Het is vandaag vijftig jaar geleden dat de Franse actrice Françoise Dorléac op een gruwelijke wijze om het leven kwam.

Ze is nu vooral bekend als “de zus van Catherine Deneuve“, maar voor mij was Catherine Deneuve destijds “de zus van Françoise Dorléac”, als je begrijpt wat ik bedoel… Dat had echter weinig te maken met hun respectievelijke acteerkwaliteiten, maar alles met de avonturenfilm “Genghis Khan” van Henry Levin uit 1965.  In de steppen van Mongolië ging op een bepaald moment ook zijn vrouwelijke tegenspeelster uit de kleren en dat was maar logisch ook, want het was voor een was-scène. Waarop Genghis Kahn (Omar Shariff) tot zijn geestelijke raadgever (James Mason) zegt: “De gedachten die mij kwellen zijn een heilig man onwaardig.” Ik noteerde dit in het Blommenkinders-dagboek, dus het was duidelijk wat ik daar eigenlijk mee wilde zeggen… Voor mij was dit immers de eerste keer dat ik een actrice (maar uiteraard ook eender welke vrouw) naakt zag. Ook al was het – als ik het me goed herinner – enkel maar de achterkant, toch wond Françoise Dorléac (want zij was het) mij dusdanig op dat ik meteen alles van haar begon te verzamelen dat ik tegenkwam. Veel verder dan een fotootje bij “La peau douce” (zie ook hierboven) kwam ik niet, want op 26 juni 1967 kwam Françoise reeds om het leven in een vreselijk auto-ongeluk.
De ouders van Françoise en Catherine, Maurice Dorléac en Renée Simonot, waren eveneens acteurs. Françoise Dorléac debuteerde in 1960 op de planken én op het grote scherm. In het theater speelde ze een eerste titelrol in Gigi, een stuk waarvoor scenariste Anita Loos inspiratie gevonden had in de gelijknamige roman van Colette. Haar filmdebuut, het drama Les Loups dans la bergerie, liep ongeveer gelijktijdig in de zalen. Ze was een tijdje verloofd met Jean-Pierre Cassel. In 1962 deelde ze twee keer de affiche met hem in de komedies Arsène Lupin contre Arsène Lupin en La Gamberge. Daarna was ze even de partner van François Truffaut. Ze was ook mannequin voor Christian Dior.
In 1964 werd ze een echte vedette dankzij de vrouwelijke hoofdrol in de avonturenfilm L’Homme de Rio, waar ze Jean-Paul Belmondo als tegenspeler had. De film kende ongelooflijk veel succes en andere belangrijke rollen volgden. In de François Truffaut-film La peau douce vertolkte ze de minnares van Jean Desailly en in de Polanski-thriller Cul-de-sac werd ze samen met haar oudere echtgenoot Donald Pleasance bedreigd door twee gewonde misdadigers op de vlucht. Het buitenissige gebeuren speelt zich af op een klein eiland bij de kust van Northumberland. George (Donald Pleasance), een nochtans succesrijk Brits zakenman heeft zich daar op een oud, vervallen kasteel teruggetrokken nadat hij vrouw, huis en fabriek in de steek heeft gelaten. Ver van de realiteit van het moderne leven wil hij daar opnieuw van het nulpunt vertrekken en met de jonge, aantrekkelijke Theresa (Françoise Dorléac) een paradijselijk bestaan leiden.
De temperamentvolle Theresa zoekt echter het paradijs op haar manier. Ze tracht de verveling te verdrijven met schilderen, waarvoor ze dan jonge mannen als model uitnodigt, met wie ze zich intiemer inlaat dan met haar wat seniele gezel. De afzondering wordt echter verbroken door de komst van twee voortvluchtige gangsters, die op hun eiland stranden (Lionel Stander als Richard en Jack MacGowran als Albert). Ze wachten daar op instructies van hun bendeleider en terroriseren ondertussen de kasteelbewoners. Dit leidt naar een gewelddadige climax, waarna de kasteelbewoners ontnuchterd en gebroken uit elkaar gaan. Polanski vindt het zelf z’n beste film tot dan toe.

Françoise verscheen drie keer aan de zijde van Catherine Deneuve, onder meer in de muziekfilm Les Demoiselles de Rochefort (Jacques Demy, 1967), haar voorlaatste en bekendste film. Daarnaast ook nog in “La chasse à l’homme” (1964) van Edouard Molinaro en in een andere muziekfilm “Les parapluies de Cherbourg” van Jacques Demy. Met deze film maakte Jacques Demy een Europese interpretatie van de Amerikaanse musical (er is een gastrol weggelegd voor Gene Kelly). De tweelingzussen Delphine en Solange (gespeeld door de zussen Catherine Deneuve en Françoise Dorléac) dromen elk van hun ideale liefde en van een zang‑ en danscarrière in Parijs. Elders dromen twee mannen (Michel Piccoli en Jacques Perrin) van hun ideale vrouw. Ze ontmoeten elkaar. De vonk slaat over. En dan duurt het nog een hele film eer het onvermijdelijke gebeurt: de geliefden worden herenigd. De boodschap is overduidelijk: het geluk woont vlak achter de hoek maar we missen het ‑ ongeweten ‑ telkens op een haar.
Dorléac kwam op 25-jarige leeftijd om het leven toen ze in een gehuurde Renault 10 op hoge snelheid en bij hevige regen de afslag naar de luchthaven van Nice miste. Ze verloor de macht over het stuur en sloeg meermalen over de kop. Naar krantenberichten uit die tijd was haar lichaam vreselijk verminkt. In Nice had ze het vliegtuig naar Londen willen nemen voor de vertoning van de Engelse versie van Les Demoiselles de Rochefort. Ze is begraven in Seine-Port. (Wikipedia)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s