In de r.v. nr 15 lieten wij Roger van Ransbeek zijn nieuwste stuk De Schuldvraag voorstellen, dat toen in première ging in de Antwerpse K.N.S. We besloten het korte vraaggesprek toen met de belofte u op de hoogte te houden van wat onze Antwerpse theatercorrespondent Piet Loose ervan vond en met heel wat vertraging heeft deze recensie ons pas nu bereikt. Ondertussen is de reeks reeds afgelopen, maar belofte maakt schuld, daarom toch nog dit korte uittreksel:

« De Schuldvraag is in de regie van Martin Van Zundert een goed theaterstuk geworden. Het vraagt wel de aandacht van de toeschouwer die zijn oor wil lenen voor de complexiteit waarin een enkeling verzeild kan geraken wanneer hij zichzelf tracht te verrechtvaardigen los van de maatschappelijke contekst waarin hij leeft. De twee perioden werden over elkaar heen gemonteerd, zodat het geheel tijdloos wordt. Verleden en heden vloeien als vanzelfsprekend in elkaar. Decor (J. Bogaerts) werd tot het minimum herleid en zorgt samen met een voorbeeldige lichtregie voor de visualisering van het tijdsbeeld waartegen de gebeurtenissen zich afspelen.
De vertolking door Willy Van Der Meulen en Tine Balder, en Marc Janssen en Veerle Wijffels (in flashback), is wars van oppervlakkigheid of een teveel aan dramatiek. Alleen naar het einde toe wordt dit even geweld aangedaan. De auteur laat de oude Jan er finaal onderdoor gaan met zijn bijtende schuldvraag. Deze wordt zo nadrukkelijk gesteld en steeds weer herhaald dat het antwoord eigenlijk voor de hand ligt. En dat was niet helemaal de bedoeling, dachten we. Alhoewel. »
Troont Jan met zijn (te ?) verregaande integriteit een beetje boven « de massa » uit als een « fool on the hill », dan laat Gildas Bourdet zijn stuk « Station service » openen en besluiten door een « echte » fool. De betekenis hiervan ligt echter niet op het morele vlak. De achterlijke jongeling Tuut zuipt, vreet, vecht, vloekt en masturbeert evenveel als de andere personages die het door een vliegveld van de « bewoonde wereld » afgesneden « pompstation » (zo werd het door het Hollandse Publiekstheater gespeeld) bevolken. Ook al vindt dramaturge Marianne Van Kerkhoven in het N.T.G.-programmaboekje van wel. Maar toch geeft ook zij toe dat het nog meer is omdat Tuut « de taal niet meester is ». En « taligheid en verlangen of beter taligheid en het verhullen van verlangen : daar draait het om in Une Station Service. »
Precies. Is Bourdet immers ook niet de auteur van de fameuze Sapeurloot, die in ons blad als « vulvaginaanminnig fabelzaam » werd omschreven in een recensie die taalkundig even briljant was als de vertaling van Pjeroo Roobjee zelf, maar waarmee ik het voor de rest totaal oneens was, want buiten die « taligheid » had de Sapeurloot niets te bieden dan pure verveling.
Dat is met Station service zeker niet het geval. Hier komt de humor immers vanuit de onderbuik en niet vanuit de (vermeende) grijze schors. De diverse personages en hun emotionele relaties zijn even clichématig, maar precies omwille van de (agressieve) taalspelletjes blijf je deze keer geboeid tot op het einde. De newspeak van de Sapeurloot is immers wel briljant om er anderhalve kolom van de r.v. mee te vullen, naar niet een volledig toneelstuk.
Als taal zo belangrijk is, dan was het zeker geen overdreven luxe voor het NTG om Georges Adé de opdracht te geven een nieuwe vertaling te maken i.p.v. de Hollandse (Frans van Woerden) eventueel aangepast over te nemen. Adé heeft gepoogd een soort « Algemeen Zuid-Nederlands » te schrijven, maar dat is hem niet helemaal gelukt, aangezien een en hetzelfde personage nu eens dicht aanleunt bij het A.N. en dan weer eerder de dialectische toer opgaat. Of zou dat soms de fout zijn van regisseur Jos Verbist, die de touwtjes niet strak genoeg in handen zou hebben gehouden ? (Adé gaf op de persconferentie immers een voorbeeld van hoe het niet moest en precies die geciteerde uitdrukking — « ik ben schuppes » — kwam herhaaldelijk weer).
Met Verbist komen we immers ook na deze tweede regie nog niet in de reine. Bij de eerste (Marivaux) die hij deed samen met Herman Gilis gingen we ervan uit dat zijn opvatting helemaal in de lijn van Gilis lag ofwel dat hij zichzelf had weggecijferd, want Door de liefde verrast was een typisch Gilis-product. Dit werd alleszins nu bevestigd, want van die absurd-groteske ingrediënten kregen we deze keer niets te zien, ook al was daar zeker aanleiding toe. Wat evenwel niet wil zeggen dat we een « naturalistische » interpretatie zouden afwijzen, al was het maar omwille van het alweer prachtige decor in die stijl van Marc Cnops. Maar we hebben ook nu de hand van Verbist niet gevoeld. We hadden de indruk dat de acteurs totaal aan zichzelf waren overgelaten, wat uiteraard ongelijke prestaties met zich meebracht, zelfs binnen éénzelfde rol. Met klasbakken als Versyp, Moeremans, Thys, Olaerts en anderen was dat echter geen onoverkomelijke handicap, vandaar…
Gelukkig dat het verhaal van « de drie zusters » van Bourdet vol met clichés steekt, want we zijn er door plaatsgebrek alweer niet toe gekomen er ook maar een deeltje van te vertellen. Maar Guido Lauwaert is ons nog gunstiger gezind. Hij transponeerde voor zijn Alex het bekende Macbeth-verhaal naar een Gentse school. Daar wordt er uiteraard niet om de Schotse kroon, maar om de directiezetel gevochten. En het meest verwonderlijke is nog dat dit niet eens zoveelherwerking vergt, al moesten de heksen daarvoor wel feministen worden…
Misschien heeft hij de inspiratie hiervoor wel gevonden bij het feit dat zijn acteurs niets minder zijn dan… middelbare scholieren. En het dient gezegd, na aanvankelijk wat begrijpelijke trak slaan ze er zich meer dan behoorlijk doorheen. Tenslotte blijft het drie uur acteren op het scherp van de snee ! Lauwaert heeft ter verpozing wel gezorgd voor slapstickscènes, voor muziek van The Beatles (jawel, « The fool on the hill » o.a.), ja zelfs voor een « vermenigvuldigingsdans » met het publiek op « Sad-eyed lady of the lowlands » van Bob Dylan. Onvermijdelijk zitten er echter ook mindere passages in (de monologen zijn zwaar om te worden gedragen door zo’n frele schouders), maar toch verdienen deze jonge mensen een aanmoediging. Dat zal dan wel moeten gebeuren op uitnodiging (tel. Proka 091/23.81.02). En, oh ja, voor wie zich stoort aan de nogal talrijke drug- en zuipscènes : het is beter ze te « spelen » dan ze echt mee te maken…

Referentie
Ronny De Schepper, The fool on the hill, De Rode Vaan nr.19 van 1987

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.