Vandaag is het veertig jaar geleden dat de première plaatsvond van de eerste Star Wars-film van George Lucas.

Zoals men wel weet zijn de films niet in de “juiste” volgorde gedraaid. Daarom vertel ik het verhaal van bij het begin en niet vanaf de eerste film uit 1977, die trouwens oorspronkelijk enkel als “Star Wars” bekend stond en niet als “A new hope”, zoals men dat later beweerde. Toch was het verhaal wel degelijk zo gepland en zijn de latere pre- en sequels geen louter commerciële spin-offs. Het hele verhaal dat ik hier vertel had George Lucas destijds op veertien paginaatjes neergeschreven. De producers kozen er toen een passage uit die volgens hen het best kon worden verfilmd met de mogelijkheden van die tijd. Er werden wel veranderingen aangebracht. Zo werd de vernieting van de Death Star pas voor deel zes voorzien, maar Lucas had een spetterend einde van zijn eerste film nodig en schoof die ontknoping alvast een stuk naar voren.
Met de opbrengst van zijn eerste film kon Lucas overigens het special effects-bedrijf Industrial Light & Magic (ILM) oprichten en op die manier de filmeffecten uit de folklore halen. Dat was reeds duidelijk in de latere films, zoals dus “The phantom menace”, die in 1999 werd gedraaid, maar volgens het verhaal eigenlijk de éérste film is. Hierin blokkeren vechtrobots om onduidelijke redenen de planeet van koningin Padmé. Jedi-ridders Obi-Wan Kenobi en Qui-Gon Jinn schieten ter hulp en mobiliseren een leger dat eruitziet als amfibische flaporen. Tussendoor sturen ze de negenjarige Anakin Skywalker naar de Jedi-school. Daar bouwt deze de robot C-3PO.
In “The attack of the clones” (2002) zijn we tien jaar later en Anakin slaagt erin de vijf jaar oudere Padmé te verleiden door op een buitenaardse koe te rijden. Obi-Wan ontdekt een gekloond leger zonder herkomstbenaming. Palpatine, heer van de Sith, werkt zich op in de galactische senaat en zet de klonen en de Jedi in tegen de separatistische robots van graaf Dooku.
In “The revenge of the Sith” (2005) zijn we (net zoals in de realiteit) weer drie jaar verder. Obi-Wan verslaat de separatisten door op een buitenaardse hagedis te rijden. Maar het is reeds te laat: Palpatine kroont zichzelf tot keizer en laat de klonen op de Jedi schieten. Anakin, die aanpapt met Palpatine, valt in lava maar verrijst als Darth Vader. Padmé kan de schande niet aan. Obi-Wan verbergt haar tweeling Luke en Leia op gescheiden plaatsen.
Pas dan komt dus de originele film “A new hope” (1977) die zich alweer negentien jaar later afspeelt. De geadopteerde boerenzoon Luke Skywalker ontdekt dat de kluizenaar in zijn achtertuin Obi-Wan Kenobi is. De oude Jedi wijdt hem in in de aloude Jedi-kunsten. Samen met Han Solo (Harrison Ford) en diens vriend, de Wookie Chewbacca (ook Chew Tobacco, pruimtabak, genoemd), redt Luke prinses Leia (zonder te weten dat het zijn zus is) uit de klauwen van Darth Vader. Luke vernietigt de Death Star, het ultieme wapen van keizer Palpatine.
Net zoals in de realiteit zijn we opnieuw drie jaar verder als in “The empire strikes back” (George Lucas, 1980) Darth Vader met een soort van mechanische mammoeten de rebellen van hun ijsplaneet verjaagt. Prinses Leia kiest uiteindelijk toch voor Han Solo, wat makkelijk is, want anders zaten we met incest opgescheept. Maar Han Solo beleeft er niet lang genoegen aan, want hij raakt ingevroren. Luke van zijn kant vecht het uit met zijn vader en verliest zijn hand. C-3PO verliest dan weer zijn benen.
Ook “The Return of the Jedi” (Richard Marquand, 1938-1987) wordt drie jaar later gedraaid (1983) en speelt zich alweer drie jaar later af. Leia trekt haar mooiste gouden bikini aan om Solo uit de diepvries te bevrijden. Oorspronkelijk wou Lucas het personage van Harrison Ford laten sterven, maar na het succes van “The raiders of the lost ark” (1981), waarvoor Lucas overigens zelf het scenario had geschreven, kwam hij tot de overtuiging dat het grote publiek zijn helden wil zien verder leven. De Ewoks, een soort brabbelende teddybeertjes (deze film wordt in de wandeling vaak “The teddy bears have their picnic” genoemd), trekken samen met de rebellen de stekker uit de nieuwe, in aanbouw zijnde Death Star. Luke doet Darth Vader de ware kleren van de keizer zien, waarop vader en zoon onverwijld het boze imperium splitsen (sneller dan Brussel-Halle-Vilvoorde!). Keizer Palpatine en zijn volgeling Anakin sterven, zij het dat de laatste nog de kans krijgt zich te bekeren. Han en Leia kunnen eindelijk trouwen en C-3PO wordt als een god vereerd. Dat is ook logisch, want hij mag zowel de eerste dialoog uitspreken (in 1977) als de laatste (in 2005). Hij is samen met zijn vriend-robot R2-D2 ook het enige personage dat in alle zes de films te zien is. De jaren hebben nu eenmaal geen vat op robots… Alhoewel, met computers kan zelfs de leeftijd soms worden verschalkt: Ian McDiarmid kruipt voor het eerst in de huid van keizer Palpatine in 1983 en 22 jaar later speelt hij hetzelfde personage dat dan negentien jaar jonger is!
Ook met Yoda (met de stem van Frank Oz van de Muppets) kan genoeg worden gegoocheld, zodat die in vijf films voorkomt. Obi-Wan Kenobi van zijn kant komt ook in de zes films voor, maar wordt wel door twee acteurs vertolkt (Alec Guinness en Ewan McGregor). Beroemd is de scène (toen de computeranimatie nog niet helemaal op punt stond) waarin Guinness ook na zijn dood nog letterlijk een verschijning maakt in de film.
Normaal gezien zouden hierop nog drie afleveringen volgen maar het is zeer twijfelachtig dat dit er nog zal van komen. Anderzijds komt er wel een TV-reeks die de negentien jaar tussen deel 3 en 4 zal overbruggen. Lucas heeft ook de toestemming gegeven voor boeken die verder borduren op het verhaal. Zo krijgen ook Han en Leia een tweeling, die allerlei avonturen beleeft.
De Amerikaanse filmcriticus Jonathan Rosenbaum schrijft in zijn boek “Movies as politics” (1997): “Star wars heeft de idee gelanceerd van een oorlog waarin mensen volledig abstract zijn geworden. Zonder Star Wars was de Golfoorlog waarschijnlijk op een heel andere manier uitgevochten.”
Een vergelijkbaar universum is opgebouwd door Frank Herbert, de auteur van “Dune”, die door PS-voorzitter Philippe Busquin geregeld wordt geciteerd in partijteksten, omwille van zijn positieve ingesteldheid, maar daarmee wordt dan bedoeld dat gewezen wordt op gevaren voor het ecosysteem.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s