Toen Jackie Robinson op 15 april 1947 bij de Brooklyn Dodgers debuteerde, brak hij een regel die bepaalde dat blanken en zwarten gescheiden waren bij het honkbal. Naast de culturele impact die hij veroorzaakte, had hij een buitengewone honkbalcarrière. Zo was hij in 1949 de eerste zwarte honkballer die de National League Most Valuable Player won. Jackie Robinson speelde met rugnummer 42. Om hem te eren is zijn rugnummer sinds 1997 ‘retired’ in de MLB. Sinds 2007 (60 jaar na zijn Robinsons debuut) dragen alle spelers op 15 april (‘Jackie Robinson day’) rugnummer 42. In 1950 speelde Jackie Robinson zichzelf in een film van Alfred E. Green: The Jackie Robinson Story. In 2013 verscheen 42 van Brian Helgeland, met Chadwick Boseman als Jackie Robinson en Harrison Ford als Branch Rickey, de manager van de Brooklyn Dodgers die Robinson contracteerde. (Wikipedia)
In de jaren vijftig was er wel een incident rond het “overlopen” van Jackie Robinson. De zwarte gemeenschap was immers trots op hem en het was dan ook een zware slag toen hij zich openlijk aan de zijde van Richard Nixon schaarde, toen die het opnam tegen John Kennedy. Daarop werd zanger Harry Belafonte door de Kennedy-clan aangezocht als tegengewicht. Deze aanvaardde pas nadat er ook politieke hervormingen zouden aan vastzitten.
ZWARTEN SUPERIEUR?
Ondertussen zijn het inderdaad niet meer de “native Americans” die de sport en met name dan vooral de atletiek domineren, maar de “Afro-Americans”, zoals ze nu “politically correct” heten. Wat de spurtnummers betreft dan, want op de lange afstand zijn het dan weer Kenianen en Ethiopiërs die domineren. Stilaan groeide de overtuiging dat het zwarte ras, althans op dit vlak “superieur” was. Begin 1997 kwam antropoloog Jeroen Scheerder (KUL) echter tot de bevinding dat de individuele verschillen in atletische kwaliteiten veel groter zijn tussen zwarten onderling dan tussen het blanke en het zwarte ras in het algemeen. Zijn conclusie was dan ook dat het eerder sociaal-culturele factoren waren die tot het onderscheid hebben bijgedragen.
Denkend aan de “Flandriens”-theorie (het moeten knokken om toch ergens te geraken op de maatschappelijke ladder) zou men als “bewijs” van Scheerders stelling vooral het boksen kunnen aanhalen. Denk in dat verband aan het “politieke” duel tussen de Duitser Max Schmeling en de zwarte Amerikaan Joe Louis ten tijde van nazi-Duitsland, wat in 1938 evenveel ophef maakte als de overwinningen van Jesse Owens.
Minder geweten is dat in het gloriejaar van Owens, 1936 dus, deze twee reeds eerder samen in de ring hadden gestaan. En toen won Schmeling. Schmeling was namelijk wat men noemt “the thinking man’s boxer”. M.a.w. hij bestudeerde zijn tegenstander en zocht diens zwakke punt. Zo had hij gemerkt dat de “linkse directe” van Louis altijd erg laag vertrok, zodat zijn kin onbeschermd bleef. Hij oefende erop zo toe te slaan om met zijn rechter over Louis’ linker te gaan en zo recht naar zijn kin. En jawel hoor: bingo!
Maar twee jaar later was het Joe Louis die de omstandigheden in zijn voordeel liet spelen. Schmeling kwam immers langzaam op stoom en Joe Louis zorgde er deze keer voor dat hij het zo ver niet liet komen: van bij de aanvang overrompelde hij de Duitser met een bombardement van slagen.
Max Schmeling werd wel vooruitgeschoven door het nazi-regime als symbool voor het Arische ras, maar zelf was hij helemaal geen aanhanger van het nazisme. Integendeel zelfs, hij heeft zich later nog ingezet om het leven van verscheidene joden te redden.
Joe Louis van zijn kant werd door zijn rasgenoten oorspronkelijk van “Uncle Tomming” beschuldigd (om deze uitdrukking te begrijpen: zie op deze blog “Racisme in Hollywood”). Dat was echter eveneens ten onrechte, maar hiervoor moet men de geschiedenis van het boksen een beetje kennen. Het is namelijk zo dat tot 1908 de zwarten niet mochten vechten om de wereldtitel bij de zwaargewichten. In dat jaar was er echter Jack Johnson, die als eerste mocht meedoen en ook meteen de wereldtitel veroverde. Johnson was echter een stuk ongeregeld: hij was frequent dronken, scheurde volgens Humo rond “in opzichtige bolides” (al zal dat “scheuren” in 1908 nog wel meevallen, hij tufte misschien tegen dertig per uur door de straten) en, vooral, hij overtrad de wet door met blanke vrouwen te scharrelen. En meteen werd de “colour barrier” dus weer ingevoerd. Tot Joe Louis op de proppen kwam. Daarvoor diende hij wel als een “Uncle Tom” te worden opgevoerd door zijn manager, maar in zijn privéleven was Joe Louis wel even wild als Johnson. Het is zelfs zo dat hij in 1981 totaal berooid is gestorven, zodat niemand minder dan… Max Schmeling zijn uitvaart heeft bekostigd.
DANIEL AMOKACHI
Toen ik destijds de Nigeriaanse stervoetballer (toen nog amper een 17-jarige belofte) Daniel Amokachi ging interviewen, had ik ook een paar vraagjes voorbereid over tovenarij en bijgeloof in het Afrikaanse voetbal. Maar zoals hij daar zo voorbeeldig aan tafel zat met een groot kruis op zijn borst, leek hij mij daar niet de meest geschikte gesprekspartner voor. Ik zeg hem dat ook. Hij lachte zijn witte tanden bloot (om het nu ook eens met een cliché te zeggen): “Dat is inderdaad niks voor mij. Al zijn er zelfs in Nigeria wel witch-doctors actief in bepaalde ploegen, jawel. Ik kom echter uit een zeer religieuze familie uit het noorden van het land. Ik ben een christen, maar ik ben opgevoed in een moslimgebied en ook moslims zijn natuurlijk streng religieus. Mijn vader was een uiterst strenge militair, maar dat kwam dat van pas, want tot mijn vijftiende was ik nogal een lastpost voor mijn vijf zusters en mijn ene broer.” Op mijn blikken van ongeloof lacht hij: “Jaja, ik was een opvliegend baasje.” Maar dan gaat hij verder: “Nee, dergelijke praktijken komen vooral voor in landen als Zaïre of Senegal. Toen dit land in de Afrikaanse beker tegen Algerije moest spelen b.v. dan riep de keeper de hulp van witchcraft in. Maar dat stelt niks voor.”
Dat is zoals Jean-Marie Pfaff die altijd hetzelfde broekje draagt of met de rechtervoet het veld op wil, lach ik.
Jean-Marie Pfaff? Consternatie. Allé, ge gaat me nu toch niet vertellen dat ge Jean-Marie Pfaff niet kent zeker? Ah, die Jean-Marie Pfaff! Natuurlijk kent Amokachi Jean-Marie Pfaff. Kom zeg, wie zou er nu Jean-Marie Pfaff niet kennen? Dat is zelfs in de binnenlanden van Afrika een begrip.
In 1994 werd Amokachi getransfereerd naar Everton, waar hij meteen razend populair werd. Zo werd hij b.v. door het Labour-bewind gebruikt op een affiche-campagne tegen de werkloosheid (“There are still some strikers left in Liverpool”). De Amokachi van Liverpool was overigens niet meer te vergelijken met die van Brugge. Hij reed toen rond met een Porsche en droeg alleen maar pakken van Versace en schoenen van Paciotti. Hij is in 1995 trouwens gehuwd met het Tunesische fotomodel Nedia Mejri, die hem prompt een tweeling “schonk”. Op het einde van het seizoen kwam er echter onenigheid (met Everton bedoel ik) en vanaf het seizoen 96-97 kwam Daniel dan ook uit voor het Turkse Besiktas.
Jean-Marie Pfaff achterna? Meer nog, in een interview van Jan Antonissen in Humo van 23/6/1998, zei Amokachi zelfs dat hij in de toekomst presidentskandidaat wil zijn. Akkoord, dat het hem een beetje in de mond wordt gelegd op een moment dat president Abacha (overigens een vriend van Amokachi, via diens oom, die zijn lijfwacht was) is overleden, maar toch vraag ik me af of dit wel dezelfde Amokachi is die ik heb gesproken. Een voorbeeld: “Ik speel geen voetbal om Ronaldo te worden, godbeware me, neen, ik wil geld, veel geld, en leven in de wereld waarin ik wil leven.” Daarmee bedoelt hij de VS. Hij is trouwens al aan het oefenen: “I’m a crazymotherfuckingkindaplayer.”
Het gaat zelfs zo ver dat voetbalscout Bart De Bruyne in de Gazet van Antwerpen van 21/12/1998 een verband legt met de Nigeriaanse economische vluchtelingen naar ons land (denk aan de dood van de 20-jarige Semira Adamu door het kussentje van de rijkswacht op 22/9/1998): “Het is moeilijk om Afrikanen uit te leggen dat ze in België moeten rond komen met 50.000 frank per maand (sic, RDS) terwijl Daniel Amokachi in de plaatselijke blaadjes pronkt met tien limousines.”
POLITICAL CORRECTNESS
Als die “Flandrien”-theorie dus klopt, dan zou het binnenkort bergaf moeten beginnen gaan met die zwarte suprematie. Maar volgens Gilbert Roox in Het Nieuwsblad van 25/8/2000 is deze opvatting enkel te wijten aan “political correctness”: “Sinds de nazi’s is praten over aangeboren verschillen tussen rassen een wetenschappelijk taboe. Zelfs als het over de atletische superioriteit van zwarten gaat. ‘Want daarmee wordt geïnsinueerd dat zwarten dichter bij de dieren staan dan de rest van de mensheid,’ zegt Harry Edwards, de Amerikaanse sociologieprofessor die het Black Power-protest op de Spelen van 1968 organiseerde.”
En over de “Flandrien”-theorie gaat hij verder: “Het verhaal snijdt hout, maar verklaart beslist niet alles. Want als honger en kansloosheid in de sport de doorslag geven, waarom staan er dan niet meer Oost-Europese sporters aan de top? Bovendien zijn lang niet alle zwarte sterren het product van het getto. Carl Lewis en Michael Jordan zijn kinderen uit de middenklasse. En olympisch 100-meterkampioen Donovan Bailey toerde in een vroeger leven als beursyup in een Porsche rond.”
Het artikel van Roox is duidelijk een reflectie bij een artikel dat de Amerikaan Jon Entine publiceerde. Daarin komt hij tot de conclusie dat zwarten meer spiermassa bezitten, langere benen hebben dan blanken en een lager percentage lichaamsvet. Ze hebben ook meer testosteron in hun bloed, wat hogere prestatiepieken en een sneller herstel na de inspanning mogelijk maakt. Allemaal kenmerken die een goudmijn zijn voor prestaties in explosieve, anaërobe sporten zoals voetbal (denk aan de Brazilianen!), basketbal en de korte loopnummers.
In andere sporten betekenen deze kenmerken dan juist weer een handicap, aldus Entine. Door hun zwaardere geraamte zwemmen Afrikanen als bakstenen (er is slechts één zwarte Olympische winnaar in het zwemmen). “En in het wielrennen doen zwarten al helemaal niet mee, omdat het bij uitstek een uithoudingssport is,” voegt ongetwijfeld Roox zelf eraan toe, want Entine zal zich daarmee wel niet bezig houden. Toegegeven, de enige bekende zwarte wielrenners (de Amerikanen Major Taylor en Nelson Vails) zijn sprinters, maar wat doet hij anderzijds met de dominantie van de zwarten in de marathon en andere loopnummers over een lange afstand? Entine zelf spreekt daar wel over: “Omdat daar training meer verschil maakt. Uithouding is maar voor een kwart overgeërfd. Van 800 meter tot de marathon zullen er dus altijd blanke lopers zijn die kunnen meedingen met de besten. Maar de wereldtop zal Afrikaans blijven.”
Bij de vrouwen zijn de verschillen minder opvallend, maar dat heeft natuurlijk te maken met de ondergeschikte positie van de Afrikaanse vrouw en het taboe dat op vrouwelijke sportbeoefening rust (zie elders op deze blog). Angela Davis stelt trouwens onomwonden: “Een straatarme zwarte vrouw heeft volgens mij veel meer gemeen met een straatarme blanke vrouw dan met een rijke zwarte vrouw.”
INTEGRATIE
Maceo Parker wijst in Humo van 8/4/2003 op het feit dat muziek in niet geringe mate heeft bijgedragen tot het afschaffen van de segregatie in de VS. Dat lijkt ook logisch dat hij dit verklaart, aangezien hij de zwarte saxofonist is van o.a. James Brown. Daarom is het echter des te opvallender dat hij als een nog belangrijker factor de sport noemt!
Het hangt er echter wel van af hoe men het bekijkt. In het seizoen 96-97 waren 79% van spelers in de NBA (de Amerikaanse National Basketball Association) zwart, maar slechts 24% van de coaches of de managers was zwart. In het Amerikaans voetbal (de National Football League) lagen de verhoudingen ongeveer gelijk: twee derde van de spelers zijn zwart, maar slechts één coach op tien. De baseball-competitie daarentegen mag dan nog vooral blank zijn, toch zwaaien hier ook al 25% Latino’s de plak (of de bat). Maar ook hier stelt men vast dat slechts 4% van hen het na de actieve loopbaan tot coach brengt…
In Frankrijk wordt de minister van sport de jongste jaren steeds gezocht in het milieu van de atletiek. Bij de socialisten was dat de kleurling Roger Bambuck. Toen nadien de reactionair Chirac aan het bewind kwam, werd hij vervangen door Guy Drut.
In België zat Bruno Brokken voor het Vlaams Blok in de Hoge Raad voor de Sport; toen hij om beroepsredenen in 1994 wenste te worden vervangen, schoof het Blok zijn collega Desruelles naar voren, maar die werd door minister Weckx geweigerd omdat hij “een bekend promotor en gebruiker van doping” is. In 1995 nam Brokken ook ontslag als vertegenwoordiger van het Blok in de Raad van Bestuur van BLOSO. Hij nam tevens ontslag uit de sportcel van het Blok omdat hij vond dat de federalisering de sport niet ten goede is gekomen. Het BLOSO (geleid door Carla Galle nota bene) houdt zich volgens Brokken teveel met topsport bezig, iets wat ze beter zouden overlaten aan het BOIC, een kritiek die men overigens ook bij de CD&V hoort, die het geld liever naar de “basis” ziet gaan, aangezien die toch vooral katholiek is. Anderzijds is de SP.A ook niet bepaald een toonbeeld, als men b.v. de verplichting van minister Vande Lanotte als maatstaf neemt om bij de interland België-Turkije eind augustus 1996 ook tot Belg genaturaliseerde Turken te dwingen in het vak van de Turkse supporters plaats te nemen.
HOOLIGANISME
Bij onderzoeken over hooliganisme, bleek nochtans dat daar opvallend weinig vreemdelingen bij betrokken waren. Fancoach Lieve Bogaert van A.A.Gent: “Ik denk niet dat dit iets te maken heeft met latent of openlijk racisme dat aan bepaalde sides wordt toegeschreven, want degene die er dan wél bij betrokken zijn, die zijn dan ook heel goed in de groep opgenomen. Van rechtse ideeën heb ik overigens nog weinig gemerkt. Er lopen wel een paar skinheads bij, maar in het dagelijkse leven kom je die ook wel eens tegen, dus waarom dààr niet?”
Vooral in Nederland wordt toch ook vaak verwezen naar racistische uitlatingen aan het adres van de spelers?
Lieve: “Dat gebeurt hier ook. Het nabootsen van een aap b.v. Maar ik zou dat toch geen puur racisme willen noemen, want het gaat dan enkel over kleurlingen van de tegenpartij. De Zaïrees Balenga b.v. wordt door de A.A.Gent-supporters op handen gedragen. Dat is trouwens de enige speler die even contact met hen heeft gehad. En Vlaamse spelers van de tegenpartij worden ook uitgescholden, hé.”
Amokachi: “Als we op verplaatsing spelen doen ze dat in mijn geval ook, maar als ik goed speel, staan diezelfde mensen te applaudisseren. Ik denk dus dat ze dat niet doen uit racisme, maar om je uit je concentratie te halen.”

Ter gelegenheid van de match Nederland-België van 6/9/97 nam Ludo Vandewalle in Het Laatste Nieuws een interview af van Molukker Simon Tahamata (op dat moment reeds enkele jaren Belg) o.m. over het racisme. “Bij Oranje lijkt een probleem tussen blank en gekleurd te bestaan,” stelt Vandewalle. “Een groep rond de broertjes De Boer tegenover een groep rond Seedorf, Kluivert, Reiziger…”
“Het probleem werd overgenomen van Ajax
,” weet Tahamata. “Daar ontstond de wrijving omdat de winstpremies niet voor iedereen gelijk waren. De gekleurde jongens voelden zich tekort gedaan. Bij het Nederlands elftal verdient iedereen evenveel. Daar mógen geen wrijvingen zijn.” (Tussen haakjes: alle Nederlandse spelers stonden een deel van hun winstpremie voor een totaal van twee miljoen af aan Jean-Marie Bosman, die door het fameuze arrest naar hem genoemd de voetbalmarkt had opengegooid, maar nu door de BVB wordt geboycot; de BVB noemde het gebaar van de Nederlanders trouwens “een maneuver”.)
“Het sterkste Nederlands elftal kan niet uitsluitend uit blanken of uitsluitend uit kleurlingen bestaan
,” gaat Tahamata verder. “Ik kan niet begrijpen dat één groepje zegt dat zij Nederland pakweg Europees kampioen zullen maken. Stel je voor dat ze Surinaams praten onder elkaar…”
“Dat zou gebeurd zijn,”
weet Vandewalle.
Dat heb ik gehoord, ja,” antwoordt Tahamata. “Dat is fout. Indien je zoals op het EK drie weken samen bent, kan het niet dat je Surinaams begint te praten. Je moet een groep vormen en de taal is een belangrijk bindmiddel. Dat probleem moet zo snel mogelijk uit de wereld, maar ik begrijp, het is een heel delicate kwestie. Bondscoach (Guus) Hiddink loopt op eieren.”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s