Het is vandaag precies 125 jaar geleden dat the Limelight Department werd opgericht, the world’s first film studio. Men zou dan geneigd zijn te denken dat dit in de Verenigde Staten was, of desnoods nog in Groot-Brittannië, maar nee, het was in Melbourne, Australia. En wat nog straffer is, ze werd opgericht door… The Salvation Army.

The Salvation Army was certainly progressive and innovative in its early approach to spreading the Gospel; the Brass Band – the pop-music medium of the time – is a prime example.
However, it is in the area of multi-media presentations that The Salvation Army showed itself as most inventive.
Captain Joseph Perry (bovenstaande foto), whilst manager of the Ballarat Prison-Gate Home, set up his own photographic studio and dark room. He produced and used his own glass lantern-slides to emphasise his sermons and lectures.
Such was the impact of his lantern shows that in November 1891 he was brought to the Melbourne Headquarters by Major Frank Barritt to produce a set of lantern-slides to advertise the forthcoming visit of William Booth to Australia. Thus, led by Major Barritt and Captain Perry, the “Limelight Department” of The Salvation Army was born.
The Limelight Department was the Salvation Army’s pioneering film production and presentation unit in Australia. Between 1892 and 1909 it produced many productions, including 300 films and the major multimedia presentations Soldiers of the Cross and Heroes Of The Cross. The unit also documented Australia’s Federation ceremonies in 1901.
Australia’s first dedicated film studio was created by The Salvation Army at 69 Bourke Street, Melbourne, in a room that still stands preserved much as it was at the turn of the century.
LITTLE OBERON
Dat geeft op zich reeds aan dat er al lang een Australische en Nieuw-Zeelandse filmindustrie bestaat, maar veel meer dan dat ben ik geïnteresseerd in de speciale aard van de films van down under
Het scenario van “Little Oberon”, een Australische tv-film uit 2005 van Kevin Carlin, is van Peter Gawler en wordt op de internet movie database als volgt samengevat: “Georgie Green (Tasma Walton) returns to her home town of Little Oberon with her teenage daughter Natasha (Brittany Burnes) to see her dying mother Lola (Sigrid Thornton). The newcomers are regarded with suspicion and malice, and Natasha soon discovers not all is as it seems in Little Oberon.”
Het is die “not all is as it seems” dat het hem doet bij mij, wat die Australische films aangaat. Het is allemaal begonnen met “The walkabout” van Nicolas Roeg uit 1971 (met in de hoofdrol Jenny Agutter: “her name is a guarantee for full frontal nudity”, Jeff in de komische serie “Coupling”) en dat magisch-realistische sfeertje vindt men ook terug in “Sirens” van John Duigan, “Heavenly creatures” van Peter Jackson en “Muriel’s wedding” van P.J.Hogan, alle drie uit 1994.
MURIEL’S WEDDING
P.J.Hogan mag men uiteraard niet verwarren met Paul Hogan, de man van de “Crocodile Dundee”-films, waarvan zeker de eerste erg grappig was, maar wat toch niet het soort films is dat ik hier wil behandelen. “Muriel’s wedding” is een zoektocht van een meisje naar zichzelf (een prachtige acteerprestatie van Toni Collette in de titelrol). Ze is oorspronkelijk slechts geobsedeerd door twee zaken: de muziek van Abba en een bruidskleed. Op een bepaald moment ziet het er zelfs naar uit dat ze met een zwemkampioen zal kunnen trouwen. Maar met vallen en opstaan ontdekt Muriel dat haar fantasiewereld geen oplossing biedt voor haar probleem…
Peter WeirPICNIC AT HANGING ROCK
Het schoolvoorbeeld voor al deze films is “Picnic at Hanging Rock” van Peter Weir uit 1979. Op de ijle panfluitmuziek van George Zamphir ontdoet een klas schoolmeisjes zich hierin letterlijk van hun corset om in de diepere kloven van de rots naar iets hogers, iets geestelijkers te zoeken dan de opgelegde wetten van de cultuur. Weir situeert hier de ontluiking van meisje tot vrouw in een sfeer van poëtische symboliek en rituele magie. Slecht één meisje, Irma (Karen Robson), zal uit de rots terugkeren. Weir tekent haar dan ook bij haar terugkomst in donkere, oudere kleren: zij is een vrouw geworden, die het pensionaat ontgroeid is.
Wat er zich op de rots heeft afgespeeld, wordt nooit in rationele termen verklaard, maar Weir insinueert dat het hier om het magische verbond tussen mens en natuur gaat en om de poging van de mens om zich met de krachten van leven en dood te identificeren. Dat deze vreemdsoortige picknick zich afspeelde op 14 februari, hoeft geen verbazing: in de Victoriaanse maatschappij was Sint-Valentijnsdag de enige dag waarop gevoelsontluiking cultureel toegelaten was.
THE GETTING OF WISDOM
Een film met een vergelijkbaar thema is “The getting of wisdom” van Bruce Beresford uit 1977. “In Victorian Australia Laura (Susannah Fowle) is the daughter of a poor postmistress. Her mother has scrimped and saved to send her to a girls’ boarding school. She is mainly self-taught. A brilliant career seems likely, but this lush drama would evoke warm memories of school and the pursuit of academic success were it not for the irritating leading character on whom the audience is supposed to focus,” schrijft Alison Darren in haar “Lesbian Film Guide”: “Unfortunately, Laura is a pompous little pest who is inevitably given a hard time by other, richer girls who find her eccentricity hard to swallow. Her misery is compounded by her unselfconsciousness and naivety, which leave her vulnerable to the petty prejudices and snobbery of all around her. Her lack of social skills relegate her to a separate existence from the others.
Somehow, however, a new girl — Chinky (Alix Longman) — gets a ‘mash’ on Laura and steals to buy her a ring. This unwise move leads to Chinky’s expulsion from the school and Laura, in a fit of second-hand guilt, gets religion as a result. Christianity obviously has a profound effect, and before long Laura herself manages to have a brief flirtation with an older, rather attractive girl, Evelyn (Hilary Ryan), and the two even make it into bed for a little cuddle. We know this won’t last long because Evelyn is rich and gorgeous, and compelled, therefore, to heterosexuality even before a relationship with Laura makes this an appealing option.”
En Alison besluit: “Annoying overall. Chinky was well out of it.”
ONLY THE BRAVE
En nog een vergelijkbare film: “Only the brave” van Ana Kokkinos uit 1994. “Alex (Elena Mandalis) and Vicki (Dora Kaskanis) are close friends. Disillusioned with school and life, they pass the time setting fire to fields and empty buildings. While Vicki is sexually available to her boyfriend, Alex will not sleep with hers. Instead, she develops a crush on a female teacher.
Raw and desperately grim examination of youth in the dead-end Australian suburbs, centring on two close female friends (Mandalis and Kaskanis, both excellent). Alex dreams of finding the mother who abandoned her as a child, while Vicki has more problems at home than even Alex knows about. The two are intense friends until differences in sexuality divide them for a while. Uncompromising and brutal, in one vicious scene Alex is forced into a fight with another girl in the school toilets, having been taunted for being ‘a lesbo’. Alex has indeed been drawn to her female literature teacher, who seems to offer a glimmer of hope on an intellectual, but not a sexual, level. As the film moves towards an inevitable tragedy, it is – unusually – the lesbian Alex who seems to get a grip and moves on to a possibly better future.”
(Lesbian Film Guide, p.157)
JINDABYNE
De rotsen van Peter Weir zijn ergens ook vergelijkbaar met de prachtige vallei waar vier bewoners van het dorpje Jindabyne gaan vissen in de gelijknamige film van Ray Lawrence uit 2006. Hun idyllische macho-droomwereld wordt ruw verstoord door het aantreffen van het naakte lichaam van een jonge aboriginal-vrouw. In plaats van onmiddellijk in actie te treden (de moordenaar is van bij de aanvang gekend en komt af en toe tergend in beeld lopen, maar de zoektocht naar hem is van nul en generlei tel in deze film die ook weer meer op het gevoel dan op de ratio drijft) besluiten ze het lijk letterlijk aan de ketting te leggen (opdat het niet zou wegdrijven) en nog een dagje te blijven vissen. Dit kan naderhand natuurlijk niet toegedekt blijven en het hele dorp, maar vooral de aboriginal-gemeenschap, reageert uiterst vijandig op hun egocentrische optreden. In plaats van dat de vier samen een vuist vormen, zoiets als “wij tegen de rest”, heeft dit juist als uitwerking dat er ook onderlinge spanningen ontstaan. Uiteindelijk worden al die spanningen opgelost tijdens de rituele verassing van het slachtoffer. Men zou dit als een klef einde kunnen beschouwen, maar het feit dat b.v. de vrouw van één van de vier, die na haar eerste kind aan een postnatale depressie leed en nu weer zwanger is, haar zwangerschap tegen haar man verzwijgt en in het geheim voorbereidselen treft voor een abortus, geeft aan dat het voorval iets heeft bewerkstelligd in de landelijke gemeenschap, waardoor niets nog is zoals daarvóór. Door dit verhaal van Raymond Carver dus naar de Australische bush te verplaatsen heeft Ray Lawrence er een heel andere invulling aan gegeven dan in het grootstedelijke “Short cuts” van Robert Altman, waarin het ook reeds aan bod was gekomen.
LANTANA
In “Lantana”, een film van Ray Lawrence uit 2001, speelt de bush ook een belangrijke rol (zodanig zelfs dat de regisseur het nodig vond om de oorspronkelijke titel van het toneelstuk waarop de film is gebaseerd, “Speaking in tongues” van Andrew Bovell, te veranderen in de plaats waar het zich afspeelt, namelijk Lantana Bush in de nabijheid van Sydney), maar het mysterieuze element is hier herleid tot het essentiële whodunit-verhaal. Toch is er een overeenkomst met voorgaande film, want op een manier die aan “Short cuts” doet denken is hier de onderlinge geschiedenis van een vijftal koppels aan elkaar gelinkt.
IRRESISTIBLE
Uit 2006 dateert ook “Irresistible”, geschreven en geregisseerd door Ann Turner. Ook dit is een film die niet stopt op het einde, men zou zelfs kunnen beweren dat de film dan pas begint. In het begin lijkt het een “doorsnee” eternal triangle-drama met Susan Sarandon als Sophie Hartley en Emily Blunt als het groene blaadje Mara die het hoofd van haar baas Sam Neill (de echtgenoot van Hartley) op hol brengt. In het eerste gedeelte van de film gebeuren er daarnaast allerlei “rare dingen”, die later perfect logisch verklaarbaar zijn, maar op dat moment de indruk wekken dat we hier ook weer met magisch-realisme te maken hebben. Zoals gezegd, gaat de film nadien een heel andere richting uit, maar daarover kan ik niet veel vertellen zonder het plot weg te geven. Onthou alleen dat het zinnetje dat Maja tegen Sophie zegt: “I’m a liar, just as you are” de sleutel is om de film te doorgronden.
FATAL HONEYMOON
Misschien kan de specificiteit van de Australische films nog het best worden geïllustreerd met een Amerikaans-Australische coproductie die zich weliswaar grotendeels in Australië afspeelt, maar die toch met Amerikaanse straightforwardness werd gefilmd. Het gaat over “Fatal honeymoon” van Nadia Tass uit 2012. Alhoewel de kern van de zaak ook in mysterie blijft gehuld, werd het geheel met een bijna documentaire aanpak gefilmd. Ongetwijfeld heeft het ermee te maken dat het hier om een waar gebeurd verhaal gaat, waarbij de persoon die van moord wordt beschuldigd op zijn kersverse echtgenote (vandaar de titel uiteraard) nog altijd in leven is. Men voelt wel met de ellebogen aan dat de regisseur de thesis aanhangt dat hij wel degelijk schuldig is, maar ze is wel zo verstandig om dat nergens ook echt te laten blijken.
ORANGES AND SUNSHINE
Hetzelfde kan men zeggen van “Oranges and sunshine” van Jim Loach uit 2010. Ook hier gaat het om waar gebeurde feiten, die op een documentaire wijze werden verfilmd. Nu is het echter een coproductie met Groot-Brittannië. Het gaat dan ook om één van de grootste schandalen uit de Brits-Australische geschiedenis. Vanaf de jaren dertig tot de jaren zeventig werden Britse weeskinderen naar Australië overgebracht om daar (gratis, zogezegd voor kost en inwoon) te gaan werken voor een christelijke congregatie. Er werd hun “oranges and sunshine” voorgespiegeld, maar de realiteit was heel wat anders. De kinderen werden slecht behandeld (er was zeker sprake van kindermishandeling, maar wellicht ook van kindermisbruik, al wordt dit aspect in de film met de nodige schroom benaderd) dus dat was op zichzelf al een schande, maar de hele transactie kwam pas in de jaren vijftig aan de oppervlakte, toen bleek dat ook niet-weeskinderen tot die verhuis werden gedwongen. Meestal ging het hier om kinderen van ongehuwde moeders die door de ouders verplicht werden hun kind af te staan. De film met in de hoofdrol Emily Watson als Margaret Humphreys de “social worker” die de bal aan het rollen bracht en daardoor van alle kanten werd tegengewerkt, om niet te zeggen soms met de dood bedreigd, is zeer aangrijpend en valt volledig buiten de wat zweverige films die hier voor de rest vooral ter sprake komen.
THE SAPPHIRES
Ook geen “zweverigheid” in “The Sapphires” van Wayne Blair uit 2012, een soort van Australische “Commitments”, alhoewel er wel zo’n ritueel in voorkomt, zoals in “Jindabyne”.
1968 was the year that changed the world. And for four young Aboriginals from a remote mission this is the year that would change their lives forever. Around the globe, there was protest and revolution in the streets. Indigenous Australians finally secured the right to vote. There were the brothers in the States and the shock of a brutal assassination (Martin Luther King). And there was Vietnam. Sexy Cynthia (Miranda Tapsell), bossy Gail (Deborah Mailman), starsinger Julie (Jessica Mauboy) and “too white” (*) Kay (Shari Sebbens) are discovered by Dave (Chris O’Dowd), a talent scout with a kind heart, a lot of rhythm and a great knowledge of soul music. Billed as Australia’s answer to ‘The Supremes’, Dave secures the sisters their first true gig, and flies them to Vietnam to sing for the American troops. Remotely based on a true story (**), “The Sapphires” is a triumphant celebration of youthful emotion, family and music. (Based upon Goalpost Pictures in the IMDb)

Ronny De Schepper

(*) See “A man in full” van Tom Wolfe.
(**) There really was an Australian girl group in the 60s called The Sapphires but they only had three members not four. When they were invited to tour for the troops in Vietnam, two of the group declined due to their anti-war stance, so the remaining Sapphire drafted in her sister to help her out. The movie’s co-writer and associate producer Tony Briggs is the son of Laurel Robinson, a member of the real-life The Sapphires group.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s