Het is vandaag 110 jaar geleden dat de Aalsterse priester en politicus Adolf Daens is gestorven. Frans Redant stuurde me in februari 2009 de tekst van het stuk dat hij dertig jaar eerder samen met Walter Moeremans had geschreven door en gaf me ook de toestemming hem te publiceren, zodat iedereen alsnog zelf een vergelijking kon maken met de film en de musical, die later volgden. Uiteraard ben ik heel dankbaar en fier dat deze exclusiviteit mij te beurt viel.

P R I E S T E R D A E N S
EPISCHE EVOCATIE
door FRANS REDANT & WALTER MOEREMANS (1979)

PERSONAGES

Graaf Vincenzo Gioacchino Raffaele Luigi Pecci, paus Leo XIII
Jean-Baptist Ponnet, onderpastoor Grote Kerk in Aalst
Antoon Stillemans, bisschop van Gent
Leopold II, koning der Belgen
Baron Leo de Bethune, Aalsters politicus Katholieke Partij
Charles Woeste, volksvertegenwoordiger arr. Aalst
Vrolijke gezelschapsdames
Arbeiders
Arbeidsters
Kinderen
Een Duitse meestergast
Adolf Daens, priester
Een moeder
Een vader
Pieter Daens, drukker
Louise Mayart, zijn vrouw
Maria Daens
Anna Daens, hun kinderen
Alois, letterzetter, uit Lede
Frans Lambrecht, hoefsmid, uit Outer
Hector Plancquaert, schrijver en Daensist, uit Wortegem
Patroon
André van der Meersch, Aalsters socialist
Josse Nichels, Aalsters socialist
Eedje Anseele, Gents socialist
Padre Delcampo, capucijner bisschop
enz.

EERSTE DEEL

VOORSPEL
1. AALST ± 1890. FABRIEK VAN JELIE
2. AALST. KERK VAN HET BEGIJNHOF
3. ROME. VATICAAN
4. AALST. FABRIEK VAN JELIE
5. AALST. STRAAT VAN DE EERSTE VUIL HUIZEN
6. AALST. BIJ PIETER OP HET EILAND CHIPKA
7. AALST. CAFÉ HAND AAN HAND
8. OKEGEM. HERBERG
9. LAKEN. KONINKLIJK PALEIS
10. AALST. BIJ PIETER OP CHIPKA
11. AALST. FABRIEK
12. KERK VAN HOFSTADE. BIECHTSTOEL
13. AALST. VERKIEZINGEN
14. OPENLUCHT. SINT-ANTELINKS. MEETING
15. GENT. BISSCHOPPELIJK PALEIS
16. AALST.
17. GENT. HET CIRKUS.

TWEEDE DEEL

1. BRUSSEL. KAMER VAN VOLKSVERTEGENWOORDIGERS
2. LAKEN – GENT, BISSCHOPPELIJK PALEIS
3. AALST. OP CHIPKA
4. ROME. VATIKAAN
5. DAENS ALLEEN
6. AALST. OP CHIPKA, DRUKKERIJ
7. DAENS OP ZIJN ZIEKBED
8. GENT. BISSCHOPPELIJK PALEIS
9. BRUSSEL. PARLEMENT
AFSCHEIDSREDE VAN DAENS

VOORSPEL

KLOKKEN VATICAAN. PAUS OP BALKON. ST.-PIETERS, OMGEVEN DOOR ACCOLIETEN, KARDINAAL…

LEO XIII Rerum novarum semel excitata cupidine, quae diu quidem commovet civitates, illud erat consecuturum ut commutationum studia a rationibus politicis in oeconomicarum cognatum genus aliquando defluerent.

Caritas patiens est, benigna est; non quaerit quae sua sunt; omnia suffert, omnia sustinet.
Divinorum munerum auspicem ac benevolentiae Nostrae testem vobis singulis, Venerabiles Fratres, et Clero populoque vestro apostolicam benedictionem peramenter in Domino impertimus.

(vertaling: “Toen eenmaal de zucht naar nieuwe toestanden was opge- wekt, welke reeds geruime tijd de staten in beroering zet, moest hierop wel volgen dat het verlangen naar veranderingen vanuit het politieke leven naar het aangrenzende gebied van het economisch leven eenmaal zou overslaan. (…) De liefde is geduldig, is goedertieren; zij zoekt niet het hare, zij verdraagt alles, zij verduurt alles.
Als onderpand der goddelijke gunsten en als bewijs onzer welwillend- heid, geven wij aan ieder van U, Eerwaardige Broeders, en aan Uw geestelijkheid en Uw volk met alle liefde in onze Heer, de Apostolische zegen .”
Dit zijn de eerste en de laatste paragraaf van de encycliek Rerum No- varum.)

LEO XIII GEEFT DE ZEGEN URBI ET ORBI. GEJUICH VAN HET VOLK. KLOKKENGELUI. DEZE GELUIDEN WORDEN OVERSTEMD DOOR AANZWELLENDE KLANKEN VAN IETS ALS UIT ORFEUS IN DE ONDERWERELD: PARIJS 1900.
LICHT OP BALKON COUR: LEOPOLD II MET TONEELKIJKER IN ZIJLOGE MET ZIJN GEVOLG (DE BETHUNE, WOESTE, BURGERIJ, VROUWEN), GEFLIRT.
OFFENBACH WORDT WEER OVERSTEMD DOOR SNERPEND GESUIS DAT AANGROEIT TOT EEN STORM, KAKOFONIE VAN GELUIDEN, GERATEL VAN MACHINES, WEEFGETOUWEN, WIND.
STILTE. POSE PLASTIQUE.

1. AALST ± 1890. FABRIEK VAN JELIE

IJZEREN DOEK OMHOOG. WE ZIJN IN DE FABRIEK. DE MACHINECONSTRUCTIE HERINNERT AAN MODERN TIMES, METROPOLIS, WERK VAN JEAN TINGUELY, WIELEN, RADEREN, HEFBOMEN, DRIJFSTANGEN, PISTONS… IN HALFDUISTER; HIER EN DAAR WOLKJES STOOM. DE MACHINE DRAAIT NOG NIET.
ARBEIDERS, ARBEIDSTERS, KINDEREN KOMEN AAN, STELLEN ZICH OP IN GELID. DE DUITSE MEESTERGAST OP. EEN ARBEIDSTER MET KIND IS BLIJKBAAR TE LAAT, ZE KOMT OVER DE AVANT-SCÈNE AANGELOPEN.

MEESTERGAST KIJKT OP ZAKHORLOGE, BEGINT NAAMAFROEPING
Abeloos André (ANTWOORDEN TELKENS: “JA”) Abbeloos Cecile (JA), Abbeloos Marie (JA), Abbeloos Prosper (JA), Bosman (René), Bo- vijn Jean-Baptist (JA), Bovijn Mariette (JA), Bovijn Zulma (JA), Claes- sens Felix (JA)… Claessens Hortense…

ARBEIDSTER Toe, Jeanneken, haast u een beetje, of we zijn te laat.

MEESTERGAST Warte! Moment mal. Se sind zu spät!

ARBEIDSTER Maar meneer, ’t en is nog geen vijf uur.

MEESTERGAST Um fünfe muste anfangen. Es muss ja endlich aus sein, hörste, seinem Herrn die Zeit zu klauen. Claessens: ein Frank Strafe.

ARBEIDSTER Maar meneer, ene frank! Dat is mijn… ik…

MEESTERGAST Maul halten, du Schlampe!

ARBEIDSTER De smeerlap.

MEESTERGAST Und wenn ’s dir nicht jefällt, kannste auf’m Bureau dein Schein abholen. Und ab Heut’ jeht niemand mehr öfter als ein Mal zu den Latrinen.
Los, an die Arbeit!

ARBEIDER Moeten we in ons broek pissen misschien?

MEESTERGAST Halt! Wat sagste da, Denis?!

ARBEIDER Houd u kalm, Denis.

MEESTERGAST (TEGEN ARBEIDER:) Komm mal her, du freches Stück.
(GEEFT HEM SLAG IN GEZICHT) Noch jemand?

ARBEIDER Zie, die moest ik godver in de donkeren eens tegenkomen zie…

MEESTEREGAST Schnell, los, an die Arbeit, Faulenzer. Ihr seid hier nicht zum schlafen, sondern zum arbeiten. Und lass es los jehen, dalli-dalli! Jeder an seine Maschine!
(DE GROEP VERSPREIDT ZICH. DE MACHINES KOMEN OP GANG, GELUID.)
Moreelsken, komm mal her.

MEISJE Hoe?

MEESTERGAST Komm, ha’k jesacht, du sollst keene Angst ha’m, ick tu dir doch nischt.

MEISJE Ja, meneer.

MEESTERGAST Komm. (SAMEN AF)

ARBEIDER (NAAR ZIJN PLAATS GAAND) Den eeuwst rotte smeerlap godverdomme!

ARBEIDER Denis jong, begint er niet aan, dat maakt toch niet uit.

ARBEIDER ’t Schaap is nog geen vijftien jaar.

ARBEIDER Och, de Moreelsen zijn er toch allemaal rap bij.

ARBEIDER Dat ’t mij gelijk is. Dat die smerige Pruis met zijn vuil poten van ons vrouwvolk blijft!
DE FABRIEKSGELUIDEN ZWELLEN AAN

2. AALST. KERK BEGIJNHOF.

ADOLF OP PREEKSTOEL, LOGE COUR
… gegeven te Rome, bij Sint Pieter, de 15e mei 1891, in het veertiende jaar van ons Pausschap, Leo XIII, Paus.
KLAPT HET BOEK DICHT
Tot zover de wereldbrief van onze Heilige Vader.
Beminde gelovigen, er bestaan op dit ogenblik gevaarlijke ideeën en stromingen die het principe van het gezag zelf verwerpen. Leert het vierde gebod ons niet dat we vader en moeder moeten eren; en wil dit ook niet zeggen dat wij al onze geestelijke èn wereldlijke oversten even- zeer eerbied verschuldigd zijn?
Heeft onze goddelijke zaligmaker ons niet zelf de weg gewezen met de woorden: geef aan de keizer wat de keizer toekomt en geef aan God wat aan God toekomt?
Ik weet het, beminde gelovigen, wie verantwoordelijkheden draagt, maakt onvermijdelijk fouten. En spijtig genoeg is de werkmens door sommige werkgevers te lang behandeld geweest als een werktùig en niet als een mens, als een schepsel Gods, een tempel van de Heilige Geest.
Maar juist daarom is deze encycliek Rerum Novarum van zo’n grote betekenis voor de hele wereld. Laten wij als gelovigen, zonder haat te- gen onze regeerders op wie een zwaar juk rust, samenwerken, in een geest van christelijke naastenliefde, en rijken zowel als armen, werkne- mers zowel als werkgevers, hand in hand als kinderen van één en dezelf- de Vader, streven naar die andere, betere maatschappij.
En leggen wij vooral ons oor niet te luisteren naar valse profeten, laten wij ons vooral niet strikken in de netten van het goddeloos socialisme, maar als echte christenen, verduldig en vergevensgezind, ja met fierheid ons kruis dragen, met geloof en hoop op weg naar een stralender toekomst.
Ik ben ervan overtuigd, beminde gelovigen, dat de patroons dan ook van hun kant als christenmensen gehoor zullen geven aan hun plicht van naastenliefde, zodat ons geliefd Vaderland niet zal meegesleept worden
in de maalstroom van opstand en chaos.
In de naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes.

GELOVIGEN Amen.
ORGELMUZIEK

3. VATICAAN

DE PAUS WORDT OPGEDRAGEN IN ZIJN SEDES GESTATORIA EN GEÏNSTALLEERD

KANNUNIK Excellentissimus dominus Woeste.
WOESTE OP. KNIELT, KUST RING

PAUS Nous nous réjouissons de pouvoir saluer en vous un des plus fidèles défenseurs de notre religion. Nous avons hautement apprécié la campagne
que vous avez mené en Belgique pour le bien-être de nos âmes croyantes. Levate, fili mi. Il nous est pourtant venu à l’oreille que vous aviez quelques remarques sur notre encyclique Rerum Novarum?

WOESTE Mon Saint Père, il est évident que nous en acceptons les principes en général, mais permettez-nous de remarquer que Votre déclaration au monde peut être sujet à différentes interprétations et qu’il serait très
imprudent pour la Belgique de permettre à son gouvernement d’intervenir ouvertement dans les relations entre les patrons et les travailleurs.

PAUS N’est-ce pas justement la tâche du gouvernement de veiller à ce que les travailleurs puissent vivre dignement?

WOESTE En effet, mon Saint Père, mais il y a des nuances: la prospérité dont jouit notre économie est basée sur l’initiative libre de nos entrepreneurs. Si le gouvernement met à court cette liberté, les bénéfices diminueront, les investissements diminueront et les usines fermeront. Cela mènerait nos travailleurs tout droit au socialisme.

PAUS Dominus Woeste, c’est précisément dans notre encyclique Rerum
Novarum que nous avons situé le message chrétien en face de la funeste doctrine des messieurs Marx et Engels.

WOESTE Sa Sainteté nous montre en effet le chemin, mais les moyens politiques sont trop limités et notre responsabilité est très lourde. Donnez-nous le temps, mon Saint Père.

PAUS Notre encyclique s’oriente sur un avenir peu éloigné. Il nous faut
pourvoir aux besoins maintenànt.

WOESTE Mon Saint Père, n’est-ce pas en saufgardant d’abord les acquisitions du passé que l’on assure le mieux l’avenir? La plus grande acquisition de l’histoire de la Belgique est l’union et la très grande influence du parti catholique.

PAUS Dominus Woeste, en tant que dirigeant du parti catholique, vous
connaissez mieux la situation en Belgique que nous, ici à Rome. Nous
voulons croire que la population Belge est en effet très croyante et très
généreuse; elle se montrera sûrement compréhensive et patiente. Il faut
néanmoins, en temps utile, encourager le peuple dans sa dignité en leur
accordant, non seulement par la parole, mais effectivement un certain
degré d’autonomie.

WOESTE Vous voulez dire… le droit de vote commun?

PAUS Nos administrateurs sont d’avis que le parti catholique en Belgique
atteindrait une majorité parlementaire de 75% en adoptant le vote
commun.

WOESTE Nous nous permettons d’en douter, mon Saint Père. Malheureusement, la société a perdu son caractère catholique. J’insiste, mon Saint Père, nous devons être prudent. L’art de la politique, c’est l’art du possible.

PAUS Il en vaut certainement la peine d’étudier votre point de vue.
Nous réfléchirons à vos paroles.

WOESTE Nous vous remercions pour cette audience.
Votre bénédiction, mon Saint Père?
PAUS ZEGENT HEM

PAUS Benedicat te omnipotens Deus: Pater et Filius et Spiritus Sanctus.

WOESTE Amen.
KUST RING

PAUS Pax Tecum.

4. AALST. FABRIEK VAN JELIE

ARBEIDERS AAN ‘T WERK. IJSELIJKE GIL. MACHINES VALLEN STIL. OPSCHUD-
DING

GESCHREEUW Lieske.
’t Is Lieske.
Wat gebeurt er?
Z’is gepakt van ’t machien.
Rap, bind het af.
Mijdt u.
Uit de weg.
Staat daar niet te zien, helpt.
Lieske haar hand is af.
Da’s godverdju al de derde.

MEESTERGAST Wat jeschieht hier?

ARBEIDER Haar hand, ’t es godverdemmeleiren al de derde van de maand.

ARBEIDSTER Hare kop, hare kop is ook getaakt.

MEESTERGAST Is’ es vielleicht meine Schuld?

ARBEIDER Joat!

ARBEIDER Altijd rapper en rapper!

ARBEIDER D’er zijn nog altijd geen kappen over de riemen, hoelang gaat dat nog duren.

MEESTERGAST Dass-se ihre Hare schneiden lassen! ‘ne Maschine is keen Spielzeuch, passen se besser uf. S’is alles ihre ei-jene Schuld. Ick ha’es schon jesacht.

ARBEIDER Gij beest godverdomme.

MEESTERGAST Ruhe! Wer hat die Maschinen abjeschaltet?
DE OUDERS KOMEN AANGEREND

MOEDER Lieske! Lieske! Ons Lieske!

VADER Wat is er hier gebeurd godverdomme?!

ARBEIDSTER Z’ is van ’t machien gepakt.

MOEDER Oh Here toch, oh Here toch.

ARBEIDSTER Toe mens.

VADER LEGT ZIJN KIND OP EEN KARRETJE.

MEESTERGAST Los! Führt se sofort zum Spital.
Los! Los! Jeder an-ne Arbeit! Keene Zeit zu falie’n. Los!
ACHTER DE OUDERS AF
MACHINES OP

ARBEIDER 2 De smeerlappen.

ARBEIDER 3 Ach, ’t is altijd ’t zelfde, die kinderen zitten meer te slapen als dat ze hun werk doen. Zijt content dat ge moogt werken. D’ er staan d’ er buiten genoeg aan te schuiven.

ARBEIDER 2 Ja content, content; maar toch op die manier niet hé; allee-allee!

ARBEIDER 4 Ach jong, wat wilt g’ er aan veranderen? ’t Is-hij altijd zo geweest en ’t zal-hij altijd zo blijven.

ARBEIDER 2 Dat ’t moet verànderen, zeg ik aa. En derect.

ARBEIDER 1 Och jong, zet dat uit uwe kop. Als ge ‘r niet op peist hebt ge ’t minste last.

ARBEIDER 2 Dat lieke ken ik: zolang dat ’t on aa nie komt…
Dat er hem godvernondedju niemand iet aantrekt van ons miserie, ge gaat mij toch niet wijsmaken dat ze ’t niet weten zeker.

ARBEIDER 1 Jong, ne werkmens is maar ne werkmens hé. Past op, de Pruis is daar.

5. AALST. STRAAT EERSTE VUIL’ HUIZEN

VADER EN MOEDER OP MET STOOTKAR, WAAROP ONDER EEN JUTEN ZAK HET LICHAAM LIGT VAN HUN DOCHTERTJE

ADOLF Wat is er gebeurd, moederke?

MOEDER Ons Lieske, meneer de paster.

VADER Gepakt van een machien, meneer Daens. Een machien van meneer Jelie. Godverdomme, een kind nog.

MOEDER Ons Lieske… we gingen ermee naar ’t gasthuis en tegen dat we daar waren was ze… der was niet ni’mer aan te doen…
KAN NIET MEER SPREKEN

ADOLF Ze is bij onze Lieve Heer in de hemel, troost u.

VROUW Och, meneer de paster.

VADER M’emmen uwen hemel ni’mer vandoen, meneer de paster, ’t es onrechtveirdig.
ADOLF Ik begrijp u, jongen; dat is ook mijn gedacht.

VADER Voor ons bestaat er gene God, meneer de paster.

ADOLF Maar zo moogt ge niet spreken, jongen. Ons Heer heeft aan zijn kruis zoveel…

VADER Ons Heer kan mijn kloten kussen.

MOEDER Ai toe, zwijgt.

VADER Ik zwijg niet meer, voor niemand ni’mer. Hun cirk maken ze ons al tweeduizend jaar wijs…

MOEDER Ai toe, zwijgt. Meneer de paster, hij meent dat zo niet. ’t Is voor zot te worden, d’ er is niemand, meneer de paster, die naar ons omziet, niemand.
Lieske, Lieske!

ADOLF ‘k Zal zorgen voor een treffelijke begrafenis, moederke, ik zal…

VADER M’emmen uw compassie ni’mer vandoen, meneer Daens. We zijn d’ er vet mee, wij zijn ons kind kwijt.
IN ZIJN TRANEN
Ik zeg niet dat gij genen brave mens zijt, meneer Daens, maar ge zoudt ’t nondedju beter eens bij Jelies gaan explikeren. Dat dat hier eindelijk ne keer gedaan is. Godverdegodverdegodver…
Kom, we zijn hier weg.

MOEDER WEGGAAND
Meneer de paster…

ADOLF Ga maar, mens, ge moet niets meer zeggen.
ALLEEN
Dat kan Ons Heer niet gewild hebben.

6. AALST. EILAND CHIPKA. BIJ PIETER

HUISKAMER. PIETER, LOUISE, MARIAKEN, ANNAKEN. GERATEL VAN EEN KLEINE DRUKPERS. PIETER VERBETERT DRUKPROEVEN. LOUISE HAAKT. MARIA MAAKT HAAR HUISWERK, ANNA SPEELT MET EEN WERELDBOL

PIETER SPELT, VOLGT MET ZIJN VINGER REGEL VOOR REGEL, CORRIGEERT HIER EN DAAR
…Volgens de wet van augustus 1887 moeten de arbeiders hun loon uitbetaald krijgen in hangbare…
ZUCHT EN ROEPT: hangbare…!
Alois. Alois!

ALOIS OFF
Wadester, menier Donsj?

PIETER Dat Gangbare Munt nog altijd met de G van Geld is.

ALOIS Ah bon – pardon.

PIETER ZUCHT, LEEST VERDER
…uitbetaald krijgen in gangbare munt, en niet meer in dekens, dweilen of naaigaren, door hen in de fabriek zelf vervaardigd…

ANNA Papa, waar ligt Rome?

PIETER Nog altijd in Italië, mijn kind.

ANNA En hoever ligt dat?

PIETER Oeioeioei, veel te ver, Annaken.
ANNA ZOEKT MET TOEWIJDING
…en ook niet meer in levensmiddelen die door de Duitse meestergasten worden verkocht.

LOUISE Dat is in elk geval beter dan dat ze hun daghuur verbrassen in de staminees.

PIETER OOGOPSLAG VAN WANHOOP OM ZOVEEL ONBEGRIP

ANNA Kunt ge daar te voet naartoe?

PIETER Ja, maar dan zult ge toch groter schoenen moeten kopen.

ANNA Mama, is dat waar?

LOUISE Is ’t nu gedaan met dat schaapke voor de zot te houden?

MARIA Mama, ik versta dat vraagstuk niet.

LOUISE Laat eens zien. Un train marche à une vitesse de trente kilomètres à l’heure de Malines à…
ZE GAAN FLUISTEREND VERDER

PIETER Als ge nu ook nog in ’t Frans begint weet ik niet meer wat ik aan ’t lezen ben.
SPELLEND
De wet is al jarenlang dode letter.

ANNA Papa, waar ligt de Kongo?

PIETER STAAT OP
Dat zal ik u eens wijzen, mijn kind.
DRAAIT DE WERELDBOL

ANNA Ons masœur in ’t school zegt dat we elk een zwartje kunnen kopen met zilverpapier.

PIETER Ha, zegt de masœur dat? Hier zie, als ge hier ’t water overzwemt, dan zijt ge er, en dat blauw lint daar is de Congostroom.

ANNA MET VINGERTJE OP DE CONGOSTROOM
Zitten daar krokodillen in?

PIETER Ja ja. Past op! Uwe vinger.

LOUISE HEEFT MARIA GEHOLPEN EN HAAKT WEER

ANNA Papa, dan gaan we heel veel chocola moeten eten.

PIETER LACHT
Maar nu moet ge papa laten werken.

LOUISE Komt gij bij mij, mijn kind.
ANNA VLEIT ZICH TEGEN HAAR AAN

ANNA FEZELT, ZE LACHEN
Waarom kan papa dan niet rapper lezen?

LOUISE O gij, zotteken.
EVEN STILTE. MOEDER EN ANNA KIJKEN OP DE WERELDBOL

PIETER ROEPT
Alois! Komt ne keer hier.

ALOIS OP
Wadester, menier Donsj?

PIETER Als ge gereed zijt met ’t Land van Aalst moogt ge ‘r al een stapel naar hier brengen, anders gaat ge ‘r niet doorgeraken.

ALOIS BLIJKBAAR VAN LEDE, SPREEKT BIJGEVOLG NIET ZEER VLUG
We doen weir wat damme kunnen hé, menier Pie.

PIETER Alois, en peist er eens op: ge moet meer wit steken tussen de titels. Op wat trekt dat nu: die ‘de’ hangt daar zo tegen ‘werkman’ geplakt, ’t is precies of dat de werkman een stuk in zijn kraag heeft en dat hij zich aan die ‘de’ moet recht houden.

ALOIS We zell’n da derect ne ker arrangeren, menier Pie.
AF

PIETER ROEPT HEM NA
Ja, en ziet dat hij niet valt, hé.

ALOIS OFF, ROEPT TERUG
Of dat’n ’t Land Van Ojlsjt nie vul pist.
DE KINDEREN GIECHELEN

LOUISE Zie, dat moet hier gedaan zijn met die platte klap van die Alois waardat de kinderen bij zijn.

PIETER Och wat is dat nu? ’t Is ne zot van Lee, maar hij doet goed zijn werk.

MARIA “Lee – waar den hond zijn broek af dee.”
GEGIECHEL

LOUISE TEGEN PIETER
Zie, voilà!
TEGEN DE KINDEREN
Vooruit, ’t is tijd… gaat u maar boven uitkleden… ‘k zal k’ik dat wel opruimen.

PIETER Slaapwel Mariaken, slaapwel Annaken.
GEEFT ZE EEN KRUISKE
God zegent u en God bewaart u. En schoon slapen.
KINDEREN AF
De Werkman verschijnt om uw lot te verbeteren –

LOUISE Ik kom u direct toedekken.

PIETER – om u te verdedigen tegen uw vijanden. Daarom dat wij werkstakingen…

LOUISE En gij hé, Petrus…

PIETER Ja, nu is ’t mijn’n toer, zeker?

LOUISE Ja Petrus, ik versta dat niet, gij schrijft tegenwoordig over niets anders meer dan over stakingen. Iedereen in de Katholieke Kring spreekt er schande van. Onderpastoor Ponnet heeft er in de Congregatie al openlijk commentaar op gegeven.

PIETER De pilaarbijters.

LOUISE Er zijn er daar zelfs al waar ik geen goeiendag meer van krijg, Pieter.

PIETER Wel, laat gij uw Congregatie liever over aan de kwezels en de schijnheiligaards.

LOUISE Pieter, vanals Adolf zich beginnen moeien is met ’t werkvolk en de sociale kwestie, gaan we achteruit, ziet ge dat niet? Ons huis zit alle dagen vol volk, uw drukkerij is precies ’t armenbureel.

PIETER Ja ja. ’t Is al goed.

LOUISE Ge zijt toch geen kinderen meer. Uw broer is nog ’t ergst. Alhoewel. Van hem is ’t nog te verstaan – hij heeft geen vrouw en geen huishouden, en hij heeft altijd l’esprit de contradiction gehad.

PIETER Qu’est-ce que je vous, madam Lowis!

LOUISE Lacht niet.

PIETER Leest gij liever uw Franse boekskes ‘de conspiration’.

LOUISE Waarom denkt ge dat ze Adolf anders in ’t Groot College in de Pontstraat buitengebonjourd hebben? Een schande voor heel de familie. En gij, gij gaat al uw klanten verliezen! Hebt ge mij verstaan, “Pie de Zjievereir”?

PIETER ALS DOOR EEN WESP GESTOKEN
Wie zegt dat?

LOUISEt Heel ’t Stad zegt dat. Ge zoudt beter dat gestook en dat mensen attaqueren zo laten. Waar is dat voor vandoen?

PIETER Ik zal u dat eens rap explikeren: ten eerste omdat het nodig is, ten twee- de omdat het, gelijk ge zegt, vandoen is en ten derde omdat het moet.

LOUISE Pieter, dat zijn geen zaken voor mensen gelijk wij.

PIETER Louise, in godsnaam, versta…

LOUISE Laat dat over aan politiekers, aan snotneuzen die carrière moeten maken. Denkt liever eens aan ons commerce en aan uw huishouden en de kinderen. Ik geloof dat gij en Adolf niet goed meer weet waar ge u ingestoken hebt.

PIETER Wij weten heel goed waar dat “we ons ingestoken” hebben.
IETS HEFTIGER
En ik bèn gene zeveraar! Het gaat hier om de rechtvaardigheid en ’t recht van ’t werkvolk.

LOUISE Vechten met de gard-civik en hun werk laten staan, is dat het recht van ’t werkvolk? Ne mens is geboren om te wèrken!

PIETER Ja, dat is waar. Gelijk ne vogel om te vliegen, en ne vis om te zwemmen. Maar met plezier in zijn werk, en niet ten koste van zijn gezondheid of ’t laatste beetje force dat hij heeft. En zijn werk rnoet hem tenminste genoeg opbrengen om een menswaardig bestaan te hebben met zijn familie.

ADOLF OP
Dag Louise, dag Pieter.
PIETER Dag Adolf.

LOUISE KORTAF
Adolf.

ADOLF Zijn de kinderen al slapen?

KINDEREN HEBBEN ADOLF HOREN BINNENKOMEN, ZIJN IN SLAAPKLEED NAAR BENEDEN GESLOPEN
Psst, psst, nonkelke pastoor.

ADOLF Maar ziet eens wie we daar hebben!

LOUISE Allee, zegt schoon slaapwel.

ANNA Slaapwel nonkelke.

MARIA Bonsoir, révérend père.

ADOLF Kijk kijk, ge spreekt gij al goed Frans. Bonne nuit, mademoiselle Marie.

LOUISE Dat ze ’t in ’t school ook maar deed. Ze heeft vandaag nog straf gekre- gen omdat ze op de koer met ons Annake Vlaams klapte.

MARIA De masœur zei dat ’t niet te verwonderen was. Dat ik nen echte Daens ben.

ADOLF Heeft de masœur dat gezegd, Mariaken?

MARIA Ja, nonkelke.

ANNA Ja, da ’s waar.

ADOLF Awel Mariaken, zegt gij tegen uw masœur dat uw nonkel pastoor ge- zegd heeft dat Vlaams klappen geen schande is.

PIETER Och wat zoudt ge willen: ‘Les Dames de Marie’ – de schijtkonten.

LOUISE STRENGE BLIK NAAR PIETER
Kom kinderen, ’t is tijd voor te gaan slapen.
ANNA, MARIA OMHELZEN ADOLF, KRIJGEN EEN KRUISKE

KINDEREN Mogen we samen met nonkelke bidden?

LOUISE Maar dan naar bed.

ADOLF EN DE KINDEREN Heilige Maria, Moeder Gods, bid voor ons,
Heilige Jozef, bid voor ons.
Mijn heilige engelbewaarder, bid voor ons.
Mijn heilige patrones, bid voor ons.
Alle engelen en Gods lieve heiligen, bid voor ons.
Dat de Heer ons gelieve te zegenen en van alle kwaad te bewaren.
In de naam des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Geestes. Amen.
GEEFT ZE EEN KRUISKE
God zegent en God bewaart u.
DE KINDEREN AF

LOUISE Adolf, hebt ge al gegeten?

ADOLF Ja, doe geen moeite, bij boer De Pril in Welle. Goei geteerde boerenhesp.
LOUISE AF

PIETER Hoe, Welle?

ADOLF Waar dat ik wel goesting in heb is een fris glas bier. Dag Alois.

ALOIS Dag, menier de paster.

PIETER GAAT IN KELDER KRUIK HALEN EN GLAZEN. OFF:
Ge zijt toch naar Mechelen geweest!?

ADOLF Ja, maar ik ben langs Ninove afgekomen, en vandaar te voet.

PIETER OP
En wat heeft hij gezegd, kardinaal Goossens?

ADOLF Wel broer, ik kon mijn eigen oren bijkans niet geloven. Dàt is onze man, Pieter! Hij was natuurlijk voorzichtig, maar hij zei dat de komst van de christendemocratie, zoals wij die zien, heel nabij is en onafwendbaar.

PIETER Dat weten mijn kloeffen ook, maar allee, daarmee –
ONDERTUSSEN VOUWEN ZE KRANTJES, INPAKKEN, BANDJES ER OM HEEN, ADRESSEN SCHRIJVEN

ADOLF Luister; hij heeft erbij gezegd dat, ondanks al het verzet, dat we moeten doorgaan met onze actie, en dat het een noodzaak is dat de christendemocratie haar zeg krijgt in de politiek. ’t Is dus duidelijk dat we voor een goed georganiseerde oppositie moeten zorgen, willen we bij de komende verkiezingen de kans niet laten voorbijgaan. En, dat we ons zeker niet mogen laten vangen door onze goede vriend Baron de Bethune.

PIETER Goeie vriend? Ne labbekak ja, dat is heel die schone Leo de Bethune. Op straat zijn hoed aflangen met een vriendelijk gezicht en achter onze rug stoken en ons duvelen bij de katholieke conservatieven. Een marionet van Woeste en ’t Koninklijk Hof, dat is hij ja.

ADOLF LACHEND
Allee toe, Pieter, nu overdrijft ge toch een beetje.

PIETER KWAAD
’t Kan mij niet schelen. Ik moet er niet meer van hebben. ’t Enige dat hem interesseert is in ’t Parlement geraken…

ADOLF De Roelanders in Ninove willen ook al niet meer samenwerken met de conservatieve kliek, ze willen absoluut een aparte lijst.

PIETER Dat is ook mijn gedacht.

ADOLF Pieter, van een zelfstandige partij op te richten kan nog geen spraak zijn. Dat zou de clerus ons nooit vergeven, en daarbij ’t volk zou zijn vertrouwen in de kerk verliezen. ’t Bijzonderste is dat wij binnen de katholieke partij onze eigen vertegenwoordiging krijgen.

PIETER Adolf!

ADOLF We moeten dat vermolmd, dat meulemetig apparaat van binnen uit be- strijden. Dat is ons force.

PIETER Alois!

ADOLF Het algemeen stemrecht is er toch ook doorgekomen, tegen hun goesting.

PIETER Adolf, ge kunt evengoed tegen die muur daar gaan klappen. Schoon algemeen stemrecht.
Alois!
Drie of vier stemmen voor de notabelen en één armzalig stemmeke voor de werkman en de boer.

ADOLF Het volk is in de meerderheid, Pieter, zelfs met dat mager enkel stem- meke. We zijn een macht!

PIETER Voilà, dat wil ik zeggen. Gebruik ze, uw macht. In plaats van ons gelijk schooljongens in de hoek te laten duwen. Wacht maar, Adolf. Woeste heeft veel invloed.

ADOLF Pieter, de vooruitgang zal niet kunnen tegengehouden worden door Woeste.

PIETER De conservatieve gazetten beginnen ons al te verwijten voor volksfoppers en socialisten. Wat gaat het worden als ’t serieus begint?
AF MET EEN PAK GAZETTEN

ADOLF Pieter, we moeten loyaal blijven in onze strijd.
PIETER OP
Gij, die altijd uw gedacht gezegd hebt en geschreven, zoudt gij u al uit uw lood laten blazen van ’t minste windeke!

PIETER Adolf, ge verstaat me verkeerd. Ik ben met u akkoord, maar ik vind nog altijd dat we op ons eigen benen moeten staan.
WEER AF
ADOLF We moeten afwachten, Pieter.

PIETER OP
Afwachten, afwachten…!

ADOLF Komt volgende woensdag naar de vergadering in Okegem. De Backer, dokter Van de Velde van Aspelare en advocaat Van Langenhaecke van Apelterre zullen er zijn. En ook Smid Lambrecht van Outer. Zelfs Plan- cquaert wil mee marcheren. We zullen de conservatieven vòòr zijn. We noemen onze vleugel: De Christene Volkspartij. Vanavond nog schrijf ik uw hoofdartikel voor De Werkman: ‘De Christene Volkspartij in opmars tegen de uitbuiting van de werkende klasse’.

PIETER De Christene Volkspartij, dat spreekt de mensen aan!
Alois!

ALOIS OFF
Ja, menier Pie.

PIETER Laat heel ’t eerste blad van De Werkman open voor ’t artikel van Adolf.
VOOR ZICHZELF:
De Christene Volkspartij…
TEGEN ADOLF:
Ge moet nog niets zeggen tegen Louise – wat niet en weet, niet en deert!
PIETER AF. ADOLF NEEMT OOK EEN PAK MEE.

7. AALST. CAFÉ HAND AAN HAND, AAN DE ZWARTEN HOEK

EEN ACCORDEONSPELER OP EEN CAFÉTAFELTJE, DAAR ROND DANSENDE MENSEN. ER WORDT GEROEPEN: “CHANGEZ!” ER WORDT GEDANST, ER IS GEDRANG AAN DE TOOG, DOOR MEKAAR GEPRAAT, ER WORDT GEROEPEN:

GEROEP Twee druppels!
Komd-alier!
Laat mij gerust!
En ‘k wiert vijf frank op den tuug, zeit hij…
Allee, allee, ge zij’ mee spek aan ’t schieten!
Vier demi’s!
’t Is geen waar!
’t Is wel waar!
Leugens!
Ik zeg u dat ’t waar is!
Den baron kan ze vierkant kussen!
Stoeffer!
’t Es ne luierik, z’n poeten ston azoe.
Da ‘k op zijn veurte bakkes za’ sloan,
enz…
SPELEMAN BEGINT TE SPELEN. IEMAND BEGINT BOVEN DE MUZIEK IETS ANDERS TE ZINGEN

ZANGER Der was een wijf
En z’ en ho giene snuif
En ze schartte on heur hol
En heur doeës was vol…

KOOR Oh Mona!
GEJUICH
ONDERTUSSEN BLIJFT MEN PRATEN, ROEPEN, LACHEN, BRULLEN, DRANK BESTELLEN

GEROEP Nog een fles zjanevel!
Past mor op as ge toiskomt!
Ze kunn’n dor allemool m’n kloeite kiss’n. ’t Es veur de veirkes nie gemokt, santé!

IN DE OPEENGEPAKTE MENIGTE, WANT ‘T IS EEN KLEIN CAFÉ, HOREN WE GERUZIE, BREKEN VAN EEN GLAS, WE ZIEN DE DRONKEN DUITSE MEESTERGAST, HIJ TREKT EEN HALFDRONKEN-HALFZIEK MEISJE MEE, ZE WORDEN GEVOLGD DOOR EEN EVENEENS AANGESCHOTEN JONGEMAN

MEESTERGAST Changez!
ALLES STOPT

JONGEMAN Lotj m’n mokke gerest, zeg ik aa.

MEESTERGAST Komm Schatzchen. Halts Maul, du Rotznase!

JONGEMAN Voil soert, poeite va’ men mokke of ik klop aa de kop in!
EVEN TREKKEN EN DUWEN, DAN GEVECHT. DE MEESTERGAST SLAAT HEM TEGEN DE GROND. MEESTERGAST EN MEISJE ZONDEREN ZICH IN HET SCHEMERDONKER AF. ZIEKJES PROTESTEERT ZE NOG WAT. DE JONGEMAN WORDT DOOR EEN VRIEND RECHT GEHOLPEN, WIL HEM WEER ACHTERNA
Ik mouk ‘em kapot!

MAN Aafd a koest godver.

JONGEMAN Ik steek hem de beulingen oit z’n pansj, de smeirlap!

MAN Koesjt-aa!

JONGEMAN HUILEND VAN MACHTELOOSHEID EN DRONKENSCHAP
Moin’n toid komt nog, voile, rotte Prois!

MAN Allee toe, beizigt aa verstand!
DE MANNEN VERDWIJNEN, WORDEN WEER OPGESLOKT IN DE MENIGTE. INDIEN DE MUZIEK EVEN GESTOPT WAS, HERBEGINT ZE. WEER VOLLE ‘AMBIANCE’. INEENS HOREN WE EEN VROUWENSTEM:

MOEDER Wa’ moeje daarvoor zijn, voor ne ziekelijke jongen drank te geven.

MAN Lotj onz’n Albeir hem oeik een betjn amezeiren, moedja nie.

MOEDER Hij mag geen drank hebben. Kom Albert jongen, mee naar huis.

ZOON LALT
Nee moeder, ik ga nie mee naar huis.

MOEDER Albert, kom!
ZE TREKT HEM MEE, UIT HET GEWOEL
TEGEN HAAR MAN
Waar is uw pree?

MAN Pree? Mìjn pree, ik hem er veur geweirkt. Mokt da’ ge weg zijt.

MOEDER Geeft da’ geljd alhier, gij zattebeuzze.

MAN GEEFT HAAR EEN SLAG IN HET GEZICHT
Hier is aa geljd.

MOEDER SCHREEUWT
Ai gij smeirlap! Kom jongen…
BULDERENDE STEM VAN CAFÉBAAS NICHELS

NICHELS Als ’t er hier godfer nog ene van zijn neus mokt, zal ‘k ik er mij ne keer tussen schiet’n. Amuseirt aa, maar lotj iedereen gerest. Da’s hier ne serieuze café. Go’ nor hois, boi aa vraa, g’ hedjd al genoeg op.
BUITEN DE CAFÉSPEELRUIMTE KOMEN DE MOEDER EN HAAR ZOON PIETER EN ADOLF TEGEN.

ADOLF Wat is er met uwe jongen, moeder?

MOEDER Och meneer de paster, z’ hemmen hem meegelokt en z’ hemmen hem drank opgegeven.

ADOLF Gaat er rap mee naar huis, mens, en laat hem eens goed slapen.

MOEDER Meneer de paster, meneer de paster, ik hou dat niet meer uit. Als vrouw met al die zorgen, ne ziekelijke jongen en nog vijf ander die nog te klein zijn voor te gaan werken, en mee ne man die ook al zoveel drinkt…

PIETER TAST IN ZIJN ZAK
Hier mens, en koopt u eens een literke melk.

ADOLF Toe, ga naar huis nu, moederke, we zullen wel zorgen dat ge geholpen wordt.
ADOLF EN PIETER ZIJN NU BINNEN. ADOLF IS IETS ACHTERGEBLEVEN EN STAAT TE PRATEN MET IEMAND:

VROUW Es ’t er al nies van ’t goevermement, menier de paster?

ADOLF De brief naar de gouverneur is verstuurd, moederke.

VROUW ’t Zou toch té spijtig zijn, hé menier de paster, dat hij bij den troep moest. Eerst keuren ze ’t schaap af, en omdat hij onnozelweg naar die staking stond te kijken, moet hij weer naar ’t conseil.

ADOLF Ik weet het, ik weet het.

VROUW ’t Es mijn’n enigsten broodwinner.

ADOLF We zullen ervoor zorgen dat ge geholpen wordt. Ge moet niet schreien.

VROUW Danke, meneer de paster.
AF
PIETER WORDT METEEN BEGROET DOOR DE LOKALE SOCIALISTEN

VAN DER MEERSCH Ha, collega! Hoe es ’t met de revoliesje? Kenje d’ Internationale al zingen?

PIETER Ha, Van der Meersch, is de Vooruit van Gent nog niet failliet?

VANDERMEERSCH Da’ zouje geir’n ‘emmen hé, Pie Donsj?

PIETER Och, André, elk mag zijn gedacht schrijven. Maar op een trèffelijke ma- nier. Als ge peinst dat ge lezers gaat winnen met mij uit te maken voor ’t vuil van de straat –

VANDERMEERSCH Zoeëlank hé Pie, da’ ge-goi ’t volk bedriegt me’ aal aa vertansjelkes van aan’n encyclieke paus, gon w’ aa ’t vier on aa encyclieke schenen leggen.

PIETER Och, eet gij nog maar een biefstukske van (IN ‘T GENTS) ‘voaderken Angsiele’.

VANDERMEERSCH LACHT
Pie, Pie, ge zoi me ne galjaar!

PIETER LACHT MEE
Awel André, wat is ‘t? Uwe vriend Nichels kan er precies niet mee lachen?

NICHELS Ge go’ nie bloive lachen, Pie Donsj, letj op wa da ‘k a zeg. Ge zitj in e’ strotje zonder enje. Of liever: ge zitj me’ aa encykliek gat tissen twieë stoel’n.

ADOLF ER BIJ
Ge moet niet spotten met de Paus en de encycliek.

VANDERMEERSCH Och menier de paster, we’r meigen wer toch ne ker lachen zejker? Oiljst es mor ne vesschoeït groeït, en g’ hedjd al zoe woineg vrieng’n.

PIETER Kom kom hé, André.

ADOLF Van der Meersch, en speciaal voor uwe vriend Nichels: we zullen altijd van mening blijven verschillen. Ik zeg niet dat gij socialisten op een zeker gebied geen goed werk doet, maar ge hebt geen perspectief.

NICHELS Perspectief! Perspectief! Hoeigvliegers zedde geir!!

PIETER Wie van ons zou er ’t hoogste vliegen? Gij toch zeker!
IN ‘T AALSTERS:
Want aa ‘oor es on de moon bloive plekken!
GELACH. ER ZIJN MENSEN KOMEN ROND STAAN – WANT MET DE DAENSEN EN MET VAN DER MEERSCH IS ER ALTIJD WAT TE BELEVEN. DE CAFÉAMBIANCE IS MEER GAAN LIJKEN OP EEN KLEINE MEETING. STILAAN ZAL ALLES RUSTIG WORDEN TERWIJL ADOLF PRAAT. HIJ KRIJGT VAN DE OMSTAANDERS ENIG BIJVAL – NICHELS EN VAN DER MEERSCH ALLICHT OOK, MAAR IETS MINDER

NICHELS Menier Donsj, nieë Pieë, ’t es tejgen aa broer: Menier Donsj, magge k’ík aa insj en vroug stell’n? Goi die Godgeliertet gestudeerd etj – Hoeveel Goeden zijn d’er?

ADOLF Nichels, ik begrijp niet…

NICHELS ‘k Zal te k’ik aa zeggen, menier Donsj: droië!
GELACH. VOORPRET
Ja, menier Donsj: de zilver’n, de koeper’n en d’n aaten! En ’t es de woorèt: in a keirken wer’n de roike mensj’n begrouven mette zilver’n of de koepere God, d’ eirme mensjen me d’n aaten God!
KORTE STILTE
Awel?

ADOLF Meneer Nichels, en al wie hier aanwezig is: die kerken zijn mijn kerken niet. Die Kerk is mijn Kerk niet. Ge vergeet dat ons Heer ook gestorven
is aan een houten kruis!
ENIGE BIJVAL
Niet de godsdienst is fout, maar wat de katholieke kerk in die 2000 jaar van de godsdienst gemaakt heeft!
Maar gij socialisten, wilt het goed met het kwaad vernietigen. Gij wilt op de puinen van de maatschappij een staat oprichten die alle macht zal bezitten, en waarin geen plaats meer zal zijn voor God. Maar niet God is uw vijand, maar het goùd! Zonder God is er geen broederlijkheid mogelijk, is er geen liefde mogelijk. Wij willen leven volgens de leer van Christus, zodat er minder hebzucht zal zijn onder de mensen, wat meer liefde, opdat die schandalig grote fortuinen zouden verdwijnen die u allemaal arm houden, opdat gij allemaal, masssa arme wroeters, eindelijk ook een beetje menswaardig zoudt kunnen leven!
BRAVOGEROEP: “VIVA PASTER DONSJ! GOE’ GEZEID!”

NICHELS DAARTUSSEN
Wer zelle zieng hoeveir da’ ge ’t bringt!

PIETER Tot de overwinning, Nichels.
MEN ZET HET MARIANNELIED IN (“GA, GA, MARIANNE…”) DANSEN. DE DAENSEN VERDWIJNEN IN DE MENIGTE. LANGZAME LICHTVERANDERING. HET MEISJE VAN DE MEESTERGAST LOOPT ALS EEN GESLAGEN HOND VOORBIJ

8. HERBERG TE OKEGEM BIJ NINOVE

TUMULT, DOOR MEKAAR GEROEP

PLANCQUAERT Gedààn met de concessies!

ADOLF Dat zijn geen concessies, dat is strategie. Ik wil het nog eens herhalen…
SMID LAMBRECHT Waarom moeten we ze sparen?! Daar is geen enkel reden toe!

PIETER Mensen, mensen, blijf kalm!

PLANCQUAERT Het is veel te vaag!

PIETER Als ik niet wist dat gij het waart, ik zou denken, ’t is Woeste verkleed als pastoor!

SMID Laat Woeste d’ er buiten!

ADOLF Vrienden, vrienden! We moeten natuurlijk de misbruiken van ’t patronaat met alle mogelijke middelen bekampen, maar aan de andere kant mogen we niet vergeten dat alleen door de industrie de welstand kan verhoogd worden.

PLANCQUAERT Akkoord, maar ik wil tastbare, concrete zaken: verzekering tegen onge- vallen, tegen ziekte, ouderdom…

PIETER En wat er zeker bij moet, is erkenning van de vakbonden, en financiële en morele steun in wettelijke stakingen.

SMID Plus kortere arbeidsduur en de zondagsrust.

ADOLF Maar natuurlijk, al die eisen liggen voor de hand.
Dus, samengevat: morele en materiële bescherming van de arbeiders.
Ik zou er alleen aan toevoegen – en dat zal vele patroons overtuigen van onze eerlijke bedoelingen: bescherming van onze nationale handel, zodat we niet overspoeld worden door buitenlandse producten.

SMID Dat zal ook de hopboeren plezier doen, en de tabaksplanters.

ADOLF En ondersteuning van nieuwe nijverheidstakken om onze uitvoer te vergroten en onze positie op de wereldmarkt veilig te stellen.

PLANCQUAERT Volledig akkoord.

ADOLF KIJKT NAAR DE SCHRIJVENDE PIETER
Zijn we zover? Goed! We eisen verder een strenge toepassing en verbetering van de bestaande wetten op vrouwen- en kinderarbeid. En schoolplicht tot 14 jaar.

SMID Weet ge dat er bij Jakobs in Ninove nog maar vier volwassen mensen werken? Al de rest zijn kinderen van 8 en 9 jaar.

PIETER Niet alleen in Ninove.

PLANCQUAERT Ik stel ook voor maatregelen te vragen tegen de verkwisting in de openbare besturen.

ADOLF Ja… En voeg er maar aan toe: het optrekken van de lage pensioenen en de vermindering van de grote.

PIETER Jongens, jongens, niet zo rap, niet zo rap.

SMID ’t Kan nie rap genoeg gaan!

PIETER Ik moet het eerst nog kunnen opschrijven, hé!

ADOLF Ik ken ambtenaren en generaals die een pensioen trekken van 8, 9 duizend frank, en mèèr!

SMID En zegt ne keer dat ’t moet gedaan zijn dat die rijke stinkers duizende en duizende franken verspelen op de paardekoersen. ’t Steekt iedereen de ogen uit.

PLANCQUAERT De smid heeft gelijk, ’t is een schande.

ADOLF Dus: belasting op beursspeculatie, weddenschappen in de paardekoersen en op kunstvoorwerpen.

PLANCQUAERT En nog iets dat de ogen uitsteekt: de loting in ’t leger. ’t Moet gedaan zijn dat de boerderijen ten onder gaan omdat de zoons 4 jaar bij den troep moeten en dat de rijke zoontjes zich kunnen vrijkopen.

ADOLF De oplossing ligt misschien in een vrijwilligersleger.

SMID Ja, d’ er zijn d’ er altijd die zo zot zijn, of die niet weten van wat hout pijlen maken.

PLANCQUAERT Ziet gij iemand zich al vrijwillig aangeven om in een staking op zijn vader of zijn broer te schieten? Een vrijwilligersleger krijgt ge nooit op de been.

PIETER Zo slim zijn de heren wel, dat ze hier in Vlaanderen Walenkoppen zullen inzetten, en in de Walenpays Vlamingen.

ADOLF Het is in elk geval een onrechtvaardig systeem.

PLANCQUAERT Een bloedwet, die moet afgeschaft worden.

SMID Mannen, we mogen zeker de boeren niet vergeten, we mogen niet in dezelfde bekrompen fouten vervallen als de socialisten. Ik ken den buiten, ik; ik ben gaan klappen met de boeren in hunne koestal. De toestand op ’t land is even erg, misschien nog erger als in de fabrieken.
De grondlasten zijn te hoog, de pachten mogen niet zomaar opgeslagen worden à volonté.

ADOLF Goed, Smid. Dus regeling van de pachten door boerenbonden.

SMID Wacht, ik heb nog niet gedaan: steun aan onze fransmans, onze mannen die in Vrankrijk de campagne gaan doen en in de steenbakkerijen gaan werken.
GEKSCHEREND
Ze hebben allemaal ’t geluk niet thuis te kunnen werken gelijk ik… als ik nog klanditie had!

ADOLF Onze ‘koude’ smid…

PIETER Ja, want zijn vuur is uit!

PLANCQUAERT Nu ge over Frankrijk begint – ons punt dat het Vlaams en het Frans gelijkwaardig moeten zijn, is niet genoeg. Onze leuze is: in Vlaanderen Vlaams. ’t Vlaams moet in ’t Vlaamse land de énige taal zijn in alle besturen en gerechtshoven. De Wetgeving moet in ’t Vlaams zijn.

PIETER Bravo, Plancquaert, dan zien we tenminste wat ze zeggen.

ADOLF Ik geloof dat dat ongeveer alles zal zijn.

PIETER Voilà…

SMID VOILÀ IS FRANS, DUS:
Tstst!

PIETER Op hoeveel exemplaren mag ik dat trekken? 100.000? 200.000?

ADOLF Niet overdrijven hé, Pieter. Zo goed zijn we nu ook niet bij kas. Ik zou maar beginnen met 30.000; 15 voor Aalst –

SMID – en zeker 15 voor Ninove en omstreken. Te verspreiden in de 72 gemeenten van ’t arrondissement.

PIETER Da ’s goed; ik weet weeral wat doen… En ‘k zal er voor Woeste nog iets
speciaal bijzetten: “En voor de franskiljons, la même chose”.
GELACH

SMID Ooo, als die paljas eens op mijn aambeeld lag…

9. WOESTE BIJ LEOPOLD

CONGOLESE TAMTAMS. LEOPOLD II OP IN BAMBOE-DRAAGSTOEL GEDRAGEN DOOR NEGERS, OMGEVEN DOOR OOSTENDSE HOEREN.

WOESTE Majesté, majesté!

LEOPOLD Ah, mon cher Woeste, quelle nouvelle?

WOESTE Majesté, je vous en prie, arrêtez ce scandale à Alost. J’en ai assez, de cette canaille.

LEOPOLD Mais rnon cher Woeste, vous n’allez pas nous raconter que vous avez peur de ce ridicule petit abbé Daens, vous, un homme d’un tel format?

WOESTE Sire, c’est un démagogue sans scrupules, il entraine la populace. Des centaines, des milliers vont vôter pour lui. Nous perdrons du terrain.

LEOPOLD TEGEN ZIJN GEVOLG
Mais non, mais non, mes enfants.
TEGEN WOESTE
Du calme, monsieur Woeste. N’exagerez pas. Buvez un verre de champagne. Cela passera.

WOESTE Non sire, ça ne passera pas. Cela s’enpire.

LEOPOLD Mon cher baron, au pis-aller, que peuvent ces quelques centaines de voix? Depuis des années le parti catholique a une majorité étonnante dans le parlement.

WOESTE Ce diable de Daens sèmera la discorde dans notre parti, ce qui fera entièrement l’affaire des libéraux et des socialistes.

LEOPOLD Mon cher, supposons que Daens soit choisi: comment tiendra-t-il ses belles promesses? Lui seul dans ce grand parlement? Après quelques années, ses électeurs l’abandonneront. Et vous en ressortirez mieux que jamais.
WOESTE Ou ses électeurs passeront aux socialistes. Il abusera du parlement. C’est un tribun, majesté. Cet abbé Daens, c’est un chie-en-lit, c’est la merde. Non seulement le parti sera déchiré, mais nous irons à la destruction complète de toutes les belles traditions et institutions de notre pays – pardon, de vòtre pays. Fini l’économie libre, fini la paix de travail. Ce sera la révolution!

LEOPOLD Allons, allons, mon ami. Une tempête dans un verre d’eau. Que voulez- vous que nous fassions? Vous comprenez bien qu’en face de l’opinion publique nous ne pouvons pas nous engager trop loin dans cette affaire ridicule?

WOESTE Une petite faveur, sire. Peut-être une discrète intervention auprès de sa dignité, monseigneur Stillemans de Gand?

LEOPOLD Nous verrons. Cela nous semble raisonnable. Mon cher Woeste, j’écrirai une petite lettre à monseigneur Stillemans.

WOESTE Nous vous en remercions, votre majesté. Le pays tout entier compte sur vous.

LEOPOLD Mon ami, j’ose compter tout autant sur vous… Et si vous avez encore besoin de moi, à partir de la semaine prochaine, je serai à la cote d’Azur. TOT DE DAMES
Allons, mes enfants de la Patrie. Notre jour de gloire est arrivé….

10. AALST. THUIS OP CHIPKA

LOUISE LEGT DE LAATSTE HAND AAN DE TAFEL – SIGAREN – DRANK.
ADOLF DAENS STOPT ZIJN PIJP.

DE BETHUNE Nee, meneer Daens, begrijp me niet verkeerd. Ik ga er natuurlijk mee akkoord dat het lot van de werkmensen moet verbeterd worden. Ik maak me alleen zorgen over de manier waarop.

PONNET Ik stel me de vraag – en dat is heel persoonlijk meneer Daens, of het nu precies de taak is van een gezalfde van God om zich zo verregaand met politiek in te laten. U laat zich meeslepen, Daens!

ADOLF Meneer Ponnet, ik doe niets anders dan er heel bescheiden toe bijdragen dat Rerum Novarum geen dode letter blijft; en u weet even goed als ik dat ik met mijn overtuiging niet alleen sta –

PONNET Ja –

ADOLF Nee meneer Ponnet, niet wat u bedoelt. Kijk maar naar kardinaal Manning in Engeland, en naar monseigneur Doutreloux bij ons, en wijlen monseigneur Lambrecht die spijtig genoeg veel te vroeg is moeten sterven.
PONNET Ik weet wel, Daens, hoe er door uw opgezweepte medestanders geroddeld wordt over de plotse dood van de monseigneur.

ADOLF Meneer Ponnet, ik verbied u…

BETHUNE Kom kom, alles is een kwestie van overleg en van een rustig beleid. We kunnen de wereld niet op één dag veranderen, en ook niet op één jaar, meneer Daens.

ADOLF Na Rerum Novarum, meneer De Bethune, kan men de sociale kwestie niet meer opzij schuiven. Bij miljoenen mensen is er hoop gewekt.

PONNET Altijd die sociale kwestie. Meneer Daens, onze plaats is in de kerk.

ADOLF Meneer Ponnet!

LOUISE OP
Eindelijk, hij is er.
PIETER OP

LOUISE Toe haast u, ze wachten al meer dan een half uur.

PIETER Excuseer me heren, maar ’t heeft gebrand in de Filature, honderden balen katoen zijn vernield. ’t Ging zo rap dat vrouwen en kinderen in ’t water moesten springen. D’ er zijn d’ er zeker drie versmoord… Verschrikkelijk.
Eerwaarde heer Ponnet, meneer De Bethune! Wel, meneer de baron, wat is ‘t, komt ge u opgeven voor de Christelijke Volkspartij?
SCHUDT HEM DE HAND

BETHUNE Pieter toch,
MET EEN FLAUW GLIMLACHJE
gij valt altijd op uw plat. Nee, ik ben hier om u en uw broer te over- tuigen dat we onze krachten moeten bundelen.

ADOLF Dat is ook mijn hoop, baron. Maar niet ten koste van ons program.

BETHUNE Wij zullen wel een compromis vinden.

PIETER Wij misschien wel, maar meneer Woeste…

BETHUNE Woeste is alleen bekommerd om de eenheid van de partij.

PONNET Ik zou er hier geen doekjes meer om winden, baron, we zijn hier toch om een duidelijke vraag te stellen –

PIETER Ha, ’t spel is op de wagen…

PONNET – die een duidelijk antwoord vraagt. Is het uw intentie om op te komen bij de verkiezingen?

ADOLF Ja, meneer Ponnet.

PIETER En op een verkiesbare plaats! ’t Zal gedaan zijn met de vriendjespolitiek van meneer Woeste om de kandidaten door een of ander duister comité te laten aanduiden.

PONNET Een priester, tègen de katholieke partij?!

ADOLF Ìn de katholieke partij.

BETHUNE Maar met uw eigen program?

ADOLF Inderdaad.

BETHUNE Zoudt ge echt zo ver gaan?

PIETER Het is al gedrukt, baron de Bethune, ge komt ook een beetje laat.

BETHUNE Laat ons niet overhaast te werk gaan, Pieter. Wij zouden misschien…

PIETER Wij, wij? Wie is dat, wij?

ADOLF Laat hem maar uitspreken, Pieter.

BETHUNE We zouden aan de partijleiding kunnen voorstellen een christendemocraat, in wie ze vertrouwen hebben, een plaats te geven op hun lijst. Dat is bijvoorbeeld gebeurd in Gent.

PIETER Ne simpele Gentenaar kunt ge misschien zoiets wijsmaken, baron, maar in ‘Oilsjt’ zal die haring niet braden.

ADOLF En in wie zouden ze dan wel vertrouwen hebben, meneer De Bethune?

BETHUNE VALT UIT DE LUCHT EN DRAAIT OP ZIJN STOEL
Och… heu…wel,.. Ik meen, dat ik, als voorzitter van de Katholieke Werkmanskring, een kandidatuur in overweging zou kunnen nemen.

PIETER De Werkmanskring heeft anders nog niet veel meer uitgestoken dan de arbeiders braaf en koest te houden.

PONNET Ons patronaat beoogt de opvoeding van de arbeiders, meneer Daens.

PIETER Ja, met wiezen en vogelpikkken. Kom kom, ge kunt dat hier tegen ons zeggen, maar vertelt dat niet aan ne serieuze mens!…

ADOLF Meneer De Bethune, gelooft gij nu echt dat, àls ge ’t vertrouwen van de conservatieven krijgt, dat ge dan ons program nog kunt verdedigen in ’t Parlement?

BETHUNE Er zijn bepaalde punten in, die in overweging kunnen worden geno- men. Ik zie bijvoorbeeld geen enkel bezwaar tegen een dèftige vakvereniging…

ADOLF Ge zult bedoelen: die fameuze corporatie waarin patroons en arbeiders zich broèderlijk over de toestanden buigen?

BETHUNE Precies.

ADOLF Luister, baron. Vroeger ben ik ook nog zo naïef geweest om te geloven in de goede wil van de patroons. Met scha en schand’ heb ik geleerd dat de patroons niet goedschiks afstand doen van hun privileges.

PONNET Voilà! Kwaadschiks dus: ’t land op zijn kop, stakingen, revolutie!

ADOLF Een vakvereniging is er om de directe belangen van alle arbeiders te verdedigen. Daar hebben de arbeiders niemand voor nodig dan henzelf.
Los van elke politieke partij.

PONNET Dat is anarchie Daens! Anseele zou ’t u niet verbeteren.

ADOLF Dat is de realiteit, meneer Ponnet. En zeg niet dat wij socialisten zijn! Wij halen onze inspiratie in wat Ons Heer zelf gezegd heeft.

PONNET Daens, gij misbruikt Ons Heer! Wee hij die leeft zonder de vrees des Heren!

ADOLF De vrees des Heren is het begin van de wijsheid, maar dikwijls ook het begin van de lafheid. Men is beducht zijn handen vuil te maken!
Vier jaar geleden is een wet gestemd op de kinderarbeid, en wat is het resultaat? Niets. Niets. Hoelang moet dat nog blijven duren, denkt ge? De uitbuiting is algemeen.

PONNET Als de arbeider een goed christen is, zal hij u begrijpen, wanneer ge hem spreekt over nederigheid, orde en verduldigheid.

PIETER Hoe nederig en verduldig blijft iemand die uren in de regen moet staan voor een korst beschimmeld brood?

BETHUNE Ge maakt spektakel, Daens, over kleine mistoestanden. Dat is misschien één of twee keer gebeurd. Er is geen geloof en geen eerbied meer voor ’t gezag; ge ziet toch ook wat er gebeurt:

PONNET De vijand zaait haat tegen de Kerk, de enige instantie die orde in deze wanordelijke maatschappij kan brengen. Het gaat hier om het katholiek belang.

ADOLF Gij verwart het katholiek belang met het belang van ’t kapitaal.

BETHUNE Maar meneer Daens, kapitaal is toch de vrucht van samengeraapte arbeid, ja? Dus moeten wij samen offers brengen om de economie recht te houden – in het algemèèn belang. Hoe gaan onze fabrieken het hoofd bieden aan de buitenlandse concurrentie als de arbeiders plotseling wilde eisen gaan stellen?!

PIETER KWAAD
Wild?! Veertien, zestien uur slaven voor een hongerloon, noemt gij dat normaal? Àcht uur werken, dàt is een menswaardig bestaan!

BETHUNE Ja, eerst acht, en dan zeven en dan zes, vijf. Waarom geen twee?

PONNET Acht uur, is het dat wat ze willen? Acht uur werken, en wat doen ze dan de rest van de dag? Acht uur gapen en acht uur slapen? Ledigheid is het…

PIETER Bijzonder origineel zijt ge niet, meneer Ponnet. Dat schandalig rijmke heb ik al eens gehoord. Van meneer Woeste.

BETHUNE WEER VERZOENEND
Ik geef toe dat er dingen kunnen veranderen en vernieuwd worden, maar ik bezweer u, de burgerij zal geen scheuring dulden.

PONNET Als ge de burgerij ontstemt en de hebzucht van de armen aanwakkert, waar gaat ge ’t geld halen voor de goede werken?

PIETER Meneer Ponnet, uw burgerij heeft op ’t altaar het tabernakel verwisseld voor hun brandkast, er…

PONNET Ik zou mij een beetje matigen, Petrus. Uw drukkerij werkt toch veel voor parochies en kloosters en voor notarissen?… Ge moet niet bijten naar de hand waaruit ge eet.

PIETER Laat ze dan allemaal naar die schijnheiligaard van een Van de Putte in de Zoutstraat gaan! Zijne put is diep, maar de mijnen niet!
(CFR. SPREUK VAN VDP: ET PUTEUS ALTUS EST…)

BETHUNE Pieter, ge gaat uw beste vrienden verliezen!

PIETER Vrienden?! Saluut!!
AF

LOUISE OP DOOR HET LAWAAI
Och meneer de baron, ge moet het hem niet kwalijk nemen, maar hij bedoelt dat zo niet. Hij is veel te choleriek, en toch zo koppig…

ADOLF Wees niet bang, Louise. Al zijn vrienden weten dat wij te goeder trouw zijn. Ga hem wat kalmeren.
LOUISE AF

BETHUNE Meneer Daens, wees verstandig. U beseft toch dat u gevaarlijk spel speelt.

ADOLF En welk spel speelt u, heren?

BETHUNE Daens, ge beledigt mij, ik doe ’t om bestwil.

ADOLF Ik zie er lossendoor, menèèr de Bethune. Vandaag kan Woeste u nog gebruiken, maar morgen staat gij ook aan de kant.

PONNET Daens, vergeet niet dat ge als priester nog altijd onderworpen zijt aan de kerkelijke jurisdictie.

ADOLF Och, dat soort argumenten maakt al geen indruk meer op mij, meneer Ponnet. Ik word al jaren van Pontius naar Pilatus gestuurd.

BETHUNE Daens, de katholieke partij kan niet dulden dat…

ADOLF Ze krijgen schrik, hé, baron? Wel, ’t is goed dat ze schrik krijgen. En als ’t goedschiks niet gaat, dan zal het kwaadschiks gaan, maar wij blijven op ons standpunt. En als ’t moet, dan komen we op met een zelfstàndige lijst, met een eigen partij. Goedenavond, heren.
AF

11. EEN FABRIEK. PATROON TOT ARBEIDERS

PATROON Ge moogt nu allemaal kiezen. Maak gebruik van die formidabele cadeau, maar smijt uw stem niet in ’t water met de kiezen voor die zwarte Kledden, die Loekedoe, die mislukte Jezuïet, dat onnozel Donjsken met zijn veel wind. Hij had hem allang beter gaan versmoren in de vaart, ’t is nog geen twee stappen van zijn deur.
REACTIES, HIER EN DAAR LACHT MISSCHIEN IEMAND
En past op, ne kiesbrief is geen schotelvod waardat ge uw vuil handen aan af te kuisen hebt. Ziet dat ge allemaal uw pollen wast mee zeep voordat ge gaat kiezen, want van ’t minste vuil dat er aan is, is uw stem ongeldig.
En gij daar, Pier, ge moet er ook geen mannekes op tekenen gelijk op de deuren van de kabinetten, of peist ge dat ik het niet weet.
GELACH, PIER MET BLOZENDE KAKEN
Kijkt nu allemaal ne keer goed – ik heb hier een voorbeeld, ziet ge dat? ’t Zelfde papier gaat ge de 14e oktober in ’t stemlokaal krijgen. En ziet nu goed wat dat ik ga doen: voilà! Al wat ge bijgevolg moet doen is een wit bolleke zwart maken, hier, op lijst numero één. Niet hier, op lijst numero twee, want dat is Loekedoe, en zeker niet hier, want dat is lijst numero drie van ’t rood crapuul. Ge kunt niet missen als ge ogen in uwe
kop hebt. Laat dat meiske gerust, achter de uren doet ge wat ge wilt.
Dus wij, wij zijn de goei, wij staan eerst. Ja ge moogt gaan pissen, maar
weerkommen hé. Ge hebt dus niet anders te doen als met het crayon het bolleken op numero één zwart te maken. Daar moet ge geen universiteit voor gedaan hebben. ’t Is simpel comme bonjour. En ’t crayon niet in
uwe zak steken voor uw klein gasten thuis. Maar past op hé mannekes, past op hé! Als ge stemt voor Daens of voor de socialisten, dan zullen we ’t rap genoeg weten, al moesten de kraaien het uitbrengen. Wie dat voor Daens stemt, die kan werk gaan zoeken op een ander. Als hij vindt. Ik betrouw op uw gezond verstand. Wij hebben uw lot al verbeterd, gelijk ze zeggen; awel, ’t zal nog verbeteren. Zegt eens, als ge honger hebt, kunt ge dan bij Loekedoe gaan vragen naar een brood? Nee, want hij heeft zelf niets. Ja, schoon beloften, dat heeft hij. Als ge geen kleren hebt, kunt ge dan bij Loekedoe gaan kloppen? Nee, want zijn rok is al wat dat madam aan haar gat heeft hangen. Wij hebben alles en wij geven alles. Voilà:
ER KOMT EEN KNECHT OP MET EEN MAND SAUCISSEN EN EEN VAT BIER
Eet en drinkt maar eens goed uw goesting te mijner gedachtenis: sosissen à volonté, bier voor iedereen – voor u niet Koppes, want gij hebt al genoeg op, en voor u ook niet, Van Wilder, gij moet er toch maar gaan van pissen.
GELACH
Neemt en eet, stemt voor uw echte weldoeners. Laat u niet opmaken door niemand. Ge zijt allemaal grote mensen, ge weet heel goed waar dat uw profijt ligt. En als er ene van die Loekedoes teveel van zijne neus maakt, laat hem dan maar voelen van welk gedacht ge zijt. Ge gaat uw vuisten geen zeer doen op die kloddepoppen. Allee, geneert u niet, ’t is voor niets, d’ er is genoeg voor iedereen. En als ge uwen buik vol hebt, moogt ge allemaal naar huis gaan – ge hebt vandaag gedaan met werken. Santé, en pakt den overschot maar mee!

12. HOFSTADE. KERK

EEN RIJ GEKNIELDE GELOVIGEN VOOR EEN BIECHTSTOEL

PASTOOR VAN MOL In nomine Patris et Filii et Spiritus Sancti.

FRANS VAN ZWERTES Amen. Eerwaarde Vader, zegent mij, want ik heb gezondigd.

VAN MOL Hoelang is het geleden, mijn zoon, dat ge uw zonden gebiecht hebt?

FRANS Van mee Pasen, Eerwaarde Vader.

VAN MOL Ge zult vaker te biecht gaan, mijn zoon.

FRANS Ja, menier de paster.

VAN MOL Wilt ge nu uw zonden belijden?

FRANS PAUZE
Ik hem enigste kieren gedronken, gevochten, gelogen en gevloekt, me- nier de paster, en nogal veel… vuile klap verteljd.

VAN MOL Hoeveel keer, mijn zoon?

FRANS Vuile klap, graalijk veel, en van ’t ander elk vier kier, menier de paster.

VAN MOL Bid dan voor uw penitentie tien Onzevaders en vijftien Weesgegroeten.
Enne, vergeet niet, dat als ge een goed christenmens wilt zijn in eer en geweten, dat ge zelfs op straf van zonde, verplicht zijt volgende zondag te stemmen voor de partij wier doelstellingen in overeenstemming zijn met de leer van onze Moeder de Heilige Kerk. Ge begrijpt toch wat ik bedoel, mijn zoon?

FRANS Ja ja, menier de paster –

VAN MOL Proficiat, mijn zoon.

FRANS – ik zal ‘k ik zeker veur paster Donsj stemmen!
DE PRIESTER SLAAT HET DEURTJE DICHT. FRANS VAN ZWERTES STAPT GRIJNZEND DE BIECHTSTOEL UIT, FEZELT IETS IN HET OOR VAN DE VOLGENDE DIE BINNEN GAAT, PINKT OOGJE NAAR DE ANDERE WACHTENDEN

VAN MOL In nomine Patris et Filli et Spiritus Sancti.

LIVINUS DE BAKKER Amen. Eerwaarde Vader, zegent mij want ik heb gezondigd.

VAN MOL Hoelang is het geleden, mijn zoon, dat ge gebiecht hebt?

LIVINUS Oeieoeieoei, da’ ben ik vergeten, menier de paster.

VAN MOL Voor we aan de biecht beginnen, mijn zoon – ge weet dat er zondag wordt gestemd?

LIVINUS Dat weete ‘k ik ghiel zeker – en as ’t u moest interesseren, ‘k zal zonder mankeren stemmen veur Donsj!
PRIESTER SLAAT DEURTJE DICHT

VAN MOL In nomine et Filii et Spiritus Sancti.

BIECHTELING Amen.

VAN MOL Hoelang is ’t geleden dat…

BIECHTELING ’t Zelde as den diene veur mij. En as ge ’t wiljt weten veur wie da ‘k stem: ùek veur paster Donsj!
PRIESTER SLAAT DEURTJE DICHT

VAN MOL In nomine Patris et Filii –

BIECHTELING Veur Donsj, nondedju!

VAN MOL SPRINGT MOE GETERGD UIT DE BIECHTSTOEL
Mijn kerk uit! God zal u straffen!

GELOVIGEN En Donsj zal ons beluuën’n! (belonen)

VAN MOL ROEPT
Ge zijt verdoemd, ketters!

13. AALST. VERKIEZINGEN

HET KIESBUREAU WORDT GEZET. JARDIN: TAFEL MET VOORZITTER EN BIJZITTERS. COUR: STEMHOKJE. MIDDEN FOND: PIRAMIDAAL TRAPPENSTEL MET ER BOVENOP DE VERZEGELDE STEMBUS ZONDER BODEM. ONDER DE TRAP ZITTEN TWEE FIGUREN DIE DE VALLENDE KIESBRIEVEN ZULLEN OPVANGEN, NAZIEN: DE ‘GOEDE’, ENKELE ‘SLECHTE’ OM DE SCHIJN TE REDDEN, EN DIE WELKE ZE ONGELDIG ZULLEN MAKEN, IN EEN TWEEDE STEMBUS ZULLEN STOPPEN. DE ‘SLECHTE’, D.W.Z. DIE VOOR DAENS, SCHEUREN ZE EN GOOIEN ZE IN EEN VERSLETEN WASMAND. AAN HUN SPEL ZAL TE ZIEN ZIJN WAT ER GAANDE IS, VOOR WIE ER TELKENS GESTEMD IS. WANNEER DE TELLING GEHOUDEN WORDT, LATEN ZE MET EEN TRUUK DE TWEEDE STEMBUS IN DE BOVENSTE VERDWIJNEN.
HIERUIT MAG BLIJKEN DAT HET ER NIET REALISTISCH AAN TOE GAAT, MAAR DAT DEZE SCENE OPGEZET IS ALS EEN GROTE GROTESKE, EEN ONWAARSCHIJNLIJKE GROFFE KERMIS. BOERTIGE MUZIEK VAN TUBA EN GROSSE-CAISSE ZOALS IN ‘T BOKSKRAAM VAN DE SINKSENFOOR. WANNEER DE PANTOMIME HET TOELAAT OF VRAAGT, KUNNEN ER ENKELE KORTE DIALOOGFASEN ZIJN. TUSSEN DE GEWONE MENSEN (ALLEEN MANNEN) KOMEN DE PERSONALITEITEN STEMMEN.

PONNET OP MET STOKOUD VENTJE MET STOK
Laat mij met mijn vader gaan stemmen.
VERDWIJNEN IN KIESHOKJE. PONNET HOUDT ZIJN HAND
VAST

OUD VENTJE IN KIESHOKJE
Maar meneer Ponnet, ge zijt gij toch mijne zoon niet…
PONNET HOUDT ZIJN HAND VOOR DE MOND VAN DE MAN

PONNET Doe wel en zie niet om!
___________________

PIETER BIJ DE VOORZITTER
Waar zijn hier de getuigen van onze partij?

VOORZITTER ’t Schijnt dat de lijst te laat binnen was.
BIJZITTER FLUISTERT IETS IN ZIJN OOR
Ze zullen zich overslapen hebben zeker?
___________________

VOORZITTER Hoeveel stemmen hebt gij, vriend?
BIJZITTER FLUISTERT IETS

MAN Maar één, meneer.

VOORZITTER Hier, nu hebt ge ‘r drie. En doe het goed, hé.
KNIPOOG
___________________

PONNET OP MET ANDER OUD VENTJE
Mijn nonkel!
___________________

MAN 2 Wat moet ik doen? Ik kan niet lezen.

BIJZITTER Hier zie, dit bolleke zwart maken. Wacht, ‘k zal ’t zelf doen.
DOET HET
Steek het maar direct in de bus daarboven.

MAN 2 Danke meneer, danke.
_____________________

GROEP ARBEIDERS KOMT STEMMEN. DAN WOESTE EN DE BETHUNE
_____________________

BETHUNE Meneer Woeste!

WOESTE KRIJGT VIER BRIEVEN VAN DE VOORZITTER, IN HET HOKJE HAALT HIJ ER NOG EENS VIER UIT ZIJN BINNENZAK. TERWIJL HIJ DE BRIEVEN IN DE BUS STOPT:
Que les meilleurs vaincront! Nous avons triomphé voor de ziel van de kind, nous triompherons aussi voor de ziel van de oe-erkvolk!

BETHUNE GAAT KIEZEN
God, sta ons bij!

VOORZITTER KIJKT OP HORLOGE
Sluit vlug de deuren. ’t Is tijd om te tellen.
’t Is spijtig, maar de Daensisten komen juist te laat.
GELACH
Maar ja, dat zijn de regels van ’t democratisch spel.
DE DUBBELE KIST WORDT GEHAALD EN GEOPEND. ER WORDT GETELD. WOESTE, DIE DE LAATSTE WAS, BLIJFT TOEKIJKEN. PANTOMIME. NA EEN TIJDJE MAKEN ZE DE BRIEVEN ALS SCHIJTPAPIER VUIL AAN HUN ACHTERSTE.
Woeste, Daens, Daens, Woeste, Daens, Daens, enz.
Nondedju, er zijn er nog zo veel!

BIJZITTER ‘k Zal ‘k ik dat eens arrangeren. ’t Is hier zo donker, ik zie hier niet goed, doe ’t licht eens uit! Dan kunnen we veel beter tellen!
DUISTER. GELACH, GESCHARREL, GEFEZEL, ONDERDRUKT GELACH

14. ST.-ANTELINKS – TUSSEN VERKIEZINGEN EN BALLOTAGE

SMID Komt alhier, mensen, hier zijn we nog niet geweest. Plancquaert heeft gezegd dat hij met de paster naar hier komt.

VOLK De paster komt!
De paster, de paster goa spreken.
’t Es paster Donsj.

VROUW ’t Es de paster van d’ eireme menschen.

MAN Zwijgt menschen, ’t es meetink.

DRONKAARD Meetink, wat es dadde?

MAN Zwijgt, zatlap.

DRONKAARD Wat es ’t dat ze goa meten?

MAN Och zwijgt gij, ze goaan zij nit meten. Meeting dat es Latijn en da wilt zeggen: preek.

DRONKAARD Ek huur alle dougen in de keirk Latijn, maar ek en verstoan doar den hond zijn klueten af.

PLANCQUAERT Vrienden, brave Vlaamse boeren en arbeiders…

DRONKAARD A klapt hij toch gien Latijn.

MAN Ou muile toe!

PLANCQUAERT Gij zult ook al gehoord hebben dat er bij de verkiezingen schandelijk bedrog is gepleegd, en dat het ons niet – nog niet – gelukt is onze grote voorman hier, priester Daens naar ’t parlement te sturen.
REACTIES
Maar we hebben klacht ingediend, want die fijne heren in Brussel hebben de triestige moed gehad de kiezing geldig te verklaren.
REACTIES
Maar we zijn niet ontmoedigd. De kiezing is ondanks al het bedrog en het gefoefel voor ons toch nog een triomf geworden. En zoals ik zei, priester Daens is nog niet verkozen, maar voor de eerste keer in zijn carrière ook de schone meneer Woeste niet, en daar zit die arme duts nu in zijn groot kasteel in Ukkel nog altijd over te huilen en te tieren.
GELACH EN INSTEMMING
Volk van Vlaanderen, de strijd is nog niet verloren. Zondag 9 december moet gij allen opnieuw naar de stembus voor de ballotage.

DRONKAARD Ballotage! Dad ‘es Latijn, geluef ek.

PLANCQUAERT Daar ligt onze grote kans. We zijn 2.000 stemmen tekort gekomen op de 26.000. Ze hebben er ons zeker het dubbele ontstolen, dus met uw stem zullen we het halen. We rekenen opnieuw op u, stemt opnieuw voor priester Daens.
REACTIE
Mensen, ik ben fier en blij nu het woord te mogen geven aan onze gro- te voorman die met al de onrechtvaardigheden kort spel zal maken.

ADOLF Vrienden, volk van Vlaanderen.
Waarom, waarom, vraag ik u, wil men in deze tijd van ongehoorde rijkdom en luxe, niets doen om het lot van de arme werkman te verbeteren? Jezus sprak tot de rijke jongeling: “Verkoop wat ge bezit, geef het aan de armen en ge zult een schat in de hemel bezitten”. En wat doen onze rijken met die wet van God? Niets, het zelfde als ze met Rerum Novarum doen: “Rerum Novarum?”, zeggen ze, “nooit van gehoord”.
Ze denken alleen aan zichzelf en hun geld, aan hun fabrieken en aan hun buitensporige winsten. Niemand in dit land heeft ooit aan u gedacht: uw ouders moeten van den arme begraven worden, uw broers en uw familie moeten in Frankrijk het brood gaan verdienen; uw vrouwen, overlast met kinderen, lijden en teren weg door onvoldoende voedsel.
REACTIE

SMID ’t Es de zuivere woareid, menschen van Sintentelink!

ADOLF Uw zoons moeten als soldaat gaan vechten naar de Congo voor ’t profijt van de banken en ’t Koninklijk Hof. Uit de Congo zal koffie komen, zeggen ze. Ja, koffie met bloed in, bloed van onze jongens, bloed van de weerloze zwarten. De Belgische staat leent miljoenen frank van uw belastingen, aan het zogezegd beschavingswerk in de Kongo, terwijl de vette winsten in de zakken vloeien van enkele actionairs. Waarom moeten de jonge meisjes hun jeugd gaan verslensen in de fabrieken? Wat hebben de katholieken, die onkuisheid als een godvergrammend kwaad voorstellen, gedaan om die kinderen te helpen? Wat hebben de politiekers gedaan die tot hier toe naar de Kamers zijn gestuurd? Ze hebben voor hun eigen profijt wetten gemaakt tègen het volk. Onze buitenbevolking kennen ze niet en onze taal willen ze uit verachting niet spreken. Alleen als ’t kiezing is, komen ze eens afgezakt.
GEJUICH
Dit moet eindigen!!!
GEJUICH
HEFTIGER, KRACHTIG, MET ZIJN TYPISCHE STENTORSTEM
Vlaams volk, wij komen tot u uit medelijden voor uw miserie. Gij wordt verpacht; met ’t beste deel van uw arbeid leeft de grote landeigenaar in luiheid, beestig en royaal. Zelfs het geestelijk voedsel wordt u misgund: Gij moet geen boeken lezen. Gij moet niet naar scholen gaan, Gij moet uw verstand niet ontwikkelen.

SMID Gommen da’ nog vuert verdroagen, mensch’n?!

ADOLF O brave boeren en werklieden van Vlaanderen, komt en voert met ons de goede strijd voor het nederige volk. God zal u zegenen; onze strijd zal zijn hart vermurwen en weldra zullen wij de dag beleven dat Vlaan- deren zal ontwaken. Volgt uw fiere groene vaan; zij zal u leiden naar een beter lot voor ons volk van Vlaanderen.
GEJUICH
OVERSTEMT HET GEJUICH
Vrienden, als de onrechtvaardigheid gewaarborgd wordt door de wet, dan is het tijd dat gij, het volk, die grote rechtspleger opstaat en met een stamp van de voet heel die boel van modder en onrechtvaardigheid omverschopt.
BRAVOGEROEP, GEJUICH, KRETEN: LEVE PRIESTER DAENS

VOLK Dat is ne keer al de schuene woarheid.
Leve de democraten!
Woeste eed’ ons lank genoeg gekloetjt.

DRONKAARD Da’ se die ne kier in de keirk lotte’ preken, ‘k zal ‘k ik dan niet in sloup vall’n!
IEDEREEN AF, HET VOLK IS INTUSSEN BEGINNEN ZINGEN, DOOR MEKAAR VAN “VIVA PASTER DONSJ EN HIJ MAG ER WEZEN, VIVAN PASTER DONSJ EN HIJ MAG ER ZIJN” EN “‘T MOET BETEREN! DAT ZINGEN WIJ HEEL VRIJ. ‘T MOET BETEREN! WEG MET DE SLAVERNIJ!”.
HET LICHT WORDT WEGGETROKKEN. HALFDUISTER. OP HET TONEEL IS ER BEWEGING VAN GESTALTEN. GEFLUISTER. DAENS EN PLANCQUAERT IN HET DUISTER TERUG OP

PLANCQUAERT Dat is het, Adolf; die mensen zijn van goede wil, maar tegen hun hart in moeten ze zwijgen, uit schrik dat ze hun broodwinning gaan kwijtraken of uit hun huizeke zullen gezet worden.

ADOLF Ssst! Zwijg eens, Hector; ik hoor precies iets.
ZE LUISTEREN

PLANCQUAERT Nee ’t is niets. ’t Zijn misschien brakeniers.

ADOLF Zouden we niet beter terugkeren?
PLOTS VLIEGT ER IETS DOOR DE LUCHT

PLANCQUAERT Ai.

ADOLF Wat is er?

PLANCQUAERT Ze hebben met iets gesmeten. Help. Help.

BOKKEN Slechte priester!
Deugeniet!
Smeerlap!
Boe! Boe! Loekedoe!

BOK Pakt hem. Tien potten janeuvel voor wie dat hem een pekking geeft.

ADOLF WORDT TEGEN DE GROND GESLAGEN
Help!

PLANCQUAERT Moord! Moord!
WORDT OOK GESLAGEN

SMID OP MET PAAR MANNEN
Wa’ gebeurt er hier?

PLANCQUAERT De bokken! De bokken!

SMID Wacht maar, lafaards! Komt hier, snottemuile! Da’ zal u leren, sjlechterik, ne paster sloan.
GRIJPT ER EEN PAAR VAST, AD LIBITUM, DE BOKKEN GAAN OP DE LOOP

ADOLF Bedankt, smid.
Ik hoop maar dat we nog op tijd in Zottegem arriveren.

SMID Ge moet er u nit van oantrekken. Den iesten bok die nog ne vinger naar ou uitstekt, geef ek ne klop op zijne kop dat ’t wit van zijn uegen voor ’t hol van ze gat droait.

GELACH – IEDEREEN AF AL ZINGEND VAN:

” KOM, LIEVE VRIENDEN, WIL ONS HIER OMRINGEN,
ZET U WAT NEER BIJ ONS, OP UW GEMAK,
TOT ONS VERZET ZULLEN WIJ SAMEN ZINGEN
WAAROM WIJ DRAGEN EEN GROEN LINT OP ONZE FRAK.
ALS EENE VRUCHT BEGINT TE BLOEIEN
DAN IS ZIJ JEUGDIG EN TOCH ZOO GROEN,
ONS NIEUWE PARTIJ MOET ALZOO AANGROEIEN,
DAAROM HEBBEN WIJ ‘NE GROENE STRIK VANDOEN”

OF

“GEGROET, O GROENE VLAGGE!
GEGROET, O WERKERSVAAN!
GEZEGEND ZIJN DE DAGEN,
ALS GIJ ONS ZULT VOREN GAAN;
WANNEER WIJ ZULLEN VRAGEN
ONS RECHT EN BROODGEWIN,
EN VOOR ONZ’ OUDE DAGEN
EEN STEUN AL VOOR HET HUISGEZIN.

O GROENE VLAG, O KLEUR DER WEIDE.
HIP HIP HOERA! HIP HIP HOERA!
WIJ ZULLEN STRIJDEN AAN UW ZIJDE!
HIP HIP HOERA! HIP HIP HOERA!”

15. GENT. BISSCHOPPELIJK PALEIS

SECRETARIS De monseigneur zal u dadelijk ontvangen.

STILLEMANS U hebt mijn brief gekregen, abbé Daens?

ADOLF Ja, monseigneur.

STILLEMANS U kunt toch lezen, abbé Daens? Ik zie niet in wat wij nog kunnen te bespreken hebben.

ADOLF Maar mons…

PIETER Men heeft u slecht ingelicht, monseigneur.

STILLEMANS Abbé Daens, gij hebt u als priester vertoond in woelige en onbetamelijke vergaderingen. Ge hebt schandaal en ergernis gegeven; het is dus een terechte voorzorgsmaatregel dat u verboden wordt de Heilige Mis op te dragen in een openbare kerk.

ADOLF Monseigneur, men heeft hier in ’t bisdom de zaken verkeerd voorgesteld.

PIETER ’t Zijn zwarte leugen, monseigneur!

STILLEMANS Meneer Daens. Ik weet het van zeer geloofwaardige heren.

PIETER Ja, monseigneur, van zeer geloofwaardige leugenaars.

ADOLF Monseigneur, ik spreek op meetings, op dezelfde wijze als andere priesters spreken op meetings van de katholieken.

STILLEMANS Een fatsoenlijk priester komt niet in cafés en danszalen. Gij onteert uw priesterkleed.

PIETER Onteren. Onteren. Wie strooit dat rond? Adolf, dit is onrechtvaardig!

STILLEMANS Ik maan u plechtig aan tot voorzichtigheid. Ik ben zelf een overtuigd christendemocraat. Maar gij wilt meer dan democratie. Gij wilt met uw programma de maatschappelijke orde omverwerpen, die “boel van modder”, ja?

PIETER De maatschappelijke wan-orde, monseigneur.

ADOLF Ons program is ’t program van ’t Evangelie, ons program is Rerum Novarum.

STILLEMANS Heren, gij misbruikt Rerum Novarum. Uw programma komt duidelijk van ’t programma van de socialisten.

PIETER Om ’t even vanwaar het komt, als ’t maar goed is. Al was het van de duivel zelf!

ADOLF Pieter…

STILLEMANS Ik heb genoeg gehoord, heren.

ADOLF Monseigneur,
WIL DE UITDRUKKING ‘DUIVEL’ VAN PIETER RECHTZETTEN
…mijn broer Pieter bedoelt alleen maar dat sommige middens geblinddoekt door eigenbelang, iemand die de arbeiders wil beschermen tegen verdrukking, reeds verwijten een socialist te zijn.

STILLEMANS Ge begeeft u op een gevaarlijk terrein, abbé Daens. Zeer gevaarlijk. Ik vraag me af of gij het recht hebt u katholiek te noemen.

ADOLF De naam van katholiek is allang verbasterd, monseigneur, daar zorgt de katholieke partij wel voor, maar die van christen heeft al zijn glans, al zijn reinheid bewaard. Wij zijn christen, wij zijn christenen voor het volk, wij volgen de stem van ons geweten.

STILLEMANS Abbé Daens, ge zijt niet nederig, ge hebt een onbuigzaam en wispelturig karakter. Dertig jaar draagt ge het kleed, dertig jaar zijt ge malcontent. Ge zijt hoogmoedig en vervuld van misprijzen voor de overheid. Maar ge vergist u als ge denkt de wereld te kunnen inrichten naar uw hersenschimmen.

PIETER Al die smerige beschuldigingen zijn vals. Monseigneur zou beter eerst een serieus onderzoek instellen, voor hij straffen uitdeelt.

ADOLF Ik heb u destijds gevraagd of u onze werking goedkeurde, u hebt nooit gereageerd.

STILLEMANS Ik oordeel niet over politieke opvattingen, mijn taak is de verspreiding van de katholieke leer. En ik moet zeggen dat de toon van dit gesprek mij irriteert.

ADOLF Wee de katholieke leer als hij ten dienste staat van de bevoorrechte standen om hun overdreven macht te behouden.

STILLEMANS De audiëntie is afgelopen – u kent mijn besluit.

PIETER Monseigneur, dit is pure chantage. Woeste kan ons succes niet verkroppen.

STILLEMANS Meneer Daens, ik zei: de audiëntie is afgelopen. Ik heb u niets meer te zeggen.

PIETER Ik u wel, en het is zowel een politieke als een geloofskwestie, monseigneur. De conservatieven hé, monseigneur, de conservatieven zijn bezig zich een God op zakformaat te snijden. Ze richten zich niet naar God, maar zij herscheppen God naar hùn beeld en gelijkenis: een bekrompen tiran in een bekrompen, middelmatig, klein, klein land, waar rijkdom gelijkstaat met deugdzaamheid en het Evangelie herleid wordt tot een handleiding van deftigheid. Zij geven God een Belgisch paspoort en u, monseigneur, u verbant iedereen die in dat België niet thuishoort.

16. ERGENS IN AALST, OF IN UKKEL
& NOG ERGENS ANDERS IN AALST

GROENE VLAGGEN. FANFARE SPEELT DE MARS VAN DE GROENE VLAG OF DE GROENE STRIK.

WOESTE ZIT ER, NA EEN OF ANDERE AANVAL VAN OPGEKROPT VENIJN NOG ZENUWTREKKEND BIJ, IN EEN FAUTEUIL, BLOTE VOETEN, VOETBADJE. DE BETHUNE SCHIKT LIEFDEVOL EEN ZAK IJSBLOKJES OP ZIJN HOOFD.
Nous devons à tout prix détruire la carrière politique de cet abbé, dussions nous le détruire lui-même. J’en parlerai au Roi, il doit convaincre le pape, il doit arrêter ce scandale. Que le pape ne se mette pas en tête que la Sainte Église recevra le Congo en emballage cadeau. On ne peut plus faire de fautes maintenant.

BETHUNE Calmez-vous donc, monsieur Woeste.

WOESTE HUILEND
Cet abbé joue le martyr, mais tout compte fait, c’est un socialiste de la pire espèce: c’est un fanatique!

BETHUNE Mais monsieur Woeste, vous n’êtes pas exclu. Demain vous siègez au parlement.

WOESTE WORDT WEER WOEST – GOOIT DE ZAK IJS WEG, STAMPVOETEND IN HET WATER
Oui, oui, je sais. Mais lui aussi, Daens aussi. Ah nom de Dieu, c’est trop, c’est trop…
LICHT UIT.

SMID LICHT AAN OP DE DAENSISTEN
Mijn welgemeende complimenten, paster.

PLANCQUAERT Laten we dat gaan vieren, vrienden.

PIETER Ja, op Adolf, op al onze mensen.
MET KNIPOOG NAAR PLANCQUAERT, ALS OP DE MEETING
“Volk van Vlaanderen”… Woeste kan in Aalst zijn valiezen pakken.

PLANCQUAERT ’t Heeft hem niet mogen baten.
ADOLF Alles hebben ze geprobeerd, maar de waarheid heeft gezegevierd.

PIETER Ze zeggen: ‘iemand ne pater schilderen’, maar wij hebben hem ne paster geschilderd. Kom naar ons huis, allemaal naar Chipka!
LICHT UIT OP HEN

WOESTE LICHT OP WOESTE EN BETHUNE
Bethune, nous n’avons plus de temps à perdre: allons, au Roi!
SPRINGT OP ALS DOOR EEN HORZEL GESTOKEN, RENT WEG MET OPGESTROOPTE BROEKSPIJPEN EN BLOTE VOETEN. BETHUNE HEM ACHTERNA MET ZIJN SCHOENEN EN EEN HANDDOEK IN DE HAND

17. GENT. IN HET OVERDEKT CIRKUS

TIJDGENOOT CYRIEL BUYSSE BESCHRIJFT IN ZIJN ROMAN ‘EEN LEEUW VAN VLAANDEREN’ DE SFEER ALS VOLGT:
Een gedempt, maar breed rumoer van gretigheid rolde als een verre donder door de zaal. Het hart van de menigte begroette het optreden van haar boven anderen geliefde spreker. Langzaam was hij op de katheder verschenen, langzaam oprichtend zijn slechts middelmatige gestalte, tot hij, achterovergebogen, eensklaps heel groot leek.
Kalm ging de harde, strakke heersersblik van zijn felle schitterogen over de woelige schouders en hoofden, kalm wachtend dat alles stil, volkomen stil werd. Dan strekte hij, als in bezitneming, zijn beide handen uit op de katheder, en helder, zo heerlijk kalm en helder dat iedere syllabe tot in verste hoek van de reusachtige zaal doordrong, begon hij, in Vlaams taaleigen, In ’t eigene dialect van ’t Gentse volk, zijn rede:

ANSEELE Gezellen.
Ier da ‘k ulder zegge woa da ‘k ulder te zeggen hè, wil ek ierst mee ienige woorden antwoorden op ’t giene da de Doansisten allemoal vertellen.
APPLAUS
’t En es gien woar, gezellen, da Frankreik ons niet anders gedoan en hêt dan kwoad. Woa dat er wèl woar ès, dat es da Frankreik, of liever de Fransche keuningen en prinsen ons in den teit veel kwoad gedoan hên. Moar het woare Frankreik, het Frankreik van de revoluuse, het Frankreik van 1789, van 1848 en van 1870 hêt ons, socialisten, om zuu te zeggen in ’t leiven geroepen, en doarom moeten we Frankreik ieuwig dankboar zein.
BRAVOGEROEP – ZWAAIEN MET RODE VLAGGEN, EVEN- TUEEL OOK EEN GROENE, EEN ZWARTE. MARSEILLAISE, VLAAMSE LEEUW, INTERNATIONALE DOOREEN. STILTE
Vanuit Frankreik es ‘t, dat de grute, edelmoedige, broederleik menslievende gedachten en beginsels zein gekomen.
Es ’t doarom toch gien dwoaze zottegheid in noame van verdeidegeinge van de Vloamsche belangen, de Fransche toal uit ’t land te willen verbanne? Woa moe ‘nen oarmen duvel van ne wirkman nou toch in Godsnoam in België doen as hij gien beitse Frans en kunt? Zein leiven lang wirken leik ’n sloave veur ’n oarm kustje druug bruud? Tandisque as hij ’n beitse Frans kunt, alle weggen veur hem open stoan. Zeiker,…
RUMOER, APPLAUS, PROTEST
…uuk de flaminganten doen goe wirk, geleik bei veurbeild de kennesse van ’t Vloams verplichtend te moaken veur rechters, avecoaten, lieroars en alle soort van ambtenoaren hier in Vloanderen.
Moar woa kunt da vuurts nen oarmen duvel van ne wirkman scheilen of hij in ’t Frans of in ’t Vloams zeinen honger zoe uitschrieuwe. D’ huufdzoake veur hem ès van gienen honger mier te leien, en ze zoûen ze ’t zeiker nog wel beiter verstoan in de weireld as hij dat èn in ’t Vloams èn in ’t Fransch kon eischen.
BIJVAL
Joa, gezellen, dat hên we ierst en veural nudig: ’n beiter lot in de weireld, minder sloavenoarbeid, mier ruste, huger luun, beiter weunijnge, beiter eiten. Loat de reike meinschen nou moar onder mallekoar vechten om te weiten of da ze woa verzen en woa romans in ’t Fransch of in
’t Vloamsch zulle leizen. Veur ’t ugenblik hên we wat anders nudig. Veur ’t ugenblik ’n zein ’t gien romans of gien verzen die we moeten hên, moar buufstikken…
EN DE GROTE CYRIEL BUYSSE GAAT VERDER:
Hij schreeuwde ’t uit: “buufstikken” in plat, Gents- Vlaams, en bij dat brutaal, triviaal woord, overdonderde weer een explosie van tegenstrijdig gejoel de stem van de spreker en het schelletje van de voorzitter. Het ganse intellecueel gedeelte van de vergadering drukte zijn verontwaardiging uit met lange Oh! Oh’s! Maar op de gaanderijen, op het toneel en midden in de zaal was ’t een applaus en een gejuich alsof de zolderingen en de muren eronder in elkaar zouden storten, terwijl duizenden toeschouwers, met woest-geestdriftig uitgestrekte armen, als in een brul van wilde beesten, ’t woord herhaalden

GEROEP Joa! Joa! Buufstikken! Buufstikken! Buufstikken! We moeten buufstikken hên!
Tot zover Cyriel Buysse. Wanneer het tumult op zijn hoogst is gekomen, met gezang, geschreeuw en getier,
chargeert het leger en slaat de manifestatie wreed en bloedig uit mekaar.

Hier eindigt het eerste deel

TWEEDE DEEL

1. PARLEMENT: KRACHTMETING – BROOD EN SPELEN

WOESTE OP HET SPREEKGESTOELTE. EEN ONBESCHRIJFLIJK TUMULT MET ALLERHANDE WILD GESCHREEUW

WOESTE Messieurs… Il s’agit, messieurs, d’une pièce officielle que j’ai reçue du bureau de bienfaisance d’Alost:
LEEST VOOR
“Annuellement, il y a deux distributions de pains; le nombre de pains s’éleve chaque fois de deux mille six cent à deux mille huit cent. Chaque pain pèse un kilo quatre cent grammes…”

ADOLF Een vriendendienst, dat document: wiens brood men eet, diens woord men spreekt!

WOESTE Qu’est-ce qu’il raconte?

ADOLF Je ne veux que dire que c’est une pièce de complaisance!
REACTIES: OH, OH!

WOESTE Ah! C’est une pièce de complaisance! C’est une pièce, signé par des hommes entourés des sympathies et du respect de la population tout entière.
GOEDKEURING RECHTS, PROTEST LINKS
Ah! Monsieur, rentrez en vous-même et ne continuez pas à donner au pays le spectacle de ce que peut être la conscience d’un prêtre dévoyé!
APPLAUS RECHTS, PROTEST LINKS
GELACH RECHTS, BOE’S LINKS

ADOLF Je vous répondrai!

WOESTE Ah! Vous répondrez! Sans doute, vous répondrez! Qui n’a pas le souci de la vérité, peut toujours répondre!

ADOLF Je demande la parole! Bewijs dat ik gelogen heb!

WOESTE Tout à l’heure!

ADOLF Nu!

WOESTE Quand je le jugerai à propos!

ADOLF Genoeg rond de pot gedraaid!

WOESTE Quoi?
GELACH

ADOLF Assez de préambule!
GELACH

WOESTE J’ai le droit et le devoir de vous clouer au pilori, et je le fais!
TUMULT, KABAAL, VLIEGT DAAR WEER GEEN INKTPOT DOOR HET HALFROND? GEHAMER VAN DE VOORZITTER

ADOLF Vous n’avez pas…

WOESTE Et vous n’avez pas la parole. Je continue.
Il y a des ouvriers qui gagnent dix francs par semaine, il y en a même qui reçoivent jusqu’à 3, 4 et 5 francs par jour.
LINKS: OH, OH!

ANSEELE Joa, de Duitsche miestergasten, veur d’er op te kloppen!

WOESTE Dans une filature dont j’ai le nom sous les yeux…

ANSEELE Noemt den noame!

WOESTE …il y a des fileurs qui gagnent de vingt-quatre à trente-deux francs par semaine.

ANSEELE Mee wat ze van den Openboiaren Onderstand kreigen!

WOESTE Non, sans les aides!

ANSEELE Ha, ge begeint persies al Vloams te verstoan!
GELACH LINKS

WOESTE Ik oe-il spreek van de apprentis – de leerjong, monsieur Anseel –

ANSEELE ‘k Verstoan u wel.
GELACH

WOESTE J’espère qu’après la communication des chiffres officiels, la vraie situation des ouvriers à Alost sera révélée, et que le pays se méfiera de certaines personnes. Malgré notre victoire, c’est un mauvais jour pour nous catholiques. Car si aujourd’hui les catholiques sont en discorde, c’est uniquement la faute de ceux qui par leur vocation ou leur état devraient être les défenseurs des catholiques, mais le prêtre qui siège ici aujourd’hui est le candidat des libéraux et des socialistes!

ADOLF Wij hebben de stemmen van de socialisten niet gevraagd!

WOESTE Vous n’avez pas la parole! Le prêtre qui vous adressait la parole se prétend défenseur des ouvriers, mais qu’a-t-il fait pour eux jusque maintenant? Rien! Ah ! Oui, il a beaucoup promis; mais qu’il rne montre les écoles, les patronages, les caisses d’épargne, les habitations ouvrières, les sociétés de secours mutuels, qu’il aurait soutenu! Encore une fois, il n’a rien fait, jamais rien! Je me reprocherais de faire ici étalage…

ANSEELE Ge zijt angders goed bezig!

WOESTE …de ce que j’ai pu faire pour les ouvriers, pour les gens pauvres. Moi, je n’ai pas besoin de parler des œuvres auxquelles j’ai participé…

ANSEELE Zwijgt tons!

WOESTE …auxquelles je participe encore; ma modestie s’y oppose.

ANSEELE Voilen hypokriet!

WOESTE Monsieur Anseele, me laissez-vous parler?! Mais ce que j’ai le droit de dire, c’est que l’homme qui nous a attaqué et qui redresse ici la tête, est l’homme qui a été frappé par le jugement de son évêque, qui lui a interdit de célébrer la sainte messe dans une église ou dans un oratoire public.

ADOLF Monsieur Woeste! Ça, c’est une indiscrétion!

WOESTE Je m’étonne qu’il ose encore se montrer ici en tant que représentant catholique. Non, messieurs, les catholiques ne reconnaissent pas cet homme comme étant un de leurs chefs; ils ne le reconnaitront jamais!
Le jour des élections on a marché dans les rues d’Alost en hurlant: votez pour le martyr Daens. Le martyr Daens! Eh bien, messieurs, je le reconnais et je le proclame: cet homme a martyrisé la vérité!
GEJUICH RECHTS, PROTEST LINKS. WOESTE NAAR ZIJN PLAATS. DAENS OP HET SPREEKGESTOELTE

ADOLF Heren, ik zal trachten kort te zijn en vooral rustig te blijven.
REACTIES
We zijn hier niet om onze persoonlijke twisten uit te vechten. Het debat hier heeft een scherpe wending genomen, maar niet door mijn schuld.

WOESTE Parlez français!

ADOLF Apprenez le flamand!

WOESTE La traduction, s’il vous plaît!

ADOLF Traduisez vous-même!

ANSEELE Menier Woeste kan misschien de rede van menier Doans vertoalen!?

WOESTE Que dites-vous?

ANSEELE Qu’il traduise lui-même le discours de monsieur l’abbé Daens!
GELACH

ADOLF Heren, ik heb als principe en als regel hier Vlaams te spreken, mijn moedertaal. Bij de eerstvolgende gelegenheid zal ik aan mijn achtbare Waalse collega’s, met wie ik in de beste verstandhouding wil blijven, uitleggen welke mijn motieven daartoe zijn; mais aujourd’hui, par obligeance et aussi par condescendance pour monsieur Woeste, qui comme représentant du peuple flamand, n’est pas encore assez avancé dans l’étude du flamand pour suivre un discours, j’expliquerai certains détails en français.
GELACH

WOESTE Tiens, tiens, vous abandonnez votre ho-no-rable programme.

ADOLF Non, c’est chez moi une règle de parler flamand à la Chambre, mais il n’y a pas de règle sans exception.

WOESTE C’est bon à savoir, cela.

ADOLF Messieurs, j’ai sous la main les rapports – vraimènt officiels… – sur l’administration, si chère à mon ho-no-rable collègue. Je lis dans le rapport: “Staat van de behoeftigen gedurende het jaar 1890 door de Openbare Onderstand ondersteund. Getal ingeschrevene behoeftigen: 9.069.”
En dus niet 1.400, zoals meneer Woeste durft te beweren! Nous sommes donc bien loin de 1.400, comme prétend monsieur Woeste.

WOESTE Je demande la parole, monsieur le président!

ADOLF C’est moi, qui a la parole! En als men er rekening mee houdt dat sedert 1890 talrijke fabrieken gesloten zijn, dat er honderden arbeiders zonder broodwinning op ’t straat gesmeten zijn, dan kan men gerust zeggen, zonder overdrijving, dat het aantal behoeftigen vandaag vèr de 10.000 overschrijdt.
“TRÈS BIEN! GOED!” BIJ DE SOCIALISTEN

WOESTE Ne me faites pas dire ce que je n’ai pas dit. C’est faux!

ADOLF C’est la vérité!

WOESTE C’est contraire à la vérité.

ADOLF Waarom houdt de heer Woeste zich niet aan de officiële cijfers, maar komt hij hier zand in de ogen strooien met een papier dat ondertekend is door heren die in ons arrondissement de luitenanten en de stromannen zijn van de ‘achtbare’ heer Woeste!
Ik heb hier een brief gekregen van arbeiders uit Ninove. J’en expliquerai ensuite le contenu en français.

ANSEELE Pour monsieur Woeste!
GELACH

ADOLF “In de bespreking van vrijdag in de Kamers, hebt gij gezegd, ten onrechte, meneer Daens, dat de werklieden van het arrondissement Aalst met slechts 10 frank in de week te leven hebben. Wij werklieden van Ninove zeggen door dezen, dat gij de algemene daghuur nog boven de wezenlijkheid geschat hebt. Wil meneer Woeste logiek zijn, hij zal een onderzoek doen…” Je traduis: “Si monsieur Woeste veut être logique, il mènera une enquête.”

SOCIALIST Vous irez ensemble!
GELACH

ANSEELE Joa, de goeie en de slechte muurdeneir.
GELACH
Hê, t’es gedoeme zelfs woar in Geint!

ADOLF Goed, ik heb me vergist, toen ik zei dat de arbeiders slechts 10 frank per week verdienen; ik heb me vergist: ze verdienen maar 8 of 9 frank!
GELACH

WOESTE Je n’ai pas parlé de salaire!

ADOLF Hebt ge niet over lonen gepraat? Maar lees dan toch eens de verslagen: ’t staat er in ’t lang en in ’t breed! Of als hij nog twijfelt, nodig ik meneer Woeste uit om morgen eens naar Aalst te komen; we zullen dan samen de huizen van de arbeiders binnengaan. Hij mag ze zelf vragen hoeveel ze verdienen…

ANSEELE Weet-jij wel woar dad’ Oalst leigt? Heet-jij uut weil ne kier mee ne weirkmens geklapt en hem gevroagd noar de meinsontierende toestanden?

WOESTE Vous n’avez pas la parole!

ANSEELE Vous non plus! Vanuit euw kastiel in Brussel durfde gij de elleinde van ’t volk verluuchenen. Vanuit Brussel durfde zijn bescheirmers bescheimpen!

SOCIALIST Wij juichen priester Daens toe, en gij katholieken, gij eerbiedigt hem niet!

WOESTE Cet abbé est le valet des socialistes!
GEHAMER VAN DE VOORZITTER

ADOLF Of als het ‘achtbaar’ lid het verkiest, nodigen we de patroons en de arbeiders uit, en geven we een publieke, tegensprèkelijke meeting. We zullen dan eens zien hoe hoog de lonen zijn in Aalst. Als iedereen zoveel zou verdienen als meneer Woeste zegt, dan zijn ’t in Aalst allemaal kapitalisten!
APPLAUS EN REACTIES LINKS

WOESTE Ces applaudissements sont votre châtiment!

ADOLF Je ne recherche pas les applaudissements, je ne veux que la justice!

WOESTE Votre justice, qui n’est pas la nôtre!

ADOLF Ik zal een voorbeeld geven van uw ‘justice’, monsieur Woeste: vrijdagmorgen liep ik te wandelen aan de Dender en ik zag een vrouw op mij afkomen, en natuurlijk, ze vroeg me een aalmoes; ze zei dat haar man al weken zonder werk zat en dat ze vier kleine kinderen had. De oudste, een meisje van 14 jaar had eindelijk werk gevonden in een twijnderij, waar ze slecht gevoed moest werken van 6 uur ’s morgens tot halfacht ’s avonds, in een ongezonde atmosfeer, met haar voeten in ’t lauw water – de ‘natte continu’s’… Wel, weet u wat dit meisje verdient, die in deze wintertijd letterlijk bevroren is als ze ’s avonds thuiskomt? 50 centiemen per dag!
BIJVAL LINKS

ANSEELE E schandoal, dad’ èst!

ADOLF …Dat is: 4 centiem en 1/6e per uur!

ANSEELE Voila vòtre satimang, messieurs de la droite!

ADOLF Ik vraag u, heren, wanneer dit meisje 20 jaar is en – excuseer me de uitdrukking – gecreveerd zal zijn van ’t werk, wanneer ze op haar beurt moeder zal zijn, zal ze dan haar lot niet vervloeken, zal ze dan de maatschappij niet vervloeken, en deze beschaving waarop we zo fier zijn?
OVERDONDEREND APPLAUS LINKS

ANSEELE Awèl, wad’ èst? Aucun ouvrier chrétien n’applaudit?

SOCIALIST Ze durven niet!

WOESTE Messieurs, il serait indigne de moi…

ADOLF Natuurlijk!

WOESTE …indigne de mon passé, de ma dignité même, et de celle du parti auquel j’ai l’honneur d’appartenir, de répondre au membre…

ANSEELE … l’honnoràble membre!
GELACH

ADOLF En als ik nog even persoonlijk mag worden: indien één van de echte vijanden van de godsdienst in deze Kamer een priester had aangevallen, dan vraag ik me af of hij een hatelijker toon had kunnen gebruiken als meneer Woeste heeft gedaan?
Wat is mijn misdaad? Dat ik de politiek niet meer volg van het ‘achtbaar lid’?
APPLAUS
Het ‘achtbaar’ lid verwijt me dat ik toegejuicht word. Wanneer iemand door zijn politieke tegenstrevers toegejuicht wordt, zegt men altijd: voilà votre châtiment – dat applaus is uw straf. Welnu, toen onze Heilige Vader zijn onsterfelijke encycliek Rerum Novarum uitgevaardigd heeft, is hij niet alleen toegejuicht geworden door de christenen, maar ook door de joden, door de vrijdenkers, door de islamieten en door de socialisten.
Wie durft zeggen dat dit een schande was voor hem?! Wanneer de illustere kardinaal Manning in de grote werkstaking in Londen de zijde koos van de arbeiders, en door hen toegejuicht werd, heeft hij dan een misdaad begaan?! Toen onze Heer Jezus Christus door de straten van Jeruzalem trok en hij toegejuicht werd door het volk en de kinderen, gingen de farizeeërs naar de apostelen toe en ze zeiden: Laat toch dat gejuich ophouden van dat plebs! Maar Christus antwoordde: Als zij zwijgen, dan zullen de stenen gaan roepen!

WOESTE À la bonne heure! Il commence à se comparer au Christ maintenant!

KATHOLIEK Gij zijt wel nederig…!

ADOLF Men verwijt mij een socialist te zijn! Ik durf zeggen dat ik geen vijanden ken. Ik zou iedereen willen gelukkig zien; maar tussen de socialisten en mij is er een afgrond. Zij willen een maatschappij zonder God; ik zeg dat die maatschappij onmogelijk is. Er bestaat geen beschaving zonder geweten, en er bestaat geen geweten zonder godsdienst.
Het collectivisme of het communisme is een ideaal; als we allemaal volmaakte mensen waren, zou het communisme zichzelf instellen. Gij socialisten ziet de mens abstract, ideaal, maar niet zoals hij is, met zijn fouten, zijn passies en zijn egoïsme. Daarom zijn uw collectivistische theorieën niet te verwezenlijken.
Maar als wij voor een gedeelte aanleunen bij de programma van de socialisten, dan is het omdat wij de arbeiders ter hulp willen komen, dan is het omdat wij samen met hen radicale en directe hervormingen willen.
Onze maatschappij is ziek. Wel, laat ons samenwerken om de sociale orde te genezen. En om dat te bereiken, weigeren wij, christendemocraten geen enkele hulp. Voor ons is christendemocraat al wie de gerechtigheid en de waarheid liefheeft!
HEFTIG APPLAUS – ALLEEN VAN LINKS

2. LAKEN – GENT

INTERACTIEVE SIMULTAANSCÈNES WOESTE-LEOPOLD EN STILLEMANS-BETHUNE

WOESTE Sire, vous l’avez toujours minimalisé, et voilà ce sui se passe. Il faut qu’on prenne des mesures!

LEOPOLD En effet, il faut arrêter ce scandale! L’Eglise ne doit plus supporter qu’un prêtre défroqué, sans distinction ni fortune, met des bâtons dans les roues à un homme comme vous, mon cher Woeste. Les Belges, c’est comme les nègres: ce sont des enfants que l’on doit mener d’une main ferme. Ce prêtre, qui sème la discorde dans l’état, est l’ennemi public de la démocratie!
Personnellement, je tiens donc fortement à l’unité du parti catholique avec vous en tête.
D’ailleurs, puisque votre gouvernement entretient des bons rapports avec sa Sainteté le Pape, personne ne serait servi en les troublant. Donc, il faut que l’on empêche ce prêtre de continuer ses activités parlementaires.

STILLEMANS TEGEN BETHUNE
Mon cher baron, ook wij vernamen dat deze priester ergernis geeft in het parlement ten aanzien van de hele natie. Dat hij ondanks het verbod, nog in het openbaar mis leest, en steeds verder gaat zijn priesterkleed te schande maken. Reeds ettelijke malen is hem bezworen zich toe te leggen op zijn priesterschap en niet op de politiek. Jammer genoeg bestaat er volgens het canoniek recht geen enkele mogelijkheid hem nog zwaarder te sanctioneren. Maar, mon cher baron, we zullen alle andere middelen die in ons bereik liggen; gebruiken om hem tot gehoorzaamheid te dwingen.

LEOPOLD EN STILLEMANS OVERHANDIGEN DE BRIEVEN, WOESTE EN BETHUNE SNELLEN DE TRAPPEN AF, VERSTOPPEN HIERBIJ ELK HUN BRIEF, LOPEN ELKAAR VOORBIJ, GROETEN ELKAAR EN SNELLEN WEER NAAR BOVEN

BETHUNE Sire, sa seigneurie est évidemment très prudente. Il s’agit d’une affaire très délicate pour l’Église. Mais enfin, celui qui fait ce qu’on peut…

LEOPOLD Je suis très conscient de la délicatesse du problème, mais pour le moment, des intérêts trop grands sont en jeu. Monseigneur Stillemans se souviendra que nous étions d’accord de civiliser ensemble le Congo; nous à l’aide du caoutchouc, le café et l’ivoire – l’Église par ses écoles et des hectolitres d’eau bénite.
Donc, nous n’allons pas permettre à l’abbé Daens de contrarier nos projets humanitaires. Tout le monde le sait que dans la Chambre, il a voté avec les socialistes contre mes crédits du Congo. C’est la démagogie pure! Ce n’est pas un démocrate mais un socialiste! Monseigneur Stille- mans devra reconnaitre que la nation et moi-même apprendront avec grand plaisir que Rome blâme officiellement l’abbé Daens!

STILLEMANS Mon cher baron, ook Rome is van mening dat de kerstening van al wat heiden is, van het grootste belang is. Er bestaat dan ook geen enkel be- letsel om op dat gebied in de Congo samen te werken. Het bedroeft ons evenzeer als u een katholiek priester aan ’t werk te zien met dergelijke propaganda en met zulke bondgenoten, tegen een man als meneer Woeste, die zijn leven lang de Kerk vroom gediend heeft. Wanneer abbé Daens liever in ’t parlement gaat zitten, dat hij dan wegblijft uit mijn kerken.
WOESTE IJLT MET DEZE BRIEF NAAR LEOPOLD
BETHUNE NAAR STILLEMANS

LEOPOLD Mes compliments, monseigneur. Ce que vous écrivez, c’est très, très logique.

STILLEMANS Domine, salvum fac Regem nostrum Leopoldum.

LEOPOLD C’est ça, l’union fait la force!

3. AALST – CHIPKA

PIETER STAAT GAZET TE LEZEN. STILTE. GAAT NAAR SMID EN GEEFT ZE HEM DOOR. DIE LEEST. STILTE. GOOIT ZE NEER. ADOLF LEEST. STILTE. ONGELOOF, VERONTWAARDIGD.
ONTBIJTTAFEL.

LOUISE Een taske koffie misschien, meneer Lambrecht?

SMID SCHRIKT OP UIT GEDACHTEN
Ja, madame Louise.

LOUISE En moet ge geen boterham hebben?

SMID Och, ‘k heb niet te veel honger.
STILTE
Adolf, ik wist dat ze tot veel in staat waren, maar dit is een schande. Hoever willen ze nog gaan?

PIETER Ach Smid, we slaan er ons wel door, we hebben al ander katten gegeseld. En ’t werkvolk weet heel goed bij wie ze de waarheid vinden.

ADOLF Ik kan het nog altijd niet geloven.
LEEST VOOR
“Met innige droefheid zien wij dat de gazetten van de zogenaamde partij Daens niet de minste rekening houden met de brief waarbij de bisschoppen van België, op bevel van Z. H. de Paus de katholieken van ons land tot eendracht aanmanen”

SMID Zelfs die sukkelaar van ne Paus sleuren ze ‘r bij als ’t in hun winkel te pas komt.

MARIA Mama, wat is er?

LOUISE Och niets kind, er zijn mensen die kwaad zijn op papa en nonkel, en die daar eigenlijk niet de minste reden voor hebben.

PIETER Vertelt ze ’t maar, Louise, z ‘is oud genoeg om het te verstaan. Ik wil dat ze ’t weet.

MARIA Nonkelke, meneer Ponnet heeft in ’t school gezegd dat al wie dat naar u luistert, naar de hel gaat.

ADOLF Onze Lieve Heer zal daar wel anders over denken dan meneer Ponnet, mijn kind. Ge moet u niet aantrekken wat meneer Ponnet zegt, want hij doet zijn ogen toe voor de miserie van de arme mensen. Uw papa en uw nonkel hebben nog nooit iets gedaan dat Onze Lieve Heer niet graag heeft. Dat moet ge geloven, Mariaken.
LEEST VERDER
“Zulke gedragslijn moeten wij veroordelen. Zij is strijdig met de belangen van de ware kristendemocratie.”

PIETER ’t Is nu toch wel straf hé. Over al onze pogingen tot serieuze samenwerking wordt weer met geen letter gesproken.

ADOLF “We achten het onze plicht de gelovigen ten strengste te vermanen zich door dergelijke gazetten nog langer te laten misleiden, en zo deze scheurmakers niet stoppen met hun verderfelijke actie, zullen wij ons genoodzaakt zien nog strenger op te treden tegen de verantwoordelijken.
Antonius Stillemans, bisschop van Gent.”

LOUISE Broodroof is ‘t, en niets anders.
Zonder ’t minste gewetensbezwaar gebruiken ze schaamteloos alle middelen om ons te ruïneren. En ’t fanatiekst zijn zij voor wie ons huis altijd heeft opengestaan. Ik heb gehoopt en gebeden dat al die haat en wraak zouden verminderen, maar ’t verergert nog.
Weet ge dat –
SCHREIEND
– ons Annaken van de week schreiend van ’t school is gekomen, Pieter, omdat onderpastoor Ponnet u in zijn catechismusles verweten heeft voor een slecht christen; ik heb het u niet verteld, maar ik kan niet meer zwijgen, ze gaan te ver, ze zijn onrechtvaardig.
Ik heb altijd gedacht dat het in de katholieke partij eerlijke mensen waren, maar nee… Zelfs de biechtstoel en de communie misbruiken ze om ons te treffen, ze bedreigen de mensen met hel en verdoemenis als ze onze gazetten lezen. Pieter, ik heb spijt; ik heb spijt, Adolf – ge weet, ik heb nooit veel moeten hebben van uwe politiek, ik vond dat gij daar niet op uw plaats waart, maar mijn ogen zijn opengegaan.

ADOLF Wat staat er mij te doen? ’t Is mij dat ze willen treffen; maar ik sleur u mee.

LOUISE Nee Adolf, ge moet verder doen, ge moogt niet meer achteruit nu.

PIETER Watte? Achteruit, nooit of jamais! Niet voor zo’n crapuleuze methoden. Wat willen ze? Dat we allemaal gelijk zondaars op ons knieën vallen en luid roepen dat ’t ons spijt, dat ’t een vergissing was? Dat we naar ’t volk gaan en zeggen dat ’t allemaal maar voor de grap was? Dat er geen armoe is, geen ellende?! Jamais!
STILTE

SMID Adolf, Stillemans klapt van nog strenger optreden. Wat zijn ze dan van plan? Wat kunnen ze u nog meer aandoen? Ze kunnen u toch niet in ’t cachot steken zeker?

ADOLF BITTERE GLIMLACH
Nee, dat niet. Ze hebben mij ongeveer alles verboden wat ze konden: mis lezen in ’t openbaar, meetings geven, mij verkiesbaar stellen. Ze kunnen mij alleen nog degraderen…

SMID Degraderen?

ADOLF Mij mijn priesterschap ontnemen – mij mijn kleed doen afleggen.
DENKT NA

LOUISE Dàt kunnen ze toch niet doen! Geen enkel christenmens die dat aanvaardt.

ADOLF NADENKEND
Er is nog één mens die ons kan redden – die ons kan begrijpen: de Paus…

PIETER Naar Rome?

ADOLF Ja… naar Rome.

SMID Geef me nog maar een tas koffie… maar dan straffe!
BLACK OUT

4. ROME – VATIKAAN

EEN GREGORIAANS KOOR IS AAN ‘T REPETEREN. ADOLF STAAT OF ZIT TE WACHTEN IN EEN VERTREK. VOORTDUREND KOMEN EN GAAN PRIESTERS, NONNEN, KARDINALEN, PRELATEN – ALS IN EEN MINISTERIE DE AMBTENAREN. AF EN TOE MEENT ADOLF DAT HET DIT KEER ZIJN BEURT IS, STAAT DAN HALF OP, DE PERSOON IN KWESTIE LOOPT HEM VOORBIJ, ADOLF GAAT WEER ZITTEN. TENSLOTTE KOMT ER EEN CAPUCIJNERBISSCHOP NAAR HEM.

CAPUCIJN Ik heb u toch niet te lang laten wachten, abbé Daens?

ADOLF Pater Delcampo, ik moet zeggen dat ik deze gang van zaken niet zeer goed versta. Al vijf dagen sta ik voor een gesloten deur. Ik had inderdaad een onderhoud met de staatssecretaris Rampolla en met kardinaal Di Pietro van de Congregatie van het Concilie, maar u had mij toch beloofd…

CAPUCIJN Geduld mijn waarde, geduld. Vooraleer u te ontvangen, wil Zijne Heiligheid zo grondig mogelijk geïnformeerd zijn over uw denkbeelden.

ADOLF Mijn denkbeelden?! Mijn enige gids, mijn enig denkbeeld is Rerum Novarum!

CAPUCIJN Er werd mij opgedragen als lid van de Heilige Inquisitie…

ADOLF Wat zegt u, pater?

CAPUCIJN …u een paar vragen te stellen.

ADOLF Inquisitie?!

CAPUCIJN Niet dramatiseren! We leven in de negentiende eeuw! Het gaat hier alleen maar om een gebruikelijke procedure.

ADOLF Ik ben toch geen ketter, pater!

CAPUCIJN Ik zal de laatste zijn om dat te beweren, abbé Daens.

ADOLF U hebt het over mijn denkbeelden. Ik dacht dat de Paus wilde geïnformeerd worden over de wraakroepende toestanden van de arbeidersklasse in Vlaanderen, omdat ik toch zeer goed op de hoogte ben van wat bij de gewone mensen leeft.

CAPUCIJN Meneer Daens, in wat u verdedigt zijn er enkele punten waarover ik enige verduidelijking zou wensen. U verdedigt de opvatting dat de grote fortuinen – het kapitaal noemt u het op een andere plaats… – moeten verdwijnen. Gaat dat niet in tegen het privébezit, dat een onvervreemdbaar goddelijk recht is, het recht dat elkeen de vruchten moet kunnen plukken van zijn arbeid?

ADOLF Nee pater, wij willen niet het privébezit afschaffen, maar wel het onrechtmatige, het schandalig overdreven bezit.

CAPUCIJN Maar u verdedigt bijvoorbeeld het principe van de klimmende belasting. Dat is toch zuiver collectivisme. Vindt u ook niet?

ADOLF Het groot kapitaal wordt vergaard ten koste van de arbeiders. Hoe groter dat kapitaal wordt, hoe verder de uitbuiting kan gaan, tot in het oneindige. Deze kringloop kan alleen gestopt worden wanneer de Staat op die grote winsten, op die kapitalen belastingen eist. Dat kan het privébezit niet in de weg staan. Dit beoogt alleen een nivellering van de inkomens.

CAPUCIJN Abbé Daens, het komt mij voor dat deze theorieën afkomstig zijn van precies die Joodse wijsgeren, die ook de Kerk willen vernietigen…

ADOLF Wel monseigneur, ik moet u teleurstellen; deze theorieën zijn afkomstig uit ‘Principes van de Economie’ van de Jezuïet Liberatore, die hier nog professor is geweest aan de Pauselijke Universiteit. Denkt u dat pater Liberatore het verkeerd voor heeft?

CAPUCIJN De Kerk heeft haar reserves tegenover dat ‘zelfstandig’ denken van de Jezuïeten…

ADOLF Verdenkt u pater Liberatore ervan een nieuwlichter te zijn?

CAPUCIJN Proficiat, abbé Daens. Uw antwoorden zijn goud waard. U begint de Italiaanse manier te verstaan: antwoorden met een vraag, langs een om- weg naar uw doel…
ER KOMT IEMAND NAAR DE CAPUCIJN TOE. ER WORDT EVEN VAN GEDACHTEN GEWISSELD, AF.
WEER TOT ADOLF:
Zijne Heiligheid betreurt het ten zeerste dat hij het te druk heeft om u een audiëntie te verlenen. Ik heb hier echter een verzegelde brief die u bij uw terugkeer aan uw bisschop moet bezorgen. Als u me nu wil volgen, dan bent u nog op tijd om in de Sixtijnse Kapel de zegen van Zijne Heiligheid te mogen ontvangen.

ADOLF WANHOPIG
Pater, bestaat er dan echt geen kans dat Zijne Heiligheid persoonlijk en objectief geïnformeerd wordt over onze doelstellingen?

CAPUCIJN Abbé Daens, het ware een zware zonde te twijfelen aan het onfeilbaar inzicht van Onze Heilige Vader. Als ik u echter een goede raad mag geven, mijn vriend… blijf dan niet langer in Rome. U hebt in mij een vriend gevonden voor heel uw leven, maar uw aanwezigheid wordt hier door bepaalde personen niet op prijs gesteld. Het Vaticaan is een huis met vele kamers…
BEIDEN AF

5. ADOLF ALLEEN

ADOLF IN SPOT GEÏSOLEERD MET DE BRIEF IN ZIJN HANDEN. IN DE FOND, ONBEREIKBAAR HOOG ZIEN WE LEO XIII. WE HOREN DE GREGORIAANSE KNAPEN GALMEN. HET GELUID WORDT STERKER. ADOLF HOORT STEMMEN IN VERSCHILLENDE GELUIDSDECORS.

STEM STILLEMANS Ge begeeft u op gevaarlijk terrein, abbé Daens.

STEM BETHUNE De burgerij zal geen scheuring dulden.

STEM ADOLF Een zelfstandige partij oprichten… dat zou de clerus nooit dulden.

STEM PONNET Ge moet niet bijten naar de hand waaruit ge eet.

STEM ADOLF Een man kan ons redden… Rerum Novarum is van betekenis voor de hele wereld.

ADOLF ALS EEN GEBED
“God, sta mij toch bij in mijn nood!
“Ik ben geboren en in de wereld gekomen
“om te getuigen voor de waarheid.
“Als ik verkeerd heb gesproken,
“bewijs dan dat het verkeerd was;
“maar heb ik goed gesproken,
“waarom slaat gij mij dan?
“Als een wever heb ik mijn leven gesponnen
“en van de schering snijdt gij mij af.
“Mijn ogen zien smachtend omhoog…

STEM PONNET Wee de slechte kristenen die de klassenstrijd aanwakkeren!

STEM WOESTE TRIOMFANTELIJK KRAAIEND
Voilà votre châtiment!

ADOLF De leer van het evangelie is toch liefde. Maar waar vind ik nog liefde vandaag? Ik vind alleen haat, nijd, broodroof… Waarom kan het volk alleen maar zijn recht bekomen door geweld?

STEM WOESTE Daens incite la populace au mécontentement, à la révolution. Il faut anéantir la famille Daens!

STEM STILLEMANS Ge zijt hovaardig!

ADOLF Ik heb de encycliek van de Paus tot gids genomen. Ik ben in alle eenvoud vooruit gegaan. Ik heb geweend om de Kerk, om de armen, het deel dat het dichtst bij het hart van God is.

STEM STILLEMANS Staak de strijd!

STEM PONNET Jood! Lutheraan!

STEM WOESTE Il pourrira dans une gouttière, ce sale Jésuite dévoyé!

MIXING Verrader! Afgevallen priester! Geus! Luther! Canaille! Onderwerp u! Framasson!

ADOLF STAAT CENTRAAL, HOOFD GEBOGEN, GRIJPT NAAR ZIJN HART, SNAKT NAAR ADEM, WANKELT, BLACK OUT

6. CHIPKA. DE DRUKKERIJ

PIETER Hector, ’t is schandalig. Lees nu toch eens wat die krawat van ne Van de Putte durft schrijven in zijn ‘Denderbode’: Dat de armen bij paster Daens kunnen gaan klagen, dat die geld genoeg heeft, dat hij weeral met vakantie aan de zee zit. Adolf is ocharme twee dagen ons Annaken gaan bezoeken in Blankenberge.

PLANCQUAERT Hoe is ’t ermee?

PIETER De dokter heeft gezegd dat ze binnenkort naar huis mag komen, dat de zeelucht haar goed doet. We zouden het ten andere toch niet meer kunnen betalen.
ALOIS OP
Menier Pie, d ‘er staat buiten ‘k weet niet hoeveel volk voor de deur, mag ik ze binnen laten?

PIETER Ja Alois. Voor wat is ‘t?

ALOIS Ach menier Pie, misere, misere.
AF

MAN 1 OP, LEGT SCHUCHTER STAPELTJE KRANTEN NEER
Meneer Pie, den onderpaster heeft gedreigd gene voet meer over onzen dorpel te zetten als ik uw gazet nog ronddraag. ’t Spijt mij.

MAN 2 Menier Pie, slecht nieuws, ‘k en mag ze niet meer uitdragen van onze paster, anders gaat ons kleinste haar communie niet mogen doen.

MAN 3 ’t Zal niet meer gaan, menier Daens.

MAN 4 ’t Spijt mij, meneer Pie.

MAN 5 Onze pere ligt op sterven en de paster wilt de sacramenten niet geven als ik De Werkman nog verkoop. ’t Is wreed, maar ik kan niet anders, voor ons mere.

MAN 6 Ze gaan ons anders uit de kerk jagen, menier Pie.

MAN 7 Meneer Daens, meneer Plancquaert, we hebben wij een winkelken in koloniale waren in Baardegem en onze paster heeft gezegd dat hij ons commerce zou kapotmaken en ons plat rineweren. Maar ik blijf van uw gedacht.

PIETER HERKENT MAN 5
Maar, Richard, gij jong?

MAN 5 Ja, menier Pie, maar ik zal democraat blijven tot ter dood, maar ze hebben mijn twee oudste hun brood afgepakt, gij verstaat dat hé?

PIETER Ja, vriend.
ALOIS OP
Alois, pakt die gazetjes maar mee, jongen, ze kunnen niet meer dienen.
BITTER
En legt ’t machien maar af. ’t Zou zonde zijn van ’t schoon papier.

PLANCQUAERT Toe, Petrus.

PIETER Ze hebben ’t grof geschut ingezet, Hector, maar ze hebben ons nog niet. Ik zal tegen mijn doodkist bonken als ’t moet. Ik geef mij niet! De mensen moeten weten wat er hier gebeurt, al moest ik er heel mijn gazet mee voldrukken!
PLANCQUAERT NEEMT OOK EEN STAPEL KRANTJES EN AF
Ik word gebroodroofd. Mijn gazetten worden bestempeld als slechte gazetten. Mijn kinderen worden op school bespot. Wie op straat goeiendag tegen ons zegt, is zijn werk kwijt. Dat allemaal gebeurt hier, bij ons, nu vandaag. Maar het volk wèèt hoe de Christene Volkspartij werd gesticht: in Aalst, een stad waar zoveel arm werkvolk is. Er moest een volkspartij komen, op haar eigen, of Aalst was verloren. Een volkspartij die haar aandeel eiste in de volksvertegenwoordiging, om wetten voor het volk te veroveren, om ons volk te redden, om brood te hebben voor de arbeiders, om eten en kleren te hebben. Maar die rijke luiszakken en sommige geestelijken denken daar anders over. Al wie voor de Christene Volkspartij strijdt, wordt stelselmatig vervolgd en moet lijden – maar dat is een teken dat wij de goede strijd strijden.
GEJUICH, GEZANG EN APPLAUS DAT ELEKTRONISCH VERVORMD WORDT TOT EEN HALLUCINANT GESUIS

7. AALST – CARNAVAL

EEN BENDE KARNAVALZOTTEN MET DE AALSTERSE FALSETSTEM: LEO XIII, WOESTE, PONNET, LEOPOLD II, BETHUNE, STILLEMANS, BOKKEN. ZE ZINGEN, DANSEN, ROEPEN.
RATELS EN TOETERS, OP EEN BEZEMSTEEL UITGEHOLDE BIETEN MET EEN KAARS ERIN, BEHANGERSBORSTELS ALS KWISPEL MET EMMERS WIJWATER.
ZE DRAGEN EEN GALG WAARAAN EEN STROOIEN POP MET RODE MUTS BENGELT, ADOLF VOORSTELLEND. ZE ZUIPEN, VRETEN KRANSEN SAUCISSEN. OP ‘T EIND WORDT DE POP IN BRAND GESTOKEN – VOOR ZOVER DIT MET TECHNIEK OF DE BRANDWEER TE REGELEN IS…

GEZANG Donsjken, Donskjen, Donsjken ane rok valt af.

UITROEPEN Verboe’en nor z’n voet’n te koaken: a hee bokkepoet’n!
Door ‘angt ‘et woaf!
Est’n nog nie doe’ed?
Viva Woeste, viva Woeste, viva Woeste!
Scheirmooker, smeirlap, Loekedoe.

GEZANG Wie heit er hier ze klied bevlekt? – Loekedoe!
Wie heit de geis z’n kont gelekt? – Loekedoe!
Wie speljde vrienjd mè strootkapoeng
Wie moet er fleis ze klied oitdoeng?
Loekedoe, Loekedoe, Loekedoe

OVERGANG. ADOLF LIGT TE IJLEN IN BED. HIJ WORDT GEKWELD DOOR HALLUCINATIES: DE CARNAVALSFIGUREN VAN DAARNET MET HUN GROTE KOPPEN EN MASKERS VAN PAPIER-MACHÉ, ROND HET ZIEKBED, NU MET ‘SPOOKACHTIGE’ BELICHTING VAN VAN ONDEREN.

PONNET Antichrist!
ECHO

WOESTE Oui, oui, l’antéchrist.
LEO XIII Loekedoe, Loekedoe, gij hebt monseigneur Lambrecht vergiftigd. Slechterik!

LEOPOLD II FLUISTEREND
Ik steek u in ’t zothuis.

STILLEMANS Deo Gratias.

ADOLF God. Help mij, help mij.

PONNET Priester Daens is de volgeling van Luther.

ALLEN FLUISTEREND
Amen.

PONNET De smeerlap die zich verhing.

LEO XIII Ge hebt de heilige hosties verkocht aan de framassons.

LEOPOLD II De Donsjen zoan kapotgeslegen, zoe plat as een voag!

ADOLF Doe die gezichten weg. Weg. Weg.
ALLEN DANSEN WEG

PONNET ZINGT
En op zijn graf zetten wij een zuil!
Van marmer of arduin:

ALLEN “Hier ligt de rotte ajuin.”
MUZIEK, GELACH, VERVORMING, PLOTS STILTE

ADOLF Jaag ze weg, weg. Weg.
LOUISE OP. ZE VEEGT Z’N VOORHOOFD AF MET EEN NATTE DOEK
Wat is er gebeurd?

LOUISE ’t Is de koorts, Adolf. De dokter heeft ons gewaarschuwd voor die morfine.
GEEFT HEM TE DRINKEN
Kalmeer nu maar een beetje, ’t komt allemaal wel goed. Wij zijn bij u.

ADOLF Ik doe u toch allemaal zoveel last aan.

LOUISE Zeg dat niet. Ge moet rusten en genezen.

ADOLF Genezen… van wàt genezen?…
BIJNA SCHREIEND
Het spijt me zo, Louise, voor alles. En ’t ergst van al is het voor de kinderen.

LOUISE Adolf, ’t pensionaat was de beste oplossing. ’t Was voor hen geen leven meer. We moeten niet aan ons denken, maar aan hen. Ze zijn daar heel goed in Michelbeke. En wees gerust, ze zullen u daar niet vergeten, dat leest ge aan hun brieven.

ADOLF Ik heb gefaald, Louise… als mens, als politieker… als priester.

LOUISE Nee, Adolf, dat is niet waar, zeg dat niet.
PIETER OP

ADOLF Louise, ik ben ten einde. Ik vraag alleen maar rust… rust… Spreekt gij toch met Pieter; hij moet naar de bisschop gaan. Hij zal er goed ontvangen worden, maar hij moet toegeven, vergiffenis vragen, en dan zal alles voor u nog in orde komen.

PIETER Adolf, er zal niets in orde komen. Louise heeft een brief geschreven naar de monseigneur. Er is zelfs geen antwoord gekomen. Ze is naar Ukkel geweest, bij Woeste thuis, ze had evengoed tegen de kasseistenen kunnen gaan klappen. Spreek nu in godsnaam niet meer over toegeven.

ADOLF Pieter, misschien kunnen we toch nog een overeenkomst treffen met de Katholieke Partij? Ik heb altijd die verzoening gewenst.

PIETER Een overeenkomst met de Katholieke Partij hebt ge zelf altijd voorgesteld en op redelijke gronden. Ze hebben zelfs met ons niet willen praten. Ge spreekt van verzoening, zij zullen blijven weigeren, even koppig en even fanatiek, en dan nog zeggen dat ’t onze schuld is.

ADOLF De bisschop zal vergiffenis schenken, hij zal begrip tonen.

LOUISE Begrip tonen? Wanneer heeft de bisschop ooit begrip getoond? En waarom zou hij het nu doen? Omdat ge ziek en gebroken zijt? Omdat ge verslagen aan zijn voeten ligt? Het zou een lafheid zijn nu toe te geven. Adolf, we hebben zoveel te verduren gehad, we hebben zoveel geleden – dat mag allemaal niet voor niets geweest zijn.

ADOLF Louise, ge hebt gelijk, maar ik, ik kan het niet… men zal mij mijn priesterschap ontnemen. Pieter, heb gij nooit getwijfeld?

PIETER We hebben het recht niet meer om te twijfelen. We mogen niet aan onszelf denken. Mogen wij die duizenden arbeidersgezinnen in de steek laten?! Mogen wij al onze vrienden en al die mensen die met ons gestreden hebben, in de steek laten?! Daar zal God ons rekenschap over vragen.

ADOLF Hoe zal ik het volhouden, waar zal ik de kracht halen, iedere dag opnieuw? Volhouden tot morgen… ademen tot morgen…

PIETER Ge zult er door komen, Adolf.

LOUISE De dokter heeft alleen gezegd dat ge de eerste tijd voorzichtig moet zijn, maar dat ge ‘r zult doorkomen.

PIETER We hebben u nodig. Vooral nu.

8. GENT – BISSCHOPPELIJK PALEIS

TWEE KANUNNIKEN. TEKEN DAT ADOLF MAG GAAN ZITTEN. STILTE. STILLEMANS OP. ADOLF RECHT.

STILLEMANS KOEL
Meneer Daens, wij zijn verheugd dat u dan toch de tijd hebt gevonden, en dat u ingezien hebt dat door in uw handelwijze te volharden, u zichzelf in een onmogelijke positie hebt gewerkt. U ziet toch dat geen enkel priester in mijn bisdom u steunt.

ADOLF Monseigneur, de priester die de minste neiging vertoont om mijn meningen te delen, wordt zonder genade getroffen en de priesters die het heftigst tegen mij tekeer gaan, worden beloond met mooie ambten.

STILLEMANS U bent hier niet op een meeting, meneer Daens.

ADOLF Monseigneur, ik smeek u, wanneer komt aan die vernedering een einde? U hebt mij verboden mij nog verkiesbaar te stellen – ik heb mij onderworpen. U hebt mij dan een plaats beloofd als leraar in Brussel, maar men is gezwicht voor een paar dreigbrieven van rijke ouders en de plaats is mij geweigerd.
STILLEMANS WENKT EEN VAN DE KANUNNIKEN, DEZE GAAT WEG, KOMT EVEN LATER TERUG, DE ANDERE PRAAT MET DE BISSCHOP. DEZE HANDELINGEN KUNNEN IETS HEBBEN VAN EEN VOOROPGEZET SCENARIO
Tenslotte mocht ik de mis opdragen bij de broeders Alexianen, neem me niet kwalijk, het huis voor gestrafte en krankzinnige priesters: was het dààr dat ik thuishoorde? Welnu, ik kan dit niet langer meer aanvaarden. Ik weiger nog langer de mis te lezen in het geheim.

STILLEMANS Meneer Daens, u vergeet dat u de gelofte van volstrekte gehoorzaamheid hebt afgelegd.
STILTE. STILLEMANS EN DE KANUNNIKEN PRATEN
Ik heb hier twee brieven uit Rome.

ADOLF ER WORDT HEM IETS DUIDELIJK
Verschijn ik hier soms voor een rechtbank, monseigneur? Zonder verdediger, zonder getuigen?
GEEN ANTWOORD

STILLEMANS LEEST VOOR
… “Het is abbé Daens niet langer vergund in het openbaar de heilige mis te celebreren. Wat zijn politiek optreden betreft, vermanen wij hem streng en bevelen wij hem zich te schikken naar de richtlijnen van u, zijn bisschop.”

ADOLF Monseigneur, men heeft mij toentertijd in Rome nooit…

STILLEMANS En wat betreft de jongste mededeling van de Heilige Stoel…

ADOLF Monseigneur, is het mij vergund ‘de visu’ kennis te nemen van deze mededeling? Mag ik haar zelf lezen, of overschrijven?

STILLEMANS Ik zal ze u voorlezen, meneer Daens.
LEEST VERDER
… “De Romeinse Congregatie ordonneert dat de genaamde priester Daens alle woelige vergaderingen zal vermijden waar zijn priesterkleed blootstaat aan het gebrek aan eerbied vanwege de menigte”. Enzoverder, enzoverder. Ik meen dat dit duidelijke taal is, meneer Daens, u hebt dus af te zien van elke politieke werking ofwel legt u het priesterkleed af.

ADOLF ZWIJGT
Ik vraag u bedenktijd, monseigneur.

STILLEMANS Ge hebt geen bedenktijd nodig. Ge moet u onderwerpen.

ADOLF Dus, als ik mijn recht als burger handhaaf, het recht verkiesbaar te zijn, word ik getroffen door de allerzwaarste straf: de degradatie?

STILLEMANS U bent een vloek voor de eendracht van onze katholieke bevolking, voor de belangen van de echte kristendemocratie. Dàt is het ware gelaat van het Daensisme!

ADOLF Het Daensisme bestaat niet! In Aalst zijn wij christendemocraten, wij hebben absoluut hetzelfde programma als de christendemocraten overal elders.

STILLEMANS Daens, gij volhardt in het kwade. Ge hebt geen enkel middel onverlet gelaten, Daens, om elk bevel van ons en van de Heilige Stoel te ontwijken.

ADOLF De Heilige Stoel, wie is dat? De invloedrijke kardinalen en prelaten, die mij belet hebben met de Heilige Vader te spreken. Onder druk van ’t kapitaal en ’t Hof. En u leent zich tot dat onwaardig spel, monseigneur.

STILLEMANS Daens, ik verwittig u ten laatste male.

ADOLF Ik ben priester en ik zal het blijven tot God er anders over denkt.

STILLEMANS Gij lastert God. Gij stelt God op de proef.

ADOLF Ik onderwerp mij, wat kèrkelijke zaken betreft. Maar, ik behoud mijn politieke vrijheid.

STILLEMANS Dan verbied ik u plechtig nog langer de priestertoga te dragen. Gij hebt teveel gezondigd. Voor u is er geen vergiffenis meer.
WOEDEND AF. KANUNNIKEN EVENEENS. ADOLF BLIJFT ALLEEN ACHTER

9. PARLEMENT

STEM WOESTE Monsieur Daens n’a pas le droit de porter le nom de démocrate; je con- teste cela. C’est un socialiste vert. Un prêtre dévoyé!

STEM ANSEELE ’t Kan ons niet schelen of paster Doans mis mag lezen of niet, dat veran- dert niets oan de prijs van ’t bruud. Het tuugt allien moar het hoatdragend karakter van de tseven.
GEHAMER VAN DE VOORZITTER

STEM WOESTE C’est faux! Tout cela est absolument faux!

STEM ANSEELE Il n’y a que la vérité qui blesse!

STEMMEN SOCIALISTEN Stem socisse! Stem voor de conservatieve kipkap.
GEROEP EN TUMULT. GEHAMER. LICHT OP

PIETER Mijnheer Woeste, ge moet hier zo stout niet komen spreken. Gij weet heel goed dat in uw arrondissement het grootste deel van de kiezers niet meer van uw gedacht zijn. Ge liegt als ge anders spreekt!

WOESTE Monsieur Daens prétend que je mens; je méprise cette remarque.

PIETER Ja, ge liegt!

WOESTE Elle est indigne du parlement et je la repousse du pied.

PIETER En ’t is niet de eerste keer!

WOESTE Je vous prie de retirer ces paroles, car un tel langage n’est pas tolérable. Vous êtes encore pire que votre frère!

PIETER Als meneer Woeste zegt…
RECHTS
Parlez français!

ANSEELE Nie, nie, spreekt Vloams.

PIETER Meneer Woeste verstaat Vlaams, want in de tijd is hij Vlaamse briefkes komen voorlezen in Aalst!
GELACH

WOESTE Encore une fois, oui ou non, rétirez-vous vos injures?
RECHTS RUMOER
PIETER De waarheid is de waarheid, en niemand, meneer de advocaat, zal mij beletten de waarheid te zeggen.
GOEDKEURING LINKS
Heren, ik zit hier nog niet zo lang op deze bank, maar ’t steekt de ogen uit dat elke keer er spraak is van vermindering van de werkuren, of van regeling van de arbeid, dat er van de rechterzijde altijd dezelfde opmerking gemaakt wordt: dan moeten de lonen verminderen, dan moeten ook de kolen opslaan. De brandstof is reeds schromelijk duur en de lonen zijn ontoereikend om te leven!
LINKS: TRÈS BIEN, GOED GEZEGD
Als er opofferingen moeten gedaan worden, dan niet door de werkende klas, maar door de rijken en machtigen, zij die in overvloed leven!
REACTIES

WOESTE C’est un discours fait par un nouveau député, mais ce n’est pas un nouveau discours!
GELACH RECHTS

PIETER Heren van de rechterzijde. Zoudt gij niet veeleer moeten zeggen: in plaats van 10 uur laten wij u slechts 8 of zelfs 7 uren werken. Bekijk de Vlamingen die gedwongen zijn in de koolputten van de Borinage te gaan werken: met 40 jaar zien ze eruit alsof ze reeds 60 zijn; bekijk de jonge mannen van 17 tot 20 jaar: hun ogen zonder vuur, hun aangezicht vermagerd, bleek en afgemat. Dit is geen werkvolk, maar werkvee.
REACTIE
Heren, ik hoop dat iedereen bij de stemming zijn politieke en morele verantwoordelijkheid zal opnemen.

WOESTE Dans les mines, seulement huit heures par jour? Mais, c’est de la folie! C’est nuisible à l’industrie!

ANSEELE Meneer Woeste toch! Gij zijt de schuunmoeder van elke regereing.
GELACH

PIETER Komen wij nu tot het budget van oorlog. Toen ons budget van oorlog de 25 miljoen had bereikt, dan sprongen de heren hier recht, en met hun armen in de hoogte, riepen ze uit: “25 miljoen frank, daaronder moet ons land bezwijken!” En wat hebben wij gezien: van jaar tot jaar is ’t budget van oorlog vermeerderd! En nu is ’t budget van oorlog geklommen aan de schromelijke som van 100 miljoen!
100 miljoen om te leren verminken en moorden, branden en vernielen!
REACTIES
Als wij in plaats van die 9 cens voor de arme ouderlingen 75 centiemen vragen, is er geen geld!

KATHOLIEK VERSCHRIKKELIJK ACCENT
Gij oe-eet niet oe-aarvan gij spreekt!

PIETER Vous n’avez pas la parole! Ik ga verder. Men spreekt nu weeral van nieuwe forten rond Antwerpen. De kanonnen, die nooit gediend hebben, moeten dringend vervangen worden door nieuwe, naar de laatste mode. Nieuwe forten, nieuwe kanonnen om ons land te beschutten.
Maar heren, de beste beschutting voor ons land is de tevredenheid en de welvaart bij de massa van ’t volk. Aan een begroting die het hartebloed van ons land uitzuigt en elk jaar gedrochtelijker wordt, zeggen wij chris- tendemocraten nee en nog eens nee!
LINKS: “ZEER WEL!”
ADOLF OP DE TRIBUNE

ADOLF Heren, wij hebben hier een wetsvoorstel neergelegd dat een eind moet maken aan nog een onrechtvaardigheid die België al lang onteert. In ons land zijn er twee universiteiten en het zijn alle twee Franstalige universiteiten. Wij vragen dus een Vlaamse universiteit!

WOESTE Ce n’est pas à l’ordre du jour!

ADOLF Meneer Woeste, vlak voor de verkiezingen hebt u gezegd: we zullen abbé Daens hier niet meer terug zien. Wel, ik zeg u, u zal er niet meer naast kunnen zien! Wij eisen dus dat de Gentse universiteit een Vlaamse
universiteit wordt!

WOESTE Je m’y oppose à cause d’un sentiment d’inquiétude patriotique!

ANSEELE Ge zijt precies een beetse nerveus vandoage!

ADOLF En als de achtbare meneer Woeste nu goed wil luisteren, zal hij misschien nog nerveuzer worden. Ik ga verder, heren. Daags na de verkiezingen, schreef een conservatieve gazet in Aalst: “Wij zijn gekozen en wij blijven gekozen”. Wel, dat ze gekozen blijven! Dat ze genieten van hun triomf, die ze duur genoeg betaald hebben! En als ik zeg: duur genoeg, dan spreek ik niet over de duizenden franks die ze uitgegevens hebben om kiezers te winnen.
REACTIES

WOESTE Ce sont des insinuations basses! Ce sont des mensonges!

ADOLF De nacht zelf van de verkiezingen zijn dronken kiezers de deuren en muren van ons huis komen bekladden met vuil en uitwerpselen.
ONDERBREKINGEN
Dàt is de manier waarop het volk politiek opgevoed wordt, zo wordt het volk veredeld en verheven! U zou verstomd staan, heren, wanneer u al de tonnen bier bij mekaar zou zien die de triomf van de conservatieven moesten bewerkstelligen. U zou verbaasd zijn hoeveel kilometers worst het volk hoeft moeten slikken om deze heren in ’t parlement te krijgen.
ALGEMEEN GELACH

KATHOLIEK Dat bewijst dat ze goeie magen hebben.

ADOLF Dat bewijst dat ze honger hebben.

WOESTE Tout cela est absolument faux !
ADOLF Bij een paardenbeenhouwer in de stad hebben de kiezers een heel paard mogen opeten…

ANSEELE Joa, ’t peird van Troje!
GELACH

ADOLF Achtbare heer Woeste, heren. Zo mijn woorden hier vandaag bitter en hard klinken, is het omdat ik door uw schuld, meneer Woeste, veel heb geleden… En waarom al dat fanatisme tegen een arme, ongewapende priester? Want het is klaar: bestonden de brandstapels van de inquisitie nog, dan had priester Daens er sedert lang op gefakkeld.
Waarom die ongenadige broodroverij tegen heel mijn familie? Omdat ik dacht vrij en vrank als priester tot het hart van het volk te mogen spreken. Want dat heb ik gedaan, ja. Misschien is dat mijn misdaad in de ogen van de katholieke conservatieven; maar God die oneindig goed en rechtvaardig is, zal het mij vergeven.
Want ik zeg u, gij kunt ons materieel ten onder brengen, maar nooit zullen wij het hoofd buigen onder dwingelandij! Ik zeg u, wij zullen de strijd nooit staken om meer menselijkheid en rechtvaardigheid te brengen in de maatschappij.
Tot schande van twintig eeuwen christelijke beschaving en evangelie- prediking, wordt de wereld nog altijd verdeeld in twee klassen: aan de ene zijde een handvol kapitalistische miljonairs, aan de andere een ontelbare menigte van arbeiders, die te weinig winnen om te kunnen leven, die altijd in onrust moeten zijn voor de dag van morgen, en die voor het allergrootste part leven in een staat van diepe, onverdiende ellende.
En daarom zullen wij altijd eisen dat de vruchten van de arbeid moeten toekomen aan de arbeiders zelf. En daarom zullen wij ons altijd blijven verzetten tegen de slok- en geldzucht van de rijke conservatieven. En daarom zullen wij de miskende rechten en de heilige belangen van ons Vlaamse volk blijven verdedigen.
’t Is voor de rechtvaardigheid dat wij strijden en bijgevolg valt op ons het goddelijke woord van Christus: Zalig zijn zij die vervolging lijden om de rechtvaardigheid.

EINDE

Deze voorstelling was opgedragen aan de honderden, duizenden die vernederd, bevochten en geruïneerd zijn omwille van die ene idee: rechtvaardigheid voor allen.

Het opzet was in den beginne geïnspireerd door PIETER DAENS OF HOE IN DE NEGENTIENDE EEUW DE ARBEIDERS VAN AALST VOCHTEN TEGEN ARMOEDE EN ONRECHT van Louis Paul Boon

De auteurs dankten Louis Paul Boon, Luc Delafortie, Frans-Jos Verdoodt, Benoit de Cock, Mark van de Putte, Reinoud D’Haese, Hippoliet Sedeyn, Eouard de Kegel, muziekmeester Albert Veldeman en anonieme tijdgenoten. Zij putten o.a. uit werk van Pieter Daens, Hendrik Elias, Cyriel Buysse, Hector Plancquaert, Stijn Storms, Karel van Isacker, Frans-Jos Verdoodt, Lode Wils, de verslaggever van de Kamer.
PRIESTER DAENS kwam tot stand in het Nederlands Toneel Gent. De première was op 22 december 1979. Er werden 25 voorstellingen gebracht met een totaal van 15.868 toeschouwers; en een reisvoorstelling in de Stadsschouwburg van Brugge.
De rolverdeling was als volgt:

Leo XIII Raf REYMEN
Ponnet Jappe CLAES
Stillemans Raf REYMEN
Leopold II Eddy VEREYCKEN
Bethune Ludo LEROY
Woeste Bob VAN DER VEKEN
Meestergast Jan MOONEN
Adolf Daens Roger BOLDERS
Pieter Daens Herman COESSENS
Arbeidster Lieve MOORTHAMER
Arbeider Guido VAN DEN BERGHE
Zoon Luc DE WIT
Louise Blanka HEIRMAN
Maria Chris THYS
Anna Lieve DE SMET of
Annemie VAN DAMME (fig.)
Alois Jules MERRE (fig.)
Smid Cyriel VAN GENT
Plancquaert MarkWILLEMS
Een patroon Jan MOONEN
V. d. Meersch Wim DE WULF
Nichels Peter MARICHAEL
Anseele Guido VAN DEN BERGHE
Capucijn Raf REYMEN
Hofdames,
nonnen,
en arbeidsters Machteld RAMOUDT,
Marijke DE BISSCHOP,
Martine JONCKHEERE,
Brie LELOUP,
Arlette WEYGERS

Arbeiders Peter JONAERT,
Mark VAN KERCKHOVE
Figuranten Irène BLANCKE,
Raoul BREUSEGEM,
Lea CLAEYSSENS,
Jenny DE KESEL,
Bibiana DE KEUCKELEIRE,
Chris DE KEUCKELEIRE,
Griet DECREUS
Rosy LUCQ,
Elias DELPUTTE,
Octaaf DE MEYER,
Frans ENBRIE,
Huguette PEVENAGE,
Patrick PEVENAGE,
Gilbert QUARTIER,
Chris VAN DER STIGGEL,
Maurits VAN KERREBROECK,
Paula VAN PARIJS,
René VICTOR,
Patrick WOLTERS
Kinderen Bart DE BLOCK,
Olga DE COSTER,
Mieke DE SLOOVERE,
Sofie D’HAEMERS,
Tom DE WULF,
Veerle DE WULF,
Didier TIMMERMAN,
Philippe TIMMERMAN,
Inge VAN DAMME,
Bieke VERMEULEN

Scenografie Andrei Ivaneanu
Belichting Jan Gheysens
Maskers Bart Peeters
Geluidsdecor Louis DE MEESTER, Walter LANDRIEU (IPEM)
Klankband Ferre CARRON
Toneelmeesters Ferre CARRON
Marielle KESTELEYN
Regie-assistente Luce DE POORTER
Leiding figuratie Machteld RAMOUDT
Assistent van de regisseur Jappe CLAES

45 walter moeremansRegisseur Walter Moeremans
31 frans redantDramaturg Frans Redant

Een gedachte over “Adolf Daens (1839-1907)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s