Zestig jaar geleden ging “Loving you”, de eerste film in kleur met Elvis Presley, in première. Aangezien Vernon en Gladys Presley hun zoon een bezoekje brachten op de set, liet regisseur Hal Kanter hen plaatsnemen in het publiek tijdens het laatste nummer in de film (zie foto). Een jaar nadien zou Gladys overlijden en Elvis, die een serieus moedercomplex torste, zou naar verluidt daarom de film nooit meer bekeken hebben.

Op 8 november 1957 volgt “Jailhouse rock” van Richard Thorpe. Will Tura in Humo van 27/1/2009: “Ik was een jaar of veertien toen ik de eerste keer ‘Jailhouse rock’ van Elvis hoorde: dat nummer spatte echt bàààf! uit de boxen op de kermis.”
De gelijknamige film wordt algemeen beschouwd als een van Elvis’ beste. Tijdens de beroemde dansscène speelde The King echter een tandkroon kwijt, die in zijn long terechtkwam. Een chirurg verwijderde de kroon via zijn keel, waardoor hij (Elvis, niet de chirurg) een paar dagen hees klonk. Dat gaf echter niet want Vince Everett, zijn personage in de film, sukkelt ook met stemproblemen. Veel erger was dan ook Judy Tyler, Elvis’ tegenspeelster, een paar weken na de opnames omkwam in een auto-ongeluk.
Deze keer schreven Leiber en Stoller “Jailhouse rock” wel degelijk voor Elvis zelf, maar tegelijk luidde dit het einde in van hun samenwerking: “We waren niet bepaald dol op die Elvis-films: ze begonnen ons al snel te vervelen, we hadden niet veel zin om er nog langer muziek voor te schrijven.” Bovendien: “Een blanke die de blues zingt, kon volgens ons niet. Daar waren we heel strikt in: het moest authentiek blijven, of anders deugde het niet.”
Maar ze bleven hem wél producen! “In de studio was hij een lammetje, en hij werkte heel hard. Dat hij zo’n ontzettend werkpaard was, is volgens mij zijn grootste verdienste. De nummers die we voor hem schreven lieten we door demo-zangers (o.a. P.J.Proby, RDS) inzingen, en nauwgezet kopieerde Elvis die demo-zangers, tot het geringste stembuiginkje toe. (…) Hij had geen persoonlijkheid. Hij was veel te onzeker om een eigen persoonlijkheid te ontwikkelen. Daarom kopieerde hij de demo-zangers woord voor woord, zelfs al zongen ze in een toonaard die veel te hoog voor hem lag.” (resp. Mike Stoller en Jerry Leiber in Humo)
Op 2 juli 1958 volgde “King Creole” van Michael Curtiz, de laatste Elvisfilm in zwart-wit. Gebaseerd op de bestseller “A stone for Danny Fisher” van Harold Robbins (“Ha, you mean Harold RobBINS!”) is het ook de laatste poging van producer Hal Wallis om van Elvis Presley een jonge Victor Mature te maken als een soort achterbuurt-Casanova, brutaal maar met een demonische aantrekkingskracht. Een vlegel die ernaar snakt om bemoederd te worden. Elvis’ volgende film zal pas op 23 november 1960 verschijnen en in “G.I.Blues” van Norman Taurog is hij al helemaal onschadelijk gemaakt.
Rock’n’roll schokt de ouderen wel, maar het laat het maatschappelijk bestel onaangetast. Rocken is een ongevaarlijk afreageren, is opgaan in de dromen over een eigen wagen, een knap lief, onbehoorlijk stevig vrijen. Het idool, de big star, is het kwadraat van die droom: gouden Cadillacs, horden moordgrieten, stinkrijk zijn en het kunnen tonen. “11.000.000 fans can’t be wrong” en “One night”, “A fool such as I”, oorspronkelijk van Hank Snow uit 1952, “A big hunk of love”, “I got stung” en “I need your love tonight” zijn er als bewijs. Op dat moment is Elvis reeds aan zijn derde gitarist toe. Scotty Moore van Sun werd bij RCA vervangen door Chet Atkins en nu was Hank Garland (1930-2004) in de plaats gekomen, die daarnaast ook nog o.a. met Roy Orbison, The Everly Brothers, Patsy Cline en Charlie Parker werkte.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s