25 jaar geleden trad Vaclav Havel af als president, omdat Slovakije te kennen gaf zich los te willen maken van Tsjechië. Ik weet veel te weinig van hem af om er iets interessants te kunnen over vertellen, maar het hierbij gevoegde artikel over de tijd “dat Havel in het Nederlands schreef” is wel de moeite waard.

IMG_1863Op 7 september 1993 zag ik op de Arcazolder “De audiëntie” van Vaclav Havel, gespeeld door De Ridders van de Seine in een decor en regie van Lieven Hostens en met Erik Verschueren als de brouwmeester) en Pier De Kock als Ferdinand Vanek.
Een dissident (de figuur van Ferdinand Vanek, die ook in latere stukken nog zal opduiken, is nauwelijks verholen Havel zelf, zijn vriendschap met Pavel Kohout wordt b.v. in het stuk vermeld) werkt in de vrieskelders van een brouwerij (wie we daar hebben! Louis Paul Boon!) en wordt voor een gesprek uitgenodigd door zijn baas. Deze belooft hem een comfortabeler plaatsje in het magazijn, als hij hem wekelijks iets zou willen bezorgen dat hij aan de geheime politie, die Vanek in het oog houdt, zou kunnen mededelen.
In feite heeft de brouwmeester zelf ooit eens iets mispikkeld en is hij aan één van de agenten die wederdienst verschuldigd, omdat hij toen uit de klauwen van het gerecht is kunnen blijven. Door zijn afhankelijkheid en zijn geringe afkomst en opleiding is hij in feite jaloers op de zelfzekere dissident, die inderdààd door Havel met een geur van wierook wordt omgeven. Uiteindelijk zal de “onbenul” zich tevreden stellen met het bezoek van een grote actrice aan zijn brouwerij (bezoek dat door de bekende auteur dient te worden geregeld) om op die manier voor één dag aan de banaliteit te ontsnappen.
Van zijn “absurde” toneelstukken in de Kafkaïaanse traditie uit zijn beginfase (1956-1968) blijft in dit politieke stuk enkel nog de techniek van de herhaling over, maar die past niet erg goed in de voor het overige naturalistische vormgeving zodanig zelfs dat dit af en toe irriteert. Daarnaast irriteert ook de geur van heiligheid waarmee hij zijn hoofdpersonage omgeeft. In de slotscène wordt de hagiografie weliswaar gerelativeerd (hij is een even grote drinkebroer geworden als alle anderen), maar deze scène is een beetje te kort om een échte relativering te zijn.
Daarenboven heeft Hostens het ongelukkige idee gehad om er nog een soort van epiloog aan te breien, bestaande uit fragmenten van brieven die Havel in zijn gevangenschap aan zijn vrouw Olga schreef. Deze brieven zijn nogal filosofische bespiegelingen, totaal niet geschikt voor het theater. Bovendien draagt Hos­tens ze zelf voor als zijnde Havel, die door twee politiekarikaturen verplicht wordt op een toilet plaats te nemen (met zijn slip nog aan, dat kan nooit goed aflopen!). Deze karikaturen nemen op sarcastische wijze ook soms fragmenten uit die brieven over.
En omdat het volgens Hostens blijkbaar allemaal nog niet expliciet genoeg was, vertelt hij er ook nog een sprookje bij van een schrijver die koning werd… En later volgt ongetwijfeld een heiligverklaring.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s