Het is vandaag 75 jaar geleden dat “Bambi”, de vijfde langspeeltekenfilm van de Walt Disney Studios, in première is gegaan.

Men spreekt dan ook meestal van Bambi “van” Walt Disney, maar eigenlijk is hij van zijn medewerkers David Hand en Perce Pearce. Donnie Dunagan leende zijn stem voor het beroemde hertenjong, maar omwille van de wet op de kinderarbeid werd dit niet vermeld op de aftiteling. Maar dat vond hij niet zo erg. Dunagan: “Ik heb carrière gemaakt bij de mariniers en ik heb in Vietnam gevochten. Als mijn medesoldaten ooit hadden ontdekt dat ik Bambi was, had ik het wel kunnen schudden.”
Disney regeerde met vaste hand: wat hem niet aanstond, werd er onverbiddelijk uit gegooid, ook al zaten er soms wekenlange arbeidsuren in. Zo o.m. de scène waarbij de moeder van Bambi wordt gedood door jagers. Ongetwijfeld heeft de schrik van Disney voor de reactie van zijn rechtse medestanders van de wapenlobby meegespeeld. Want dergelijke scènes hàdden inderdaad ook veel impact. Zoals Julie Burchill schrijft in The Sunday Times van 9/10/1994: “Venison will never be an ordinary meat like beef or pork because it boils down to the blood-curling reality of eating Bambi. (For some reason, eating Thumper is far more acceptable.)”
Thumper werd overigens getekend door Bill Justice (1914-2011), die bij Disney was begonnen in 1937. Hij zou later ook nog meewerken aan “Fantasia” en “Alice in Wonderland”.
HOLLYWOOD’S DARK PRINCE
Disney, de grote kindervriend, zal achteraf (o.m. dankzij het boek “Hollywood’s Dark Prince” van Marc Eliot) ontmaskerd worden als een impotente alcoholicus, lid van de nazi-partij (in “Three Little Pigs” tracht de boze wolf zich toegang te verschaffen door zich te verkleden als een leurder met een zwaar joods accent; dit werd in een latere versie veranderd) en tipgever voor de FBI. Dat het allemaal voortkomt uit het feit dat zijn vader, een boer uit Kansas met de typische hypocrisie van een fundamentalist die zelf een drinkebroer en een “womanizer” was, hem geregeld verrot sloeg, mag geen excuus zijn. Dit zou overigens ook de aanleiding zijn voor het onbetwistbare talent van Disney: hij vluchtte in de fantasiewereld van de sprookjes die zijn moeder hem vertelde.
Hij werd stilaan ook paranoïd, in zoverre dat hij begon te geloven dat zijn vader Elias, zijn echte vader niet was, maar een soort van monster dat diens plaats had ingenomen. Vooral toen bleek dat er geen geboorteakte van hem voorhanden is. Sommigen hechten trouwens geloof aan deze theorie en beweren dat Walt een buitenechtelijk kind is van een rijke Californische dame.
De voornaamste reden om Disney te laken is echter dat hij sentiment tot sentimentaliteit omboog (“Sentimentaliteit is de grootste vijand van de kunst: emoties verliezen er hun ware aard door,” Hugo Claus) en op die manier de verpersoonlijking werd van The American Dream. Daarmee wordt namelijk de droom afgeschermd van de realiteit. Zijn pretparken zijn dan ook iconen van het kapitalisme.
In 1941 breekt er zowaar een staking uit bij Walt Disney. Ze wordt geleid door Melvyn Douglas, “een hardnekkige communist”, aldus Carl Barks, die dan ook de staking brak en beloond werd met de tekenfilm “Pirate Gold”. Bij de stakers was ook Bill Melendez, die meer dan dertig jaar later de Snoopy-tekenfilms zou realiseren. Disney zelf zou later ene Sorrell aanklagen als communist bij de McCarthy-commissie.
Om de lont uit het kruitvat te halen, kan men Walt Disney overhalen om op reis te gaan naar Zuid-Amerika, zodat de onderhandelingen worden gevoerd door zijn broer Roy, die op vele vlakken toegeeft. Toch zullen er vele ontslagen volgen, waarbij Walt zich verschool achter het feit dat het leger een groot deel van de studio’s had ingenomen om een nabijgelegen strategisch doelwit te bewaken.
Deze crisis heeft er onder meer voor gezorgd dat Disney, die vroeger een democraat was, voortaan voor de republikeinen zou stemmen. Ronald Reagan was (weliswaar nog als acteur) aanwezig bij de opening van Disneyland en ook Richard Nixon voelde zich goed thuis in dit kapitalistische pretpark.
Tijdens Walts afwezigheid was ondertussen ook hun vader gestorven (hun moeder was al eerder gestorven door een gaslek in het door de broers voor hen gekochte huis).
UITVINDER VAN HET STORYBOARD
De eerste lange tekenfilm na de staking was “Dumbo”, waarvoor Joe Grant (1909-2005) het scenario schreef. Als tekenaar had hij reeds meegewerkt aan “Fantasia” en de heks uit “Sneeuwwitje” bedacht.
Disney haalt een aantal overheidsopdrachten binnen, zoals “The New Spirit” (die de Amerikanen moest aanzetten hun belastingen te betalen) en “Der Fuehrer’s Face”, waarin Donald Duck een Hitler-parodie neerzet.
Daarop volgde het paternalistische “Song of the South” (weer een mengeling van tekenfilm en “live action”, maar er valt weinig “action” te zien!), dat flopte en mede door de oorlogsomstandigheden geraakt de studio in moeilijkheden. Zelfs “The three caballeros” (1945) kan de studio niet uit de financiële moeilijkheden halen. Dat gebeurde pas met “Cinderella” (1951), het grootste kassucces sedert “Sneeuwwitje” en de definitieve start van het Disney-imperium.
De decors van “Assepoester” zijn minder spectaculair dan in “Sneeuwwitje” en “Pinocchio” (wat allicht toe te schrijven is aan het feit dat Albert Hunter een paar jaar eerder was overleden), maar juist dààrdoor krijgt “Assepoester” een lichtere toets, wat ook beter past bij het verhaaltje. Aan het verhaal van Charles Perrault is trouwens een leuke anekdote verbonden. Bij hem gaat het immers om “une pantoufle de vair” en een “vair” is een klein grijs eekhoorntje. De Disney-vertalers hebben daar al dan niet opzettelijk “une pantoufle de verre” van gemaakt, het fameuze glazen schoentje dus. Het mag dan nog een uitstekend beeld geven van de “breekbare” schoonheid van het hoofdpersonage, een glazen schoen is natuurlijk tegelijk een surreëel gegeven.
Anderzijds is het misschien wel een moedwillige vertaalfout omdat men zich in een Disneyfilm moeilijk kan voorstellen dat het uiteindelijk allemaal draait om een schoentje gemaakt uit zo’n lief diertje als een eekhoorn. Chip & Dale zouden er alvast niet mee kunnen lachen! Ik kan me geen eekhoorntjes herinneren die een rol van belang spelen in “Cendrillon”, maar de leuke muisjes die zozeer moeten afrekenen met de valse kat Lucifer komen toch wel dicht genoeg in de nabijheid om elke referentie aan een dierlijk schoentje achterwege te laten!
Daarna volgden nog “Alice in Wonderland” (*), “Peter Pan” (1953) en “The lady and the tramp” (1955), alle zeer grote successen, net als “The sleeping beauty” (1959), dat net als alle vorige films sedert “Cinderella” eigenlijk van Clyde Geronimi is. De muziek van “De schone slaapster” is niet van Tsjaikovski, maar van Georges Burns, net zoals die van “Cinderella” niet van Gioacchino Rossini is, maar van Paul J.Smith en Oliver Wallace (zij het dat deze daarvoor de credits niet krijgen).
In “Anchors Aweigh” danst Gene Kelly met Jerry the Mouse. Dat was eigenlijk maar “tweede keuze”, want het was eigenlijk de bedoeling dat het Mickey Mouse was. Walt Disney weigerde echter zijn medewerking aan MGM. Hij concentreerde zich liever op Cruella de Vil voor “De 101 Dalmatiërs”. Eind oktober 1995 stierf overigens de actrice die oorspronkelijk model stond voor de getekende Cruella, namelijk Mary Wickes (79).
Ondertussen was Disney ook begonnen met de productie van “gewone” films. Eerst documentaires, maar nadien ook speelfilms. Dit laatste had vooral te maken met het feit dat de Britse regering vond dat de winsten die de Disney-firma in Engeland maakte, het land niet mochten verlaten. Dus draaide hij daar maar speelfilms. Het dient wel gezegd dat hij, komende uit de animatiefilm, meteen ook “het storyboard” uitvond. In 1955 mocht tekenaar John Hench (1908-2004) zelfs een oscar in ontvangst nemen voor de special effects in “20.000 leagues under the sea”.
DISNEYLAND
Ondertussen kwam een groot deel van de inkomsten zoals gezegd uit Disneyland. Het idee is eigenlijk ontstaan uit Disney’s grote liefde voor stoomtreinen. Eerst wilde hij een eigen lijn pachten, maar toen zijn vrouw dit niet zag zitten, legde hij een miniatuurspoorlijn aan in zijn tuin. Gekoppeld aan een bezoek aan het Deense Tivolipark is hij zo op het idee van Disneyland gekomen.
Om dit idee te realiseren had hij wel een partner nodig en dat werd dan de televisiemaatschappij ABC. Op die manier verzorgde Disney vanaf 1954 een wekelijkse uitzending, “Disneyland”. “The Mickey Mouse Club” (met de Mouseketeers) ging zelfs dagelijks op het scherm!
Het dient gezegd dat Disney ook hier weer zijn tijd ver vooruit was. Zo draaide hij de serie “Davy Crockett” in kleur, ook al bestond kleurentelevisie nog niet. Disney was er echter van overtuigd dat dit er ooit wel eens van zou komen en zo komt het dat de Zorro-reeks die b.v. ook nu nog te zien is op Ketnet, niet ingekleurd is, maar wel degelijk een gekleurde versie, die we tot nu toe niet te zien kregen.

IN SEARCH OF THE CASTAWAYS

Tussen 1792 en 1798 schreef Johann David Wyss zijn verhalen over een vader, moeder en vier kinderen die na een schipbreuk op een onbewoond eiland belanden. Zij zijn de geschiedenis ingegaan als “The Swiss Family Robinson”. In de Disney-verfilming door Ken Annakin in 1961 zijn ze gereduceerd tot drie kinderen. Drie jongens, waardoor de twee oudsten het op een bepaald moment letterlijk uitvechten voor een meisje. Dat meisje wordt, net zoals de moeder, als een verschrikkelijk onhandig wicht voorgesteld. Typisch is dat, wanneer de mannen hun super-de-luxe boomhut aan het bouwen zijn, de vrouwen zich bezig houden met… het poetsen van het zilverwerk!

Het dient gezegd dat Hayley Mills in een gelijkaardige film, een jaar later, “In search of the castaways” (Robert Stevenson) al heel wat moediger uit de hoek mag komen (haar vader, John Mills, speelde overigens de hoofdrol in de vorige film). It was the third of six films that then child actress Hayley Mills made for the Walt Disney Pictures studio during the early-to-mid 1960s.

Bij ons is de film bekend als “De kinderen van kapitein Grant”, zoals ook de oorspronkelijke roman van Jules Verne heette. It was the second Walt Disney’s studio film adaptation of a Jules Verne novel. The first was20,000 Leagues Under the Sea (1954). The characters of Lord Ayerton (één van de “slechte” personages uit “The castaways”) and Captain Nemo later appeared together in Verne’s novel “The Mysterious Island” (1874). Ironically, Disney never adapted this novel, though other studios have. Later, Disney would produce the Vernian-style motion-picture The Island at the Top of the World(1974).

De rol van Lord Glenarvan werd gespeeld door Wilfrid Hyde-White, who replaced Charles Laughton as Lord Glenarvan. Laughton was originally announced as the character but Laughton’s illness and subsequent death forced Disney to replace him with Hyde-White. Het toeval wil dat ik de film die Laughton net hiervóór draaide (namelijk “Advise and consent” van Otto Preminger) ook vlak vóór deze film heb gezien.

De rol van Lord Ayerton werd gespeeld door George Sanders. Despite being third on the cast and main titles, he does not turn up until over a hour in the film. First billing was reserved for Maurice Chevalier, who was to be pitied for the stupid role he was cast in, including several extremely boring songs by the Sherman brothers.

According to show-business trade paper ‘Variety’, obstacles that the castaways had to survive included “giant condors, jaguars, flood, lightning, crocodiles, an avalanche, an earthquake, a huge waterspout, mutiny by Grant’s former quartermaster, imprisonment by unfriendly Maoris and an erupting volcano”.

Alhoewel vrij onnozel (om het nog met een understatement te zeggen) werd het the third most successful film at the American box-office for the year of 1962 only beaten by The Longest Day (1962) and Lawrence of Arabia (1962).

MARY POPPINS
In 1964 was er “Mary Poppins” naar het boek uit 1934 van P.L.Travers (1899-1996). Deze was niet tevreden over de verfilming met Julie Andrews omdat ze die te simplistisch vond. Andrews zelf hield aan haar filmdebuut wel een oscar over. Vele jaren later (met name in 2013) werd het hele verhaal verteld in “Saving Mr.Banks”. Emma Thompson vertolkt hierin P.L.Travers, die kampte met een onverwerkt jeugdtrauma en daarom hebben de originele boeken (want het is een reeks) ook een donker kantje. En bijgevolg was ze er als de dood voor dat Walt Disney – rol van Tom Hanks – van haar boek een onnozele tekenfilm zou maken. Het kostte Disney bloed, zweet en tranen om de nukkige schrijfster toch over de streep te trekken. Het tekenfilmgedeelte werd verzorgd door Frank Thomas en Ollie Johnston (1913-2008), die toen pas was aangenomen, wellicht op voorspraak van Thomas, waarmee hij als student aan de Stanford Universiteit reeds samen het humoristische “The Stanford Chaparral” (wellicht gebaseerd op The Granta) had uitgegeven.
Wolfgang Reitherman (1910-1985) maakt voor Disney “The sword in the stone”. In 1967 volgt “Jungle book”, de laatste tekenfilm die Walt nog zelf superviseerde, want de verstokte roker stierf aan longkanker op 15 december 1966. Maar goed, hij had een hele generatie gefokt naar zijn beeld en gelijkenis, al liep dat niet altijd goed af. Barry Sonnenfeld b.v. had een bloedhekel aan de man. Dat zou in 1993 o.m. tot het meesterlijke “The Addams Family Values” leiden.
Maar deze afkeer werd dus niet gedeeld door zowat de hele mensheid die al ooit een bioscoop betrad. En daarom was er in 1968 “Blackbeard’s ghost” (Robert Stevenson), gevolgd door “Bedknobs and broomsticks” van dezelfde regisseur in 1971. Niet alleen wordt hier weer interactie tussen tekenfilm en “gewone” film ingevoerd (zoals bij “Mary Poppins”), maar ook de “special effects” van “Blackbeard” worden hier aangewend om een leger lege harnassen op de been te brengen.

(*) Auteur Lewis Carroll had destijds ook foto’s genomen van het meisje dat later de moeder van Aldous Huxley zou worden, waardoor de bewerking van “Alice in Wonderland” voor Walt Disney zowat de enige opdracht was die Aldous Huxley graag aanvaardde, toen hij tijdens de Tweede Wereldoorlog noodgedwongen als scenarist in Hollywood aan de slag ging. (Stan Lauryssens, “Mijn heerlijke nieuwe wereld. Leven en liefdes van Maria Nys Huxley”, Leuven, Van Halewyck, 2001, p.278). Wat niet belet dat Disney het scenario afwees, officieel “omdat hij slechts één op drie woorden ervan begreep”, maar wellicht ook wel omdat Huxley kort daarvoor door iemand (ten onrechte) als communist was aangeklaagd bij het fameuze McCarthy-comité (ibidem, p.301).

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s