Dertig jaar geleden ondersteunde De Rode Vaan een benefietactie ten voordele van de alternatieve wijkschool De Buurt in Gent. Dat was niet helemaal verwonderlijk want dit schooltje situeerde zich in de Sleepstraat en daar was toen ook het lokaal van de Gentse afdeling van de KP gevestigd.

Schooljaar of vakantie, wie geraakt er nog wijs uit? Niet enkel de seizoenen worden onrustwekkend door elkaar gehaspeld, op een uiterst merkwaardige manier lijken die zomervakanties steeds korter te duren, zelfs in vergelijking met de jaren dat we zelf nog in korte broek rondscharrelden en ongetwijfeld toen reeds van oordeel waren dat de tijd veel te snel ging. Amper hebben we op de tram een zitplaats verworven, of alweer voelen we ons onrustig worden bij de gedachte aan de jeugdige meute die met overladen boekentassen de doorgang verspert, zodat we tussen de deuren geklemd of pas bij een volgende halte uit het gewriemel verlost raken. Ja, grote kinderliefhebbers zijn we altijd geweest. Vandaar dat we een en al oor waren voor de problemen die het Gentse methodeschooltje De Buurt teisterden. De huisvesting in de Sleepstraat (door KP’ers goed gekend, want zowel het partijsecretariaat als het Volkshuis zijn daar gevestigd) laat immers niet langer toe er op een verantwoorde wijze les te geven. Daarom gingen we praten met An Bistmans, die er vier kinderen heeft school lopen en actief betrokken is bij de actie « een huis voor De Buurt » en Gerda De Kempe, BTK-pedagoog van De Vlom, de koepel waartoe De Buurt behoort.
— De Vlom ?
Gerda De Kempe:
De Vlaamse Onafhankelijke Methodeschool, opgericht in 1984 toen bij het rationalisatie- en programmatiebesluit de methodeschooltjes erkend werden. Dat was namelijk een uitzondering op het Koninklijk Besluit dat scholen die fusioneren binnen eenzelfde agglomeratie moesten liggen. Op die manier konden er een vijftal fusies ontstaan van aparte methodescholen. Officieel zijn er dus vijf scholen, maar in de praktijk zijn het er uiteraard veel meer. Wijzelf zijn gefusioneerd met De Weide in Aalst, Wase Freinetschool in Tielrode, Speelhuis-Kortrijk, Speelhuis-Oudenaarde en de Speelschool te Antwerpen.
“We werken met projecten die vertrekken van problemen waar de kinderen mee te maken hebben”
— Een veel beproefd recept bij een interview is te beginnen bij het begin. Origineel mag het dan niet zijn, maar voor de duidelijkheid is zo’n vraag toch nooit weg.
An Bistmans:
De Buurt is ontstaan als een initiatief van een aantal pedagogen die binnen de Lodewijk de Raet-stichting met onderwijsvernieuwingen bezig waren en die in de praktijk wilden brengen. In ’73-’74 is de vzw dan gestart met een avondschooltje en atelierwerking. Vanaf ’76 is de school er in haar huidige vorm gekomen.
— Als de erkenning echter pas in 1984 is gevolgd, hoe is dat dan al die tijd in zijn werk gegaan ?
An Bistmans:
Van in de jaren zeventig waren we wel erkend door het ministerie van cultuur voor het opbouwwerk dat er gebeurde. Tenslotte is een van de belangrijke uitgangspunten van de school het werken met de ouders, inspraak, zelfbeheer eigenlijk en tevens wilde men ook andere problemen van deze wijk aanpakken. Het Struikelblokske b.v. is een onderdeel van vzw De Buurt. ln tussentijd werden wel geldige getuigschriften van lager onderwijs afgeleverd door een eigen samengestelde commissie.
— Deze wijk is inderdaad wel heel speciaal, nietwaar?
Gerda De Kempe:
Buurtgerichtheid is één van de belangrijkste principes van onze school en dat wordt gerealiseerd via projectwerking. Kinderen die hier school lopen komen bij voorkeur uit de wijk en we proberen dan ook te werken aan problemen die uit de buurt zelf komen en die ook problemen van de kinderen zijn.
An Bistmans: Het is een kansarme wijk met veel arbeiders, waaronder één vierde gastarbeiders, en ook veel bejaarden, want eigenlijk is deze buurt ontvolkt. Vroeger was dit immers een welvarende wijk, dicht bij de haven, met heel wat fabrieken. Maar de industrie is meer naar het noorden getrokken en daardoor is de wijk stilaan ontvolkt en zijn de huizen ingenomen door gastarbeiders. Er is weinig groen- en speelruimte, het is er onaangenaam wonen eigenlijk. Verkrotting, slechte huisvesting, nu ook weer een serieuze inwijking van Ghanese mensen, enz.
— Hoe weerspiegelt zich dat in de schoolbevolking?
Gerda De Kempe:
Meer dan de helft zijn wijkkinderen, maar bij de andere zijn inderdaad nogal wat kinderen van « intellectuelen » al gaat het gebruikelijke verwijt dat alternatieve scholen elitescholen zijn voor ons niet op. Die ouders hebben b.v. wel een redelijk hoog studieniveau en zijn op die manier bewust met onderwijsproblematiek bezig, maar wat inkomen betreft behoren ze zeker niet tot een « elite ». We hebben hier geen rijke ouders. Dat de ouders voor hun kinderen zouden moeten betalen is trouwens een fabeltje. Wel is het waar dat ze verzocht worden veel tijd vrij te maken. Om de veertien dagen is er b.v. oudervergadering. Maar dat wil dan ook weer niet zeggen dat ze erg verbaal moeten zijn, het goed moeten kunnen uitleggen. Dat kan immers ook in een zeer ontspannen sfeer. ’s Morgens zit het hier b.v. meestal vol met ouders en begeleiders die koffiekletsen. Eind juni houden wij een evaluatie van de begeleiders en voor de Turkse ouders is dit wel een probleem omdat ze de vragenlijsten niet kunnen invullen. Maar dan hebben wij gewoon een speciale vergadering belegd.
— Hoeveel gastarbeiderskinderen zijn er hier eigenlijk ?
An Bistmans:
Acht, dat is acht procent en daarmee komen we nog niet eens aan de limiet die we voor onszelf hadden vooropgesteld, namelijk één vierde (dus de verhouding in de wijk). Dat doen we om de integratie te bevorderen.
Gerda De Kempe: Zo hebben we hier onlangs nog een Turkse vader gehad die z’n dochtertje kwam inschrijven omdat een neefje hier ook reeds ging en die sprak, volgens de vader, veel beter Nederlands dan kinderen uit de « concentratiescholen», dus de scholen waar veel Turkse kinderen zijn. Overigens hebben we ook nog twee Indische kinderen, van politieke vluchtelingen. Dat is trouwens de aanleiding geweest voor het project « Turkse cultuur, Indische cultuur, cultuur van hier ».
An Bistmans: Dat er relatief weinig arbeiderskinderen zijn, heeft ook veel te maken met « sociale controle ». De mensen moeten zich bijna voortdurend verantwoorden waarom hun kinderen naar De Buurt gaan. Het is “vreemd„ voor hen.
Gerda De Kempe: Maar we zijn geen « speelschool ». Leren is hier wel degelijk een serieuze zaak. Eerder zouden wij spreken van « ervaringsgericht onderwijs » of misschien nog eerder van « projectonderwijs ». We vertrekken altijd van een probleem, niet van de begeleiders of van de ouders, maar van de kinderen zelf, en we zoeken dan naar een oplossing. En vaak is die oplossing een « product », b.v. brood, pantoffels, een verkoop, een tentoonstelling, en wat dat betreft is dus ook arbeid een van onze basisprincipes. De kinderen komen hier dus in realistisch contact met arbeid. Pantoffels maken b.v., dat is hard werk, hoor.
“Het intellectuele wordt niet afgeschreven, maar we leggen ook veel nadruk op emotionele, lichamelijke, affectieve en sociale vorming”
— Ik aanvaard graag de uitleg dat De Buurt geen eliteschool is, maar het aandeel van de « intellectuelen » is toch niet gering (want ook de wijkkinderen zijn niet allemaal afkomstig uit arbeidersgezinnen) en dat verbaast me des te meer als jullie zelf b.v. aangeven dat aan rekenen, lezen en schrijven slechts een halve week op drie wordt besteed!
Gerda De Kempe:
Het intellectuele wordt in De Buurt zeker niet afgeschreven. Kinderen moeten leren denken, leren kritisch kijken, leren de dingen waarnemen zoals ze zijn. Bovendien moeten de kinderen zonder problemen kunnen overstappen naar het secundaire onderwijs, want anders leggen wij een hypotheek op hun toekomst. Maar daarnaast leggen wij ook de nadruk op emotionele, lichamelijke, affectieve, sociale vorming. Veel meer dan in het « gewone » onderwijs alleszins. Daar wordt dat alles veel te veel opgeofferd aan de leerstof en aan « zwijgen en braaf zijn ». En wat dat lezen, rekenen en schrijven betreft, het voordeel van De Buurt is dat dit veel gemotiveerder gebeurt. Omdat wij uitgaan van projecten weten de kinderen waarom ze dat moeten kunnen. Jaren geleden hebben wij b.v. het project « zelf brood bakken » gehad. Nu, daarvoor moesten zij kunnen werken met breuken. Maar dan is de interesse er óók ! In een ander project moesten zij een brief schrijven naar het stadsbestuur. Dan begrijpen zij wel hoe belangrijk het is om zonder fouten te kunnen schrijven, enz.
— Terecht stel je dat je de toekomst van de kinderen niet wil hypothekeren, maar naast die basisvaardigheden wordt er in het secundair toch ook een zekere kennis van b.v. aardrijkskunde en geschiedenis vereist, hoe gaat dat dan in zijn werk?
Gerda De Kempe:
Het probleem met dat soort vakken is dat dit in het gewone onderwijs bijna zuiver op geheugenkennis berust. Wat wij doen, dat is exemplarisch leren. Als de kinderen op bosklassen gaan, dan leren zij vanalles over de bossen, over de streek waar ze naartoe gaan, over de mensen die er wonen, hoe ze werken, welke industrieën er zijn. De link met de realiteit is er weer. En ze leren niet louter feiten, maar ook hoe je die informatie kunt verzamelen en verwerken. Aan de hand van één onderwerp dat serieus wordt uitgediept, leren zij dus methodes en attitudes verwerven. En als ze dan later op reis gaan naar Frankrijk b.v., kunnen ze die dingen toepassen. Je hoeft niet alles te weten over Frankrijk (want dat vergeet je toch), maar je moet wel weten hoe je de informatie kunt opsporen.
— Volgens de persinformatie zouden de resultaten van uw leerlingen in het VSO goed zijn; welke richting slaan ze meestal in ?
Gerda De Kempe:
Oh, dat hangt van verschillende factoren af. Er volgt er één Latijn, maar er zijn er net zo goed die het beroepsonderwijs volgen.
— Maar aangezien er geen puntensysteem wordt gehanteerd, hebben de kinderen daar dan zelf enig zicht op welke richting ze aankunnen ?
Gerda De Kempe:
Ik denk dat dit hier juist makkelijker is dan in een andere school. Hier wordt daarover gepraat en zijn ze zich echt wel bewust welke voor- en nadelen een bepaalde keuze met zich meebrengt.
An Bistmans: We hebben hier inderdaad geen rapporten, maar er is wel een serieus « woordverslag » en een kind wordt wel degelijk op alle terreinen gevolgd.
“Godsdienst is een studieobject, meer niet”
— U werkt zeer bewust ook buiten de « zuilen ». U weigert b.v. te denken in termen van « confessioneel » of « niet-confessioneel », maar wat doet u op dat vlak ?
Gerda De Kempe:
Godsdienst wordt hier niet gegeven. Officieel staat dus zedenleer ingeschreven op het lessenrooster, maar wij vinden het te gek om dit te proberen vatten in lesuren. Morele opvoeding, waarden en normen aanleren, is een kwestie van dag-in, dag-uit. In dat project over de verschillende culturen kwam overigens ook de godsdienst aan bod. Ze zijn dan eens naar een mis gaan kijken, ze zijn naar de moskee geweest, Jehovah’s getuigen zijn hier komen praten (want we hebben hier een paar kinderen van Jehovah’s getuigen). Maar godsdienst is dan een studieobject; bekeren mag niet.
— En dat gebeurt in drie leefgroepen die op leeftijd gebaseerd zijn. Heeft de overgang dan plaats louter op die basis, ongeacht of men kan volgen of niet ?
Gerda De Kempe:
Zeker niet. Een kind dat manifest niet meekan, blijft gewoon een jaartje langer. Of omgekeerd, kan een kind dat heel goed is ook vroeger overstappen, als dat sociaal interessant is.
— Inspraak staat vooraan bij De Buurt, maar ik neem aan dat dit b.v. in de kleuterafdeling toch met een korreltje zout dient genomen…
Gerda De Kempe:
Zeker niet! De projectkeuze bepalen de kleinsten zelf b.v. en ook over het lokaal, bepaalde activiteiten, het schoolreglement wordt met hen besproken. Er wordt door plaatsgebrek b.v. nogal wat gevochten. Dan hebben we daar met de kinderen over gepraat en daaruit is dit jaar o.a. een vechtproject voortgekomen. Wat is plezant vechten en waar liggen de grenzen.
— En de ouders?
An Bistmans:
Je hoeft natuurlijk niet aan elke vergadering deel te nemen. Er zijn mensen die zich speciaal met de leefgroepen bezighouden, anderen meer met de financies of de huisvesting. Voor de opvang ’s middags en ’s avonds wordt een beurtrol opgesteld enz. Globaal kan men wel stellen dat alle ouders op de een of andere manier meewerken. Er zijn weinig ouders die we « niet kennen ». Het is wel iets waarvoor je voortdurend aandacht moet hebben, opdat mensen niet vroegtijdig zouden afhaken, maar ik geloof dal we daar redelijk goed in slagen.
In het Belgische onderwijs bekleden de methodescholen — waaronder De Buurt — een unieke plaats, zij behoren immers tot geen enkele « zuil » (gemeentelijk, provinciaal, rijks- of katholiek onderwijs). De prijs die voor die vrijheid betaald wordt is echter hoog. Niet behoren tot een zuil betekent immers dat er geen kapitaalskrachtige inrichtende macht is die kan bijpassen wat de werkingstoelagen niet dekken. Voortdurend worden dus allerlei acties gevoerd om de werking van de school te helpen financieren, moet streng gebudgetteerd worden en haalt men heksentoeren uit om de schooladministratie en het onderhoud te verzekeren.
Daarnaast is de huisvesting van De Buurt al jaren een zorgenkind. De school werkt in een huurhuis — Sleepstraat 103, Gent — dat enerzijds te weinig binnen- en buitenruimte biedt aan 80 kinderen en anderzijds in slechte staat verkeert. Heel wat inzet van ouders en begeleiders gaat naar herstellen en opknappen van het huis, maar het lijkt geld en energie stoppen in een bodemloos vat. Deze situatie is op termijn niet houdbaar. Daarom zet De Buurt een grootscheepse actie op touw om z’n huisvesting te verbeteren. Men wil een eigen huis dat voldoet aan de behoeften of eraan kan aangepast worden. Maar dat kost geld! De actie, die gedragen wordt door heel de school, heeft als hoogtepunten : een kunsthappening in De Buurt op 19 september 1987 en een grote happening met optredens, stunts, fuif… op 26 september in de Vooruit.
Inkomsten worden ook verwacht op basis van de ruime verkoop van off-set drukken van een tekening van Jan Burssens, postkaarten naar foto’s van Michiel Hendryckx, verkoop van geschonken kunstwerken, e.d. Wie wil, kan een bijdrage storten op rek. nr. 390-0165314-81 van De Buurt, Sleepstraat 103, 9000 Gent, 091/23.02.66.
En voor wie wel geïnteresseerd is in alternatieve scholen, maar b.v. eerder in de buurt van Aalst woont, geven wij ook nog eens het contactadres van De Weide: An Coppens, Kleine Steenweg 34, 9410 Erpe, 053/77.09.92.

Referentie
Ronny De Schepper, “Alternatieve scholen zijn niet noodzakelijk elitescholen”, De Rode Vaan nr.33 van 1987

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.