25 jaar geleden won de Algerijnse Hassiba Boulmerka de 1500 meter op de Olympische Spelen van Barcelona. Ik heb dit eigenlijk vorig jaar al bericht. Kon ik dan geen jaartje wachten met deze mededeling? Welnee, want Jean-Marie De Decker had daarover toen wat zinnige dingen te vertellen in zijn column in Het Nieuwsblad.

“Hassiba Boulmerka won goud op de 1.500 meter in Barcelona en werd met de dood bedreigd door moslimfundamentalisten omdat ze in blote benen liep. De multiculti’s spraken er toen schande van. Vandaag verdedigen ze het dragen van de hidjab, het uiterlijke kenmerk van de discriminatie van de vrouw. Voor de Iraanse Ayatollah Rafsanjani moeten vrouwen hun hoofd bedekken ‘omdat hun haar vibraties uitstraalt die mannen opwinden, misleiden en corrumperen’. Voor de Iraanse vrouwenactiviste Darya Safai dragen de meeste moslima’s een hoofddoek ‘omdat ze anders aanzien worden als prostituee’. Het IOC geeft wildcards aan discriminerende landen zoals Iran, waar meisjes zelfs verstoten worden van lessen lichamelijke opvoeding, om vrouwen als schaamlapje af te vaardigen naar de Olympische Spelen. Aflaten, uitgedeeld om hun hypocriete vrouwonvriendelijkheid af te kopen. Het riedeltje van de vergoelijkingslobby dat we de vrije keuze van de vrouw moeten respecteren, is een (hoofd)doekje tegen het bloeden. Vrije keuze door indoctrinatie is geen vrije keuze, zegt Safai terecht, het is een verderfelijk systeem van institutionele onderdrukking onder het mom van verdraagzaamheid. We moeten Darya lid maken van het IOC. Een feministische verademing tussen het prostaat in het Vaticaan van de sport.”
Toch heeft de medaille van Boulmerka o.m. bijgedragen tot de wijziging van de kieswet, die tot dan toe bepaalde dat de vrouw een volmacht van haar echtgenoot of vader nodig had om te mogen gaan stemmen. De slogan van de vrouwenbeweging na haar overwinning was immers: “Hassiba Boulmerka had haar vaders volmacht niet nodig om de gouden medaille te winnen.” De atlete heeft met haar startpremies ook een organisatie gesticht “Algérie Solidarité”, die zich inzet voor werklozen, gehandicapten en andere benadeelden. Ze doet dit ook vanuit een Islamitische inspiratie, want ze is – ondanks alle kritiek – wél gelovig.
In 2009 verbood de Zwitserse basketbalfederatie een moslima om met een hoofddoek competitiewedstrijden te spelen. Shura Al-Shawk, een 19-jarige Zwitserse met Iraakse roots, maakt in september haar debuut in een lagere reeks van het Zwitserse vrouwenbasketbal. Ze vroeg haar team STV Luzern of ze een hoofddoek mocht dragen tijdens de matchen. De Zwitserse basketbalfederatie baseerde zich op de regels van FIBA World. Die zeggen dat de sport neutraal moet blijven, zonder religieuze symbolen. Alhoewel ik, net als Etienne Vermeersch in Knack van 17/9/97, vindt dat “islammeisjes een beetje zin voor symboliek (zouden mogen) tonen en, wat er ook in de koran moge staan, hun sluiers afleggen uit sympathie voor de meisjes die door fundamentalisten vermoord worden als ze geen sluier dragen”, dan moet ik toch toegeven dat dit reglement geen hout snijdt. Wat doet men dan immers met al de kruisbeelden en “schapulierkes” waarmee bijgelovige atleten zich plegen te omringen? Men kan zich dus beter baseren op de reglementen van de FIBA waarin staat te lezen dat hoofddeksels en haaraccessoires om veiligheidsredenen niet zijn toegestaan. Al-Shawk van haar kant zegde verbaasd te zijn door de beslissing, maar voegde er niet aan toe of ze zich zal houden aan het verbod.
In 1991 besloten de sportfederaties van Islamitische landen aparte Islamspelen voor vrouwen in te richten. Sport is in fundamentalistische landen als Iran immers een strikt gescheiden bezigheid. Op internationale tornooien mochten tot nu toe alleen vrouwelijke schutters deelnemen, omdat dit in “normale” kledij gebeurt. In 1993 hadden de Spelen voor het eerst plaats. Ze werden geopend door Faezeh Hashemi, de dochter van president Rafsanjani, tevens ondervoorzitter van het Olympisch Comité van Iran en één van de veertien vrouwelijke afgevaardigden in het parlement. In haar openingstoespraak beklemtoonde ze dat het zeker niet de bedoeling was dat de vrouwen met aan sport te doen, zich zouden opmaken om de rol van de mannen in de maatschappij over te nemen. Buiten de openingsceremonie werden geen TV-uitzendingen verzorgd en enkel vrouwelijke journalisten mochten de wedstrijden volgen. Of de Marokkaanse sportfotografe Fatima Rhazi erbij was, kan ik niet zeggen, want die werd rond die tijd door de regering het land uitgezet omdat ze met haar foto’s tegelijk de onderdrukking van de vrouw te veel in de kijker plaatste.
Eén van de problemen die hieruit voortvloeiden was dat voor de Olympische Spelen van Atlanta een aantal islamitische landen alleen mannelijke deelnemers wilden afvaardigen. Anne-Marie Lizin heeft hiervoor een actiecomité opgericht, wat op het eerste gezicht vruchten scheen af te werpen, maar eigenlijk werd ze met een kluitje in het riet gestuurd. Zo vaardigde Iran Lida Fariman af voor… het geweerschieten. Daarvoor zal ze alvast niet met de billen bloot moeten en bovendien zijn schietoefeningen altijd meegenomen voor de jihad. Buiten schieten komen in Iran enkel nog schaken, skiën, paardensport en gehandicaptensport in aanmerking om door vrouwen te worden beoefend. In welke kledij ze op de paarden zitten en of gehandicapte zwemsters met heel hun hebben en houden in het zwembad moeten springen, is me niet helemaal duidelijk. Want voor de rest is er nog veel werk voor de boeg. Zo werd pas in mei ’98 de eerste Grand Prix atletiek georganiseerd in Qatar, omdat men tot dan toe weigerde vrouwenatletiek toe te laten. Het zoenoffer (een mooi woord in deze context) was dan wel dat bij de vrouwen geen tweedelige pakjes toegelaten waren, zodat de ondertussen zo gesmaakte ontblote naveltjes en de gespannen buikspiertjes helaas aan het zicht werden onttrokken.
Maar kom, het is toch al een vooruitgang, want als je ziet dat pas in 1999 voor het eerst (en natuurlijk in Nederland) het wereldkampioenschap veldrijden voor vrouwen kan worden georganiseerd omdat de (in die sport nochtans totaal onbelangrijke) Arabische federaties hiertegen verzet hadden aangetekend, dan staan je hersens toch even stil. Want wat heeft veldrijden nu met erotiek te maken? (*) Enfin, zo zie je maar weer dat dergelijke verboden creatief kunnen werken om je aan het fantaseren te zetten. Met de fiets als dusdanig hebben Islamieten het trouwens sowieso moeilijk. Nog begin mei 1996 waren Iraanse godsdienstfanaten de velodroom in Teheran binnengevallen en hadden er niet enkel de trainende meisjes, maar zelfs de jongens van hun fiets geduwd, want fietsen is vies. De fundamentalistische bassidjis (een soort van islamitische politie) hebben daarna de directie van de velodroom bont en blauw geslagen. (**)
Het volgende land waar zich een dergelijk incident voordeed, was in Pakistan. Daar werd het vrouwelijke cricketteam de toegang tot de stadions van Lahore en Karachi ontzegd, waar het drie wedstrijden tegen het team uit India zou spelen. Eigenlijk ligt de Pakistaanse overheid zelf aan de basis van deze discriminatie. Generaal Zia ul Haq probeert immers zijn militaire bewind te redden door zich van de steun van de machtige fundamentalisten te verzekeren. Een reeks vrouwonvriendelijke wetten, gebaseerd op de sharia, dienen daarbij als pasmunt. Zo mochten vrouwen geen shorts meer dragen en moet b.v. het hockeyteam in een wijde lange broek het veld op.
Een wijde lange broek, zeg maar een joggingbroek, en een t-shirt met korte mouwen, dat was wat ook de 22-jarige Lima Azimi droeg in de reeksen van de 100 meter op het wereldkampioenschap atletiek in Parijs 2003. Haar tijd was dan ook navenant: 18 seconden en 37 honderdsten. Azimi zette daarmee de traagste tijd ooit neer, maar ze was wel de eerste Afghaanse vrouw die aan een wereldkampioenschap mocht deelnemen. “Eigenlijk ben ik een volleybalspeelster,” verklaarde Azimi (in behoorlijk Engels, wat normaal is, aangezien ze Engelse literatuur studeert) op een persconferentie. “Dat is de eerste sport voor vrouwen die drie maanden geleden (dat wil dus zeggen in juni 2003, RDS) aan de universiteit van Kabul werd toegelaten. Nadien volgden turnen en nu dus ook atletiek. Behalve om naar de universiteit te gaan of om te trainen, mag ik het huis normaal niet verlaten,” aldus Azimi.
Ze vond het dan ook eerder een twijfelachtige eer dat ze voor deze historische gebeurtenis was uitverkoren: “Echt blij was en ben ik er allemaal niet mee. Dit is de eerste keer dat ik me vertoon met korte mouwen en zonder sluier. Ik voel me niet op mijn gemak. In korte broek lopen durfde ik al helemààl niet.”
In 2008 maakte ik dan gewag van “een moslima met een grommend beest tussen haar benen”. Eerst en vooral moet ik Jeroen Pauw bedanken voor de titel die ik met een knipoog van hem heb overgenomen. In zijn geval gaat het immers over heel iets anders wat die vrouw tussen haar benen heeft (een cello namelijk en het citaat slaat op Jacqueline Du Pré). Ikzelf wou hiermee echter de aandacht vestigen op een documentaire in de reeks “This World” op BBC 2. Deze was immers gewijd aan Laleh Seddigh, de Iraanse nationale motorkampioene. Volgens de regels van de sport mag ze rechtstreeks racen tegen haar mannelijke collega’s, zolang ze zich aan de kledingregels van de moslima’s houdt…

Ronny De Schepper

(*) Het antwoord op deze vraag kreeg ik onverwacht van Saartje Vandendriessche in TeVeblad van 12/6/2012: “Wist je dat het sommige moslimmeisjes vandaag nog altijd verboden wordt om te fietsen, uit schrik dat zo’n zadel wel eens iets zou kunnen beschadigen onderaan?” In één moeite door weerlegt Saartje trouwens het feit dat meisjes opgewonden zouden raken door te fietsen: “Ik heb die verhalen ook gehoord. Al kan ik echt niet uit ervaring spreken. En mijn vaste fietspartners evenmin. Maar ik geloof wel dat sport sowieso het libido vergroot, dat je meer zin krijgt in seks. Je voelt je fit en hebt meer zelfvertrouwen op lichamelijk vlak, hé…”
(**) Als het een soort van “troost” (excusez le mot) mag zijn: het probleem doet zich dus ook soms met mannen voor: in mei 2006 werden in de Iraakse hoofdstad Bagdad drie leden van het nationale Davis Cup-team doodgeschoten. Trainer Hussain Rasheed en spelers Nasir Al-Hatam en Wissam Adel Auda zouden naar verluidt zijn omgebracht omdat ze in hun shorts rondliepen. In oktober van datzelfde jaar was het de beurt aan Nassir Schamil de kapitein van de nationale handbalploeg.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s