Vandaag is het 95 jaar geleden dat Judy Garland werd geboren.

In de tijd toen de dieren nog spraken en men nog een moord zou plegen voor een goeie langspeelplaat i.p.v. voor een MP3-speler of een iPod, hield men op de redacties van de Engelse tabloids altijd een overlijdensbericht van Judy Garland achter de hand. En inderdaad, bijna anderhalf jaar voor Janis Joplin zou sterven aan een overdosis drugs stierf Judy Garland in juni 1969 een gelijkaardige dood. En, al was zij dan twintig jaar ouder, ook zij was te jong om te sterven. Even treffend in beide gevallen is ook de tragiek die de vermenging van privé en openbaar leven voor een “ster” met zich meebrengt. En daarenboven verscheen in het toonaangevende Amerikaanse rockblad “Rolling Stone” in datzelfde jaar een artikel onder de titel “Janis Joplin: the Judy Garland of rock’n’roll”. Volgens Janis’ omgeving was het bewust bedoeld om haar te kwetsen en het miste zijn effect niet: Janis viel ten prooi aan een depressie, waaraan zij enkel met drugs wenste aan te ontsnappen. Want de onafwendbare parallel was immers maar al te duidelijk. En wat meer is, ondanks de (al of niet vermeelde) kwade trouw van “Rolling Stone”: het artikel verdraaide nergens Janis’ woorden, men zou zelfs bijna kunnen zeggen dat ze het zelf had geschreven…
Judy GarlandEEN RIJZENDE STER
Het leven van Judy Garland kan trouwens worden vergeleken met de opbouw van een klassiek drama. In de noodzakelijke “expositio” maken we kennis met de personages, met name Frank en Ethel Gumm, een showbiss-koppel uit Grans Rapids in Minnesota, die hun drie dochters, Mary Jane (°1915), Virginia (°1917) en Frances (°1922) reeds heel vroeg de scène opjagen. Om de stress van de dagelijkse optredens aan te kunnen, geeft Ethel haar jongste dochter vanaf haar tiende verjaardag pepmiddelen, die dan ’s avonds met kalmeermiddelen dienen te worden geneutraliseerd. Die stress wordt ook in de hand gewerkt door het voortdurend verhuizen, want vader Gumm is eigenlijk homoseksueel en wordt dan ook geregeld betrapt als hij aan jonge mannen uit het publiek zit. Dan wordt het weer zoeken naar een nieuwe verblijfplaats. Uiteraard zorgde dit ook voor spanningen in het gezin, waardoor Frances haar hele leven lang op zoek zou zijn naar liefde en geborgenheid. Maar die zou ze nooit vinden, niet bij haar vijf echtgenoten en ook niet bij haar talloze andere minnaars en… minnaressen.
Daarna begint de “intrige” op de wereldtentoonstelling in Chicago (1934). Nadat de drie zusters daar per vergissing als “The Glum Sisters” (de norse zusters) worden aangekondigd, besluit de 12-jarige Frances zich voortaan Judy Garland te noemen. Judy naar een nummer van Hoagy Carmichael en Garland naar een bekend muziekrecensent uit die tijd (of hoe dacht u dat Els De Schepper aan haar naam was gekomen?). De twee oudere zussen haken af en moeder Gum zeult met haar dochter de filmstudio’s rond.
Reeds in 1935 heeft ze succes want Judy krijgt een contract bij MGM, nadat ze voor de laatste M (Louis Mayer) “Zing went the strings of my heart” heeft gezongen. Ik schrijf bewust dat het de moeder was die succes had, want voor Judy brak (op 13-jarige leeftijd reeds!) de hel aan. Ze moest vermageren, ze kon niet opgroeien zoals eender welk kind en, vooral, ze moest lijdzaam toezien hoe andere kindersterren zoals Shirley Temple of Deanna Durbin de kans kregen om te schitteren, terwijl zij, op een paar minuscule rolletje in onbetekenende films na, “in de wachtzaal” moest blijven zitten.
Aan die wachttijd kwam een einde toen Clark Gable op de set van “Gone with the wind”, waar zijn afscheidswoorden “Frankly, my dear, I don’t give a damn” nog weerkaatsten, zijn 36ste verjaardag vierde. Judy zong een aangepaste versie van “You made me love you” en mocht er meteen mee in de film “Broadway-Melody of 1938”. De regisseur van “The Wind” bood haar bovendien de hoofdrol aan in zijn volgende film “The Wizard of Oz”. Victor Fleming draaide “The wizard of Oz” dus met Judy Garland, al was oorspronkelijk Shirley Temple voorzien.
En zo zijn we dan bij de “climax” aanbeland. Samen met de andere MGM-kindster Mickey Rooney draait ze tal van films, tot ze in “Little Nelly Kelly” (Norman Taurog, 1940) voor het eerst de rol van een volwassene speelt. Op 28 juli 1941 treedt ze trouwens in het huwelijk met David Rose, de componist van “The stripper” (maar dat was pas in 1958, toen waren Garland en Rose al veertien jaar gescheiden).
Daarna speelt ze de hoofdrol in “For me and my gal” van Busby Berkeley uit 1942. Opgenomen tijdens de Tweede Wereldoorlog gaat dit verhaal wel degelijk over de Eerste Wereldoorlog (Kaiser Bill!) en ze speelt hierin een ietwat schlemielachtige vaudeville-artieste die achter Gene Kelly aanloopt, maar juist door de oorlogsomstandigheden tot het inzicht komt dat hij slechts een karakterloze Streber is. Zij heeft dan op haar beurt een heilzame invloed op hem, maar – om heel eerlijk te zijn – eigenlijk blijft ze toch nog wel steken in haar naïeve meisjesrol.
Ze huwt rond die tijd ook de twaalf jaar oudere componist Dave Rose, die haar zwanger had gemaakt. Louis Mayer was razend. Niet alleen omdat dit hoegenaamd niet strookte met de “carrièreplanning” die hij voor Judy in petto had, ook uit jaloezie, want Mayer had al van bij de eerste kennismaking geprobeerd haar in bed te krijgen. Samen met moeder Ethel kan hij haar tot een abortus dwingen. Omdat echtgenoot Rose te weinig tegenstribbelt, sterft ook de verhouding met Judy een snelle dood.
In 1944 ontmoet ze echter regisseur Vincente Minnelli, de zoon van een Italiaanse orkestleider en een Franse zangeres die door Arthur Freed uit Broadway naar Hollywood werd gehaald voor “Cabin in the sky”. Minnelli draait met haar “Meet me in St.Louis”, voor beiden vaak het hoogtepunt genoemd van hun artistieke carrière. Kort daarop treden ze samen in een huwelijk gearrangeerd door Louis Mayer, want Minnelli zelf was homoseksueel. Toch is het wellicht overbodig om erop te wijzen dat uit dit huwelijk Liza Minnelli is gesproten.
EEN VALLENDE STER
Maar dan komt de “peripetie”, de ommekeer. Op zeven jaar tijd had de 24-jarige Judy zo maar eventjes vijftien films opgenomen en zowel fysisch al psychisch kon ze dit niet aan. Pepmiddelen, de onvermijdelijk daarmee gepaard gaande slaapmiddelen en natuurlijk ook de drank maakten haar onhandelbaar.
De eerste tekenen manifesteerden zich bij “The Pirate” (1947), nochtans een belangrijke film met Gene Kelly en met een originele partituur van Cole Porter, waarbij de opnamen vertraagd werden door ruzie met de regisseur… toevallig ook haar echtgenoot. De breuk werd hersteld en samen begonnen ze nog “Easter Parade” (met Fred Astaire, in 1948), maar nog tijdens de opnamen stuurde ze Minnelli de laan uit en werd hij vervangen door Charles Walters (in de regisseurstoel wel te verstaan). Het huwelijk werd definitief de nek omgedraaid toen ze Minnelli met de klusjesman betrapte. Judy hield er haar eerste zelfmoordpoging aan over: ze sneed zich de polsen over, maar allicht overdwars in plaats van in de lengte van de ader, zoals iedereen wel weet. Net als Johnny Hallyday het ontelbare malen na haar zou doen, werd ze “op tijd gered”.
Maar dan ging het steeds meer bergaf, de “catastrofe” was niet meer te vermijden: in “The Barkleys van Broadway” (1949) moest ze na een paar opnamen reeds de plaats ruimen voor Ginger Rogers en een jaar later gebeurde hetzelfde in “Annie get your gun”, waar Betty Hutton de gelukkige invalster was.
Bovendien zorgde de opkomst van de televisie voor een algehele terugval van de bioscoopfilm. Judy had ook definitief gebroken met haar moeder (haar vader van wie ze méér hield, was reeds gestorven) en zat nu volledig onder de drugs. Ze kostte MGM meer dan ze opbracht en in 1950 werd ze dan ook aan de deur gezet.
Haar derde huwelijk met producer Sidney Luft zorgde voor een tijdelijke come-back (een dochter uit dit huwelijk, Lorna Luft, is ook een, zij het minder bekende, zangeres geworden). “A star is born” (uit 1954) is zeker haar beste, ernstige rol. Misschien omdat het thema haar niet onbekend was: een vedette (James Mason) zinkt weg in het niet door zijn grillen, zijn dronkemansbuien, zijn onbetrouwbaarheid.
Het was maar een tijdelijke heropleving. De val was niet meer te stoppen, ook al omdat ex-bokser Luft Judy thuis vaak als punchbal gebruikte. De mislukte zelfmoordpogingen waren dan ook niet meer te tellen (Liza Minnelli kocht voor haar verjaardag een maagpomp en bij de roddelpers lag de titel “Judy Garland gestorven door overdosis” reeds klaar).
Liza was ondertussen op 3 maart 1967 zelf gehuwd met de Australische entertainer Peter Allen (o.m. tekstschrijver van “I go to Rio”). Allen was ontdekt in 1964, toen Judy Garland hem in Hongkong zag optreden. Judy zelf was op dat moment gehuwd met Mark Herron, maar die had stiekem een verhouding met Allen… net zoals Judy zelf ongetwijfeld. Bovendien kon Allen het niet echt verwerken dat de carrière van zijn vrouw Liza een hoge vlucht nam (Academy Award voor “Cabaret” in 1972), terwijl hij in de schaduw bleef staan. Het duurde dan ook niet lang meer (tot 1974 om precies te zijn) voor de twee uit elkaar gingen. Allen, die 48 geworden is, is in zijn woonplaats San Diego op 18 juni 1992 overleden “aan een ziekte die met aids te maken heeft”.
Ook het huwelijk met Herron hield niet lang stand en toen probeerde Liza het een laatste maal met Mickey Deans, die haar als dealer uit de nood had geholpen. Hij had haar aan de illegale slaapmiddelen geholpen waarvan Judy er zes had ingenomen op 17 juni 1969 in haar huis in Londen. Toen ze even wakker werd, ging ze even naar het toilet, waar ze (verstrooid of doelbewust?) nog vier pillen slikte. Net als Elvis Presley later sliep ze in op het toilet en werd nooit meer wakker.
Ondanks haar afgang, had ze steeds een fanatieke aanhang behouden vooral in het travestiemilieu. Haar shows hadden nog succes ook al stond ze vaak dronken op scène. En toen ze uiteindelijk de roddelpers gelijk gaf door haar dood, dan nog slaagde ze erin meer mensen op de been te brengen dan Rudolph Valentino, toen die na zijn dood lag uitgestald. De begrafenis van Garland gaf overigens merkwaardig genoeg aanleiding tot bloedige rellen in Greenwich Village tussen treurende drag queens en de politie. Deze werden gereconstrueerd in “Stonewall” van Nigel Finch. Toen de film in 1996 op het Gentse Filmfestival te zien was, was de regisseur al overleden (aids?). De rellen zijn zowat de geschiedenis ingegaan als het begin van de Gay Liberation en worden nog steeds ieder jaar herdacht.
EPILOOG
Misschien vindt u desondanks dat de vergelijking tussen Janis Joplin en Judy Garland bij de haren getrokken is, omdat het Hollywood van Garland en San Francisco van Joplin twee werelden apart zijn. Maar dat is maar schijn, zoals véél schijn is in showbusiness. Waar het echt om gaat is het engagement dat er achter steekt. En zo doet het er uiteindelijk weinig toe of je musicals zingt of blues. Als je er maar echt achter staat. Als het écht is. The real thing.

Referentie
Ronny DE SCHEPPER, Judy Garland, een klassiek drama, De Rode Vaan nr.4 van 1984

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s