Het is vandaag al honderd jaar geleden dat de legendarische Amerikaanse jazz-zangeres Ella Fitzgerald werd geboren.

Ella Fitzgerald had een moeilijke en arme jeugd in Virginia. Ze was het jaar voor haar grote doorbraak zelfs dakloos. Ze werd in het najaar van 1934 ontdekt bij een amateurwedstrijd in het Apollo Theater in Harlem, New York. Vervolgens nam Chick Webb haar in zijn orkest op en begon Fitzgerald naam te maken. Met hem nam ze vanaf 1935 voor Decca Records platen op, waarvan haar bewerking van het kinderliedje “A-Tisket, A-Tasket” een hit opleverde. Toen Webb in 1939 overleed, werd het orkest omgedoopt tot Ella Fitzgerald and her Famous Orchestra, met matig succes.
In 1941 besloot Fitzgerald solo verder te gaan, omdat ze te jong en te onervaren was voor het leiden van de ouderwetse bigband, die langzaam uit de mode begon te raken. Ze koos haar repertoire sindsdien steeds minder uit swing en meer uit bebop, het laatste vooral doordat ze toerde met meester-bebopper Dizzy Gillespie en de bekende bandleider Duke Ellington. Ze had ook een hit “Into each life some rain must fall”, samen met The Ink Spots.
In 1948 huwde ze ook voor een  tweede maal. Deze keer met bassist Ray Brown (het huwelijk zou standhouden tot in 1952).
Tijdens deze periode bleef ze platen opnemen voor Decca, dat haar een slecht en beperkt repertoire aanbood. Daardoor kon ze als zangeres nauwelijks groeien. Impresario Norman Granz, tevens oprichter van de labels Clef en Norgran, wilde haar in 1949 uit het verstikkende regime van Decca krijgen en haar voor zijn eigen labels laten opnemen. Fitzgeralds contract liep echter tot 1956, maar vanaf 1949 trad ze al wel op in de rondreizende concertserie van Norman Granz, Jazz at the Philharmonic.
In 1955 speelde ze in een film met Peggy Lee, Pete Kelly’s Blues, en vervolgens tekende ze bij Granz’ Verve Records, waar ze haar bekende songbooks met muziek van onder meer Cole Porter, George Gershwin, Ira Gershwin, Harold Arlen en Duke Ellington opnam. Haar carrière nam vanaf 1956 een vlucht. Fitzgerald werkte met een keur aan artiesten, zoals Oscar Peterson, Roy Eldridge, Count Basie, Dave Brubeck, Nelson Riddle, Duke Ellington, Joe Williams, Louis Armstrong en vele anderen. Op 4 mei 1957 gaf ze een historisch concert in het Brusselse Paleis voor Schone Kunsten.
In 1960 verkocht Norman Granz het label Verve, maar hij bleef wel Fitzgeralds persoonlijke manager. Fitzgerald bleef succesvolle opnames maken, hoewel ze inmiddels genoeg verdiende om met pensioen te gaan. Zij trad wederom op in een film: Let No Man Write My Epitaph, maar die werd geen succes.
In 1963, 1964 en 1965 werkte Fitzgerald met Roy Eldridge en het Tommy Flanagan Trio, daarna met het Duke Ellington Orkest, meer bepaald in 1965, 1966 en 1967. Ondertussen nam ze veel singles op, waarvan Can’t Buy Me Love een hit werd.
In 1966 liep het contract met Verve af en ging Fitzgerald freelance werken. Dit resulteerde in een aantal opnames van country-and-westernmuziek en spitituals om het jongere publiek te trekken, iets waar veel jazzliefhebbers zich over verbaasden. Ze maakte enkele – door de critici minder gewaardeerde – uitstapjes naar de popmuziek (Sunny en I Heard It Through the Grapevine).
In 1972 werd aan Fitzgeralds comeback in de jazzscene gewerkt. Dit werd de plaat Jazz at the Santa Monica Civic, met Count Basie en Tommy Flanagan. Hierna tekende ze bij Norman Granz’ nieuwe label Pablo. Ze bracht daar van 1973 tot 1989 platen uit. De beste hiervan zijn de vier albums met Joe Pass, twee met Basie en een aantal liveoptredens op het Montreux Jazz Festival.
Fitzgerald kreeg vanaf 1970 te kampen met de gevolgen van diabetes, die eerst resulteerden in blindheid. Haar stem bleef tot begin jaren tachtig vitaal, maar ging vanaf 1984 sterk achteruit. Haar laatste plaat, met saxofonist Benny Carter, die haar in 1934 had ontdekt, geeft hier blijk van.
Haar allerlaatste opname stamt uit 1991, toen ze voor de Japanse film Setting Sun de soundtrack inzong. Eind 1992 had ze haar laatste publieke optredens. Hoewel ze in 1993 gevraagd werd voor een duet op een album van Frank Sinatra, bleef ze hierna thuis wonen in Beverly Hills. Als gevolg van diabetes moesten in 1993 haar beide onderbenen worden geamputeerd. Gedurende de jaren 90 ondervond ze meer gevolgen van diabetes, waaraan ze uiteindelijk in 1996 op 79-jarige leeftijd ook overleed. (Wikipedia)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s