Peter Brants speelde contrabas bij het Filharmonisch Orkest van Vlaanderen toen ik hem heb ontmoet. Dat was tijdens een initiatiedag die speciaal voor schoolgaande jeugd was bedoeld. Tijdens het middageten werden de muzikanten over de diverse tafels verspreid en aan de tafel waar ik ook was aangeschoven, bleek dit dus Peter Brants te zijn.

“Op school achtte men mij tot vanalles in staat, behalve juist muziek!” zo begon hij. “Maar mijn vader speelde piano in het cabaretcircuit en mijn oudere zus ging naar het conservatorium en ik vond dat die teveel aandacht kreeg. Daarom ging ik zelf ook naar het conservatorium. Weliswaar voor cello en niet voor contrabas, want dat is nu eenmaal geen instrument waar je op jonge leeftijd voor kiest. Maar mijn grootvader had een contrabas staan en dat intrigeerde mij.” Als bassist opteer je echter sowieso voor een orkestcarrière merk ik op, met een cello kon je ook nog als solist terecht.
“Inderdaad,” zegt Peter Brants, “ik heb heel doelbewust voor een orkestloopbaan gekozen. Dat vergt een bepaalde instelling. Sommige solisten zijn totaal onbekwaam om in een orkest te spelen. Omdat zij zich niet aan het gezag van een dirigent kunnen onderwerpen. Je speelt immers zijn interpretatie en niet de jouwe. Een orkestlid die de show tracht te stelen is dus eigenlijk daar niet op zijn plaats.”
Maar is dat dan niet vervelend?
“Nee, want iedere dirigent is weer anders, benadert een partituur weer anders. En dat is zeer boeiend.”
Ikzelf moest wel naar klassiek luisteren, willen of niet, maar nu zijn de ouders juist die van mijn generatie, de jaren zestig dus, en die houden zelf meer van popmuziek dan van klassieke muziek. Peter Brants: “Popmuziek werkt hypnotiserend en dat kun je graag ondergaan of niet graag ondergaan, dat hangt van persoonlijke smaak af. Op het conservatorium raadt men het ons wel af om ons daarmee bezig te houden, maar uiteindelijk doe je daar toch nog mee wat je wil. Het kan zelfs heel ontspannend zijn, als ik een hele dag met klassieke muziek ben bezig geweest.” Eigenlijk houdt Peter echter meer van jazz, maar “ik speel het zelf niet, want als je dat goed wil doen, dan moet je daar ook veel tijd insteken.”
“Het gaat misschien niet samen?” vraagt een meisje.
“Toch wel, ik ken genoeg free-lance bassisten die de twee doen,” zegt Peter, “maar als orkestlid vraagt het gewoon teveel tijd. En dan heb ik er meer plezier aan van er gewoon naar te luisteren dan de twee maar half goed te doen.” Peter beklaagt zich wel over de slechte akoestiek die er vaak in de zalen is. “En de klank wordt al zo geabsorbeerd door de kleren die de mensen dragen!”
Dus, zeg ik, de oplossing is naakt naar concerten komen.

Referenties
Ronny De Schepper, “Bij pop zie je de muzikanten zich amuseren”, Graffiti nr.66 van mei 1992

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.