Als zoon van een musicus uit Metz, raakte Ambroise Thomas als kind al snel vertrouwd met de viool en de piano. Zijn muzikale opleiding begon hij in 1828 aan het Parijse Conservatoire national supérieur de musique, bij Jean-François Lesueur. Ook studeerde hij nog enige jaren in Italië (waar hij in 1832 de Prix de Rome won met zijn cantate Hermann et Ketty) en Duitsland.

Weer terug in Parijs, in 1835, wijdde hij zich volledig aan het componeren en vond in 1837 de première plaats van zijn eerste opera La Double Echelle, in de Opéra Comique te Parijs.
Omdat zijn werk redelijk ontvangen werd in the Opéra Comique, wilde hij zich nu richten op de “ernstige” opera, maar vanwege de zwaargewichten in de concurrentie, zoals Jacques Fromental Halévy, Daniel Auber en Giacomo Meyerbeer, was dat niet haalbaar, waardoor hij zich moest beperken tot de Opéra Comique en andere werkzaamheden op compositiegebied.
In 1849 had hij weer succes met zijn werk Le Caïd, en in 1850 met Le Songe d’une nuit d’été waardoor hij zich een eervolle plaats verworven had als Franse operacomponist.
In 1856 werd hij professor aan het Conservatorium, waar hij o.a. een veelbelovende leerling onderrichtte, Jules Massenet, een componist in wording, een componist van de nieuwe generatie, wiens muzikale aspiraties veelbelovend waren.
Zijn grote doorbraak bereikte in hij 1866 en 1868, met zijn werken Mignon en Hamlet, waarmee zijn naam als groot componist gevestigd was. Na als vrijwilliger in de Frans-Pruisische oorlog van 1870 meegevochten te hebben, volgde hij in 1871 Daniel Auber op, als directeur van het vermaarde Parijse Conservatoire national supérieur de musique. Deze post bekleedde hij tot zijn dood in 1896. (Wikipedia)

Verder chronologisch overzicht
In 1871 sticht Chabrier samen met o.a. Gabriel Fauré “La Société Nationale de Musique”, die vooral eigentijdse werken zal creëren. Voor vrouwen zal daar wel niet veel werkgelegenheid geweest zijn, want Fauré was van oordeel dat vrouwen, gewoon fysiek, niet in staat waren om solisten te zijn.
1872 Don Cezar de Bazan (Jules Massenet, 1842-1912)
In 1873 huwt Chabrier Marie Alice Dejean bij wie hij twee zonen heeft.
1875 Carmen (Georges Bizet)
1877 Samson et Dalila (Camille Saint-Saëns, 1835-1921).
1878 Polyeucte (Charles Gounod)
1879 Etienne Marcel (Camille Saint-Saëns)
1881 Hérodiade (Jules Massenet)
1883 Henri VIII (Camille Saint-Saëns)
1884 Manon (Jules Massenet)
Sigurd (Ernest Reyer, 1823-1909)
1885 Le Cid (Jules Massenet)
1888 Edouard Lalo schrijft “Le Roi d’Ys”
In 1889 schrijft Jules Massenet “Esclarmonde”. Musicologisch is 1889 echter vooral van belang omdat de Société des Concerts du Conservatoire het vijfde Brandenburgs concert en de Hohe Messe van Bach laat uitvoeren, waarmee deze laatste eindelijk internationale erkenning krijgt.
In 1890 was er “Ascanio” van Camille Saint-Saëns en “Salammbô” van Ernest Reyer, een jaar later gevolgd door “Le rêve” van Bruneau.
De groeiende belangstelling voor orkestrale kleur, voortgeko­men uit de romantische voorkeur voor lyrische melodieën, mondt uiteindelijk uit bij de Franse impressionisten als Claude Debussy (1862-1918). In “Prélude à l’après-midi d’un faune” (1894) herkennen we b.v. romantische erfenissen als de fantas­tiek en het exotisme. Impressionisme is eigenlijk ook een soort van realisme, maar dan een realisme, gekleurd door het subjectieve gevoel. Vandaar dat de impressionistische componisten ook wel eens als laat-romantici worden bestempeld. Als men, zoals in het geval van Debussy (“La mer”), dan ook nog eens een symfonisch gedicht gaat schrijven, dan wordt de vergelijking nog frappanter natuurlijk.
In 1894 werd de eerste Prix de Rome aan het Parijse conservatorium gewonnen door Henri Rabaud (1873-1949), een leerling van Massenet, maar sterk beïnvloed door Debussy. Massenet zelf schrijft “Thaïs”, gevolgd in 1896 door “La Navarraise” en in 1897 door “Sapho”.
1900 Charpentier schrijft de opera “Louise”.
Rond de eeuwwisseling keerde Erik Satie (1866-1925) zich af van zijn vriend Claude Debussy en waarschuwde voortaan voor het raffinement van impressionisten zoals Fauré en Debussy, maar vooral voor de dweperij met Wagner. Zo werd hij de vader van de “Groupe des Six”, die voor vernieuwing zorgde in de Franse muziek en waarvan Georges Auric, 1899-1983, de laatste overlevende zou zijn.
1901 Grisélidis (Jules Massenet)
1906 Ariane (Jules Massenet)
In 1908 krijgt Camille Saint-Saëns als eerste componist de opdracht een orkestwerk te schrijven voor een film (“L’Assassinat du Duc de Guise”), terwijl Francis Poulenc de hit “Chemins de l’amour” schrijft op tekst van Jean Anouilh en Rabaud de opera “Le premier Glaive”.
1909 Jules Massenet schrijft “Don Quichotte”.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s