Bertolt Brecht en Kurt Weill vormden een succesvol duo, tot beide kunstenaars nazi-Duitsland moesten ontvluchten. Mahagonny was negentig jaar geleden hun laatste werk tesamen. De ophefmakende Spaanse theatermaker Calixto Bieito regisseerde in de Vlaamse Opera in september 2011 deze satire (zie bovenstaande foto) en huisdirigent Yannis Pouspourikas leidde muzikaal alles in goede banen. Publieksfavorieten uit vorige seizoenen zoals Noemi Nadelmann (Marie uit Wozzeck) en Leandra Overmann (Ljoebov uit Mazeppa) deelden het podium met onder meer John Daszak, één van Engelands meest veelzijdige tenoren.

In Bertolt Brechts eerste gedichtenbundel « Taschenpostille », uitgegeven in 1926, staan in het vierde deel vijf Mahagonny-zangen, die voor een romantisch-exotische achtergrond door een merkwaardige spanning tussen banaal en kunstvol gedragen worden en de anarchistische toestand van de kapitalistische maatschappij aanhalen. Deze zangen vormden de kern van het zangspel “Mahagonny”, dat op muziek van Kurt Weill, op 17 juli 1927 tijdens de weken van de moderne muziek in Baden-Baden gecreëerd werd. Na hun werk aan de “Driestuiversopera” grepen Brecht en Weill terug naar het Mahagonny-materiaal, en zo ontstond de opera in drie bedrijven « Opkomst en val van de stad Mahagonny » die op 9 maart 1930 in de Opera van Leipzig gecreëerd werd.
De opera was het eerste werk waarin Brecht het thema van de grootstad dat hem steeds opnieuw bezig hield, vanuit een nieuwe gezichtshoek benaderde. Brechts interesse richtte zich niet meer gewoon naar de steden-van-de-twintigste-eeuw-als-jungle, maar naar de maatschappelijke toestanden, het in gemeenschap leven van de mensen in deze steden. De stad was voor hem het knooppunt geworden van veel tegenstrijdigheden in de burgerlijke wereld.
De oorspronkelijke tekst van het zangspel van 1927 bestaat niet meer. De Amerikaan David Drew heeft echter de zes songs en de vier muzikale tussenvoegsels van Weill in de juiste volgorde samengesteld en uitgegeven, maar de tussenteksten van Brecht die deels door sprekers gezegd werden, deels op plakkaten geschreven waren of geprojecteerd werden, en die afzonderlijk de songs commentarieerden en voor een intrige zorgden, zijn jammer genoeg verloren gegaan.
Het huistheater van Brecht, het Berliner Ensemble, bracht op 10 februari 1963 ter gelegenheid van de vijfenzestigste geboortedag van Bertolt Brecht « Het Kleine Mahagonny », een toneelbewerking van de opera naar het zangspel van 1927.
Arena bracht vanaf 24 september 1983, in regie van Jaak Van de Velde, een eigentijdse bewerking van het stuk, dat vertolkt werd door Annick Christiaens, Liliane Dorekens, Daisy Haegeman, Norma Hendy, Erna Palsterman, Jo De Backer, Karel Deruwe, Marijn Devalck en Daan Van den Durpel.
Bij het begin van ieder theaterseizoen plegen de respectievelijke directies een soort van nieuwjaarsbrief te schrijven (of zelfs voor te lezen, voor wie de persconferenties bijwoont) met al hun goede voornemens voor het komende werkjaar. Zo drukte Jacques Veys in het eerste nummer van « Arenamagazine » (wat meteen ook het programmablad is van de eerste productie, « Mahagonny » van Bertolt Brecht en Kurt Weill) de wens uit dat Arena hét muziektheater zou worden in Vlaanderen. « Voor Gent zijn we dat ongetwijfeld al », schrijft de directeur overmoedig, « maar het Vlaamse theaterbestel gunt ons niet altijd de plaats die we binnen dit aspect van theater maken hebben ingenomen ». Ik denk dat we de keuze van dit eerste stuk vooral in het licht van deze betrachting moeten zien : respect afdwingen bij de collega’s. En daarom maar Brecht er tegenaan gegooid (zoals vorig jaar, met meer succes overigens, « Mistero Buffo »). Maar helaas, Brecht of Porter, het zijn steeds weer de onderjurken en de zwarte netkousen die weerkeren in Arena. En versta me niet verkeerd : ik heb niets tegen onderjurken en netkousen, maar het voornaamste is natuurlijk dat je er ook iets mee doet.
Dus, jammer maar helaas, dit was de zoveelste Arena-productie waarbij het orkest meer applaus krijgt dan het gezelschap. Meer zelfs, de gebruikelijke staande ovatie van de familieleden was er niet eens bij. Beschaamd wellicht. Even beschaamd als regisseur Jaan Van de Velde, choreograaf Aimé de Lignière en productieleider Jacques Berwouts die nauwelijks het publiek durfden groeten.
Terecht trouwens. Want wat kunnen we hier in godsnaam over vertellen ? Dat het thema « geen geld hebben is de grootste misdaad » in verband wordt gebracht (enkel in het programmablad welteverstaan) met de bezuinigingen van Poma ? Dat van de nieuwe aanwervingen Annick Christiaens (in de rol van Jenny) ons het beste meeviel ? Dat ex-schlagerzangeres Norma Hendy wel aangrijpend was in « Surabaya Johnny », maar dat het ons in de algehele apathie koud liet ? Kortom dat onze slotindruk overeenkwam met de wanhopige uitroep van de heks Eucalypta vroeger in het kleuterfeuilleton « Paulus de Boskabouter », telkens weer één van haar heksentoeren mislukte : « Wéér niet gelukt ! » ?

Referentie
Ronny De Schepper, « Mahagonny » : wéér niet gelukt, De Rode Vaan nr.40 van 1983

Een gedachte over “Negentig jaar geleden: creatie van « Mahagonny »

  1. Min of meer ‘toevallig heb ik, dus ”ken alleen de werkelijk zeer aangename muziek van Mahagonny , misschien is de ‘verbeelding , die ik alleen ken dus al voldoende, toch hang ik alltijd naar het beeld het plaatje , wat ik vast nog wel eens zal zien

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s