Op 1 mei 1987 ging in Nederland « Tricolore triste » van de Internationale Nieuwe Scène, in première.

Pas tijdens de Gentse Feesten kwam het stuk voor het eerst naar Vlaanderen. Een eigenaardig tijdstip voor toch een soort van première zou je normaliter denken, maar die visie is aan herziening toe. Haast dagelijks was de (indrukwekkende) circustent van de INS uitverkocht en een staande ovatie was meestal hun deel. Voor wie had gedacht dat het succes in Nederland eigenlijk te danken was aan het feit dat « die domme Belgen » in dit stuk nog eens ten overvloede tonen hoe dom ze door al die eeuwen heen steeds geweest zijn, zou deze enorme bijval toch een teken aan de wand moeten zijn dat de INS er, na een aantal mindere stukken, weer stààt.
Wel, tegen deze gangbare opinie in, moet ik helaas de mijne plaatsen. Helaas jawel, want eigenlijk vraag ik natuurlijk ook niet liever dan dat het het politieke vormingstheater in het algemeen en de INS in het bijzonder opnieuw voor de wind zou gaan. Maar niet alleen stel ik me grote vragen bij de dramatische kwaliteiten van dit stuk van de hand van Charles Cornette, ik heb vooral de grootste twijfels over de politieke bewustmaking of het mobiliserende effect dat ervan zou moeten uitgaan. Laten we een aantal zaken even op een rijtje zetten.
Eerst en vooral is er uiteraard het thema, de zoveelste keer dat de geschiedenis van ons landje op de gekende karikaturale manier wordt uitgebeeld. Als men dan op de koop toe nog begint met Adam en Eva, dan heb je het eigenlijk al bekeken… Veel zal dus afhangen van de vormgeving. Het meest positieve daaraan is dat de INS dankbaar gebruik maakt van de faciliteiten die hen ter beschikking staan in de circustent. Want dat men zich niet vergisse: dit prachtige decor (annex een reeks caravans zoals een heus circus, alleen de wilde dieren ontbreken nog) heeft niets vandoen met het armzalige tentje waarmee b.v. een Vuile Mong nu al jaren de baan op moet. Dat steekt toch de ogen uit, vind ik, vooral als de tol daarvan b.v. is dat de toegangsprijs vrij hoog ligt (230 fr) en een programmaboekje van 100 fr bijna noodzakelijk is, want van de liedjesteksten snap je gewoontegetrouw geen barst. Vroeger zou het verschil in grootte-orde gewoon overeengekomen zijn met het artistieke peil, maar de jongste twee, drie jaar is dat m.i. alleszins niet meer het geval.
Nu, dat wil niet zeggen dat die circustoeren meteen ook op hun volle waarde worden aangewend. Het trapezenummertje met de bisschop die zijn mijter verliest en Napoleon op zijn trampolinebed stijgen qua humoristisch niveau niet uit boven de grappen en grollen van een Louis de Funès, die in linkse kringen toch op niet veel bijval kan rekenen. Het steltlopen daarentegen was wél functioneel. De bloedrechtbank van Alva kende daarom terecht het meeste succes, ook al werd ik er zelf niet door gegrepen. En evenmin — op een andere manier dan — was dat het geval bij het humoristische hoogtepunt, namelijk de twee soldaten in de loopgraven van W.O.I. Tussen haakjes: ik vind het eigenlijk niet erg kies om juist deze tragische passage uit onze geschiedenis klownesk voor te stellen. Maar dat was niet de echte reden, wel dat ik een « déjà vu »-ervaring had : ik had het al ergens gezien. In dit geval kan ik het referentiepunt niet thuisbrengen, maar op andere momenten wel. Zo « citeert » men zo vaak en zo nadrukkelijk uit het eigen « Mistero Buffo » dat men zich na vijftien jaar toch mag afvragen of deze (inderdaad schitterende) bladzijde nu eindelijk niet mag worden omgedraaid.
Tot zover de puur theatrale kritiek, al wil ik er nog een kritische noot(!) over de muziek aan toevoegen, omdat die het best als overgang kan dienen voor een aantal politieke opmerkingen. Men werkt namelijk met drie muzikanten: de vertrouwde accordeonist Bernard Van Lent, gitarist Leo Wijnkamp en percussionist Rifi Kythouka. Uit de opsomming alleen al blijkt dat het tussen dit ratjetoe niet kan klikken. Ook al is er zgz. één componist (Antonio Infantino), de volksmuziekdeuntjes van Van Lent en de exotische klanken van Kythouka botsen geregeld. Deze laatste mag wel even een solonummertje doen (« Freedom now »), maar op de aansporing om mee te zingen gaat niemand in de tent in. Evenmin trouwens wanneer zij worden verzocht om de Internationale te zingen of om te scanderen « Het geld halen waar het zit ». Een apolitiek publiek dat enkel op de grappen afkomt? Voor een groot deel zeker wel, maar ook de anderen hebben gelijk dat ze aan dergelijk afreageren van frustraties niet meedoen. Slogans roepen heeft natuurlijk zin tijdens betogingen of zo, maar in een tentje lekker bij elkaar? Dan kan je net zo goed op je appartementje staan kelen !
Het politieke niveau van dit stuk ligt trouwens zeer laag. Nu mag je natuurlijk zelfs niet van vormingstheater gaan verwachten dat men de meerwaardetheorie van Marx in theatertermen vertaalt, maar veel simpeler dan de geschiedenis herleiden tot een antagonisme tussen zij die macht hebben en zij die er geen hebben, kan men toch niet gaan vind ik. Vooral als dit magere gerecht dan nog eens flink wordt overgoten met de typische antiklerikale saus waarvan de INS het exclusieve recept bezit (denk aan « Teledeum »), dan loop je toch de kans op een indigestie. Bijna zou je de paar mensen kunnen begrijpen die nog voor de pauze geshockeerd de zaal verlaten. « Ik wist wel dat ze tegen de kerk waren, maar dat ze het zo dik in de verf zouden zetten… » ving ik toevallig op. Kijk, persoonlijk ben ik niet erg gepassioneerd door deze problematiek, noch pro noch contra, maar ik vind wel dat op een moment dat bijna alle linkse partijen ervan overtuigd zijn dat het geloof geen splijtzwam meer kan zijn en dan ook contact zoeken met gelovigen, gaande van gematigde Doorbraak-figuren tot de meer gepolitiseerde Kristenen voor het Socialisme, dat de INS zich even over haar politieke functie mag bezinnen (wat in deze contekst wel het juiste woord is!). Of zou de ganse opvoering dan toch kunnen worden samengevat in de woorden van iemand die inderdaad in de wolken was, maar mijn politieke bezwaren wegwuifde met de opmerking: « Politiek? Ach, zij willen de mensen alleen maar wat amuseren, meer moet je daar niet achter zoeken… »
Overigens dient een deel van het succes van de INS wel degelijk verklaard door de Gentse Feesten-atmosfeer. In die periode heeft blijkbaar alles succes. Zelfs een poëzieprogramma kan dan volle zalen trekken. Zoals « Aan & uit » van Frank Degruyter in Arca. Ook hij mag dus op onverdeeld succes rekenen. Het verschil met wat voorafgaat is dat ik mij deze keer wél aansluit bij het koor van lof. Zij het (om maar meteen toch ook de kritiek te signaleren) dat ik me ook kan vinden in het voor de hand liggende « verwijt » dat het allemaal nogal braaf is, vooral dan de chanson-bijdragen, die nieuw zijn, maar helaas geen verbetering betekenen. Zijn begeleiders Rik Debonne (piano) en Patrick Vankeirsbilck (fluit) musiceren trouwens op dezelfde manier: accuraat maar braaf.
« Aan & uit » is een programma over relaties en al wordt de titel nergens expliciet verklaard, alle mogelijke allusies (kleren aan en uit, licht aan en uit, verhoudingen aan en uit) gaan wel in dezelfde richting. Misschien slaat hij juist op het geheel van al deze interpretaties…
Hoe dan ook, het is de aanleiding voor een handige collage van gedichten van Hans Lodeizen, Hans Andreus, Roel Richelieu van Londersele, Adriaan Magerman, Degruyter zelf en nog tal van anderen — zo handig dat mijn eerste indruk, namelijk dat ik het wel de baas zou kunnen zonder voortdurend op het programma te spieken, vals is gebleken, zodat ik nu slechts een globaal oordeel kan vellen (enkel de gedichten van Herman De Coninck — en natuurlijk ook de twee « verhalen », nl. « Orfeus en Euridike » en « Floris en Blancefloer » — zijn me als afzonderlijke entiteiten bijgebleven, wat in het geval van De Coninck toch wel wijst op een zeer eigenzinnige/fijnzinnige formulering).
En dat oordeel is dan dat Degruyter zich vooral thuisvoelt in het lichtere genre. Hij beweegt zich dan (ook fysiek) als een vis in het water en het publiek hangt als het ware aan zijn lippen. Ik ontzeg hem evenwel niet de capaciteit om ook diepgang te brengen, maar misschien vormden in dit geval de ernstige (en dan nog doodernstige!) gedichten een zo kleine minderheid, dat ze het in het superlichte geheel en, niet te vergeten, ook omwille van de feestelijke stemming van de toeschouwers, minder konden maken. Misschien kan Degruyter b.v. eens aan een « winterprogramma » denken om ons dat facet van zijn persoonlijkheid te laten ontdekken, maar anders zie ik hem graag volgend jaar rond deze tijd weer met een dergelijke lichtvoetige bloemlezing.
Veertien dagen later had ik Charles Cornette aan het lijntje…
«Tricolore Triste», de nieuwe productie van de Internationale Nieuwe Scène (INS), oogst zoals gezegd (zie rv nr 31) een opvallend publiek succes. Het omstreden stuk speelt telkens voor een volle zaal. Of moeten we « voor een volle tent » zeggen? De jongste dagen hoorden we echter steeds sterker wordende geruchten als zou de INS te kampen hebben met zware financiële problemen. Opheldering omtrent deze schijnbare paradox, vroegen we aan Charles Cornette, die samen met Hilde Uitterlinden de artistieke leiding van het gezelschap uitoefent.
Charles Cornette: Die « paradox » is vlug verklaard. We brengen doorgaans grote producties in een tent, waarmee we rondreizen. Om zo’n project te realiseren, heb je heel wat mensen en materiaal nodig. Op het ogenblik hebben we 34 mensen in dienst. We spelen al jaren haast altijd voor een volle tent, maar zelfs met al deze inkomsten kunnen we niet zelfbedruipend werken. Al die jaren werken we al onderbetaald, in zeer lange werkdagen, in een benarde infrastructuur. In de oude caravans regent het zelfs binnen. We willen echter blijven verder werken, maar dat mag ons dan niet onmogelijk gemaakt worden. De INS zal hoe dan ook verder blijven bestaan, maar of we na oktober van volgend jaar ooit nog een tentproject zullen kunnen opzetten, is nu erg onzeker geworden. Voor volgend zomerseizoen is er al een tournee gepland met het huidige stuk « Tricolore Triste ». We wilden ook in de winter een nieuwe groots opgezette productie brengen. Dat kan echter niet. We zullen deze winter een herneming brengen van « Als het et ware toevallig een vrouw, Elisabeth » van Dario Fo. Een tiental acteurs zullen dan vier maand moeten gaan stempelen. In april kunnen zij opnieuw in dienst als we weer gaan reizen met de tent. Maar ik weet niet of het mogelijk zal zijn om na die tournee nog te werken in de tent.
— Is het niet raadzamer de energie te kanaliseren naar de zaalproducties?
Ch. Cornette:
In een tent optreden is iets heel anders dan in een zaal spelen. We hebben nu wel het Zuiderpershuis, waar we een ruimte willen maken om zelf te spelen en andere groepen uit te nodigen. Maar we willen niet het zoveelste theatertje worden in Antwerpen. De tent heeft echt haar functie bewezen. In de tent komen veel mensen die nooit een schouwburg binnengaan. Het is zelfs al tientallen keren gebeurd dat toeschouwers ons komen vertellen dat ze na een bezoek aan de tent ook naar andere theaters zijn beginnen gaan. Omdat ze « theater » ontdekt hebben in onze tent. Als reizend gezelschap kunnen we ook in culturele centra of schouwburgen spelen. Dat kan één avond, niet meer. Met de tent blijven we ten minste drie dagen en we leven dan ook in die gemeente. Zo ontstaat een heel ander contact met het publiek, met de werkelijkheid, waar we trouwens de inspiratie en de thema’s halen voor ons theaterwerk.
In bestaande schouwburgen komen we ook wel eens, maar we halen er bijna nooit volle zalen, wat in de tent nu net wel gebeurt. Dat is nog maar eens een bewijs dat de tent een heuse promotie voor theater in het algemeen is. Wij brengen volkstheater. En de tent is daarin een belangrijk element. We willen terug naar een traditie van het spelen op de markt. Omdat het hier zo vaak regent, moet je er wel een zeil over spannen. We zijn echter marktspelers. Dat is ook de vorm van ons theater, maar dan wel vertaald naar het leven anno 1987.
— We mogen nu wel besluiten dat u de Nieuwe Scène niet de rug toekeert. Toch gaat u samen met Hilde Uitterlinden voor enkele maanden in het Nederlandse theatergezelschap Globe acteren.
Ch. Cornette:
Dat doen we terwijl het hier vakantie is. Op die manier kunnen we ons ook vijf maanden schrappen van de loonlijsten van het INS. Wat alweer een besparing oplevert. Dat mag echter geen gewoonte worden. Nu moeten we elders gaan werken om de INS te laten besparen! Terwijl we zelf nieuwe producties zouden moeten klaarmaken. We hebben de INS door hard weken uit de grond gestampt en het hele opzet heeft nu onderhand wel bewezen dat het een functie te vervullen heeft. De verantwoordelijkheid ligt nu bij de overheid : wil ze dit werk eindelijk erkennen en ernstig steunen? Ze zou al kunnen beginnen met de subsidies tijdig uit te betalen. Door het late uitbetalen ervan, moeten we steeds weer naar de bank om te lenen. Dat betekent dat we bij ontvangst van de subsidies al onmiddellijk een deel ervan moeten spenderen aan de betaling van rente. Daardoor konden we ook onze RSZ-bijdragen niet altijd tijdig betalen, zodat we ook daarop boetes en intrest moeten betalen. De banken en de staat vorderen dus al een groot deel op van de subsidies. Toch heeft de staat er ook puur economisch belang bij ons te steunen. De mensen die wij in dienst hebben, betalen belastingen. Bovendien hebben wij materiaal nodig van mensen, bedrijven, die ook daarop belasting betalen. Het antwoord ligt nu bij de staat.
Dat vinden ook wij natuurlijk. Maar dan wel als surplus op nota bene de kleinste cultuurbegroting van heel Europa en niet ten koste van andere theaters of beoefenaars van andere kunsttakken !

Referenties
Ronny De Schepper, Eén tegen allen, De Rode Vaan nr.31 van 1987
Jan Draad, Charles Cornette aan het lijntje, De Rode Vaan nr.33 van 1987

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s