In juni 2014 las ik “Poes poes poes” van Paul Mennes. Het boek werd uitgegeven in 2001, maar speelt zich volledig af ten tijde van de eclips in de zomer van 1999, toen zowat heel België op z’n kop stond. Ik herinner me dat ikzelf die dag bij mijn ouders in Temse heb doorgebracht, maar dat zal wel toevallig geweest zijn, want het was zeker niet zo dat men in het landelijke Temse het “schouwspel” beter kon zien dan in een stad als Gent. Ik geloof zelfs dat ik het uiteindelijk enkel op televisie heb gezien en dat ik het als een compleet non-event beschouwde…

Dat lijkt me ook zowat het standpunt van Mennes. Alhoewel ik in het begin, bij de voorstelling van de talrijke personages, een beetje moeite had om me op het boek(je) te concentreren (maar dat kan gerust aan mezelf liggen, met het schrijden van de jaren lijd ik niet enkel aan geheugenverlies, maar ook kan ik me minder en minder concentreren), heb ik het voor de rest wel tamelijk vlug uitgelezen, wat erop wijst dat het vlot geschreven is. Alleen leek het me eerder een samenvoeging van een aantal columns voor Humo (heeft Mennes ooit columns geschreven voor Humo? ik kan het me alweer niet meer herinneren) dan een echt Boek-met-hoofdletter en daarom ben ik wel verbaasd dat men hier en daar de Grote Woorden uit de kast haalt. Zo lees ik b.v. op Wikipedia: “In de romans van Paul Mennes komt de tegenstelling tussen lichtvoetige oppervlakkigheid en cultuurkritiek samen: zijn romans zijn satires die zich richten tegen de oppervlakkige consumptiecultuur, maar spreken zich nauwelijks in cultuurkritische termen uit. Het werk van Mennes wordt dan ook vaak geassocieerd met de brat-pack-schrijvers Brett Easton Ellis en Douglas Coupland.” En ook nog: “Geweld, consumentisme en beeldcultuur beheersen het leven van de jonge hoofdfiguren.” Dit laatste gaat dan wel over zijn tweede roman “Soap” uit 1995 (na zijn debuut met “Tox”, een jaar eerder), maar het zou ook op dit boek kunnen slaan, gelukkig dan wel zonder al te veel geweld. (Komt er hier eigenlijk wel geweld in voor? Een ezel die ’t kot – zijn kot – afbreekt, lijkt me zowat het ergste…) De consumptiemaatschappij lijkt alvast wel zijn voornaamste afkeer te zijn, als ik merk dat hij voor “Kaufhaus”, een hedendaagse bewerking van Dante’s klassieke Divina Commedia uit 1999, de wereld der verdoemden als een drukbezocht winkelcentrum voorstelt, het Mekka van de consumptiemaatschappij.
Met “Poes poes poes” heeft Mennes pok de Tzumprijs voor de beste literaire zin gewonnen. En die zin luidt: ‘Soms had ze er toch een beetje spijt van dat ze geen feng-shui, tai chi, macrobiotiek of biseksualiteit gekozen had voor haar spirituele groei.’ Het jurycommentaar luidde dan weer als volgt: ‘Het ironische karakter van de zin, waarin verschillende modieuze termen na een opsomming tot een climax komen, geeft een tijdsbeeld weer en is door de satire tegelijkertijd een commentaar op de moderne tijd.’ Kortom, men heeft de laatste tijd blijkbaar niet veel nodig om op de longlist van de Gouden Uil literatuurprijs terecht te komen…
Ik moet wel toegeven dat Mennes zelf op de hele heisa nogal nuchter reageert. Zo vertelde hij aan het Leuvense studentenblad Veto: “Ik vind het geniaal gevonden van de mensen van dat tijdschrift. De prijs op zichzelf is erg klein; je krijgt een soort beker en evenveel euro’s als je zin lang is. Ik heb aan die prijs dus 24 euro verdiend. De man die me de beker en het geld kwam overhandigen, was met de trein uit Groningen gekomen en zijn treinticket kostte meer dan de prijs die ik ontving (lacht). Ik kan me voorstellen dat een aantal mensen liever niet ingaan op zo een prijs omdat het bedrag nogal onbenullig is. Het tijdschrift zocht gewoon een manier om met een minimum aan kosten de aandacht op het tijdschrift zelf te vestigen. Bij deze is dat wel gelukt.”
Op initiatief van het theaterhuis Victoria heeft Mennes zijn roman “Poes Poes Poes” daarna bewerkt tot een scenario, waarmee cineast Frank Van Passel en dertig acteurs, van Gène Bervoets tot wijlen Armand Pien, 170 uur film van gedraaid in het spookdorp Doel. Daarna kon men het resultaat vijf maandagen lang gaan bekijken op diverse locaties in Leuven en nadien “in meer dan 50 schouwburgen, jeugdclubs en rokerige cafézaaltjes.” Alweer iets dat compleet aan mij is voorbijgegaan. Gelukkig is er alweer Mennes zelf om één en ander te relativeren. Zo vragen de jongen en het meisje van Veto hem: “Waarom moeten we naar Poes Poes Poes komen kijken?” En Mennes antwoordt: « Omdat het om te beginnen een leuk ding is. Ikzelf zal gaan kijken om te zien wat Peter Van den Eede en Frank Van Passel met mijn bouwdoos gemaakt hebben. Ik heb aflevering één en een stukje van aflevering twee gezien en ik was zeer aangenaam verrast. Ik denk ook dat het een stuk minder vervelend is dan het televisieaanbod op maandagavond (lacht).»

Ronny De Schepper

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.