Het is vandaag 305 jaar geleden dat de Frans-Zwitserse denker en literator Jean-Jacques Rousseau werd geboren. Heden ten dage is hij het pispaaltje voor iedereen die zich stoort aan het politiek correcte denken, maar of dat terecht is laat ik in het midden.

Eigenlijk was hij een overgangsfiguur, die zich als verlicht denker liet kennen met zijn “Contrat social”, maar die ook het preromantische “Julie ou la nouvelle Héloïse” schreef in 1761, waarmee Rousseau aan de oorsprong van het genre “briefroman”, en een jaar later “Emile ou de l’éducation”. Met dit boek is hij volgens Eric Hulsens ook de “uitvinder” van de jeugdlectuur: “In Emile staan zinnen zoals deze: ‘De natuur wil dat de kinderen kinderen zijn voor ze mannen zijn’ en ‘De kindsheid heeft manier van denken en voelen die haar eigen zijn’. Dit dus in tegenstelling met de eeuwenoude opvatting dat kinderen een soort van kleine volwassenen waren. Wat er achter zit, is echter ook wel dat in de historische periode waarin Rousseau leefde en schreef, de kloof tussen kinderen en volwassenen groter geworden is. Bij hem wordt de kindsheid dus een soort van reservaat. Je moet ze niet confronteren met allerlei volwassen zaken, dat kan het kind kwaad doen… Ik persoonlijk vind dit een heel dubieuze stelling, zeker als men er rekening mee houdt dat Rousseau zijn eigen kinderen (vijf in het totaal) allemaal te vondeling heeft gelegd!

Sigiswald Kuijken verzet zich dan weer tegen zijn vooruitgangsidee. “De tijd van Jean-Jacques Rousseau ligt gelukkig al lang achter ons,” zucht hij tegen me in een interview. “Ik geloof niet in vooruitgang als verbetering. Niet in’t algemeen en zeker niet op het gebied van instrumentenbouw. Verandering wel, meer aangepast aan de tijd, maar niet noodzakelijk verbetering. Het orgel van Bach was hét beste orgel voor Bach. De piano van Mozart was dé beste piano voor Mozart. Dat is voor mij een axioma.”
Rousseau schreef overigens ook zelf over muziek (in de fameuze Encyclopédie) en was zelfs componist, zo o.m. van de opera “Bastien und Bastienne” die later door niemand minder dan de jonge Mozart onder handen werd genomen en die veel ophef had veroorzaakt omdat het herderinnetje Bastienne net iets te veel van haar charmes had laten zien.
Wat ik dan weer Rousseau kwalijk neem is dat hij er in mijn ogen de oorzaak van is dat het marxisme geen kans op slagen had. Marx was immers vertrokken van de opvatting van Jean-Jacques Rousseau dat de mens van nature goed was en dat het de maatschappij was die hem slecht maakte. Verander dus de maatschappij en dan verander je de mens was de opvatting van Marx en later van mensen als Marcuse en zo.
Anderzijds kan ik me dan weer heel goed vinden in zijn lijfspreuk: “Si je ne suis pas mieux, je suis quandmême autre.”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s