Vandaag is het 45 jaar geleden dat het absolute hoogtepunt in de Vlaamse atletiekgeschiedenis plaatsvond. Drie atleten van Daring Leuven liepen in het Heizelstadion samen liefst vijf wereldrecords. MIEL PUTTEMANS verbetert de records van de 5.000 meter (13.13.0) en de 3 mijl. GASTON ROELANTS loopt de snelste tijd op de 20 kilometer en verbetert het uurrecord (20,784 km). WILLY POLLEUNIS (links op de foto achter Roelants) verbetert als haas voor Roelants dat van de 10 mijl (46’04″08). Twaalf jaar later zou ik Miel Puttemans interviewen, zij het telefonisch voor onze rubriek “aan het lijntje”…

Finale 5000 m in Mexico ’68, hetzelfde in München ’72 met daarbij nog een zilveren medaille op de 10.000 m, opgave in de finale 10.000 m in Montreal ’76 en ziek in Moskou ’80. Er zullen allicht niet veel atleten zijn in België in eender welke sporttak die dit palmares kunnen voorleggen. Aan het lijntje hangt Miel Puttemans, één van dé toonaangevende figuren van de Belgische atletiek. En wie zegt : Miel Puttemans en Olympische Spelen, die denkt ongetwijfeld terug aan de ziftingen voor de 10.000 m in München ’72 toen half wedstrijd of zowat, miljoenen kijkers er getuige van waren dat de twee koplopers, « onze » Miel en de Engelsman Bedford, een gezellig babbeltje aan het maken waren terwijl ze tegelijk het Olympische record verpulverden. En wat al die miljoenen zich nu al twaalf jaar afvragen : wat werd er daar nu precies gezegd ?
Miel Puttemans : Ja, het was duidelijk dat als we dóór liepen dat we dan het wereldrecord zouden lopen, dat wist hij ook, maar omdat je twee dagen nadien de finale moet lopen, doe je dat niet, hé. Maar ook voor mij is dat inderdaad mijn beste herinnering. Beresterk was ik dat jaar. In de reeksen van de 5.000 m heb ik toen trouwens ook het Olympische record neergehaald.
— Maar dit jaar geen Miel Puttemans naar de marathon in Los Angeles. Spijt ?
M.P. :
Min of meer. In het begin had ik namelijk alles gezet op dat uurrecord dat ik met het medische team van Francesco Moser aan het voorbereiden was. Daarom heb ik in het Belgische kampioenschap echt « gespeeld ». Van achteren naar voren, dan weer twintig, dertig meter voorop gaan lopen, me opnieuw laten afzakken tot bij Fred Vandervennet enz. Dat heb ik zo’n 27 km gedaan, maar op het laatste begint dat te wegen natuurlijk en dan kom je net iets te kort. Maar ja, ik mikte toch op dat uurrecord, voor mij was het dus een geweldige training indien ik maar meer dan een uur goed draaide. Je weet echter dat gans die voorbereiding dan in ’t water is gevallen en dan kan je je gaan afvragen of je daarover nu spijt moet hebben of niet… Ach kom, ’t is nu zo en daarmee uit.
— Toch neem ik aan dat je met meer dan gewone belangstelling de lange afstandswedstrijden zult volgen…
M.P.
: Vooral de marathon, hé. Maar je wil natuurlijk een pronostiek ? Da’s moeilijk, hoor, ik ken alle deelnemers niet met die boycot en zo. En wat de Belgen betreft zal het grote vraagteken vooral de warmte zijn, hoe gaan ze die verteren ? Karel (Lismont) die zal wel goed zijn, als er moet worden afgezien. Met Parmentier weet je nooit. In het begin van het seizoen was die niet zo goed, maar die heeft echt naar L.A. toegeleefd, dus normaal moet die wel goed zitten. En Geirnaert kan ook goed tegen de warmte. Eigenlijk moeten die mannen dus wel goed presteren. Alle drie zelfs, denk ik. Op de steeple heb je dan nog Daenens en Van Dijck die met de tijden die ze gelopen hebben, normaal recht hebben op een finaleplaats.
— En je vroegere lievelingsafstanden, de vijf en de tien kilometer ?
M.P.
: Ja, daar zie ik het minder zitten. Als het een tactische koers wordt dan kunnen Verbeeck met zijn finish en Rousseau, als die z’n conditie wat verbetert na zijn zwaar cross-seizoen, ook wel doorstoten naar de halve finales, maar van dan af zal er toch wel sneller gelopen worden, denk ik.
— Tijden lopen, juist ja, de dwang van dat minimum, keiharde competitie dus. Anderzijds heb je daarnet ook even de boycot ter sprake gebracht. Politiek met andere woorden. Twee verschillende facetten die er echter volgens mij alle twee wel toe bijdragen dat die hele geest van « verbroedering » waarin de Spelen zouden plaats vinden eigenlijk meer een mythe is dan realiteit. Wat zeg jij, Miel ?
M.P. :
Die wedstrijden dat is hard om hard, ieder voor zich, daar denk je dus inderdaad niet aan, hoor. Het is natuurlijk wel een sportieve competitie, het is geen vijandschap, maar iedereen leeft toch gespannen naar die wedstrijden toe, dat is toch normaal zeker ? Achteraf ja, dan kan het er al eens wat losser aan toe gaan. Roger De Vlaeminck die met zijn fiets van de wipplank in het zwembad duikt en zo.
— Miel Puttemans, ik zou zeggen dat je reeds een supercrack bent wat de verhouding leeftijd-prestaties betreft, maar ja, aan alles komt een eind, Seoel ’88 zal niet meer voor jou zijn ?
M.P.
: Neen, neen, ik ga trouwens nu stilaan beginnen afbouwen. Maar toch heb ik nog steeds eerst dat uurrecord als objectief. Ik begin nu opnieuw beter te draaien, want ik stond gewoon te mager, dat is alles.

In afwachting van dat uurrecord, waarvoor we nu al duimen, heb je ons al die tijd toch al prachtige momenten bezorgd met je prestaties. Waarvoor dank. Dag Miel!

Referentie
Jan Draad, Miel Puttemans aan het lijntje, De Rode Vaan nr.31 van 1984

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s