De Deense bariton Boje Skovhus viert vandaag zijn 55ste verjaardag…

In 1995 ging in de Vlaamse Opera in Gent “Le nozze di Figaro” in première met Boje Skovhus in de rol van graaf Almaviva. Daarom greep de firma Polygram deze gelegenheid aan om hun nieuwe versie van deze opera voor te stellen, omdat Skovhus hier dezelfde rol vertolkt. Het is de eerste Mozart-opera op CD opgenomen door Claudio Abbado en ook de verdere rolverdeling is impressionant, al blijven Cheryl Studer en vooral Cecilia Bartoli (als de ondeugende Cherubino!) een beetje onder de verwachtingen.
Skovhus was tijdens een informele babbel in de balzaal van de opera zo eerlijk om toe te geven dat hij puur toevallig in deze productie was beland. Samuel Ramey kwam namelijk niet opdagen en aangezien Skovhus in Wenen was voor een “Don Giovanni”-productie werd hij op staande voet ingeschakeld. “We namen onmiddellijk de finale van het tweede bedrijf op,” aldus de grote blonde Deen, “en tegen zes uur sprong ik op mijn fiets om net op tijd in de opera te arriveren om mij om te kleden voor de rol van Don Giovanni.”
Zijn vorige opname was “Die lustige Witwe” met John Eliot Gardiner, een heel andere manier van werken dan met Abbado, zo wist hij ook nog te vertellen. “Op de scène laat Abbado de zangers veel vrijheid, maar voor opnames is hij een Pietje Precies. Toch is het niet zo erg als werken met Riccardo Muti. Die moesten we altijd met maestro aanspreken. Als we dat bij Abbado deden, zei hij: zeg maar Claudio.”
Het was juist de Nozze die Skovhus in Wenen op scène heeft gebracht in een regie van Jonathan Miller, legde vooral de nadruk op het komische en Skovhus vindt dat dit ook in deze opname te horen is, al vind ik van niet, moet ik eerlijkheidshalve zeggen.
Hij heeft er geen moeite mee om zichzelf weg te cijferen voor een productie zei hij ook nog. In zijn opvatting is een zanger gewoon een instrument in handen van zowel de regisseur als de dirigent. Toch verschilt hij van mening met Peter Erckens, de dirigent van de Nozze in de Vlaamse Opera, over de tempi van de recitatieven van Mozart omdat hij met Charles Mackerras kort daarvoor een “Don Giovanni” had opgenomen met een heel nieuwe visie op deze tempi. “En Mackerras heeft gelijk,” aldus Skovhus, “en dat zal ik hem nog doen inzien.” Blijkbaar dus toch niet zo kneedbaar!
Net als alle bekende Denen (Marianne Rörholm en Lund Flemming b.v.) heeft Skovhus een opleiding gehad bij een 85-jarige naar New York uitgeweken Deen die zingen als een natuurlijke verlenging van de spreekstem ziet. “Ondanks het feit dat Deens een net zo onzingbare taal is als het Nederlands – in tegenstelling tot het Zweeds b.v. – hebben wij op die manier tal van goede zangers. Maar het komt vooral onze koren ten goede. Aangezien wij immers slechts anderhalve opera hebben (die van Kopenhagen, waar nota bene ook tenminste evenveel ballet en gesproken toneel wordt gegeven, en die van Aarhus, die slechts een half jaar rondtoert), komen deze mensen niet aan de bak en worden zij noodgedwongen lid van het radiokoor of zo.”
Skovhus zelf ging dan maar in Wenen wonen en brak er in 1988 door met “Don Giovanni” in de Volksoper. Dat zou ook zijn lievelingsrol blijven. “Omdat ik dan veel moet zingen. Men zegt wel eens dat operazangers opera eigenlijk vervelend vinden als ze zelf niet moeten zingen, maar dat is niet helemaal waar, want persoonlijk vind ik Cosi mooier dan Don Giovanni. Maar Guglielmo heeft daarin een vreselijke rol. Altijd tesamen met de tenor.”
Zit er in zijn Almaviva ook een stukje Don Giovanni, wilde iemand weten. “In iederéén zit een stukje Don Giovanni,” antwoordde Skovhus. “Iedereen wil flirten, wil verleiden, wil zien hoe ver hij kan gaan.”
In Wenen werd hij ook door Alexander Rahbari ontdekt die hem zijn eerste opname liet maken: “I Pagliacci” met Miriam Gauci. Hij lag twee jaar vast onder contract bij de Volksoper en zo kwam het dat hij te horen was in een Duitse versie van “Hamlet” van Ambroise Thomas, wat hij na de Vlaamse Opera in het Frans in Kopenhagen ging brengen. Het was voor het eerst sinds lange tijd dat hij nog eens in zijn vaderland was (en gezien zijn belangstelling voor het Deense voetbal is hij er blijkbaar toch nog aan verknocht) en dan nog bovendien met een stuk dat over “the great Dane” handelt! Skovhus tekende ook nog een contract van twee jaar bij de Staatsoper en van dan af was hij in beide huizen te horen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s