Het is al tachtig jaar geleden dat Jean Harlow, “the blonde bombshell”, op een tragische wijze om het leven kwam.

Jean Harlow (geboren als Harlean Carpenter op 3 maart 1911 in Kansas City) werd “the platinum blonde” genoemd naar haar derde belangrijke film, die ze in 1931 draaide in een regie van Frank Capra (*).
Als liefje van de gangster Longie Zwillman, die Harry Cohn geld had voorgeschoten om de alleenheerser te kunnen worden van Columbia Pictures, werd zij door diezelfde Cohn in deze film gelanceerd.
Ook Harlow had uiteraard te lijden van de Hays Code, die er gekomen was mede door de moord op haar echtgenoot Paul Bern, de Duitse regisseur. Die moord was gepleegd door diens eerste vrouw Dorothy Millett, die krankzinnig was verklaard. Enkele dagen later werd haar lijk gevonden in de Sacramento River. Aangezien ze helemaal geen middelen van bestaan had, was het Jean Harlow die voor de begrafenis en de grafsteen betaalde.
Door een melancholisch briefje dat men toevallig ter plaatse vond, heeft de studio er eerst op aangestuurd om de moord als een zelfmoord te laten doorgaan. Bern had voor MGM in 1932 nog “Grand Hotel” geproduceerd, die de oscar voor de beste film in de wacht sleepte. De slogan van deze film was: “Hierin zijn meer sterren te zien dan er aan de hemel staan” en bij wijze van spreken was het nog waar ook.
In 1932 speelt Jean Harlow haar beste rollen in “Red Dust” van Victor Fleming en “Red-headed woman” van Jack Conway.
Onder invloed van Hays moest de titel van haar film “Born to be kissed” worden veranderd in het meer onschuldige “The girl from Missouri”. Zijzelf was echter nogal preuts (ze las zelfs boeken met woorden van meer dan drie lettergrepen!) en vond dit dus helemaal niet erg.
Harlow was daarna ook nog eventjes getrouwd met Hal Rosson (1895-1988), de cameraman van o.a. “The Wizard of Oz”, “The Asphalt Jungle” en “Singing in the rain”.
In “Riffraff” (J.Walter Ruben, 1936) mocht ze eindelijk ook haar gewoon bruin haar dragen i.p.v. het geverfde blond.
Daarna speelde ze in 1933 nog in “Dinner at eight” van George Cuker en “The Bombshell”, opnieuw een film van Victor Fleming, deze keer met Frank Morgan als haar tegenspeler en Lee Tracy als haar meedogenloze impressario. Harlow speelt in deze satire op de filmindustrie immers een parodie op zichzelf.
Ze stierf reeds op 7 juni 1937 door bloedvergiftiging (eigenlijk: bloed in de urine door een nierprobleem), mede door het feit dat haar moeder lid was van een sekte die geneeskundige verzorging weigerde. Haar moeder stierf overigens exact 21 jaar later in hetzelfde hospitaal.
De film “Saratoga”, opnieuw van Jack Conway, waarin ze samen met Clark Gable (waarmee ze ook al in “Red Dust” had gespeeld) was te zien, diende te worden afgewerkt met een body double.
Producer Louis B.Mayer greep haar dood aan om te stoppen met erotisch getinte films en over te stappen naar “familiefilms”.

Ronny De Schepper

(*) Ze was eigenlijk ontdekt door Howard Hughes toen ze een bijrol vertolkte in drie Laurel & Hardy-films uit 1929 (“Liberty”, “Double Whoopee” en “Bacon Grabbers”). Hij lanceerde haar daarna in “Hell’s Angels” (1930). Daarna volgde ook nog een hoofdrol in “The Public Enemy” van William Wellman in 1931.

(Zeer) selectieve bibliografie
“Bombshell: The Life and Death of Jean Harlow” by David Stenn

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s