Vandaag wordt Harrison Ford, van wie Carrie Fisher ooit zei: “You know that saying: ‘An actress is a little bit more than a woman; an actor is a little bit less than a man’? Well, that’s except if it’s Harrison Ford”, vijfenzeventig jaar.

Hij was voor het eerst op het grote scherm te zien als een “uncredited hippy” in “Luv” (1969). Een jaar later was hij trouwens in gelijkaardige bijrolletjes te zien in hippie-klassiekers als “Getting straight” en “Zabriskie Point”. Daarna speelde deze oorspronkelijke TV-acteur (Gunsmoke, The Virginian) in zoveel verschillende minderwaardige filmrollen dat hij de handdoek in de ring gooide en zijn vroegere job (timmerman) weer oppakte. Hij bleef wel in de filmwereld: hij bouwde o.a. een studio voor Sergio Mendes en een veranda voor Sally Kellerman. En zo kon hij op 31-jarige leeftijd dan toch een comeback maken in “American Graffiti” (1973). Toch zou het nog eens vier jaar duren vooraleer hij als Han Solo in “Star Wars” (1977) een echte vedette werd.
Daarna speelde hij de hoofdrol in “Witness” (1985, foto) en in “Mosquito coast” (1986, beide van Peter Weir). Na de Indiana Jones-films volgde in 1988 “Working girl” van Mike Nichols. Dat leverde goed ensemblespel op, zoals men dat dan zegt, vooral door de interactie van Ford met de drie vrouwelijke hoofdvertolksters: Melanie Griffith, Sigourney Weaver en Joan Cusack.
Na de yuppie-films in de jaren tachtig, werden de jaren negentig ingezet met een aantal anti-yuppie-films, die willen terugkeren naar “the basic values of life” in plaats van geld verdienen, status verwerven en macht uitoefenen als hoogste doel te stellen. Dat deze “basiswaarden” ook vaak conservatief Amerikaans zijn zoals “the family” is bijkomstig. Ander opvallend punt: het kunnen dezelfde regisseurs en acteurs zijn die nu verguizen wat ze eerst hebben aanbeden. Zo is de maker van “Regarding Henry” (1991), Mike Nichols, ook degene die in “Working girl” Melanie Griffith als “social climber” ten tonele voerde. Haar tegenspeler, Harrison Ford, is zelfs het hoofdpersonage in deze Nichols-film, terwijl Melanie zelf de vrouwelijke hoofdvertolkster was in “The bonfire of the vanities” van Brian De Palma, de film die de hele rage wel schijnt te hebben ontketend.
In “Regarding Henry” speelt Harrison Ford een genadeloze, stinkendrijke, onuitstaanbare advocaat, die na een moordaanslag een totaal ander mens wordt. Moraal van het verhaal: laat je af en toe eens door je kop schieten, dat is gezond.
Er was op “Henry” heel wat kritiek. Dat hij “tranerig” zou zijn b.v. Zelf vind ik het “gezond” sentiment (zoals b.v. ook in “Rain man”) i.p.v. de sentimentaliteit in films als “Love story” of “Kramer versus Kramer”.
Veel hangt dan natuurlijk af van de vertolking. Wie de “sentimentele” versie aanhangt, zal niet tevreden zijn over Harrison Ford en zijn filmvrouw Annette Bening. Anderen (waaronder ik dus) wél. Het zijn tenslotte opnieuw mensen van vlees en bloed (na zijn genezing toch), heel iets anders dus dan die koele yuppies die we nu wel genoeg hadden gezien.
Anderzijds, als Ford had gedacht dat hij net als Dustin Hoffman (“Rain man”, 1988) of Daniel Day-Lewis (“My left foot”, 1989) met het spelen van een gehandicapte of een zieke een oscar zou kunnen wegkapen, dan kon hij het wel schudden! (Nà hem werd de trend wél opnieuw opgenomen: Al Pacino in 1992 met “Scent of a woman” en Tom Hanks in 1993 met “Philadelphia” en in 1994 met “Forrest Gump”).
Daarna volgde in 1993 “The Fugitive”, een remake van de TV-serie met David Janssen. Ford werd genomineerd als beste dramatische acteur, maar het was Tommy Lee Jones die er een kreeg als beste mannelijke bijrol. Een onderscheiding, waarbij hij enkele weken later ook nog een oscar voegde. Andrew Davis werd eveneens genomineerd voor de Golden Globe als beste regisseur.
Daarna kwam “Clear and present danger”. Het boek van Tom Clancy werd verfilmd opnieuw door Philip Noyce (“Patriot Games”) en opnieuw met Harrison Ford in de hoofdrol als Jack Ryan. Clancy vindt overigens dat Ford “te oud is om de James Bond van de jaren negentig te spelen”, waarop Ford in een televisie-interview op zijn beurt keihard heeft uitgehaald naar de extreem-rechtse ideologie die eigenlijk aan de basis van Clancy’s boeken ligt. Maar de rol weigeren, dat is natuurlijk weer een ander paar mouwen…
In 1996 was hij te zien in een remake van “Sabrina”, gevolgd door “The devil’s own”. Oorspronkelijk was de film volledig rond Brad Pitt gebouwd, maar toen als regisseur Alan J.Pakula werd aangetrokken, bracht die op zijn beurt vriendje Harrison Ford mee, waarmee hij destijds “Presumed innocent” had gedraaid. Niet alleen werd daardoor het evenwicht in het scenario verstoord, ook het honorarium van Ford stak Pitt de ogen uit. Prompt kreeg hij honderd miljoen frank opslag (nou ja, waarom niet), maar zijn 400 miljoen was dan toch nog altijd 280 miljoen minder dan wat er in het loonzakje van Ford zat!
“Six days, seven nights” was het Robinson Crusoe-moment van Harrison Ford. Het verschil met Crusoe is dat zijn avontuur amper een week (cfr. de titel) heeft geduurd en ook dat hij vrouwelijk gezelschap had, in de persoon van Anne Heche. Die deed op het moment van de verfilming (1998) wel mee aan de kortstondige Hollywood-rage van het L-word (zij was de partner van Ellen Degeneres, meen ik me te herinneren), zodat Ford toch zijn plan (en andere zaken) moest trekken, zou men kunnen zeggen…
Daarna was Harrison Ford te zien in “Random hearts”, een film van Sydney Pollack uit 1999. Hij speelt hierin een politieofficier die verbijsterd is dat zijn vrouw (Bonnie Hunt) blijkt te zijn omgekomen in een vliegtuigramp samen met een hem onbekende man (Peter Coyote). Hij neemt contact op met de weduwe van die man (Kristin Scott Thomas) om alsnog het dubbelleven van zijn vrouw te ontraadselen.
De recentste film met Harrison Ford in de hoofdrol die ik heb gezien was “Hollywood homicide” van Ron Shelton uit 2003. Buiten Ford zelf, deed ik dit om twee redenen: omdat Humo het als een “politiekomedie” betitelde en omdat er een fotootje van Lena Olin bij stond. Twee keer fout gegokt natuurlijk! Om met Olin te beginnen: die speelde slechts een kleinere rol en dat was nog niet eens spijtig, want het was op de koop toe een belachelijke rol. Zij maakte deel uit van het onderdeel van het plot dat Humo dus blijkbaar als een “komedie” heeft ervaren. Zelf heb ik niet eenmaal moeten lachen, zelfs niet glimlachen. Of toch, wat dat laatste betreft, zou ik liegen. Als Ford tijdens het vrijen met Olin zegt: “Als ik niet vergeet mijn gingko te nemen, zal ik op tijd weten waar de viagra staat.” Maar voor de rest lag de “body count” toch wel heel erg hoog voor een “komedie” en waren het weer àl “car chases” en “superfluous explosions” dat de klok sloeg!
In 2006 speelt hij een IT-wizard in “Firewall” van Richard Loncraine, een computerthriller dus, waarin echter nog zoveel actie voorkomt dat je je afvraagt: word je stilletjes aan niet te oud voor dit soort werk, Harrison?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s