Morgen zal het 385 jaar geleden zijn dat de Engelse filosoof John Locke werd geboren. Hij leeft nu nog vooral voort als de naam voor één van de hoofdfiguren van de waanzinnige televisieserie “Lost”, maar ooit, ooit klonk zijn naam als een klok…

Ik ben helemaal geen bolleboos ben wat filosofie aangaat. Daarvoor kan ik nog het best verwijzen naar de cursus van prof.Boehm, die ik een jaar heb gevolgd. Dat was toen wel “tweede keus”, want oorspronkelijk opteerde ik voor het vak “literaire sociologie” van prof.Bolckmans. Toen dat echter te moeilijk bleek, schakelde ik rond nieuwjaar over naar prof.Boehm, omdat die de reputatie had niet te buizen.
En dat bleek ook zo te zijn, al heb ik goed mijn best gedaan om een uitzondering op de regel te worden. Ik kan echter wel verzachtende omstandigheden inroepen. Eerst en vooral begréép ik die mens gewoonweg niet. Letterlijk dan. Zijn met Duits doorspekt Nederlands was nog moeilijker te verstaan dan dat van Jean-Marie Pfaff.
En op een tweede niveau begreep ik, zoals gezegd, van heel dat filosofisch gedoe geen bal. Bovendien gaf prof.Boehm geen cursus uit en dus had ik mij een zogenaamde “studentencursus” aangeschaft, die echter helemaal niks te maken bleek te hebben met wat Boehm in zijn lessen vertelde.
Op de koop toe was ik de nacht voor het mondelinge examen doodziek. Van zwanworstjes te eten (sindsdien heb ik er geen enkel meer aangeraakt). Ik besloot het dus maar “hard te spelen”. Waar iedereen voor zo’n mondeling examen z’n beste pak aantrok (voor andere proffen deed ik dat ook), zocht ik mijn vuilste jeans uit. En we moesten ook een “filosofisch boek” meebrengen. Dus sprong ik vlak vóór het examen binnen bij de maoïsten op de Blandijnberg om daar een boekje van Mao te ontlenen.
De list lùkte. Boehm lachte zich te pletter toen ik het hem voorlegde. Ik kon er echter minder om lachen want ik werd verzocht een vergelijking te maken tussen de ideeën van Mao Tse Tung (nu Mao Zedong gespeld) en… de Engelse filosoof John Locke. Begin er maar aan!
Uiteraard bracht ik er niets van terecht. Dus maakte Boehm maar zélf die vergelijking. Af en toe liet hij een stilte vallen, waarop ik dan verondersteld werd in te pikken, maar zoals gezegd begreep ik amper wat hij zei, laat staan dat ik over het onderwerp ook nog een zinnig woord zou kunnen uitbrengen.
Maar prof.Boehm bleef zijn reputatie getrouw: hij buisde mij niet. Ik kreeg zelfs nog een zeer geflatteerde 13. Ik dacht dat ik het allemaal te danken had aan mijn geslaagde Mao-truuk, maar later hoorde ik een heel ander verhaal.
In ons jaar zat een meisje dat zowat door iedereen werd begeerd. Ikzelf was zeer goed bevriend met haar, maar ondanks een paar zeer intieme ontmoetingen, was er toch nooit iets van gekomen. Ik zal het maar toegeven: ik was nog maagd op dat moment en de schrik zat er dus nog een beetje in. Dat was echter niet de “perceptie” door de buitenwereld, om een woord te gebruiken dat nu heel populair is maar dat wij destijds zeker nooit zouden hebben gebruikt. Aangezien wij vaak samen in de les zaten, werden wij door sommige medestudenten aanzien als een koppel. Dat was ook het geval in de lessen van Boehm, die in het kleine auditorium D plaats hadden, zodat Boehm dat zelf ook moet hebben gezien. En later hoor ik dus dat hij verschrikkelijk verliefd was op dat meisje. En dàt zou mij – volgens sommigen – die 13 hebben bezorgd. Zo een beetje om het pad te effenen…
Maar goed we zijn hier niet om over seks te klappen (alhoewel) en daarom volgen hier mijn notities over John Locke die ik heb gemaakt tijdens de lessen van prof.Vermeersch.
John Locke (de filosoof dan, niet het personage uit de serie “Lost” dat nochtans ongetwijfeld naar hem is genoemd) staat bekend als empirist, maar dat is niet zo, evenmin als dit het geval zou zijn bij zijn voorloper, Francis Bacon, of zijn navolger, Berkeley Hume. Al is Locke wel de meest “empirische” van het drietal Locke, Spinoza en Descartes. Hij was echter net als Spinoza ook een “intuïtionist”, zodat Descartes als de meest rationalistische mag gelden.
Merkwaardig is ook dat er veel biografische parallellen te trekken zijn tussen deze drie filosofen:
– ze hebben geen academische loopbaan uitgebouwd (wat natuurlijk niet wil zeggen dat het domoren waren; Locke b.v. was zowel rechtsgeleerde als medicus als wis- en scheikundige en moraalfilosoof);
– ze bleven alle drie ongehuwd;
– ze waren ziekelijk van aard;
– hun erkenning was eigenlijk het resultaat van vijandschap;
– alle drie hebben ze hun toevlucht gezocht in de Verenigde Nederlanden, op dat moment het meest vrije en burgerlijk ontwikkelde land (Locke werkte met name als publicist bij Willem III van Oranje);
– zij konden slechts invloed uitoefenen omdat de vragen waarmee zij zich bezig hielden, ook bij de andere mensen leefden. Dat wil daarom echter niet zeggen dat de antwoorden in dezelfde lijn lagen.
John Locke is de grondlegger van het politieke liberalisme. Het principe daarvan is dat de soevereiniteit (de grondslag van de macht) ligt bij het volk. Het volk kiest m.a.w. zijn leiders en zet deze ook af bij machtsmisbruik.
Hij gaat ook uit van de “natuurtoestand” waarbij alle mensen vrij zijn en gelijk. Er zijn m.a.w. geen gepriviligieerde klassen.
Het is de taak van de staat die vrijheid en gelijkheid te garanderen.
Iedere mens heeft ook recht op geluk.
De toestand ten tijde van Locke was echter dat staatsmacht leidde tot tirannie. Die macht moest dus worden beperkt en wel door: (1) de grondwet; (2) verkiezingen door het volk; (3) scheiding van de machten in de uitvoerende, de wetgevende en de juridische macht; (4) vrijheid van meningsuiting.
Concreet leidde dit o.m. tot de afschaffing van het gebruik van foltering als rechtsmiddel. Een gevangenisstraf wordt voortaan gezien als een voorbereiding om opnieuw in de maatschappij te integreren.
Deze principes werden voor het eerst gerealiseerd bij de onafhankelijkheidsverklaring van de Verenigde Staten van Amerika (1776) en daarna door de Franse Revolutie (1789).
Tegenover het politieke liberalisme van John Locke staat het economische liberalisme van Adam Smith. Diens theorie kan men als volgt samenvatten: door de struggle for life tussen de individuen ontstaat the wealth of nation (een eufemisme voor the survival of the fittest). In concreto komt dit neer op onbeperkte concurrentie. De “vrijheid” van Adam Smith is dus de vrijheid om zijn medemens dood te concurreren.
De bekendste werken van Locke:
Letters concerning toleration (1689, 1690, 1692);
Essay concerning human understanding (1690): beste manier om met zijn ideeën kennis te maken (eenvoudige taal, aangenaam om lezen);
The Reasonableness of Christianity, as Delivered in the Scriptures (1695): een pleidooi voor het christendom als “meest redelijke” godsdienst.
Two treatises of government (1690)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s