Leonard Nolens, de dichter uit Bree, viert vandaag zijn zeventigste verjaardag.

Hij is een romanticus, schrijft vaak over liefde en over de manier om aan de identiteit te ontsnappen. Zijn vroege werk wordt getypeerd als barok, experimenteel aandoende gedichten. In de loop der jaren treedt er een versobering op in zijn werk en krijgt het een meer parlando-achtige toon. Veelvoorkomende thema’s in het werk van Nolens zijn de jeugd, vrouwen, eenzaamheid en alcohol. Nolens wordt beschouwd als een van de belangrijkste levende dichters uit het Nederlandse taalgebied. 

De titel van Leonard Nolens’ dichtbundel Zeg aan de kinderen dat wij niet deugen is een bevel dat een diplomatisch effect heeft. De dichter speculeert op het feit dat anderen in onze plaats aan onze kinderen met klem zeggen dat wij niet deugen.
De eerste verzen van de bekroonde bundel klinken als geweerschoten:
Sluit de ramen.
Vergrendel de voordeur.
Verbrand de krant.

De dichter verzet zich in het openingsgedicht tegen onze drang naar productiviteit, naar rendement.
Een tafel, een stoel en een bed meubileren perfect
Je hoofd en je hart en je handen…

Met die verzen formuleert de poëet een programmatische ingesteldheid om zó vrij te zijn dat hij zichzelf kan verkennen. Hij probeert een schutkring te leggen, de wereld op afstand te houden, zichzelf een ascese op de maat van een harnas toe te eigenen.
Hij snijdt zich moeizaam van zijn verleden los, o.a. van het bekrompen milieu uit zijn kindertijd. Tevergeefs probeert hij solidair te zijn met de ouders, de geliefde en de geblutste individuen.
In diverse gedichten is het “ik” een dominante. En toch kun je niet zeggen dat Nolens geprangd zit in een korset van narcisme. Hij versplintert voortdurend in tegenhangers. Er ontstaan hiaten, er ontbreken scharnierpunten in de relaties met anderen.
Nolens heeft zelden een reden om een liefelijke dichter te zijn. Hij bekent:
Ik ben het,
Een koud en rauw stuk vlees van kop
Tot teen in de houdgreep gesjord
Van een blonde kolos in het wit.

Nadat hij de lezer in de bundel Bres een “collectief wij” heeft opgedrongen, durft hij het ook aan om in een paar sterke cycli van de bekroonde dichtbundel het “ik” even te negeren. Hij doet het schaamteloos, nukkig, verbluffend. Hij hanteert een kordate taal, hij stapelt de imperatieven op, laat zijn lyriek drijven op talrijke herhalingen.
Dat is de stijl waarin hij zingt. Zijn zangerigheid is uniek: zijn stem verheffend laat hij sintels gloeien op de punt van zijn tong.
De titelreeks uit Zeg aan de kinderen dat wij niet deugen is van een verontrustend hoog niveau. Tienmaal wordt een schuldvraag geformuleerd. Tienmaal wordt op kinderen geprojecteerd hoe volwassenen, staande aan een wieg, worden ontmaskerd, want:
Zij brengen ons pokergezicht aan het licht
In de vorm van een afschrik barende schreeuw.

In de cyclus Devies scandeert de dichter zichzelf en ook de lezer vrij. Hij formuleert krachtig zijn deviezen:
Kom hier. Kom hier studeren
Om degelijk te leren schreeuwen
In stilte.

Die schreeuw synthetiseert het onontkoombare oeuvre van de zanger Leonard Nolens. Zijn zo vaak herhaalde geboortekreet weet hij stemvast en met diverse toonhoogten de toekomst in te zingen.

(Uit het juryverslag van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde t.g.v. haar Vijfjaarlijkse Prijs voor poëzie toegekend aan Leonard Nolens in 2015. Hij kreeg de prijs voor zijn bundel ‘Zeg aan de kinderen dat wij niet deugen’, die in 2011 bij Querido is verschenen.)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.