Vandaag is het ook al negentig jaar geleden dat dansfenomeen Isadora Duncan op een bizarre wijze om het leven kwam. Toen ze in Nice met iemand in een open Amilcar wilde wegrijden, raakte het uiteinde van haar rode zijden sjaal, die ze om haar hals droeg, in één van de spaakwielen verstrikt. Ze werd uit de auto getrokken en enkele meters meegesleurd. Door de plotselinge ruk, brak haar nek. Ik heb dit gezien in de film over haar leven uit 1968 (geregisseerd door Karel Reisz verfilmd en met Vanessa Redgrave in de hoofdrol) en sindsdien moet ik bij het horen van “The ballad of Lucy Jordan” van Marianne Faithfull – en dat is heel vaak want het is één van de lievelingsnummers van mijn vrouw – altijd aan haar denken (“At the age of 37 she realized she’d never ride through Paris in a sportscar with the warm wind in her hair“). Ik weet het, het is een onzinnige gedachtensprong, maar het is nu eenmaal niet anders (*)…

Isadora Duncan werd geboren in San Francisco op 26 mei 1877. Als kind al wees ze het klassieke ballet af. Ze ontwikkelde een eigen stijl, en zette als eerste klassieke muziek die niet bedoeld was om op te dansen toch om in dans. Ze trad voor het eerst op in Chicago en New York, maar haar grote doorbraak kwam in Europa. De Ierse immigrantenfamilie waaruit Duncan geboren werd, keerde immers in 1899 met hun twee dochters en twee zonen naar Europa terug.
Nadat de ouders gescheiden waren, groeiden de kinderen bij hun moeder op die als muzieklerares de eindjes aan elkaar probeerde te knopen. Duncan geloofde niet in het huwelijk en was een voorvechtster van de vrouwenemancipatie. Zowel in haar beroepsleven als gezinsleven, hield Duncan geen rekening met de mores van haar tijd. Ze was openlijk biseksueel en zal drie kinderen baren, maar telkens buiten het huwelijk.
In Londen bezocht Isadora het British Museum en maakte er kennis met de kunst en cultuur van de Grieken. In 1903-1904 bezocht ze Griekenland. De schoonheid van de eenvoud, de harmonie en de natuur inspireerden haar sterk. Dit bracht een creatief proces op gang, waarbij haar bovengenoemde inspiratiebronnen tot een heel bijzondere dansstijl wist te verwerken.
Zij gebruikte simpele en natuurlijke bewegingselementen, zoals lopen en opspringende bewegingen. Ook het armgebruik was vloeiend en natuurlijk. Heel kenmerkend was ook het dansen op blote voeten, wat in die tijd erg ongewoon was. Bovendien deed Duncan afstand van het dragen van het nog altijd gebruikelijke korset. De Griekse inspiratiebron weerspiegelde zich in de kleding, die bestond uit een lang, soepel Grieks gewaad.
In 1904 stichtte ze samen met haar zuster Elisabeth Duncanon een dansinternaat bij Berlijn. Ze werd verliefd op de Britse toneelspeler en toneelregisseur Gordon Craig, met wie ze in 1906 haar dochter Deirdre kreeg.
In januari 1906 werd Isidora Duncan door de Duitse regering verboden nog verder op te treden in Duitsland. Het zal dan ook niet Duitsland, maar wel aartsvijand Frankrijk zijn dat aan de wieg stond van het moderne ballet. (Isidora heeft overigens een zestal van haar danseressen wettelijk als dochter geadopteerd)
Vanaf 1909 had ze dus haar eigen dansschool in Parijs. Van 1910 tot 1913 had ze een relatie met Paris Singer, een van de zonen van naaimachinemagnaat Isaac Singer, met wie ze in 1911 haar zoon Patrick kreeg. Op 19 april 1913 kwamen beide kinderen om in een ongeval. De kinderen waren op weg naar huis met hun nanny, toen de bestuurder van de auto deze tot stilstand bracht om een botsing met een andere auto te voorkomen. Hij stapte uit om de motor weer in gang te krijgen, maar vergat de handrem aan te trekken. De auto rolde de Seine in. De kinderen en het kindermeisje kwamen om door verdrinking.
Na het ongeval bracht Duncan een paar maanden door in Corfu met haar broer en zus, waarna ze zich naar de badplaats Viareggio begaf samen met de actrice Eleonora Duse. Duse kwam net uit een relatie met de rebelse feministische Lina Poletti. Er waren speculaties over de relatie van Duncan en Duse, maar toch smeekte Isadora de jonge Italiaanse beeldhouwer Romano Romanelli om met haar te slapen omdat ze opnieuw wenste zwanger te worden na de dood van haar kinderen. Zij gaf het leven aan een zoon, die echter slechts een paar uren kon overleven.
In 1922 kondigt Isadora Duncan haar voorkeur voor het communisme aan door met een rode sjaal te zwaaien en haar borst te ontbloten op het podium in Boston. “Dit is rood en zo ben ik ook,” zou ze geroepen hebben. Ze werd echter weggehoond en mocht “wegens losbandig gedrag” niet meer optreden in de Verenigde Staten.
Datzelfde jaar ging de dan 44-jarige Duncan dan maar naar Moskou om er zowaar met de 26-jarige Russische dichter Sergej Jesenin te trouwen. Jesenin was een geliefd en succesvol dichter in Rusland, maar zijn liefde voor alcohol was groot en hij had een slechte dronk. Tijdens tournees maakte hij ruzie met zijn vrouw en hij sloeg haar ook. In 1923 keerde hij alleen terug naar de Sovjet-Unie, waar hij in een psychiatrische inrichting werd opgenomen. Toen hij eind 1925 tijdens de kerstdagen tijdelijk verlof had, hing hij zichzelf op in een hotel. Twee jaar later kwam, zoals in de inleiding geschetst, ook Isadora om in tragische omstandigheden.

Ronny DE SCHEPPER

Referentie
Betty Mellaerts, Isadora Duncan, danseres en rebel, Standaard der Letteren 21 mei 1994

(*) Tot mijn stomme verbazing maakt deze scène ook deel uit van de ontknoping van de VTM-serie uit 2012, “Clan”.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s