Vandaag wordt de Franse striptekenaar Albert Uderzo negentig jaar.

De eerste strips die op de schoolbanken werden toegelaten, waren die van “Asterix en Obelix” (*). Hier en daar was er immers al eens een progressieve leraar Frans die zijn leerlingen de taal van Molière tracht bij te brengen aan de hand van de Asterix-reeks, die op 29 oktober 1959 was gestart (het eerste album “Asterix de Galliër”, waarin Obelix nog een bijrol vertolkt, zal pas in 1961 verschijnen. Het hondje Idefix zag zelfs pas in het vijfde verhaal, “De Ronde van Gallië” uit 1965 het levenslicht).
René Goscinny (°14/8/1926) en Albert Uderzo (°25/4/1927) zijn allebei nog gestart bij “Tintin”, maar hun samenwerking dateert toch vooral uit 1952 toen ze samen de zeerover Jehan Pistolet creëerden voor de jeugdbijlage van La Libre Belgique (in het Nederlands zal dat “Johan Pikbroek” worden). Samen met Jean-Michel Charlier (“Buck Danny”) richtten ze in 1955 een soort van vakbond op voor striptekenaars, dit zeer tot ongenoegen van directeur Georges Troisfontaines. Goscinny werd als kop van jut ontslagen, maar de twee anderen waren solidair en trokken er ook uit, al moesten ze daardoor enkele jaren in bittere armoede leven.
In 1959 startten ze dan het Franse stripblad “Pilote”, met daarin o.a. de strip over de indiaan Hoempapa, die nog aan “Asterix” voorafging. De eerste Asterix was overigens niet meteen een succes (“te intellectueel”), maar toen in de jaren zestig het culturele klimaat veranderde en ook volwassenen het stripverhaal gingen ontdekken, was het hek van de dam.
René Goscinny stierf overigens een dood zoals alleen een stripscenarist ze zou kunnen bedenken: hij overleed op 5 november 1977 aan een hartaanval, terwijl hij op een hometrainer aan het rijden was opdat de dokter zijn hartslag zou kunnen controleren…
Zijn weduwe gaf aan tekenaar Albert Uderzo de toelating om de verhalen van Asterix verder te zetten (het album “Asterix en de Belgen” was zelfs nog niet helemaal afgewerkt), maar zijn dochter Anne, mooi maar meedogenloos – misschien omdat ze geboren is in het fameuze jaar 1968 toen ook vader Goscinny door de jongeren van Pilote zwaar werd aangepakt (**) – verzette zich daartegen toen ook haar moeder overleden was. De rechtbank stelde Uderzo in november 1995 in het gelijk (ook tegenover Morris, de tekenaar van “Lucky Luke”, moest ze bakzeil halen). Toch geeft Uderzo nog altijd ootmoedig toe dat hij eerder een tekenaar dan een scenarist is. Nadat in 2005 in het album Het Geheime Wapen zelfs buitenaardse wezens kwamen opdraven, was het dieptepunt bereikt. De fans waren misnoegd omdat de historische setting met de voeten werd getreden, en Uderzo borg zijn pen op. Alleen in 2009 werkte hij nog mee aan een speciale editie voor de vijftigste verjaardag van Asterix.
De serie kon dus wel een slokje toverdrank gebruiken. Voor de doorstart in 2013 werd daarom grof geschut bovengehaald: de 54-jarige tekenaar Didier Conrad (Kid Lucky, De Onnoembaren), die eerder ook al voor Disney werkte, en scenarist Jean-Yves Ferri (Terug op Aarde). Alleen de Obelix op de cover van “Astérix chez les Pictes”, zoals het album heet, komt nog uit Uderzo’s tekenpotlood. Uit de eerste gelekte prenten blijkt dat Conrad de geest van Uderzo trouw blijft. (***)

Ronny De Schepper

(*) Ik heb daar uiteraard ook aan meegedaan met “Het IJzeren Schild”.
(**) “Het IJzeren Schild” is uit 1968…
(***) Benjamin Praet, Asterix is (eindelijk) terug, Het Nieuwsblad, 7 oktober 2013.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s