Morgen gaat in Düsseldorf de 104de editie van de Ronde van Frankrijk van start. Misschien is het daarom nu het juiste moment om Mark Uytterhoeven nog eens naar zijn Grote Tourboek te vragen. Het is ondertussen al bijna dertig jaar geleden toen ik hem eraan moest herinneren…

– Waar blijft je fameuze Tourboek waarop iedereen nu al zolang zit te wachten? Het verhaal is stilletjesaan wel bekend: het beschrijft een uiteraard fictieve Tour met alle naoorlogse vedetten, alleen de winnaar blijft voorlopig nog geheim. Maar komaan Mark, geef nou toe: Herman Van Springel gaat die winnen!
M.U.:
Nee, ik heb mij trouwens al van te voren bij Herman verontschuldigd. Dat kan ik niet doen, hé. Tenslotte heeft hij nooit de Tour gewonnen. Tenzij die ene keer achter die Nederlander…
– Toch moet je een figuur vinden die niet voor de hand ligt, want anders wint toch gewoon Eddy Merckx, zeker?
M.U.:
Misschien wint Merckx wel. Al heeft Coppi evenveel kans. Maar wat is er eigenlijk op tegen dat Merckx zou winnen?
– Hij kan een dreun krijgen in zijn lever…
M.U.:
Ik denk dat hij die inderdaad wel zal krijgen, maar of hij daardoor de Tour zal verliezen…? Hinault is nog wat jong, akkoord, maar Anquetil telt ook nog mee.
– Ja, vertel me eens: hoe heb je het probleem van de leeftijden omzeild?
M.U.:
Ik heb ze gecomprimeerd. Bartali is de oudste. Hij is in mijn boek 34 jaar, geloof ik, en Hinault is er amper 21. Coppi is 31, Merckx 27, enzovoort. Verder heb ik uit de geschiedenisboekjes over de Tour alleen die zaken behouden die bij het grote publiek bekend zijn, b.v. Zaaf die in de verkeerde richting rijdt of Tom Simpson op de Ventoux. Mijn Tour wordt overigens nog met landenploegen verreden, want wat de sfeer betreft situeert hij zich zo ongeveer halfweg de jaren zestig, toen er in 1967 en ’68 nog eens uitzonderlijk twee Ronden met landenploegen hebben plaatsgehad.
– Is dit niet gewoon het verlengen van je jeugd, net zoals ikzelf met mijn zoon b.v. ook nog met de wielrenners speel?
M.U.:
Ik zie het toch iets ruimer. Al moet ik toegeven dat, toen ik te bed lag en er even sprake van was dat ik niet meer zou mogen koersen, ik toch nog met mijn wegenkaarten van Frankrijk lag weg te dromen. Eigenlijk is dat mijn geliefkoosde lectuur. Daar kan ik uren in snuffelen, vooral in de kaarten van de Pyreneeën en de Alpen, om dan denkbeeldige etappes te rijden. Ik heb ook profielen van alle beroemde cols, waarvan ik er vele reeds zelf heb beklommen wat mij bij mijn «Tour de Trance», zoals ik het noem, wel van pas komt.
– Een beetje zoals Tim Krabbé kortom?
M.U.:
Het nadeel van dergelijke onderneming is dat men dan telkens met dat boek « De renner » van Tim Krabbé komt aandraven, omdat er in de Nederlandse taal maar één goed wielerboek is geschreven. Akkoord dat het mijn favoriete boek is, zoals ook in “Wie schrijft, die blijft” te zien was, maar er is toch niemand die ooit zegt: «Ja maar er is toch al een goede magisch realistische roman geschreven?» Of: «Er is toch al een goed naturalistisch toneelstuk geschreven?» Daarom zal ik er zeker zorg voor dragen dat ik mijn boek daar niet op ent.
– Maar het is wel een ernstig boek?
M.U.:
Ja, dat is nog een nadeel. Iedereen denkt altijd: we gaan hier plat liggen van ’t lachen. Dat was ook het geval bij dat cartoonboek van Karl Meersman « Wat een jaar, beste spotliefhebber! »: dat is gewoon een jaaroverzicht, waarbij ik wat commentaar heb geschreven, soms ernstig, soms met een glimlach, maar nooit met de bedoeling van iedereen aan het lachen te brengen.
– Wordt het een spannend «jongensboek»?
M.U.:
Neen, want ik heb een hekel aan dingen die echt goed aflopen. Van de voetbalfilm “Escape to victory” kreeg ik b.v. de zenuwen omdat die zo geweldig voorspelbaar goed afliep. Neen, ik kan me niet indenken dat ik me laat verleiden een boek te schrijven over een held die in een hoek wordt gedrumd en er zich op heldhaftige wijze weet uit te werken.
– Als ik dat allemaal hoor, kom ik meer en meer tot de conclusie dat het niet gemakkelijk zal zijn…
M.U.:
Daar ben ik mij terdege van bewust. Temeer daar ook de druk alsmaar groter wordt. Eigenlijk had het boek vorig jaar met de Tour reeds af moeten zijn, dan werd het de Boekenbeurs en nu is het reeds bij de volgende Tour. Het is altijd maar opgeschoven wegens de situatie op het werk, maar nu zou ik het toch klaar moeten hebben. Al was het maar om het geduld van de 3.000 mensen die volgens mijn uitgever (Dedalus) reeds hebben ingetekend niet langer op de proef te stellen.
“Maak daar maar 3.001 van,” besloot ik toen. Maar wanneer ik hem de laatste keer heb gezien, zo’n vijf jaar geleden, was hij nog altijd niet verder geraakt. Ik begin te vrezen dat het boek er nooit zal komen. En daarom heb ik een voorstel, maar ik ga niet beginnen schreien als jullie niet meedoen, dan doe ik het lekker op mijn eentje, maar er samen over nadenken zou plezanter zijn.
En dat voorstel is: als we dan al dat boek van Uytterhoeven niet kunnen schrijven, dan kunnen we het immers alvast toch nabootsen. Wie daar zin toe heeft, zou b.v. het parcours van die ideale “Tour de Trance” kunnen samenstellen. Zelf ben ik daarin niet zo erg geïnteresseerd. Wat mij wél boeit, dat is het samenstellen van de deelnemerslijst van zo’n Tour…
Eerst twee opmerkingen: pas nu valt mij op dat Mark (omwille van die leeftijdscomprimatie allicht) zich wil beperken tot na de Tweede Wereldoorlog. In eerste instantie ga ik dat nog niet doen. ’t Kan zijn dat ik daarop terugkom, maar ik zou eerst een soort “ideale” ploeg per land willen opstellen, los van alle tijdsbegrippen.
Ten tweede: wat niet in het interview staat, maar wat hij mij wel verteld heeft, dat is dat hij voor Frankrijk drie en voor België en Italië twee ploegen had voorzien. Dat vind ik alleszins een goed idee, ik neem het over. Ik doe er zelfs nog een Franse ploeg bij, want ik vind het moeilijk om de Peugeots (Thevenet, Pingeon…) bij één van die drie Franse ploegen (die eigenlijk teruggaan op St.Raphael-Ford-Bic, Mercier en Renault-La Vie Claire) onder te brengen. Als we nu eens een vierde Franse ploeg zouden invoeren? Helaas kan ik dat niet “vertalen” in regionale ploegen b.v. Ik heb daar zelf veel nostalgische herinneringen aan, dus ik had het anders wel graag gedaan. Ikzelf heb slechts twee “regionale” ingrepen gedaan, waarvan één dan nog wel in de nationale A-ploeg. Het gaat hier om Anglade en Dotto, waarmee ik eigenlijk geen weg wist in de opdeling Raphael/Mercier/Peugeot/Renault. Ik heb ze dan bij de ploeg van Geminiani gestoken omdat zij in ’58 deel uitmaakten van het regionale team olv Geminiani (als renner!) dat toen de nationale ploeg zwaar het vuur aan de schenen heeft gelegd. Ook had ik Robic als een soort “vaderfiguur” bij Bernard Hinault gevoegd omdat het alle twee echte Bretoenen zijn natuurlijk.
Die vier Franse ploegen hebben trouwens nog een voordeel: als we dan het A- en het B-team omwisselen, dan kan Merckx met het fameuze nr.51 rijden. Van Looy als kopman van de B-ploeg, ik wist dat daar protest tegen zou rijzen. En ze hebben uiteraard volkomen gelijk, puur wat Ronde-prestaties aangaat. Maar die A- en die B-ploeg moet je ook als een antithese zien (we zijn tenslotte zogezegd een roman aan het schrijven, nietwaar). En net zoals in Italië Coppi tegenover Bartali kan worden geplaatst, is dat in België Merckx tegenover Van Looy. Maar als ik jullie er een plezier mee kan doen: ik vind ook dat Van Looy eerder de kapitein is en Van Impe de kopman. Helaas zit er aan Lucien weinig “vlees” voor een roman. Met alle respect, maar hij is niet echt een kleurrijk figuur.
Giorgio Albani zou ik in deze contekst geen sportdirecteur maken. Ik zou de nationaliteitseis ook voor de ploegleider laten gelden. Bovendien is een stroman als Lelangue ook een “bewijs” voor de stelling dat Merckx geen ploegleider nodig heeft (zie discussie n.a.v. de dood van Lomme), vandaar dat Driessens beter bij de tandem Van Looy-Maertens thuishoort.
Zowel Coppi als Bartali verdienen uiteraard ook twee gregarii. Ten koste van Filippo Simeoni (mijn eigen dada, uiteraard wegens die laatste rit van de Tour van twee jaar geleden)? Dat zou me erg spijten. Alles hangt er natuurlijk van af wat we met de laatste rit zullen doen. Wordt het een spannende tijdrit zoals tussen Fignon en Lemond? Of rijden we gewoon naar de Champs Elysées? In dat geval kan zo’n incident met Simeoni de boel wat opfrissen.
Het ontbreken van die antithese is er ook de oorzaak van dat ik geen Spaanse B-ploeg heb. (Ik heb hier zelf ooit een discussie willen opstarten over de weerslag van de Spaanse burgeroorlog op het Spaanse wielrennen en dat zou zich dan weerspiegelen in de tweestrijd Bahamontes-Lorono, maar dat thema heeft heel weinig reacties losgeweekt.) Een combinatie met Portugal naar analogie met Nederland B/Luxemburg lijkt me wel een goed voorstel, maar welke ploeg zou dan wegvallen? Iemand suggereerde Colombia door het bij de VS te voegen. Nu vind ik wel dat er een groot verschil is tussen Noord- en Zuid-Amerika. Ondanks het feit dat ik inderdaad geen tien waardevolle renners kon vinden om een Colombiaanse ploeg te vormen, schrok ik er b.v. toch voor terug om zelfs de Mexicaan Raul Alcala daaraan toe te voegen, aangezien Mexico sterker aanleunt bij de VS dan bij Colombia.
Maar de voornaamste reden om de Colombiaanse renners een aparte ploeg te laten vormen is het ophef dat het destijds heeft gemaakt toen zij voor het eerst in de Tour verschenen. Over kleurrijke figuren gesproken! Inclusief de daarmee gepaard gaande radio-reporters natuurlijk.
Ik vond dat ook Fabio Casartelli erbij moest. Ik heb hem bij de “meest tragische” Italiaanse ploeg gestoken (Coppi-Pantani!) en hem het nummer 67 gegeven. Nico Mattan zal wel weten waarom…
En om ze een beetje te troosten voor het uitvallen op het WK voetbal, heb ik ook nog een kadootje voor onze Noorderburen: ook zij krijgen nog een B-ploeg, zij het dan een halve, omdat ze ook plaats moeten maken voor de Luxemburgers. Ik koos speciaal renners die in die tijd inderdààd samen met Luxemburgers ploeg moesten vormen maar dan wel voor de A-ploeg!!!
Dat alles om tot twintig ploegen te komen en om het makkelijk te maken, laten we dan ploegen van tien renners nemen. Als er dan 200 deelnemers zijn, komen we aan twintig ploegen. Waarom ons beperken tot 200 deelnemers? Ik zou me wel aan die ProTour-regel willen houden. Ik denk dat Mark Uytterhoeven voor zijn oorspronkelijk deelnemersveld zelfs nog geen rekening had gehouden met een aparte Amerikaanse, Scandinavische, Oost-Europese of Australische ploeg, omdat dit vijftien jaar geleden allemaal nog niet zo belangrijk was. De mondialisering van de wielersport, weetjewel.
Nee, ook al is het dan allemaal maar fictie, toch wil ik nog een beetje realistisch blijven. Ikzelf had er ook graag een Aziatische en een Afrikaanse ploeg bij gehad (alweer dat kleurrijke!), maar aangezien ze in het echt nog niet hebben deelgenomen, heb ik die fantasie ook opzij laten liggen.
Ergens wil dit “spel” ook een eerbetoon zijn aan “gemiste kansen”. Daarom dat ik Sergei Soekhoroetsjenkov ploegleider heb gemaakt van de Sovjetploeg.
Ik hoef aan wielerkenners niet te vertellen dat van Soekho altijd is gezegd dat hij kans zou hebben gemaakt de Tour te winnen, mocht hij bij de profs hebben mogen rijden. En nu zal men zeggen: maar hij hééft toch bij de profs gereden? Ja! maar veel te laat. Zijn beste tijd was voorbij.
Zo ook met Alfonso Flores. Hij was de beste Colombiaanse wielrenner tussen die kampioen uit de jaren vijftig waarover Gabriel Garcia Marquez het heeft (Ramon Hoyos) en Luis Herrera. Maar toen Flores in 1983 voor het eerst naar de Tour kwam, was ook zijn beste tijd reeds voorbij. En daarom mag hij hier in de Tour van Uytterhoeven zijn plaats opeisen, vind ik. Mark noemt het zijn Tour de Trance, ik noem het de Tour van de gemiste Chance! (ook voor Mark zelf)
Laat ik nu die ploegen eens proberen opsommen, telkens met de kopman:
1.Frankrijk A (Jacques Anquetil)
2.Frankrijk B (Louison Bobet)
3.Frankrijk C (Bernard Thevenet)
4.Frankrijk D (Bernard Hinault)
5.België A (Eddy Merckx)
6.België B (Rik Van Looy)
7.Italië A (Fausto Coppi)
8.Italië B (Gino Bartali)
9.Spanje (Miguel Indurain)
10.Nederland (Jan Janssen of Joop Zoetemelk)
11.Luxemburg-Nederland B (Charly Gaul)
12.Zwitserland (Ferdi Kübler)
13.Duitsland (Jan Ullrich)
14.Groot-Brittannië (Tom Simpson) en Ierland (Stephen Roche of Sean Kelly)
15.Australië (Phil Anderson) en Nieuw-Zeeland
16.De Verenigde Staten (Lance Armstrong) en Canada
17.Colombia (Luis Herrera)
18.De vroegere Sovjet-Unie (Alexander Vinokourov)
19.Scandinavië (Bjarne Riis)
20.Gemengde ploeg (Joaquim Agostinho)
We moeten ons ook akkoord stellen over een scharnierjaar. d.w.z. dat de basis vormt voor de nationale kampioenen en de wereldkampioen. aangezien wij de periode 1946 – 2006 bestrijken, zou ik opteren voor 1976: au beau milieu.
FRANKRIJK A (Raphael Geminiani)
1.Jacques Anquetil
2.Lucien Aimar
3.Louis Rostollan
4.André Darrigade
5.Jean Graczyk
6.Jean Stablinski
7.Gilbert Bauvin
8.Anatole Novak
9.Henri Anglade
10.Jean Dotto
FRANKRIJK B (Antonin Magne)
11.Louison Bobet
12.Jean Bobet
13.Antonin Rolland
14.Raymond Poulidor
15.Jean-Pierre Genet
16.Raymond Martin
17.Fernand Picot
18.Jean Gainche
19.Bernard Vallet
20.Valentin Huot
FRANKRIJK C (Gaston Plaud)
21.Bernard Thevenet
22.Roger Pingeon
23.Jean-Pierre Danguillaume
24.Michel Laurent
25.Henri Duez
26.Marcel Rohrbach
27.Roger Walkowiak
28.Jean Malléjac
29.Jacques Esclassan
30.Raymond Delisle
FRANKRIJK D (Cyrille Guimard)
31.Bernard Hinault
32.Laurent Fignon
33.Jean-François Bernard
34.Richard Virenque
35.Jean Robic
36.Charly Mottet
37.Thierry Marie
38.Laurent Jalabert
39.Frédéric Moncassin
40.Jean-René Bernaudeau
BELGIË A (Guillaume Driessens)
41.Rik Van Looy
42.Edgar Sorgeloos
43.Lucien Van Impe
44.Freddy Maertens
45.Michel Pollentier
46.Jef Planckaert
47.Armand Desmet
48.Ward Sels
49.Briek Schotte
50.Walter Godefroot
BELGIË B (Robert Lelangue)
51.Eddy Merckx
52.Herman Van Springel
53.Rik Van Steenbergen
54.Fred De Bruyne
55.Stan Ockers
56.Benoni Beheyt
57.Gilbert Desmet
58.Jean Brankart
59.Ferdinand Bracke
60.Marcel Janssens
ITALIË A (Luciano Pezzi)
61.Fausto Coppi
62.Andrea Carrea
63.Felice Gimondi
64.Marco Pantani
65.Claudio Chiappucci
66.Mario Cipollini
67.Fabio Casartelli
68.Gianni Bugno
69.Filippo Simeoni
70.Fiorenzo Magni
ITALIË B (Alfredo Binda)
71.Gino Bartali
72.Imerio Massignan
73.Graziano Battistini
74.Gastone Nencini
75.Nino Defilippis
76.Guido Carlesi
77.Ivan Basso
78.Alessandro Petacchi
79.Giancarlo Astrua
80.Gianni Motta
SPANJE (Vicente Trueba)
81.Miguel Indurain
82.Pedro Delgado
83.Luis Ocana
84.Federico Bahamontes
85.Julio Jimenez
86.José-Manuel Fuente
87.Francisco Galdos
88.Vicente Lopez-Carril
89.Miguel Poblet
90.Joseba Beloki
NEDERLAND (Kees Pellenaers)
91.Joop Zoetemelk
92.Gerrie Kneteman
93.Peter Winnen
94.Hennie Kuiper
95.Gerdjan Theunisse
96.Steven Rooks
97.Johan Vandervelde
98.Erik Breukink
99.Rini Wagtmans
100.Michael Boogerd
LUXEMBURG & Nederland B (Nicolas Frantz)
101.Charly Gaul
102.Marcel Ernzer
103.Bim Diederich
104.Johnny Schleck
105.Eddy Schutz
106.Wim Van Est
107.Jan Nolten
108.Wout Wagtmans
109.Gerben Karstens
110.Jan Janssen
ZWITSERLAND (Köchli)
111.Ferdi Kübler
112.Hugo Koblet
113.Fritz Schär
114.Alex Zülle
115.Urs Zimmermann
116.Beat Breu
117.Toni Rominger
118.Rolf Graf
119.Kurt Gimmi
120.Laurent Dufaux
DUITSLAND (Kurt Stoepel)
121.Jan Ullrich
122.Erik Zabel
123.Rudi Altig
124.Hans Junkermann
125.Dieter Thurau
126.Rolf Wolfshol
127.Rolf Gölz
128.Karl-Heinz Kunde
129.Rolf Aldag
130.Olaf Ludwig
GROOT-BRITTANNIE & IERLAND (Charlie Holland)
131.Tom Simpson
132.Barry Hoban
133.Robert Millar
134.David Millar
135.Brian Robinson
136.Stephen Roche
137.Sean Kelly
138.Martin Earley
139.Paul Kimmage
140.Seamus Elliott
AUSTRALIE & NIEUW-ZEELAND (Hubert Opperman)
141.Phil Anderson
142.Robbie McEwen
143.Baden Cooke
144.Stuart O’Grady
145.Bradley McGee
146.Michael Wilson
147.Russell Mockridge
148.Cadel Evans
149.Paul Jesson
150.Stephen Swart
VERENIGDE STATEN & CANADA (Mike Neel)
151.Lance Armstrong
152.Greg Lemond
153.Tyler Hamilton
154.Jonathan Boyer
155.Andy Hampsten
156.Davis Phinney
157.Eric Heiden
158.Bobby Julich
159.Steve Bauer
160.Alex Stieda
COLOMBIA (Ramon Hoyos)
161.Luis Herrera
162.Fabio Parra
163.Santiago Botero
164.Oliverio Rincon
165.Alfonso Flores
166.Alvaro Mejia
167.Nelson Rodriguez
168.Pablo Wilches
169.Chepe Gonzalez
170.Hernan Buenahora
SOVJETUNIE (Sergei Soekhoroetsjenkov)
171.Alexander Vinokourov
172.Pjotr Ugrumov
173.Raimundas Rumsas
174.Vjatsjeslav Ekimov
175.Jaan Kirsipuu
176.Djamolidine Abdoesjaparov
177.Sergei Oetsjakov
178.Vladimir Pulnikov
179.Yaroslav Popovych
180.Dimitri Konyshev
SCANDINAVIE (Harry Snell)
181.Bjarne Riis
182.Kim Andersen
183.Thor Hushovd
184.Knud Knudsen
185.Gösta Pettersson
186.Tommi Prim
187.Sven-Ake Nilsson
188.Michael Rasmussen
189.Dag Otto Lauritzen
190.Thomas Pettersson
GEMENGDE PLOEG (Max Bulla)
191.Joaquim Agostinho (Portugal)
192.José Azevedo (Portugal)
193.Adolf Christian (Oostenrijk)
194.Jan Svorada (Tsjechoslovakije)
195.Abdelkader Zaaf (Algerije)
196.Molinès (Algerije)
197.Zenon Jaskula (Polen)
198.Lech Piasecki (Polen)
199.Raul Alcala (Mexico)
200.Daisuke Imanaka (Japan)
Een eerste conclusie dringt zich al op: het is inderdaad heel moeilijk om de vooroorlogse renners een plaats te geven in deze teams (vooral de Fransen, maar ook de Belgen en de Italianen). Ze kunnen natuurlijk wel sportdirecteur zijn!
Ik heb toch eens een poging gedaan om die Franse ploegen tot regionale ploegen om te buigen:
FRANSE NATIONALE PLOEG (blauw met witte en rode band)
Sportdirecteur: Marcel Bidot
1.Jacques Anquetil
2.Lucien Aimar
3.André Darrigade
4.Laurent Fignon
5.Jean Forestier
6.Roger Pingeon
7.Roger Rivière
8.Louis Rostollan
9.Jean Stablinski
10.Bernard Thevenet
OUEST (wit met rode banden)
Sportdirecteur: Francis Pelissier
11.Bernard Hinault
12.Raymond Delisle
13.Jean Gainche
14.Jean-Pierre Genet
15.Raymond Martin
16.Fernand Picot
17.Raymond Poulidor
18.Jean Robic
19.Antonin Rolland
20.Gérard Saint
SUD (lichtblauw met gele banden)
Sportdirecteur: Maurice Demuer
21.Henri Anglade
22.Jean-François Bernard
23.Pierre Brambilla
24.Jean Dotto
25.Georges Fachleitner
26.Raphael Geminiani
27.Laurent Jalabert
28.Jean Malléjac
29.René Vietto
30.Richard Virenque
NORD (rood met blauwe banden)
Sportdirecteur: Antonin Magne
31.Louison Bobet
32.Jean Bobet
33.Jacky Durand
34.Jacques Esclassan
35.Roger Hassenforder
36.Charly Mottet
37.Anatole Novak
38.Marcel Rohrbach
39.Bernard Vallet
40.Roger Walkowiak
Om eventueel plaats te maken voor een derde Belgische en een derde Italiaanse team zou ik de ploegen GB/Ierland, VS/Canada en Australië/NZ laten samensmelten tot één land, dat ik hier ter plekke “Anglosaxonia” ga dopen. Ik had het graag het “Commonwealth” geheten, maar de VS en Ierland maken daarvan geen deel uit.
ANGLOSAXONIA (witte trui met zwarte banden, op de mouwtjes de vlag van het land waartoe de renner behoort)
Sportdirecteur: Hubert Opperman
151.Lance Armstrong
152.Phil Anderson
153.Tyler Hamilton
154.Sean Kelly
155.Greg Lemond
156.Robbie McEwen
157.Robert Millar
158.Stuart O’Grady
159.Stephen Roche
160.Tom Simpson
Die derde Italiaanse ploeg is er uiteindelijk nooit gekomen, maar die drie Belgische wel. Voor de rugnummers 41 tot 50 stel ik dan voor de Duitsers te nemen. volgens de officiële UCI-taal, zijnde het Frans, komt dit – na de Franse ploegen – dan op de eerste plaats (Allemagne – Belgique…). België kan dan beginnen met Merckx op 51., die “gemengde ploeg” komt inderdaad best helemaal achteraan.
Overigens, ik heb er geen problemen mee van ze niét in dat UCI-pakje te steken, maar dan moeten we ook op zoek naar een nieuwe naam. In de Tour hebben zo’n gemengde ploegen ooit effectief bestaan. Die werden dan “L’Internation” genoemd (we zouden ze in het rood kunnen steken met zo’n naam, maar het rood is natuurlijk al ingenomen door de Sovjet-Unie – grapje).
Nog een vraag: ik vind wel dat ploegen als Anglosaxonia of Scandinavia niet op dezelfde hoogte kunnen worden behandeld als Italië, Duitsland, Nederland enz. M.a.w. ik zou die pas, alfabetisch, laten volgen na de alfabetische rangschikking van de “echte” landen. Probleem: wat met de Sovjet-Unie. Dat was in 1976 een bestaand land. Door de Franse benaming Union Soviétique zal het wellicht trouwens als laatste “echt” land volgen en dus vormt het ook een mooie overgang naar die “samengestelde” landen.
Oh ja, ook nog dit. Ik ga akkoord met slechts twee Italiaanse ploegen i.p.v. drie. Ik deed het oorspronkelijk omdat we tot drie Belgische ploegen besloten hadden, maar als we bij individuele renners (De Vlaeminck, Vannitsen, Moser, Saronni) de afkeer voor de Tour laten meespelen, dan moet dat ook op landelijk gebied kunnen: de Italianen hebben in de jaren tachtig de Tour grotendeels links laten liggen, terwijl de Belgen er altijd al bij geweest zijn en op een bepaald moment (jaren zeventig, meen ik) leverden ze het grootste aantal deelnemers, zelfs meer dan de Fransen!
Maar dan heb ik natuurlijk een ploeg te veel geschrapt. Daarom reken ik alsnog op een vrijwilliger om met die Spaans-Portugese ploeg voor de dag te komen!
DE BELGISCHE NATIONALE PLOEG (hemelsblauw met zwart-geel-rode band)
sportdirecteur: Robert Lelangue
51.Eddy Merckx
52.Benoni Beheyt
53.Tom Boonen (*)
54.Ferdinand Bracke
55.Joseph Bruyère
56.Gilbert Desmet
57.Jos Huysmans
58.Guy Nulens (**)
59.Martin Van Den Bossche
60.Herman Vanspringel

LES DIABLES ROUGES (rood met zwarte en gele band)
sportdirecteur: Lomme Driessens
61.Rik Van Looy
62.Armand Desmet
63.Walter Godefroot
64.Freddy Maertens
65.Jef Planckaert
66.Michel Pollentier
67.Willy Schroeders
68.Ward Sels
69.Edgar Sorgeloos
70.Lucien Van Impe

ESCADRON NOIR (zwart met gele en rode band)
sportdirecteur: Silveer Maes
71.Rik Van Steenbergen
72.Jan Adriaenssens
73.Jean Brankart
74.Fred Debruyne
75.Jos Hoevenaars
76.Raymond Impanis
77.Marcel Janssens
78.Stan Ockers
79.Eddy Pauwels
80.Briek Schotte

(*) Ik heb Willy Vannitsen vervangen door Tom Boonen. We hebben zoals gezegd al sprinters genoeg in de Belgische ploegen en als er dan toch nog één bij moest, dan moest er een andere weer uit. Ik heb geopteerd voor Willy Vannitsen, nochtans een zéér kleurrijk figuur, maar bij mijn weten niét in de Tour.
(**) Zoals je ziet, heb ik Guy Nulens hier gezet en dat heeft te maken met de aanwezigheid van (ik neem aan: Roger) De Vlaeminck in de ploeg van Merckx. Dat had ik de eerste keer niet gezien. Ik vind dat dit niet kan. Het is waar dat Roger nù Eddy opvrijt dat het geen naam meer heeft (hij heeft zelfs zijn zoontje Eddy genoemd), maar tijdens zijn actieve rennersperiode was hij wel degelijk dé tegenstander van Merckx. Ik heb hem echter ook niet bij de “anti-Merckx-ploeg” (die van Van Looy uiteraard) gezet, net zoals ik evenmin bij de Italianen Francesco Moser of Giuseppe Saronni heb laten meerijden. De Tour was immers geen grote liefde voor die mannen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s