Het is vandaag ook al veertig jaar geleden dat Groucho Marx is overleden. Zijn in memoriam was één van de eerste artikels die ik voor De Rode Vaan heb geschreven.

Margaret Dumont, de actrice die model stond voor Hergé’s Bianca Castafiori en die zich gedurende jaren de “liefdesbetuigingen” van Julius Henry Marx, beter bekend als Groucho (1895-1977), moest laten welgevallen, vertelt over haar eerste optreden met de Marx Brothers: “Ik stond achter het doek te wachten op mijn cue (passage in de tekst waaraan een acteur weet dat hij moet opkomen, RDS) maar stelde vast dat de Marx Brothers al lang het oorspronkelijke scenario verlaten hadden en volop aan het improviseren waren. Toen ik daar zo een tijdje gestaan had, ging ik gewoon het toneel op en wachtte af wat er zou gebeuren. Chico en Harpo waren uit hun lood geslagen en maakten dat ze snel weer weg waren. Groucho daarentegen bekeek mij even en zij dan: ‘Ah, mevrouw Rittenhouse, wil je niet wat gaan liggen?’
In deze kleine anekdote zitten heel wat elementen die essentieel zijn voor een benadering van de Marx Brothers in het algemeen en van Groucho in het bijzonder. Zo onder meer dat zij begonnen zijn in ‘vaudeville’ en dat zij deze stijl ook gehandhaafd hebben, wanneer zij later films zouden maken. Die stijl was afgeleid (wellicht onbewust) van de beroemde Italiaanse Commedia dell’Arte: improvisatie gebaseerd op bepaalde types.
Zo had je Chico (eigenlijk Leonard, 1891-1961), de slungel met het petje die praatte met een Italiaans accent en piano speelde met één vinger – wat hem niet belette op die manier ooit een orkest te leiden.
Dan was er Harpo (Adolph Arthur, 1894-1964), de stomme pantomime met de enorme krullenpruik, die praat via een autotoeter, blondjes najaagt en (overigens wél briljant) harp speelt.
En dan is er Groucho met de valse snor, het typische brilletje, de enorme sigaar en de rare manier van lopen.
Als vierde man had je eerst nog Gummo (Milton), die echter reeds gestopt was nog voor er films gedraaid werden (hij begon een artiestenbureau) en daarom vervangen werd door Zeppo (Herbert), de lover boy die af en toe een nummertje kweelde, maar er na vijf films al uit stapte om in zaken te gaan.
Je kan uit de anekdote ook afleiden dat Groucho de spiritueelste was van de vijf en op die manier had hij ook het grootste aandeel in het scenario van de films – voor zover er daar sprake van was natuurlijk.
Toch had ook hij zijn broers nodig om te schitteren: na 1948 (“Copacabana” van Alfred E.Green, waarin hij de impressario speelt van Carmen Miranda) heeft hij nog in drie films solo gespeeld en allemaal flopten ze. Wat niet belette dat hij nog steeds erg populair is gebleven, vooral dan via de knotsgekke TV-kwis “You Bet Your Life”.
Tenslotte kun je uit die anekdote ook zijn speciale soort absurde humor afleiden, meestal met een nogal pikante ondertoon (alweer een overblijfsel van vaudeville). Zijn fameuze oneliner “Ik zou zeker geen lid willen worden van een club die mij als lid zou aanvaarden” is genoegzaam bekend en ook: “Ik hou er niet van dat Junior de spoorlijn moet oversteken om naar school te gaan. Om eerlijk te zijn: ik hou niet van Junior.” En even recht voor de raap is ook deze: “Als je 83 bent, krijgt psycho-analyse hem ook niet meer omhoog. Dus waar is het goed voor?”
Toen Warner Brothers hem een proces wou aandoen omdat de titel van de film “A night in Casablanca” die ze hadden gemaakt voor MGM teveel leek op de beroemde “Casablanca” van Warner (met Humphrey Bogart en Ingrid Bergman), antwoordde Groucho dat hij Warner Brothers een proces zou aandoen omdat Warner Brothers te veel leek op Marx Brothers…
Kortom, de ideologie van de Marx-films kunnen we het beste samenvatten met de woorden van Arthur Mayer: “Hun films geven gestalte aan de anarchie waar Chaplin naar verlangde. Hij zou gelukkiger geweest zijn in hùn wereld dan in die waarheen een andere Marx hem wenkte.”
Of Chaplin het daarmee eens zou geweest zijn, is weer een andere zaak natuurlijk…

Referentie
Ronny De Schepper, “Mijn beste optreden was die keer dat ik op het graf van Hitler heb gedanst”, De Rode Vaan, 1 september 1977

Filmografie: The Cocoanuts (Robert Florey, 1929), Animal Crackers (1930), Monkey Business (Norman Z.McLeod, 1931), Horse Feathers (idem, 1932), Duck Soup (Leo McCarey, 1933), A Night at the Opera (Sam Wood, 1935), A Day at the Races (idem, 1937), Room Service (1938), At the Circus (Edward Buzzell, 1939), Go West (idem, 1941), The Big Store (1941), A Night in Casablanca (1946), Love happy (David Miller, 1949)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s