Vijftig jaar geleden begon de Britse groep Herman’s Hermits aan een tournee in de Verenigde Staten. Het zoveelste bewijs van de grote populariteit van de groep over de plas. Sommigen beweren: enkel The Beatles waren populairder (maar wat doen we dan met The Rolling Stones?). Nog een voorbeeld van hun populariteit: The Who, een groep die wij toch veel hoger inschatten, mocht als opwarmer dienen. Ik heb helaas geen recensies gevonden van deze tournee, want hier lijkt me zich toch een historische vergissing voor te doen, zoals enkele jaren later toen Jimi Hendrix als voorprogramma van The Monkees werd binnengehaald… Vooral als je weet dat – net als The Monkees – Herman’s Hermits niet eens op hun eigen platen spelen. Let op: deze platen waren wel van uitstekende kwaliteit! Niet te verwonderen als je weet dat het crème de la crème van de Britse studiomuzikanten daarop speelde. Vandaar ook dat je moet uitkijken als je een CD van de Hermits wil aanschaffen. Ikzelf heb er zo al twee binnengehaald waarop ze blijkbaar wél zelf spelen en die halen dan ook van geen kanten het niveau van de originele opnames. Dus wat moet dat gegeven hebben bij een live-optreden? We kunnen het alleen maar raden…

Peter Noone, de zanger van Herman’s Hermits (vooraan op de foto), was een voorloper van een verschijnsel dat zich eigenlijk pas later volop zal manifesteren: de pretty-faces-groups. Daarmee bedoel ik dat de groepsleden in functie van hun uiterlijk werden gekozen en niet omwille van hun muzikale capaciteiten. Toch zijn de platen van Herman’s Hermits muzikaal zeer waardevol. Dat komt namelijk omdat ze werden opgenomen door studiomuzikanten, zoals Jimmy Page en John-Paul Jones, die later tot supersterren zullen uitgroeien (zij vormen in 1969 met name de kern van Led Zeppelin). Maar opletten! Ik heb me tot nu toe reeds twee CD’s van Herman’s Hermits aangeschaft, maar telkenmale bleek het te gaan om nummers die in de jaren tachtig in Zweden werden heropgenomen en daarop kun je deze jongens dus niet aan het werk horen.
In de jaren zestig maakte ik lijstjes van zowat àlles (who am I kidding? I’m still doing it!), dus zéker van mijn meest geliefde popgroepen. The Beatles op één en The Stones op twee, dat staat buiten kijf, maar voor nummer drie wordt het al wat giswerk. Ik denk dat mijn voorkeur naar The Animals ging, al was het maar omdat mijn vrienden een gelijkenis zagen tussen mij en zanger Eric Burdon (helaas wegens de acne en niet zozeer wegens de stem) en ook omdat ik toen al gek was op de klank van een orgel (Alan Price dus). En op vier en vijf The Kinks en The Who (of vice versa). Tot hiertoe allemaal erg “politiek correct” dus, maar ik moet toegeven dat ergens in die top tien toch ook wel Herman’s Hermits stonden. Maar goed, dankzij die grote namen in de studio is het dus niet zo erg…
Maar van de Hermits zelf is dus uiteindelijk enkel “Herman” belangrijk, omdat hij instaat voor de vocals. “Herman” is eigenlijk Peter Noone, die reeds voor de Hermits landelijke bekendheid genoot als acteur in “Coronation Street” en als leadzanger van “The Heartbeats”, een groep uit Manchester. De naam is duidelijk een referentie aan het Buddy Holly-nummer. Peter Noone had in 1958 op 12-jarige leeftijd Buddy Holly live aan het werk gezien en zijn zangstijl is duidelijk op die van Buddy gekopieerd. Op de eerste elpee van Herman’s Hermits (in 1965) staat dan ook een versie van “Heartbeat”. Een andere cover op die elpee is “Travelin’ light” van Cliff Richard, een ander voorbeeld voor Peter Noone.
De eerste hit van Herman’s Hermits was “I’M INTO SOMETHING GOOD” uit 1964, dat in sommige boeken wordt geciteerd als een popsong die ogenschijnlijk erg braaf is (Peter Noone was het jongetje dat iedere Engelse huisvrouw als schoonzoon wou), maar die ook op een ander vlak kan worden geïnterpreteerd (probeer b.v. de letterlijke vertaling maar eens…). Producer Mickie Most vond dit oude nummer van Earl-Jean eigenlijk maar niets, maar zijn… vrouw overhaalde hem om het toch maar op te nemen. Als opvolger werd een nummer, speciaal voor de groep geschreven, uitgebracht, namelijk “Show me girl”, maar dat flopte (en staat dus ook niet op de CD), zodat men voor het volgende maar weer teruggreep naar een golden oldie, deze keer “SILHOUETTES” (*) van de Rays. En bingo! In de V.S. had de keerzijde (“Can’t you hear my heartbeat”, alweer die heartbeat!) meer succes, maar hoe dan ook Herman’s Hermits werden in 1965 de meest populaire Engelse groep in de V.S. na The Beatles (vergeet niet dat b.v. de eerste Rolling Stones-toernee een flop werd).
“MRS.BROWN YOU’VE GOT A LOVELY DAUGHTER” (Trevor Peacock) werd eerst in de States uitgebracht en als dank zorgden de Yanks ervoor dat het nummer zowaar “Ticket to ride” van The Beatles belette op de nummer één-positie van de hitparade te geraken. De opvolger was het bekende “WONDERFUL WORLD” van Sam Cooke (we zijn er trouwens van overtuigd dat de her­ontdekking van “Wonderful world” door de prachtige poëtische passage in Peter Weirs “Witness” is op gang gebracht), gevolgd door “THE END OF THE WORLD” van Skeeter Davis. In Engeland had de keerzijde, “I’M HENRY THE VIII, I AM”, echter veel meer succes. Niet te verwonderen want dit was nog eens een typisch Engels nummer in de music-hall traditie (het was dan ook reeds vroeger uitgebracht door Joe Brown, de vader van het latere hitzangeresje Sam Brown). Met “JUST A LITTLE BIT BETTER” van Kenny Young deed de groep nadien een poging om een beetje uit dat comedy-genre los te komen. Dan komt het erg mooie “A must to avoid” van P.F.Sloan, maar dat staat onbegrijpelijkerwijze niet op de CD. De grootste aantrekkingspool is toch weer het gitaarwerk van Jimmy Page, een ramp is het dus niet. (Jimmy Page durfde zijn elektrische gitaar wel eens met een strijkstok durfde te bewerken. Hij had dit idee van David McCallum, je weet wel: Ilya Kyryakin uit The Man from UNCLE, die net als zijn zus, bij wie wij een paar jaar later zouden logeren in Hastings, cello speelde.)
Ondertussen draait de business nog steeds op volle toeren (er worden een drietal films gedraaid en voor Canada komt er een tweetalige single “Je suis anglais”), maar toch wil men voortaan een beetje ernstiger te werk gaan. De volgende hit, “LISTEN PEOP­LE”, is van de hand van Graham Gouldman, die in de jaren zeventig een reusachtig succes zal kennen als medeleider van de groep 10CC en nu nog steeds een succesvol producer is (vooral van videoclips).
“LEANING ON THE LAMPPOST” is geschreven door een zekere Gay, maar “DANDY” van Ray Davies daarentegen is in The Kinks-versie beter. De reeds genoemde Gouldman is ook verantwoordelijk voor “NO MILK TODAY” (1966), ongetwijfeld de grootste hit van de Her­mits op het Europese vasteland.
In de film “Mrs.Brown you’ve got a lovely daughter” zingt Herman “THERE’S A KIND OF HUSH” (1967), geschreven door George Stephens van The New Vaudeville Band (remember “Win­chester Cathedral”). Samen met de herneming van de titelsong is dit overigens het enige waardevolle nummer uit die film, die voor de rest een vreselijke instinker is (Mrs.Brown is eigenlijk een hazewind, om maar iets te zeggen!). Toch is deze film van Paul Swimmer (die later The Concert for Bangla Desh zou verfilmen) belangrijk in de discussie over de “splitsing” in de popmuziek. Gewoonlijk wordt daarvoor de groep Dave Dee, Dozy, Beaky, Mick and Tich aangehaald als eerste beatgroep die ook de “burgerij” zou aanspreken, die m.a.w. de angel uit de rock haalden, het rebelse imago afzwoeren (Dave Dee was politieagent!), die rock in pop veranderden. Toch is dit met Herman’s Hermits zeker ook het geval, misschien zelfs nog meer. In deze film zien we de groep echter aan het werk in de arbeidersbuurten van Manchester, die zo mogelijk nog veel armoediger waren (zijn?) dan die van Liverpool. Er wordt bijvoorbeeld ook een link gelegd met de pubcultuur (“My old man’s a dustman”), inclusief het onvermijdelijke massale gevecht dat enkel kan gekalmeerd worden door het feit dat iemand het “God save the queen” aanheft! Als de groep op een bepaald moment naar Swinging Londen trekt (omdat Mrs.Brown daar een wedstrijd moet lopen), voelen ze zich dan ook helemaal niet op hun plaats. Ook de intrige (voor zover die er is) wijst in die richting: Herman wordt daar inderdaad verliefd op de dochter van ene stinkend rijke Mrs.Brown (die op de hond had gewed wegens de naam). Die dochter is een fotomodel (vandaar de trippende hippies op de party bij de familie Brown), maar Herman zal uiteindelijk toch terugkeren naar zijn buurmeisje uit Manchester dat hem heimelijk al jaren aanbidt. “Als je nog eens naar Londen gaat, ga ik me je mee,” zegt ze hem met tranen in de ogen. “Ja, maar dan zal je wel voor vijf man (de Hermits, RDS) moeten koken,” merkt Herman romantisch op. Dat is voor het meisje uiteraard geen enkel probleem.
Opmerkelijk is dus dat de opdeling rock/pop vanuit muzikaal oogpunt misschien wel overeenkomt met progressief/conservatief, maar sociaal-politiek gezien hoort pop duidelijk thuis in de arbeidersklasse en is rock eigenlijk “burgerlijk”!
Of om het nog anders te stellen: in de “historische” strijd tussen mods en rockers, horen groepen als Herman’s Hermits dus eigenlijk thuis bij de “rockers”, ook al is dat muzikaal niet het geval. Zelfs hun meeste uptempo-nummer (“I’m Henry the VIII”) hoort eerder thuis in de traditie van de Engelse music-hall dan van rock’n’roll…
Terloops weze opgemerkt dat John Paul Jones een vermelding krijgt op de aftiteling van “Mrs.Brown”. Hij heeft voor de muzikale “coördinatie” gezorgd. Dat zal wel!
Kortom, het is niet te verwonderen dat daarna het succes van Herman’s Hermits stilaan afneemt, al hebben ze nog wel een paar kleine hitjes, zoals “LADY BARBARA”.

Ronny De Schepper

(*) Andermaal een compositie van Slay en Crewe, die wel een parodie lijkt op “Delilah” van Tom Jones: de zanger loopt door de straat van zijn liefje en ziet schaduwen (“silhouettes”) op haar kamer die elkaar kussen. Hij “lost his mind” (“Delilah”) en rent de trappen op. In plaats van haar echter neer te steken (zoals in “Delilah”) staat hij in de kamer van een hem onbekend echtpaar. Oeps, foutje, zijn liefje woont in de kamer daarnaast. Echt een leuke parodie dus, alleen… “Delilah” dateert pas van drie jaar later. Misschien hebben Les Reed en Barry Mason (de componisten van “Delilah”) zich op “Silhouettes” geïnspireerd, maar dan is het lang niet zo grappig natuurlijk. Wat wél grappig is, dat is dat Tom Jones het oorspronkelijk inderdààd zong als een parodie, wat hem op een standje van Les Reed kwam te staan. En deze had zich daarvóór ook reeds moeten boos maken op P.J.Proby, die de originele uitvoerder van het nummer was, omdat die er ook al niet in geloofde!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s