers dreigde te vallen. Rockmuziek, vooral hard-rock, heeft trouwens altijd belangstelling gehad voor het occulte. Denken we maar aan Black Sabbath of “Hotel California“.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s