De Amerikaanse acteur Dustin Hoffman wordt vandaag tachtig jaar…

Hij werd geboren in Los Angeles, men zou dus kunnen zeggen dat hij “in de wieg gelegd” was om acteur te worden, maar zijn ambitie was vreemd genoeg om concertpianist te worden. Daarom ging hij na zijn middelbareschooltijd studeren aan het Los Angeles Conservatory of Music, maar hij haakte vroegtijdig af. Vervolgens studeerde hij een jaar aan het Santa Monica City College, maar ook daar stopte hij vanwege weinig bemoedigende resultaten. Dat jaar echter volgde hij een acteercursus, omdat hem was verteld dat “niemand acteren kan verprutsen”. Hij speelde twee jaar in het Pasadena Playhouse met collega-acteur Gene Hackman, die ook een tijdje zijn kamergenoot was.
Vervolgens verhuisde hij naar New York, waar hij een periode van 12 ambachten en 13 ongelukken had, inclusief een incidentele rol in een televisieprogramma. Om in zijn levensonderhoud te voorzien was hij een poosje leraar. In 1961 kreeg hij een rol in een Broadway-productie. Daarna verliet hij het acteren weer een poosje, studeerde samen met Lee Strasberg en werd een overtuigd method actor. Pas in 1967 maakt hij zijn filmdebuut in The Tiger Makes Out.
In datzelfde jaar vestigde hij echter zijn naam met The Graduate, waarin hij overtuigend een afstuderende student speelde, hoewel hij bijna dertig jaar was (zie bovenstaande foto). De film van Mike Nichols met Anne Bancroft in de vrouwelijke hoofdrol is gebaseerd op een boek van Charles Webb. In de film is het nummer Mrs.Robinson van Simon and Garfunkel te horen, dat door de rolprent een grote hit werd. Bekend is de anekdote dat Dustin Hoffman op een bepaald moment door Hollywood loopt (of door New York, dat is nu niet zo belangrijk) en dat zijn toenmalige vriendin hem toesnauwt: “Hou nou toch eens op!” Waarop Hoffman (volgens zijn eigen versie totaal naar waarheid) zich verbaasd afvraagt waarméé hij dan wel moet ophouden? “Je bent al een hele tijd Mrs.Robinson aan het fluiten!” zegt zijn vriendin verwijtend. Hoffman vertelt de anekdote meestal om aan te duiden hoe acteurs, die zogezegd liever anoniem over straat zouden wandelen, onderbewust toch naar (h)erkenning streven… Voor zijn rol in The Graduate ontving hij al meteen een nominatie voor de Academy Award. Kort daarna kreeg hij een nieuwe Oscarnominatie voor zijn rol in Midnight Cowboy (foto hieronder).
19 geboortehuis karl marx
Als ik me goed herinner, was dit ook mijn eerste kennismaking met Dustin Hoffman, tenzij het in “Little Big Man” was, als Faye Dunaway de zeep gaat zoeken in zijn bad (foto hieronder). Of misschien was het wel in “The Graduate” waarin hij ontmaagd wordt door Mrs.Robinson. Al deze films dateren immers uit het eind van de jaren zestig. De exacte volgorde van draaien kan ik natuurlijk opzoeken op de Internet Movie Database, maar dat wil daarom niet zeggen dat ik ze ook in die orde heb gezien. Want als ik het goed heb, heb ik alle drie deze films op de legendarische harde banken van Studio Skoop gezien en daarom kan ik ook niet meer precies zeggen in welke volgorde.
hqdefault

Vele jaren later zou Dustin Hoffman zich bij diegenen voegen die de film “Natural born killers” van Oliver Stone een “fascistoïde film” noemden. Dustin Hoffman vindt namelijk dat er wél een verband is tussen film en realiteit, met name in het feit dat jongeren zonder inkomens en zonder toekomstperspectieven wel degelijk door filmvoorbeelden kunnen worden geïnspireerd. Hij verwijst daarbij naar de bloedbaden in Dunblane en in Tasmanië (1996). Actrice Holly Hunter reageerde daarop verontwaardigd: “Wanneer ik Dustin Hoffman op een persconferentie hoor klagen over het geweld in films, weet ik echt niet wat ik hoor. Hij is toch de acteur uit Marathon Man? Is dit de zoveelste toegeving aan political correctness?”
Persoonlijk vind ik dit een slag onder de gordel. Dustin Hoffman lijkt mij wel degelijk écht begaan met de problemen van de moderne maatschappij. Zo heeft hij ook een bezoek gebracht aan een aids-afdeling, waar hij werd getroffen door de vele bezoekers daar, vandaar zijn uitspraak dat in de homo-gemeenschap “the real heroes” te vinden zijn. Hiermee alludeerde hij op de film “Hero” die hij toen pas had gedraaid in een regie van de Engelsman Stephen Frears.
Persoonlijk was ik niet erg onder de indruk van deze film en ook andere recentere films met Dustin Hoffman die ik heb gezien, vond ik misschien wel aangenaam om naar te kijken – vooral de manier waarop hij Captain Hook gestalte geeft in de gelijknamige film (*) van Steven Spielberg of de geloofwaardige vrouw die hij neerzet in “Tootsie”, maar ook de slapstick “Meet the Fockers” of de actiefilm “Outbreak” – maar zeker niet zo memorabel dan de films uit zijn beginperiode. Maar dat wil dan anderzijds weer niet zeggen dat er geen pareltjes tussen zaten. Ik denk dan vooral aan “Rain man” van Barry Levinson.
Acht jaar later, in 1996 dus, zal Barry Levinson opnieuw een beroep doen op Dustin Hoffman voor een “klein maar fijn” rolletje in zijn rechtbankdrama “Sleepers”, waarin vier jonge delinquenten wraak nemen op de bewakers die hen destijds in een zogenaamd “heropvoedingsgesticht” hebben misbruikt. Voor hun plan hebben ze een advocaat nodig die zelf geen ambitie heeft om te schitteren, maar enkel doet wat hem wordt opgedragen. Een pareltje dus voor Dustin Hoffman die een alcoholieker neerzet die op alle momenten uit zijn rol dreigt te vallen. Levinson zou trouwens nog eens een beroep doen op Hoffman, namelijk voor Sphere, het futuristische onderwater-epos met Sharon Stone in de vrouwelijke hoofdrol.
En dan maken we een sprong naar 2008, wanneer Dustin Hoffman een film op zijn maat krijgt aangeleverd door Joel Hopkins (ook scenarist). In “Last chance Harvey” speelt hij een gescheiden vader die zozeer van zijn dochter is vervreemd dat hij een nauwelijks getolereerde gast is op haar huwelijk (een herkenbaar gegeven!). Ook zijn carrière als componist van jingles kan hij op zijn buik schrijven. Maar dan ontmoet hij Emma Thompson en ondanks het leeftijdsverschil voel je met je ellebogen aan dat het gaat klikken tussen die twee, want het is tenslotte een “feelgood movie”. Dat gebeurt dan ook, maar niet zonder de nodige hindernissen en misverstanden. Het beste van de film zit dan ook in het eerste deel, waarin de desolaatheid van het bestaan tastbaar is, zowel dat van hem als dat van haar. Maar juist dàt doet een mens dan snakken naar een “happy end”, dus niet zaniken!
In 2010 is er voor Dustin Hoffman een mooie bijrol weggelegd als de ex-politieagent, tevens vader van Barney (Paul Giamatti) uit “Barney’s version” van Richard J.Lewis, naar de roman van Mordecai Richler.
Hoffman staat in de filmwereld bekend als perfectionist. Dit levert hem bij tijd en wijle conflicten op met regisseurs en andere acteurs. Vaak wordt dan het voorbeeld van “Marathon Man” aangehaald. Zoals de titel reeds aangeeft, moet Hoffman daarin nogal wat aflopen en een bepaalde scène met Laurence Olivier moest hij dan ook “buiten adem” vertolken. Goed, zei Hoffman, ik zal eens het blokje om lopen. Waarop Olivier, die uit de gedegen Engelse theatertraditie stamde, geërgerd zei: “Maar actéér dan toch dat je buiten adem bent, man!” Vele jaren later heeft Hoffman in een BBC-interview zijn versie van de feiten gegeven: hij zat op dat moment in een echtscheiding en wou nog eens de “stag” uithangen. Daarom had hij drie nachten in de fameuze Studio 54 rondgehangen onder het mom dat het hem van pas kwam voor zijn rol. Olivier zou daarop die uitspraak al lachend hebben gedaan. Soms levert het hem trouwens ook beloningen op zoals de Academy Award voor zijn rollen in de films Kramer vs. Kramer (1979) en Rain Man (1988).
In “Rain man” (Barry Levinson) vormt de “autistische” Dustin Hoffman een mooi duo met Tom Cruise. Ik herinner me nog heel goed hoe ik bij een eerste visie de eerste twintig minuten van de film met moeite doorkwam, omdat Cruise daarin het imago dat hij tot dan toe opgekleefd kreeg, dik in de verf zet. Pas in de confrontatie met Hoffman blijkt hoe goed die tegenstelling werkt en hoe menselijk Cruise op het einde daardoor juist wordt: hij begint aan zijn “queeste” op zoek naar geld en hij eindigt met een broer. De scène in het bad, wanneer ze samen “I saw her standing there” van The Beatles zingen en Cruise zich realiseert dat Raymond (Hoffman) de “rain man” is, waarover hij het steeds had en, meer nog, dat het onvrijwillig zijn schuld is dat Raymond naar een instelling moest verdwijnen, is één van de ontroerendste scènes die ik ooit heb gezien. Het personage van Raymond was overigens gebaseerd op een bestaande persoon, namelijk Kim Peek (1951-2009).
Zijn vriendschap met Tom Cruise leidde er ook toe dat hij zich samen met o.m. Oliver Stone, Mario Puzo, Gore Vidal en Goldie Hawn zich geroepen voelen om de boycot van een aantal andere filmvedetten tegenover Scientology te bestrijden en op die manier Scientology een soort van “street credibility” te geven. Hieruit besluiten dat zij ook aanhangers zijn van Scientology is natuurlijk wat voorbarig, want de ondertekenaars beroepen zich vooral op het recht van vrije meningsuiting. En nu kan dit recht wel voor sekten als dusdanig in vraag worden gesteld, maar toch niet voor de films waarin sekteleden optreden, maar die er verder niks mee te maken hebben.
In “Outbreak” wordt er met een virus uitgepakt dat nog veel angstaanjagender is dan aids omdat het door de lucht kan worden verspreid. Toch blijkt het terug te gaan op historische feiten, met name de verspreiding van “Het killervirus Ebola” (zoals het boek “The hot zone” van Robert Tine eerst werd vertaald, na “Outbreak” werd dat dan “Dodelijk virus”) in 1989. Buiten het feit dat deze film erg “Amerikaans” is (eigenaardig genoeg nochtans gedraaid door Wolfgang Petersen), zij het wel met kritiek op de legerleiding die dit virus poogt aan te wenden in biologische oorlogsvoering, is het wel een spannende “action-movie”. Zelfs Dustin Hoffman heeft zich hier tot dit genre bekeerd. Renée Russo zorgt voor de voorspelbare “love story”, terwijl Morgan Freeman een goede slechte is en Donald Sutherland uiteraard een slechte slechte.
In 2002 was er “Moonlight mile” van Brad Silberling, waarin Susan Sarandon de echtgenote speelt van Dustin Hoffman. Zij reageren beiden verschillend op de dood van hun dochter als “collateral damage” in een passionele moordaanslag. Vooral hun houding tegenover wat hun “schoonzoon” zou worden (uitstekende vertolking van een jonge Jake Gyllenhaal) is hierin doorslaggevend, zoals zal blijken.
Ik was geen grote fan van “Meet the parents”, onder meer door Ben Stiller, waarvan ik – met een understatement – géén fan ben. Maar ook wel omdat Robert de Niro onuitstaanbaar dicht op de realiteit zit als voormalig CIA-agent. Daarom vond ik voor één keer de sequel “Meet the Fockers” beter. Jawel, de hoofdfiguur heet Focker, dus in deze tweede film maken we kennis met de ouders van Stiller. Dat waren dan Dustin Hoffman en Barbra Streisand, die totaal “over the top” gaan als hippiekoppel. Maar vooral de voorspelbare slapstick staat me aan in die film.
Samen met Harry Belafonte, Paul Newman, Steve McQueen, Sidney Poitier en Barbra Streisand (de “progressieven” van Hollywood) had Dustin Hoffman in 1969 al de productiemaatschappij First Artist opgericht, maar nadien heeft hij een eigen productiemaatschappij, Punch Productions, waarmee hij films heeft geproduceerd met hemzelf in de hoofdrol, zoals Tootsie (1982), Hero (1992) en Wag the Dog (1997). “Hero” was a major box-office disappointment. Dustin Hoffman speelt hierin de rol van een gepatenteerde misantroop, die getuige is van een vliegtuig-crash en ondanks alles zijn leven riskeert om 54 passagiers te redden. Hij wil echter liever niet beroemd worden en daarom geeft een dakloze, gespeeld door Andy Garcia, zich uit als de heroïsche redder. Als er echter ook een prijsticket aan vastkleeft, komt Hoffman tot andere ideeën. Geena Davis is in deze film een TV-journaliste die ook werd gered en tracht uit te vissen wat er werkelijk is gebeurd.
Op die manier wordt de film een komische parodie op de Amerikaanse behoefte aan helden en de manier waarop de media aan die behoefte voldoen. Vooral als blijkt dat de “slechte” het geld heeft gebruikt voor goede doeleinden (zijn collega-daklozen). Vandaar trouwens dat de oorspronkelijke titel “Hero” wegens marketing-doeleinden in “Accidental hero” moest worden gewijzigd en dat men een ander slot moest draaien. Het mocht echter niet baten: de film flopte in Amerika. Men lacht daar niet straffeloos met helden!
“Wag the Dog” daarentegen was een vlijmscherpe satire op mediamanipulatie en het politiek gekonkel in Washington. De Amerikaanse president wordt beschuldigd van verregaande seksuele intimiteiten met een padvindster. En wat doet zijn gehaaide adviseur (Robert De Niro) om het schandaal de kop in te drukken? Hij haalt er een verwaande Hollywoodproducer (Dustin Hoffman) bij om een niet bestaande oorlog met Albanië te ensceneren, een virtual reality‑crisis die tot aan de nakende verkiezingen de aandacht moet afleiden van pers en bevolking.
Klinkt vertrouwd in de oren, nee? Dankzij een wonderlijke toevalstreffer belandde “Wag the Dog” in het heetst van Clintons Zippergate in de Amerikaanse bioscoop. De timing van de bioscoop‑release van “Wag the Dog” was zo mogelijk nog perfecter dan van “Primary Colors”. Deze satirische prent van Barry Levinson belandde in de Amerikaanse zalen net op het moment dat de VS ermee dreigde Irak aan te vallen indien Sadam Hoessein zich niet onvoorwaardelijk neerlegde bij alle VN‑eisen. Was Clinton die oorlog niet aan het gebruiken als bliksemafleider voor zijn problemen op het thuisfront, nu de aantijgingen van Monica Lewinsky de voorpagina’s beheersten?
Het Amerikaanse publiek wordt de laatste tijd door zijn filmpresidenten niet verwend. Eerst kregen we in “Absolute Power” van Clint Eastwood de prez als een SM‑minnende schurk van jewelste, bovendien nog gespeeld door Gene Hackman, de incarnatie van de modale Amerikaan. In “The Second Civil War” sleept de bewoner van het Witte Huis zijn land mee in het ondenkbare: de tweede burgeroorlog uit de geschiedenis. Zowel in “Wag the Dog” als in “Primary Colors” zou de president “nieuwe stijl” zich hebben vergrepen aan kleine meisjes. Het vervelende is dat al deze presidentiële figuren geloofwaardiger overkomen dan de enige positief heldhaftige supreme chief van de laatste tijd: Harrison Ford die in “Air Force One” eigenhandig de First Family moet redden uit de klauwen van goddeloze terroristen. Waar is de tijd gebleven dat presidenten in Hollywoodfilms steevast als eerbiedwaardig, aseksueel en honderd procent betrouwbaar werden afgeschilderd? Ideaal dat nog het best werd belichaamd door Henry Fonda (van “Young Mr.Lincoln” van John Ford tot “Fail Safe” van Sidney Lumet).
Het echte doelwit van “Wag the Dog” is echter minder Washington dan Hollywood; uiteindelijk is het minder Robert De Niro’s probleemoplosser dan Dustin Hoffmans producer die de meeste aandacht voor zich opeist, de beste scènes en dialogen toegespeeld krijgt in het sardonisch script van David Mamet. Hoffman imiteert in zijn vertolking zowel de fysieke eigenaardigheden (onnatuurlijk gebronsd, buitenmaatse bril, opgeföhnd zwartgeverfd haar) als de megalomane trekjes van Robert Evans, op jonge leeftijd heerser van een studio ‑ Paramount ‑ maar ten val gebracht door overmoed, cocaïneverslaving en criminele connecties.
Wat ik mij tot slot afvraag: op een privé-feest van Siemens was Dustin Hoffman zo gecharmeerd door de muziek van “onze” Dirk Brossé dat hij hem uitnodigde een celloconcerto te schrijven voor zijn volgende film, die zou handelen over een jonge, zieke maar briljante celliste en haar vader; maar dat is nu al enkele jaren geleden en ik heb daar sindsdien niets meer van vernomen. Dus Dirk, als je dit mocht lezen, graag een woordje uitleg. Ik hoop alleszins dat dit project niet dezelfde weg is opgegaan als de film die Dustin Hoffman destijds over de Ronde van Frankrijk wou maken…
Hoffman heeft twee kinderen uit zijn eerste huwelijk met Anne Byrne (huwelijk van 1969 tot 1980) en vier uit zijn huidige huwelijk met Lisa Gottsegen (getrouwd in 1980). (Wikipedia)

(*) Hierin speelt Julia Roberts de fee Tinker Bell. Tegelijk liet ze zich langs een minder fraaie kant kennen, namelijk toen ze vond dat tegenspeler Dustin Hoffman met meer eerbied werd behandeld dan zijzelf. Het antwoord van Hoffman: “Ze zou beter haar teksten van buiten leren.”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s