Vandaag is het precies 155 jaar geleden dat de Oostenrijkse toneelschrijver Arthur Schnitzler werd geboren. Hij was als het ware de belichaming van het fin de siècle-gevoel in het Wenen van rond de vorige eeuwwisseling.

Over het algemeen komen de doodsobsessie en de erotiek als reactie daartegen centraal te staan in het zogenaamde fin de siècle-gevoel. Alhoewel het doodsbegrip, het vergankelijke, de Götterdämmerung uiteraard prominent aanwezig is, is het tegelijk ook een periode van tabula rasa, van opnieuw van vooraf aan beginnen, van revolutionaire ideeën op artistiek en op maatschappelijk vlak. Kortom, de feniks die uit zijn asse herrijst. Het Wenen omstreeks 1900 was zeker de basis van het modernisme. Schrijvers, schilders en musici als Schnitzler, Klimt en Mahler verzetten zich tegen de oude traditionele waarden en verdedigden de toenmalige avant-gardekunst. Vooral Arthur Schnitzler (15/5/1862-21/10/1931) zal zich opwerpen als vaandeldrager van de beweging.
Vele lezers zullen zich wellicht wel herkennen in het feit dat het café dé ontmoetingsplaats bij uitstek was voor jonge intellectuelen op zoek naar een emotionele identiteit in een verwarde samenleving. En waarover praten zij? Niet over Biotex, maar over verdrukte seksualiteit en de prostitutie en de armoede die de andere kant van de pracht en praal van de keizerlijke metropool vormden. Deze verdoezeling door vals sentiment werd door de psychoanalyse van Freud, de maatschappijkritiek van Karl Kraus, de filosofie van Wittgenstein en de erotische kunst van Klimt en Schiele ontmaskerd.
In 1894 schrijft Ludwig Quidde zijn politieke satire “Caligula, eine Studie über römischen Cäsarenwahn”, maar Wilhelm II herkent zich erin en laat de auteur wegens majesteitsschennis veroordelen.
Kort daarna, met name in 1900, is het de beurt aan Arthur Schnitzler om zich een proces voor “erotomanie” op de hals te halen met het toneelstuk “Reigen”. Een opvoering zou dan ook uitblijven tot op het einde van 1919, nadat de Habsburgers en de Hohenzollerns van de troon waren verjaagd. Op 23 december om precies te zijn, ging in Berlijn “Reigen” van Arthur Schnitzler in première. De goegemeente herkende zich in dit stuk waarin symbolisch een geslachtsziekte wordt doorgegeven, was geschokt en het ene proces volgde op het andere. Maar uiteindelijk ging Schnitzler toch vrijuit, maar ook dan zou het stuk van deze “joodse pornograaf” nog zoveel ophef veroorzaken dat Schnitzler zelf alle verdere opvoeringen verbood, pas in 1981 als zijn werk “publiek domein” wordt, wordt het opnieuw opgevoerd.
Ondertussen had hij in het zelfde jaar als van “Reigen” (1900 dus) ook de novelle “Leutnant Gustl” gepubliceerd, waarin hij (niet zo onverwacht als volgeling van Freud) de “innerlijke monoloog” introduceert, al zou vooral James Joyce zo’n twintig jaar later met die eer gaan lopen…
“Het wijde land” dateert van 1911, maar net als het bekendere “Reigen”, dat vroeger reeds in het NTG werd opgevoerd als “Rondedans” en tweemaal werd verfilmd als “La Ronde” (*), is het nog altijd brandend actueel. Het geliefkoosde thema van Schnitzler is immers de verhouding tussen man en vrouw en dat komt ook hier weer uitgebreid aan bod. Het belang van Schnitzler ligt in het feit dat hij reeds in het begin van deze eeuw de hypocrisie van de heren der schepping aankloeg die ontrouw en overspel als heel normaal beschouwden… voor henzelf. Maar wee hun echtgenote, die thuis gelaten met de pantoffels moest zitten wachten.
Vanuit theatraal standpunt was de opvoering in het NTG dubbel interessant. Enerzijds is het stuk in Vlaanderen nog niet aan bod komen, op een paar reisvoorstellingen door Nederlandse gezelschappen na. Anderzijds betekent het ook het regiedebuut van Guy Van Sande, terwijl Luk Perceval zich op eigen aanvraag bekwaamt in de lichtregie. De première had plaats op 13 januari 1996.

Ronny De Schepper

(*) In 1950 door Max Ophüls met o.a. Simone Signoret, Danielle Darrieux en Gérard Philippe en nadien in 1964 door Roger Vadim op basis van een scenario van Jean Anouilh met Jane Fonda, Françoise Dorléac en Anna Karina. In de jaren negentig schreef de Belg Philippe Boesmans een opera op basis van de tekst van Schnitzler. Hij werd gecreëerd in de Muntschouwburg. In 2008 volgde een nieuwe film: “Berliner Reigen” (foto).

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s