Het is vandaag zestig jaar geleden dat de Britse filmregisseur James Whale (rechts op de foto) op 67-jarige leeftijd verdronk in zijn zwembad. Volgens sommige bronnen was het zelfmoord.

Whale werd geboren in Dudley in Engeland. Na de Eerste Wereldoorlog ging hij aan het werk in de toneelwereld. In 1928 regisseerde hij het toneelstuk Journey’s End. Het succes van dat stuk leidde in 1930 tot een Amerikaanse filmversie onder regie van Whale. Daarna volgden nog de oorlogsfilm Hell’s angels en het oorlogsdrama Waterloo Bridge, gebaseerd op het gelijknamige toneelstuk uit 1930 van de Amerikaanse toneelauteur Robert E. Sherwood. In 1931 draaide Whale zijn eerste horrorfilm, tevens zijn bekendste prent, namelijk Frankenstein met Boris Karloff (links op de foto).
Daarna is er The old dark house naar een roman van J.B.Priesley wat vaak als eerste griezelthriller wordt beschouwd (zij het dat er ook komische elementen inzitten). Whale is overigens ook de maker van de eerste verfilming van Wells’ The Invisible Man (1933). Daarna volgen o.a. nog Bride of Frankenstein (1935) en The Man in the Iron Mask (1939). In 1941 regisseerde Whale zijn laatste prent, They dare not love. Hij was openlijk homo in een tijd dat dit nog niet echt zo hoorde, wat zijn leven er niet altijd makkelijker op maakte. En zo kwam hij op een trieste manier aan zijn einde, zoals we o.m. kunnen zien in de film “Gods and monsters” van Bill Condon uit 1999, waarin de Britse acteur Ian McKellen de zieke James Whale vertolkt, anno 1957. Geconfronteerd met zijn eigen sterfelijkheid, wordt Whale overspoeld met herinneringen uit zijn kindertijd, flarden uit zijn memorabele hoogdagen in het Hollywood van de jaren dertig en ambigue, bizarre figuren. In deze fictieve filmbiografie gaat men ervan uit dat de verdrinking eigenlijk zelfmoord was. Hiervoor wordt een psychoanalytische verklaring naar voren geschoven, die de verliefdheid van de oude regisseur op een jonge man, zijn traumatische ervaringen tijdens de eerste wereldoorlog en zijn creatie van de Frankenstein-mythe in de filmgeschiedenis met elkaar verbindt.
CENSUUR
Zoals elders gesteld dateren de twee grootste horrorklassiekers uit 1931. De impact daarvan kan o.m. geïllustreerd worden door een incidentje met de censuur in Engeland.
De censuur op films is in Engeland altijd groter geweest dan het censuur op theater, omdat film voor de arbeidersklasse was, terwijl het theater zich meer tot de middenklasse richtte. Zo wilde men ook de verspreiding van horrorfilms een halt toeroepen, maar toen “Dracula” en “Frankenstein” verschenen, kon de censuur niet meer optornen tegen de enorme populariteit van deze films. Toch werd erin geknipt. Zo moest de scène verdwijnen dat het monster van Frankenstein een kind in de rivier verdrinkt. Niemand protesteerde, aangezien de intellectuelen geen belangstelling hadden voor het genre en de andere mensen gewoon niet wisten dat deze scène verdwenen was. Om te illustreren hoezeer de zeden kunnen veranderen: toen Kenneth Branagh in 1994 zijn “Frankenstein” draaide, betreurde de studio (Columbia) dat hij de moord niet wat explicieter in beeld had gebracht!
Dat de eerste “golf” van horrorfilms samenviel met de opkomst van het fascisme is misschien geen toeval, evenmin als het feit dat de tweede “golf”, die zich in Engeland situeert met de Hammerstudio’s, samenvalt met het hoogtepunt van de koude oorlog. En bij de huidige, derde golf wordt er natuurlijk een verband gelegd met het fin de siècle en aids.
GRONDSTRUCTUREN
Wanneer we de hele serie griezelfilms onder de loep nemen, merken we dus dat bepaalde grondstructuren het genre domineren. Gewoonlijk is er een hoofdpersonage, dat door zijn uiterlijke gedragingen reeds angst zou moeten inboezemen. Dit kan zowel een mens als een dier zijn, vaak ook een dier-mens (een weer­wolf b.v.). In dat laatste geval overwegen de dierlijke eigen­schappen op de menselijke. Het primitieve komt naar boven en heeft het meestal gemunt op iemand van een hogere sociale klasse. Zo is er in 1961 in Engeland “The curse of the werewolf” van Terrence Fisher uit de befaamde Hammerstudio’s. Normaal spelen Peter Cushing of Christopher Lee in deze griezelfilms de hoofdrollen, maar deze keer is zowaar de jonge Oliver Reed de weerwolf. De Hammerstudio’s staan zoals gezegd bekend om hun koppeling van de horrorelementen aan erotiek. In deze film is Yvonne Romain de schone die door het beest wordt overweldigd. Een vergelijkbare thematiek vinden we ook terug in een film uit 1977, “The island of Dr.Moreau” (Don Taylor), gebaseerd op de roman van H.G.Wells, die eveneens recent werd overgedaan met Marlon Brando en Val Kilmer in de hoofdrollen maar met desastreuze resultaten.Een beter voorbeeld is “Twins of Evil” (Jan Verheyen heeft hem ongetwijfeld reeds op dvd). Deze film van John Hough is een typische “sexploitation movie” uit het begin van de jaren zeventig (1971 om precies te zijn) met in de hoofdrol good old Peter Cushing, maar het is natuurlijk vooral de tweeling uit de titel, goed voorzien van poten en oren, die deze film het bekijken waard maakt. (*)
Een tweede hoofdpersonage dat we vaak aantreffen is dat van een onsterfelijke parasiet, die zonlicht, spiegels en kruisen schuwt als de pest en enkel bezorgd is voedsel (d.w.z. bloed) voor zijn onsterfelijkheid te verzamelen. In tegenstelling tot het eerste personage is hij mooi, “een heer van stand”, en als dusdanig zijn vrouwen een gemakkelijke prooi voor hem.
Hollywoodfilms hebben altijd met Goed & Kwaad-clichés gewerkt, maar aangezien dat bij de cowboys en indianen nu niet meer zo voor de hand ligt en het duivelse communisme zichzelf heeft uitgeroeid, gaat men nu opnieuw op zoek naar de Boze in persoon, zijnde de duivel. Ook de duivel kan dus de hoofdrol vertolken, zoniet in eigen persoon (eventueel in het lichaam van een mens, b.v. “The Exorcist”) dan toch als vader van een dui­velskind (“The Omen”, “Rosemary’s Baby”) of als minnaar van een heks.
“Rosemary’s baby” (Roman Polanski) was overigens een film die blijkbaar “behekst” was en dat niet enkel wegens het onderwerp. Of misschien juist daarom. De moord op de zwangere vrouw (Sharon Tate) van de maker van de film (Roman Polanski) is bij iedereen gekend, maar het appartementsgebouw waarin gefilmd werd is, is de Dakota Building waarin later John Lennon en Yoko Ono zich zouden vestigen en bijgevolg dus ook de plaats waar John op 8 december 1980 werd vermoord. Misschien kwam het allemaal wel omdat men het onzalige idee had gehad de duivel (in de verkrachtingsscène) te laten vertolken door Anton LaVey, de stichter van de Satanskerk. LaVey had trouwens contacten met bepaalde leden van de Manson-bende die Tate hebben vermoord. Hij speelde ook de duivel in “Inauguration of the pleasure dome”, een film van Kenneth Anger met verder o.a. Marianne Faithfull, die ook al in “Ghost story” van Stephen Weeks was te zien, als de demone Lilith, terwijl Michael Cooper, de fotograaf van de Pepper’s-hoes (waarop o.a. de vooroorlogse duivelaanbidder Aleister Crowley afgebeeld staat), de camera hanteerde. Mick Jagger werkte mee aan de soundtrack, die hem trouwens inspireerde tot het schrijven van “Sympathy for the devil”.
Voor Angers vorige film, “Invocation of my demon brother”, had Bobby Beausoleil de rol van Lucifer vertolkt. Ook Beausoleil maakte deel uit van de Manson-bende. Nu komt Anger aan de kost met “onthullende” boeken over Hollywood-sterren. Hij stelt ook al enige tijd een (kleuren)fotoboek over de Manson-moorden in het vooruitzicht. Nu, als er één is die er foto’s heeft van genomen, zou hij het wel eens kunnen zijn!
Een vierde standaardtype is dat van de rondwarende geest, die al jaren zijn lichaam heeft verloren (na een gewelddadige dood of zelfmoord), maar nog steeds in het huis (of liefst een kas­teel) blijft “rondspoken” (in de meest letterlijke zin van het woord). “Highlander” is zo’n recent voorbeeld.
In het horrorgenre heeft men uiteraard ook altijd belangstelling voor het leven na de dood aan de dag gelegd. In “Flatliners” van Joel Schumacher met Julia Roberts en Kiefer Sutherland b.v. wekken een aantal medische studenten bij zichzelf een hartstilstand op om op ontdekkingstocht te gaan in het schemergebied tussen leven en dood.
Naast zombies (b.v. John Gilling uit de Hammer-studio met “The plague of the zombies” uit 1966) is een andere geliefkoosde levende dode de mummy, zoals in de klassieker van Karl Freund uit 1932 met Boris Karloff in de titelrol. Later zijn er nog tal van andere films rond dit thema zoals “The Mummy’s shroud” van Gilling (1967). Vermengd met claustrofobische angsten (uit een rijdende trein kan men zo maar niet verdwijnen) zit dit ook in “Horror Express” (Eugenio Martin). Mist heeft natuurlijk een even claustrofobisch effect, zo is er uit 1979 “The fog” van John Carpenter, die in 1986 ook “Halloween” draaide met Jamie Lee Curtis en Donald Pleasance. Veel grappiger zijn de “Gremlins” van Joe Dante of de “Ghostbusters” van Ivan Reitman, beide uit 1984.
De vijfde boosdoener, de psychopaat, komt al veel meer de werkelijkheid nabij. Zowel “The Texas Chainsaw Massacre” (1975) als “The Silence of the Lambs” zijn gebaseerd op reële feiten. Wanneer hiermee andere elementen worden versmolten, komt men gemakke­lijk in “grand guignole” terecht, zoals b.v. in de Freddie-reeks.
Rockmuziek, vooral hard-rock, heeft altijd belangstelling gehad voor het occulte. Denken we maar aan Black Sabbath.
Iron Maiden en Motörhead zorgen dan weer voor de muziek van “Phenomena”, een typische film van de Italiaanse cultgriezelfilmer Dario Argento. Deze keer gaat het over een lijkenetend insect “The Great Sarcofages”, waarmee een meisje (Jennifer Connelly) in paranormaal contact staat. Op aanraden van insectoloog Donald Pleasance wendt ze deze krachten aan om na te gaan wie al die jonge vrouwen vermoordt in Zwitsers Transsylvanië.
Ook Ed Wood (1924-1978) mag zich in een cultbelangstelling verheugen. Ed Wood was een regisseur van een vijftigtal horror- en SF-films uit de jaren vijftig die zo’n abominabel werk afleverde, dat het op de duur cultfilms werden, die iedereen toch wil zien. Zo is er b.v. “Bride of the monster” (1955) over een reusachtige octopus die Wood geërfd had uit een andere film. Alleen was één van de tentakels stuk gegaan en Wood vond er niet beter op dan er “het monster met de gebroken tentakel” van te maken. Een paar haar geleden heeft Martin Landau de oscar voor de beste mannelijke bijrol gekregen voor zijn interpretatie van Bela Lugosi in “Ed Wood”, want Lugosi was de favoriete acteur van Wood. Eigenlijk was hij het die Lugosi uit de goot (en de morfineverslaving) opviste, maar omgekeerd was het ook dankzij diens vriendschap dat hij in 1953 kon debuteren met “Glen or Glenda”. Eigenlijk had dit een film moeten worden over Christine Jörgensen, de Deen die in de jaren vijftig als allereerste een geslachtsverandering onderging. Maar Wood, die zelf een travestiet was en bij de landing van Normandië onder zijn uniform een beha en netkousen droeg, veranderde het script in zijn fascinatie voor angora-truien en vertolkte onder de naam Daniel Davis ook de hoofdrol.
Lugosi stierf tijdens de opnames van “Plan 9 from outer space” (1956). Wood voltooide de film met een stand-in die een kop groter was dan Lugosi en die een kap over het hoofd moest dragen omdat de gelijkenis ver te zoeken was.
In de jaren zestig schakelde Wood over op porno. Maar hij bleef zijn oude onderwerpen ook in dat genre trouw. “Orgy of the dead” (1965) was tegelijk een seksfilm (ik vermijd het woord “erotische film”), een horrorfilm en… een musical. Je kan hiermee lachen, maar is dit niet het recept voor “The Rocky Horror Picture Show” die een paar jaar later zal worden gedraaid? De hoofdfiguur Criswell is alleszins “a character”!
Bovendien moet men toegeven dat Wood zijn films tegen een hels tempo moest draaien: zes dagen was reeds een luxe, drie was meer de regel! Bij hem was het ook gebruikelijk dat zijn sponsors mochten meespelen in zijn films. In 1995 draaide Tim Burton over hem een aantrekkelijke bio-pic in zwart-wit met in de hoofdrol Johnny Depp.
Een gewild slechte film is “The attack of the killer tomatoes” uit 1980. Ook dit is een cultfilm geworden, omdat de maker David Miller eveneens de gedrevenheid heeft om films te maken net als Ed Wood. Daarom doet hij zowat alles (tot en met de vreselijke soundtrack – maar ook dàt weet hij: de dodende tomaten zijn namelijk enkel met een van zijn schlagers terug te dringen, een procédé dat door Kamagurka werd overgenomen in zijn reeks over Captain Wally) en waar het niet anders gaat doet hij een beroep op zijn familie en vriendenkring. “Uiteraard” moest er een opvolger komen, maar “The return of the killer tomatoes” uit 1988 van John De Bello en waarin de hoofdrollen worden vertolkt door John Astin, Rick Rockwell, John Witherspoon, Crystal Carson en… niemand minder dan een 28-jarige George Clooney, is misschien ook wel een gewild slechte film, maar het blijft op de eerste plaats toch gewoon een slechte film! Daarna volgden nog “Killer tomatoes strike back” in 1991 en “Killer tomatoes eat France” uit 1992, waarbij het telkens van kwaad naar erger ging, zodat we blij mogen zijn dat het uiteindelijk bij vier films is gebleven.

Ronny De Schepper

(*) Ik heb de film destijds opgenomen en pas nu (29/6/2011) bekeken. Eerst en vooral moet ik diegenen die op de term “sexploitation movie” zijn afgekomen, danig teleurstellen. Zo heel veel is er niet te zien, alleszins niet in verhouding tot de publiciteitsfoto’s die destijds werden verspreid. En dat heeft met de misleidende titel te maken. Ook al wordt de tweeling (Madeleine en Mary Collinson) geregeld “twins of evil” genoemd, eigenlijk is alleen Madeleine (als Frieda) “evil”, Mary (als Maria) is juist heel brààf. Dat maakt b.v. al dat de incestueuze lesbische scènes die in die publiciteitsfoto’s worden gesuggereerd, helemaal niet voorkomen. Madeleine heeft verder nog slechts in vijf films gespeeld, alle van erotische aard. En, je gelooft het nooit, ook Mary heeft slechts in zes films geacteerd: en wel alle zes dezelfde als die van haar zusje, zeker!

(Zeer) selectieve bibliografie
Jonathan Ross, The incredibly strange film book, Simon & Schuster, 1993.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s