Ethan Coen (midden op de foto), één van de twee geniale Coen-broertjes (de andere is Joel), viert vandaag zijn zestigste verjaardag.

17 ethan coenIk heb de broertjes Coen nooit uit elkaar kunnen houden, maar dankzij de verhalenbundel van Ethan, die ik enkele jaren geleden heb gelezen, zal ik nu moeten proberen te onthouden dat Ethan (de jongste) de schrijver is en Joel de producer. Regisseren doen ze allebei (*). Zo kennen we hen o.a. van Raising Arizona, Fargo, Miller’s Crossing, Barton Fink, The Big Lebowski, O Brother Where Art Thou, Burn After Reading, Blood Simple, The Hudsucker Proxy, No Country For Old Men en Inside Llewyn Davis.
05 de poorten van edenWikipedia noemt hun films “postmoderne misdaadkomedies” en ook deze bundel kan grotendeels zo worden omschreven. Het begint alleszins met een typisch Coen-schlemielverhaal van een jongeman die zijn weg zoekt in het leven als bokser (wellicht is de voorpagina hierdoor geïnspireerd), maar in de ring krijgt hij net zoveel klappen als daarbuiten, als hij als hulpje van een maffioso een paar klusjes moet klaren. Het ene klusje is al wat onbenulliger dan het andere, maar voor hem loopt het steeds op hetzelfde af: hij krijgt een flink pak rammel.
Het verhaal (met als titel “Het lot”) is een beetje te kort om tot een filmscenario te worden uitgewerkt, maar de aanzet is er alvast. Dat is nog duidelijker in het vierde verhaal (over de “lullige” privé-detective Hector Berlioz) dat zelfs in scenariovorm (maar eerder voor een luisterspel dan voor een speelfilm) wordt gepresenteerd. Hier schuilt de humor vooral in de dialogen, die door Sjaak de Jong niet altijd accuraat werden vertaald, heb ik de indruk, maar ik geef het toe: het moet een hele klus geweest zijn.
Hetzelfde procédé wordt toegepast in “Johnnie Ga-Botz” en in “Onder elkaar”, waarin Ethan Coen zijn eigenzinnige versie van de fameuze paraplu-moord geeft (remember?).
Een uiterst hilarisch gangsterverhaal is ook “Cosa Minapolidan”. Een beetje een ongelukkige titel voor een hoogst vermakelijke geschiedenis van een Italiaans onderdeurtje dat een soort van Cosa Nostra van de grond probeert te krijgen in het landelijke Minneapolis.
Tussendoor is er ook nog “Het moederland” dat er een beetje uitspringt en naar ik aanneem autobiografisch is (de naam Coen zal wel een alternatieve spelling zijn voor de joodse naam Cohen), net zoals “Ik heb Phil Shapiro gedood” (vooral de passage over de zomerkampen).
En dan is er ook nog op “Er is een oude zeeman” dat op een onnavolgbare komische wijze over seks gaat. Seks speelt ook een belangrijke rol in het titelverhaal, “De poorten van Eden”, en in het slotverhaal, “Rode vleugels”, waarbij ik wel moet opmerken dat seks bij Coen altijd gepaard gaat met afgehouwen hoofden of iets dergelijks. Een psychiater zou zich misschien eens hierover moeten buigen?

(*) Alhoewel. Bij “Miller’s Crossing” (1990) b.v. is Joel de regisseur, Ethan de producer en schrijven deden ze samen. Meer zelfs, when they suffered writer’s block while writing Miller’s Crossing, they took a three week break and wrote Barton Fink (1991) a film about a writer with writer’s block. The name of Tom Regan’s residence in “Miller’s Crossing” is therefore called “The Barton Arms”. And in one of the newspapers an article reads ‘Seven Dead in Hotel Fire,’ another reference to Barton Fink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s