Het is vandaag precies 150 jaar geleden dat de Franse dichter Charles Baudelaire is overleden aan de gevolgen van syfilis.

Charles Baudelaire werd geboren in Parijs op 9 april 1821 als zoon van een uitgetreden priester. Hij was reeds toonaangevend op 25-jarige leeftijd, toen hij “kunst om de kunst” voorstond, die in alles afweek van de natuur. Vandaar zijn afkeer van populaire, “realistische” schilders als Horace Vernet: “Ik haat deze man omdat zijn schilderijen met schilderen niets van doen hebben, maar een behendig en veelvuldig masturberen zijn, een irritatie van de Franse opperhuid.”
Zijn bekendste werk, “Les Fleurs du Mal”, bestaat uit 126 gedichten, geschreven over een periode van 20 jaar. Sex & drugs & alcohol waren er zowel de inspiratie van als de oorzaak dat het zo lang in beslag heeft genomen (zes gedichten werden overigens pas in 1949 gepubliceerd omdat ze destijds verboden waren).
Baudelaire is dan ook het type van de poète maudit, al is dat wat zijn literaire arbeid betreft niet helemaal waar: hij schreef niet in een roestoestand, integendeel hij werkte heel nauwgezet, al was het maar omdat het sonnet zijn geliefkoosde dichtvorm was.
Baudelaire was door zijn levenswijze wel zo goed als impotent (hij is gestorven aan syfilis op 31 augustus 1867) en daarom op SM aangewezen om aan zijn trekken te komen: “vrouw, die me aan een borst brengt,/slaat./Opdat ik eindelijk zou kunnen willen” heet het in de dichtbundel “Witte bloemen” die Peter Verhelst over deze passage in zijn leven schreef. En vrouwen als Sara La Louchette en Jeanne Duval waren maar al te gretig bereid om dat te doen. Of juist niet? Want deze twee dametjes hielden de zot met hem. Anderzijds idealiseerde hij Madame Sabatier en vooral Marie Daubrun. Wet van Murphy: op de plaats waar zijn ouderlijk huis heeft gestaan, staat nu een bordeel voor lesbiennes…
Naast “Les fleurs du mal” publiceerde Baudelaire “Les paradis artificiels”, een essai over opium, hasjies en andere verdovende middelen die populair waren in 1860. Deze “poésie affective” ziet Guy Michaud, auteur van “Message poétique du symbolisme” (1947), via Verlaine uiteindelijk uitmonden bij het decadentisme van Proust, terwijl hij hem door zijn “poésie intellectuelle” via Mallarmé een voorloper van het symbolisme noemt met invloed op Moréas, Maeterlinck en de Regnier.
Met “Petits poêmes en prose” in 1869 echter kan hij de vader van de moderne poëzie kan worden genoemd, want deze “poésie fantastique” gaat via Rimbaud over Jammes, Verhaeren en Claudel tot bij het surrealisme van Apollinaire.
Maar de voornaamste invloed van Baudelaire is misschien nog dat hij de Amerikaan Edgar Allan Poe (1809-1849) op het vasteland heeft geïntroduceerd.
Waarvoor Baudelaire alvast niet zal worden herinnerd is voor “Pauvre Belgique” dat pas in 1975 werd uitgegeven en dan nog meteen in het Nederlands (als “Arm België”) door Nederlanders die het fenomeen van de Belgenmoppen nog wat wilden aanzwengelen en in hun haast tal van geografische en taalkundige fouten maken (Yperen i.p.v. Ieper b.v.). Baudelaire zelf hield het immers enkel bij wat aantekeningen bij zijn verblijf in Brussel (1864) en ook zijn Franse uitgevers achtten het niet nodig om deze krabbels in zijn “Oeuvres complètes” op te nemen. De reden voor Baudelaires rancunes blijkt overigens vooral geldnood te zijn. Zowel zijn pogingen om hier voordrachten te geven (tegen betaling uiteraard) als om hier uitgegeven te geraken, mislukten immers. Vandaar allicht zijn kwalifikatie van de Belgen als zijnde gierig. Dat ze ook nog lelijk en vies zijn, dat zullen we maar op rekening van zijn woede schrijven en dat ze impotent zijn, klinkt uit zijn mond natuurlijk helemààl wrang. Dat ze ziekelijk preuts en corrupt zijn daarentegen, in die observatie kan ik toch wel inkomen.
Baudelaire was hier zijn uitgever Auguste Poulet-Malassis achterna gereisd, die op de vlucht was voor het Franse gerecht wegens het uitgeven van “obscene publicaties”. Nu is het zeker waar dat mijnheer Poulet-Malassis een gezonde belangstelling had voor al wat reilt en zeilt onder de gordel, maar misschien was het feit dat hij ook verboden politieke werken uitgaf toch doorslaggevender! Nochtans was Poulet-Malassis in de eerste plaats noch een seksmaniak en evenmin een rebel, hij was echter een boekenliefhebber en daarom spraken verboden werken hem zo aan. Omgekeerd had hij wel een hekel aan bibliofielen die te ver gingen in hun passie. Zo is hij er de oorzaak van dat men lange tijd vruchteloos heeft gezocht naar een bundel van Baudelaire, “Amoenitates”, die zogezegd slechts op tien exemplaren zou gedrukt zijn. Later heeft hij toegegeven dat het een puur verzinsel was, louter en alleen om de Belgische super-collectionneur, burggraaf de Spoelberch de Lovenjoul, radeloos te maken!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s