Onder invloed van de gedachtenstroming die de terugkeer naar de natuur aanprees, ging men op het einde van de 18de eeuw weer water als toiletmiddel gebruiken. Men bouwde weer badkamers, maar dan echt voor de hygiëne en niet meer als pronkstuk, zoals in de voorgaande eeuwen. De badkuipen werden steeds beter. Onbemiddelde mensen, die zich geen badkamer konden veroorloven, konden (bij de ijzergieter) metalen of (bij de kuiper) houten kuipen huren.

Vanaf het einde van de 17de eeuw veranderden ook de eetgewoonten merkbaar. In de 18de eeuw zorgde men ervoor dat de gerechten en smaken bij elkaar pasten. Men verzorgde ook de tafelversiering door middel van tafellinnen, vaatwerk en schikking der gerechten. In de kastelen kwam ook een afzonderlijke eetkamer. De beleefdheidsregels tijdens de maaltijden werden streng in acht genomen.
In de 18de eeuw volgden de adel en hoge burgerij de Franse mode op gebied van kook- en eetgewoonten. In die tijd werden de gerechten meer verfijnd. Het vlees werd verser gegeten en de saus werd afzonderlijk opgediend. Men koos zorgvuldiger de juiste kruiden uit en gebruikte ze met mate. Men at meer groenten. Men bereidde fijne soepen die niets meer gemeen hadden met de dikke brij van vroeger.
Gasten dienden niet langer hun eigen bestek mee te brengen. Elke gastheer maakte het tot zijn plicht, dit aan zijn gasten aan te bieden.
Vork, mes en lepel werden onafscheidelijk. Met de vingers eten werd voortaan als onbeleefd beschouwd. Op het midden van de tafel stond een tafelstel met een fruitschaal bovenop. Op de onderste schotel plaatste men de suikerbus, de kruidenpotten, de olie- en azijnflesjes, het mosterdpotje (men hield veel van deze specerij) en de zoutvaatjes.
De wijnen, uit Bourgondië of uit de eigen streek, werden in grote koelemmers geplaatst. De glazen werden niet op de tafel gezet, maar op een rond bijzettafeltje. De diensters vulden ze en reikten ze, op verzoek, aan de gasten.
De tafelkunst kende een ongehoorde luxe en verfijning, die tot uiting kwam in het rijke vaatwerk, het fijne tafellinnen en het mooie decor. Er kwam een zaal die uitsluitend voor het gebruik van de maaltijden bestemd was (althans in de prinselijke woningen want in de meeste burgershuizen was een eetzaal nog eerder zeldzaam).
In het begin was koffie een luxedrank die alleen door de adel werd gedronken. Maar langzamerhand kregen de burgerij en zelfs de arbeidersklasse de koffiesmaak te pakken en maakten ze er geleidelijk een dagelijkse drank van. Deze evolutie werd niet op prijs gesteld door de elite die deze drank als haar voorrecht beschouwde. In 1781 vertolkte Nicolas F.J.Eloy, een geneesheer uit Mons, de volgende mening in een verhandeling over het gebruik van koffie: “Het is waar dat oefening en soberheid de sterkte van de lagere volksklasse uitmaken. Deze staat echter op het punt om deze deugd te verliezen, door het misbruik van koffie dat in deze groep oneindig veel groter is dan bij de welgestelde of vermogende mensen. De volksvrouwen zullen nog slechts tere kinderen krijgen, die later geen zwaar werk zullen kunnen verrichten noch de Vorst in zijn legers dienen. Indien die kinderen op hun beurt deze zenuwprikkelende drank gaan gebruiken, die de menselijke weerstand geniepig ondermijnt, zullen ze zo slap en zwak worden. dat onze werkplaatsen geen arbeiders en het vaderland geen soldaten meer zullen vinden…
In de 18de eeuw nam het aantal zieken zodanig toe dat het hospitaal eveneens voor de thuisvezorging moest instaan van zieken die wegens plaatsgebrek niet meer konden worden opgenomen. Om de zieken zo weinig mogelijk door bezoek te storen kwamen er eveneens een vaste bezoekdagen en uurregelingen en werd het verboden om eetwaren en dranken voor de zieken mee te brengen.
Op het einde van de 18de eeuw ging het hospitaal over naar de Commissie der Burgerlijke Godshuizen, die later de Commissie van Openbare Onderstand zou worden.
In de 18de eeuw onderging Spa belangrijke veranderingen: men bouwde er grote hotels, richtte er bal- en speelzalen in, verbeterde het comfort van de huizen. Vooral het verblijf van tsaar Peter de Grote op 29 juli 1717, zijn genezing en zijn lofbetuigingen vonden een zodanige weerklank dat ze een grote invloed op de welvaart van de gemeente hadden. De stad werd ontmoetingsplaats van Europa, zowel om haar aantrekkingskracht als ontspanningsoord als om gezondheidsredenen. De dag draaide rond twee interessepunten. Tegen 13 uur weerklonk paardengetrappel in de straten. De meeste kuurgasten vertrokken naar de buitenbronnen. Ze reden ongedwongen te paard in echte vrijetijdskleding; de ene droeg een open paraplu en een boek, de andere had een dame achterop. Tegen 17 uur kwam iedereen terug in de Vaux-Hall of de Redoute; men dronk er koffie of chocolade, speelde en danste er. Er werd geen onderscheid gemaakt tussen prinsen, graven, kooplui en andere gewone burgers (als die dat konden betalen natuurlijk).

Ronny De Schepper

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.